rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-aanpak-zwerfafval/BWBR0022499
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling aanpak zwerfafval BWBR0022499 ministeriele-regeling geldend 2007-09-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022499 Subsidieregeling aanpak zwerfafval

Subsidieregeling aanpak zwerfafval

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. samenwerkingsverband: verband van twee of meer aanvragers die aan de hand van een schriftelijke verklaring, of in het geval van een verband van gemeenten of stadsdelen aan de hand van een schriftelijke verklaring of een regeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van projecten als bedoeld in deze regeling; b. b. stadsdeel: deel van een Nederlandse gemeente dat bevoegd is tot het zelfstandig voeren van beleid met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in deze regeling; c. c. beheerder van een voor het publiek vrij toegankelijke ruimte: overheidsorgaan, instelling of organisatie, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, die verantwoordelijk is voor het schoonhouden en onderhouden van ruimte die voor het publiek vrij toegankelijk is; d. d. nulmeting zwerfafval: analyse van de uitgangssituatie ten aanzien van zwerfafval, volgens de opgave in bijlage I bij deze regeling; e. e. plan van aanpak zwerfafval: beschrijving van het beleid en de voorgenomen maatregelen om een structurele en integrale aanpak van zwerfafval te bereiken, opgesteld volgens de opgave in bijlage II bij deze regeling; f. f. basisproject: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting zwerfafval en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen en het bestuurlijk vaststellen van een plan van aanpak zwerfafval; g. g. plusproject: samenhangend geheel van maatregelen ter uitvoering van een plan van aanpak zwerfafval, waarbij de uit te voeren activiteiten ter invulling zijn van een of meer van de onder h tot en met m genoemde modules; h. h. module voorzieningen: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het planmatig en structureel optimaliseren van het afvalbakkenbestand in de openbare ruimte, overeenkomstig de leidraad Afvalbakken in de openbare ruimte, opgesteld door de Stichting Nederland Schoon, CROW en de NVRD, uitgave januari 2005, dan wel overeenkomstig een daaraan gelijkwaardige aanpak; i. i. module handhaving: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het optimaliseren en uitvoeren van de handhaving van de regels ten aanzien van zwerfafval, overeenkomstig de Routeplanner Handhaving op zwerfafval, opgesteld door SenterNovem, uitgave november 2005, dan wel overeenkomstig een daaraan gelijkwaardige aanpak; j. j. module reiniging: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het optimaliseren van het beleid en de uitvoering van de reiniging ten aanzien van zwerfafval; k. k. module communicatie: samenhangend geheel van werkzaamheden ter voorbereiding en uitvoering van een communicatiebeleid gericht op gedragsbeïnvloeding ten aanzien van zwerfafval, overeenkomstig de Communicatiewijzer zwerfafval opgesteld door SenterNovem, uitgave november 2005, dan wel overeenkomstig een daaraan gelijkwaardige aanpak; l. l. module participatie: samenhangend geheel van activiteiten ter voorbereiding en uitvoering van een structurele aanpak van zwerfafval, waarbij burgers, instellingen of bedrijven, anders dan bedrijven die beroepsmatig betrokken zijn bij het beheer van de openbare ruimte, worden betrokken; m. m. module monitoring: samenhangend geheel van activiteiten ter voorbereiding en uitvoering van het vooropgezet, systematisch en structureel verzamelen, bewerken en presenteren van gegevens over de gemeentelijke zwerfafvalsituatie; n. n. proeftuinproject: samenhangend geheel van werkzaamheden ter voorbereiding of uitvoering van innovatieve projecten met betrekking tot het voorkomen of opruimen van zwerfafval of ter bevordering van de naleving van de regels ten aanzien van zwerfafval; o. o. projectevaluatie: evaluatie van het behalen van het projectdoel, de uitvoeringsaspecten van het project, de behaalde resultaten en de leeraspecten overeenkomstig de Handreiking zwerfafval, stap 7 (evaluatie), opgesteld door SenterNovem, uitgave 2007; p. p. groep: een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:

      1°.
       een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:
      
        
          
          meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,
        
        
          
          volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of
        
        
          
          overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
        
      
    
    
      2°.
       rechtspersonen of vennootschappen;

1°. 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:

          
          meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,
        
        
          
          volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of
        
        
          
          overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen, volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. 2°. rechtspersonen of vennootschappen; q. q. onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, en de groep waartoe die eenheid behoort; r. r. verordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschap van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 379/5).

