rijk/ministeriele-regeling/reglement-examencommissie-buitengewoon-opsporingsambtenaar-1995/BWBR0007267
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995 BWBR0007267 ministeriele-regeling geldend 1995-04-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007267 Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995

Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Er is een examencommissie ten behoeve van het examen voor de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2.

De commissie heeft tot taak:

a. a. het opstellen van het examenreglement; b. b. het uitvoeren van het door de minister goedgekeurde examenreglement; c. c. het vaststellen van het examenprogramma en het examen; d. d. het bewaken van de organisatie van het examen; e. e. het beleggen van cesuurvergaderingen; f. f. het verschaffen van informatie over het examen aan opleidings- en werkgeversinstellingen; g. g. het verzorgen van een jaarlijkse rapportage betreffende haar werkzaamheden aan de minister, en h. h. het adviseren van de minister over het examenprogramma en het examenreglement.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit ten hoogste 9 leden, de voorzitter daaronder begrepen, en ten hoogste drie adviserende leden. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die geen lid is van de commissie.

2. De minister benoemt en ontslaat de leden en de adviserende leden van de commissie.

3.

De leden van de commissie, met uitzondering van de voorzitter, zijn afkomstig uit de navolgende instellingen:

a. a. het parket van de Procureur-Generaal; b. b. het Hoofdofficierenberaad; c. c. de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; d. d. het Landelijk instituut sociale verzekeringen e. e. het Platform Bijzondere Opsporingsdiensten; f. f. de politie; g. g. instellingen voor de opleiding van buitengewoon opsporingsambtenaren, en h. h. andere instellingen die betrokken zijn bij de uitoefening van opsporingsaktivi-teiten van buitengewoon opsporingsambtenaren.

4. De commissie draagt als adviserend lid in ieder geval een vertegenwoordiger van het Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) voor.

5. De leden kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 4

1. De leden en de adviserende leden worden voor vier jaar benoemd en kunnen al dan niet op verzoek worden ontslagen.

2. De secretaris wordt uit hoofde van zijn ambtelijke functie benoemd.

3. Bij verlies van de hoedanigheid op grond waarvan de benoeming plaatsvond, wordt aan personen, genoemd in het eerste lid, ontslag verleend.

Artikel 5

1. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of dit is gevraagd door tenminste drie leden van de commissie, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, doch tenminste 5 maal per jaar.

2. De commissie regelt haar werkzaamheden.

3. De secretaris is bij de uitoefening van zijn functie uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie.

Artikel 6

1. De voorzitter en de leden hebben stemrecht.

2. De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Hiertoe dient tenminste de helft van het aantal leden aanwezig te zijn.

3. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter, tenzij hij besluit de beslissing aan te houden tot een volgende vergadering.

4. Met betrekking tot de taken genoemd in artikel 2, 2e lid, onder c, d en f, is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 7

De commissie brengt haar adviezen schriftelijk aan de minister uit. Indien een lid van de commissie zich niet met het advies kan verenigen, kan hij zijn standpunt toevoegen.

Artikel 8

De voorzitter, de leden, de adviserende leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de examenopgaven.

Artikel 9

Het Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publikatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995.