Artikel 2

1. Op grond van deze regeling kan aan een gemeente, een stadsdeel of een samenwerkingsverband van gemeenten of stadsdelen subsidie worden verstrekt voor een basisproject of een plusproject, gericht op een structurele en integrale aanpak van zwerfafval.

2.

Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor een proeftuinproject, gericht op een innovatieve aanpak van zwerfafval, aan:

a. a. een beheerder van een voor het publiek vrij toegankelijke ruimte; b. b. een instelling of organisatie die een direct en structureel belang heeft bij de schoonheid van een vrij toegankelijke ruimte, niet zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet, of c. c. een samenwerkingsverband waarvan ten minste een partij als bedoeld in onderdeel a of b, deel uitmaakt.

3. Subsidie aan een onderneming, al dan niet als partij bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kan uitsluitend worden verstrekt als de-minimissteun als bedoeld in de verordening.

4. Een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet kan geen partij zijn bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

Artikel 3

1.

Een basisproject kan slechts voor subsidie in aanmerking komen indien:

a. a. aan de aanvragende gemeente, aan het aanvragende stadsdeel of aan één of meer gemeenten of stadsdelen van het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2004, of voor een basisproject zwerfafval als bedoeld in de Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005 of de Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006, en b. b. het betrekking heeft op het hele grondgebied van de aanvragende gemeente, van het aanvragende stadsdeel of van de gemeenten of stadsdelen van het aanvragende samenwerkingsverband.

2. De duur van een basisproject, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, bedraagt niet meer dan één jaar.

Artikel 4

1.

Een plusproject kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

a. a. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan, van de aanvragende gemeente, van het aanvragende stadsdeel of van de gemeenten of stadsdelen van het aanvragende samenwerkingsverband; b. b. in het project wordt voorzien in een projectevaluatie.

2.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject worden verstrekt:

a. a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval of daarmee vergelijkbare representatieve gegevens over de uitgangssituatie; b. b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject betrekking heeft.

3. De duur van een plusproject, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, bedraagt niet meer dan twee jaar.

Artikel 5

1.

Een proeftuinproject kan slechts voor subsidie in aanmerking komen indien:

a. a. het bijdraagt aan:

        1°.
        gedragsverandering van burgers of verandering van het beleid van instellingen of bedrijven met betrekking tot het voorkomen van zwerfafval, 
      
      
        2°.
        het efficiënter opruimen van zwerfafval, of 
      
      
        3°.
        het verbeteren van de handhaving van de regels ten aanzien van zwerfafval, en

1°. 1°. gedragsverandering van burgers of verandering van het beleid van instellingen of bedrijven met betrekking tot het voorkomen van zwerfafval, 2°. 2°. het efficiënter opruimen van zwerfafval, of 3°. 3°. het verbeteren van de handhaving van de regels ten aanzien van zwerfafval, en b. b. in het project wordt voorzien in een projectevaluatie.

2.

Een proeftuinproject dat gericht is op productinnovatie door producenten komt niet voor subsidie in aanmerking.

3.

De duur van een proeftuinproject, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, bedraagt niet meer dan twee jaar.

4. Indien de aanvraag wordt ingediend door een onderneming of indien een onderneming deel uitmaakt van het aanvragende samenwerkingsverband, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening, overeenkomstig de modelverklaring de-minimissteun.

Artikel 6

1.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt in elk geval beoordeeld op de volgende aspecten:

a. a. de mate waarin het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen; b. b. de kwaliteit van het project, mede in relatie tot de beschreven projectopzet, de kosten en de beoogde resultaten.

2. Een aanvraag tot subsidieverlening die op de aspecten, genoemd in het eerste lid, als onvoldoende wordt beoordeeld, wordt afgewezen.

Artikel 7

1. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject die niet is afgewezen op grond van artikel 3 of 6, tweede lid, wordt nader beoordeeld aan de hand van de mate van betrokkenheid van beleids- en uitvoeringsverantwoordelijke afdelingen of uitvoeringsorganisaties.

2. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject die op het aspect, genoemd in het eerste lid, als onvoldoende wordt beoordeeld, wordt afgewezen.

Artikel 8

1.

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject die niet is afgewezen op grond van artikel 4 of 6, tweede lid, wordt nader beoordeeld op de volgende aspecten:

a. a. de mate waarin de resultaten van het project van structurele invloed zijn op de uitvoering van het beleid van de aanvrager; b. b. de mate waarin de geplande maatregelen nieuw of additioneel zijn voor de aanvrager; c. c. de mate waarin door middel van het project een integrale aanpak wordt nagestreefd; d. d. de slaagkans van het project, mede beoordeeld aan de hand van de aansluiting op de nulmeting of op de daarmee vergelijkbare representatieve gegevens over de uitgangssituatie, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, en de mate waarin de beleids- en uitvoeringsverantwoordelijke afdelingen of uitvoeringsorganisaties betrokken zijn bij het project; e. e. de mate waarin het project aansluit bij de uitvoeringsagenda van het Impulsprogramma Zwerfafval.

2. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject die op de aspecten genoemd in het eerste lid als onvoldoende wordt beoordeeld, wordt afgewezen.

Artikel 9

1.

De aanvragen tot subsidieverlening voor proeftuinprojecten die niet zijn afgewezen op grond van artikel 5 of artikel 6, tweede lid, worden gerangschikt aan de hand van de volgende criteria:

a. a. de mate waarin een project een innovatief karakter heeft; b. b. de opschalings- en toepassingsmogelijkheden; c. c. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en het beoogde resultaat; d. d. de slaagkans van het project; e. e. de mate waarin kennisverspreiding een onderdeel van het project is.

2. Aan de aanvraag tot subsidieverlening wordt per criterium als bedoeld in het eerste lid, een cijfer van één tot en met vier toegekend. Het cijfer toegekend voor de criteria, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt vermenigvuldigd met drie en het cijfer toegekend voor de criteria, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermenigvuldigd met twee.

3. De aanvragen tot subsidieverlening voor proeftuinprojecten worden op grond van het totale puntenaantal, berekend overeenkomstig het tweede lid, gerangschikt.

4. Het beschikbare subsidieplafond voor proeftuinprojecten, bedoeld in artikel 15, wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking, bedoeld in het derde lid, te beginnen met het project met het hoogste puntenaantal, totdat het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 10

1.

Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

a. a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:

        1°.
        totale loonkosten van het bij de uitvoering van het project betrokken personeel, uitgaande van een voor dat personeel representatief uurtarief van ten hoogste € 34,;
      
      
        2°.
        aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
      
      
        3°.
         een opslag voor algemene kosten, ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°;

1°. 1°. totale loonkosten van het bij de uitvoering van het project betrokken personeel, uitgaande van een voor dat personeel representatief uurtarief van ten hoogste € 34,; 2°. 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; 3°. 3°. een opslag voor algemene kosten, ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°; b. b. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen op basis van historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; c. c. de kosten van afschrijving van investeringsgoederen aangeschaft voor het project en berekend op basis van de aanschafwaarde, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode over de projectduur en een levensduur van 5 jaar.

2. De kosten verbonden aan een proeftuinproject worden slechts tot de subsidiabele kosten gerekend, voor zover die kosten rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het innovatieve karakter van het project of projectresultaat.

3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen of compenseren.

4. Kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening en kosten die voortvloeien uit verplichtingen die zijn aangegaan vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend. Een uitzondering hierop vormen de kosten voor het actualiseren van een nulmeting zwerfafval of de kosten voor het verzamelen van de met de nulmeting zwerfafval vergelijkbare representatieve gegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a.

5. Niet subsidiabel zijn de kosten voor de aanschaf of afschrijving van inzamelvoertuigen en veegmateriaal voor het opruimen van zwerfafval.

Artikel 11

1. De subsidie voor een basisproject bedraagt voor een gemeente of een stadsdeel 75% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag overeenkomstig bijlage III bij deze regeling.

2. De subsidie voor een basisproject voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente of deelnemend stadsdeel gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente of dit stadsdeel afzonderlijk krachtens het eerste lid zou worden verleend.

3. De subsidie voor een plusproject bedraagt voor een gemeente of een stadsdeel 50% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag overeenkomstig bijlage III bij deze regeling.

4. In afwijking van het derde lid bedraagt de subsidie voor de actualisatie van een bestaande nulmeting zwerfafval of de kosten voor het verzamelen van de met de nulmeting zwerfafval vergelijkbare representatieve gegevens, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a: € 5.000,. Dit subsidiebedrag telt niet mee ter bepaling van het maximumbedrag overeenkomstig bijlage III van deze regeling.

5. De subsidie voor een plusproject voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente of deelnemend stadsdeel gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente of dit stadsdeel afzonderlijk krachtens het derde lid zou worden verleend.

6. De subsidie voor een proeftuinproject bedraagt 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000,.

Artikel 12

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. een geactualiseerd overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elk jaar aan SenterNovem te verstrekken overeenkomstig een door SenterNovem vastgesteld model; b. b. tot een jaar na de inhoudelijke afronding van een project medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van de resultaten van het project of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.

Artikel 13

1. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij SenterNovem te Utrecht, met gebruikmaking van aldaar verkrijgbare formulieren.

2.

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend in de volgende tijdvakken:

a. a. 1 oktober 2007 tot en met 31 oktober 2007; b. b. 1 april 2008 tot en met 30 mei 2008; c. c. 5 januari 2009 tot en met 13 maart 2009.

3. Een aanvraag tot subsidieverlening dient uiterlijk op de laatste dag van een tijdvak als genoemd in het tweede lid om 16.00 uur bij SenterNovem te Utrecht te zijn ontvangen.

4. Bij de subsidieverlening voor basisprojecten of plusprojecten wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor de betreffende projectcategorie, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

5. Indien door verstrekking van subsidie op aanvragen voor basisprojecten of plusprojecten die op dezelfde dag zijn ontvangen het subsidieplafond voor de betreffende projectcategorie zou worden overschreden, wordt de volgorde van ontvangst van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

6. Bij de subsidieverlening voor proeftuinprojecten wordt beslist overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, vierde lid.

7. In afwijking van het eerste lid wordt de subsidievaststelling aangevraagd overeenkomstig het bepaalde in artikel 14a van het Besluit milieusubsidies, indien de aanvrager een gemeente, een stadsdeel of een samenwerkingsverband van gemeenten of stadsdelen is.

Artikel 14

1. Voor een basisproject wordt een voorschot verleend van 95% van de subsidie, na goedkeuring door de minister van de nulmeting zwerfafval en het plan van aanpak zwerfafval, welke beiden door de daartoe bevoegde bestuursorganen van de aanvrager zijn vastgesteld.

2. Voor een plusproject wordt bij subsidieverlening een voorschot verleend van 70% van de subsidie. Een tweede voorschot, waarbij het eerste voorschot wordt aangevuld tot 95% van de subsidie, wordt verleend na goedkeuring door de minister van de projectevaluatie.

3. Voor een proeftuinproject wordt bij subsidieverlening een voorschot verleend van 70% van de subsidie. Indien de aanvrager een gemeente, een stadsdeel of een samenwerkingsverband van gemeenten of stadsdelen is, wordt een tweede voorschot, waarbij het eerste voorschot wordt aangevuld tot 95% van de subsidie, verleend na goedkeuring door de minister van de projectevaluatie.

Artikel 15

1. Het subsidieplafond voor aanvragen ingediend van 1 oktober 2007 tot en met 31 oktober 2007 bedraagt € 4.400.000,.

2.

Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is beschikbaar voor:

a. a. basisprojecten: € 650.000,; b. b. plusprojecten: € 2.750.000,; c. c. proeftuinprojecten: € 1.000.000,.

3. Het subsidieplafond voor aanvragen ingediend van 1 april 2008 tot en met 30 mei 2008 bedraagt € 5.000.000,.

4.

Van het bedrag, genoemd in het derde lid, is beschikbaar voor:

a. a. basisprojecten: € 500.000,; b. b. plusprojecten: € 2.500.000,; c. c. proeftuinprojecten: € 2.000.000,.

5. Het subsidieplafond voor aanvragen ingediend van 5 januari 2009 tot en met 30 januari 2009 bedraagt € 8.546.994,.

6.

Van het bedrag, genoemd in het vijfde lid, is beschikbaar voor:

a. a. basisprojecten: € 363.444,75; b. b. plusprojecten: € 6.283.549,25; c. c. proeftuinprojecten: € 1.900.000,.

Artikel 16

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2007.

2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 13, zevende lid, in werking op het tijdstip waarop een algemene maatregel van bestuur houdende wijziging van enkele besluiten in verband met de invoering van single information en single audit voor specifieke uitkeringen in werking treedt, nadat deze algemene maatregel van bestuur tot stand is gekomen.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak zwerfafval.

Bijlage I. behorende bij

Bijlage II. behorende bij

Bijlage III. behorende bij