40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling actieve zon-thermische systemen 1998 | BWBR0009114 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009114 | Subsidieregeling actieve zon-thermische systemen 1998 |
Subsidieregeling actieve zon-thermische systemen 1998
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan degene die een voorziening, bestaande uit door middel van met transparant materiaal duurzaam afgedekte en geïsoleerde zonnecollectoren, met bijbehorend vloeistofopslagvat, aanschaft en in Nederland door een ondernemer doet installeren.
2.
Geen subsidie wordt verstrekt:
a. a. indien de verplichtingen zijn aangegaan voor de inwerkingtreding van deze regeling; b. b. indien de voorziening voorafgaand aan de aanschaf reeds is gebruikt; c. c. indien de voorziening wordt geïnstalleerd in of in overwegende mate ten behoeve van een transportmiddel, installatie of gebouw dat eigendom is van of in gebruik is bij de staat; d. d. indien voor de voorziening reeds door de minister subsidie is verstrekt.
Artikel 2
1.
De subsidie bedraagt per voorziening die wordt geïnstalleerd in 1998, 1999, 2000 of 2001:
a. a. in een gebouw waarvoor de bouwvergunning voor 15 december 1995 is afgegeven € 77,14, en b. b. in een transportmiddel, installatie, of gebouw waarvoor de bouwvergunning is afgegeven op of na 15 december 1995 € 45,38, per GJ energie die daarmee jaarlijks kan worden opgebracht, doch, voor zover de voorziening jaarlijks meer dan 4 GJ energie kan opbrengen, per voorziening die wordt geïnstalleerd in 1998, 1999, 2000 of 2001 € 22,69 per GJ over dat meerdere.
2. De subsidie bedraagt, indien een aanvraag wordt ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, per voorziening die is geïnstalleerd in 1997 € 77,14 per GJ energie die daarmee jaarlijks kan worden opgebracht, doch, voor zover de voorziening jaarlijks meer dan 4 GJ energie kan opbrengen, per voorziening die wordt geïnstalleerd in 1997 € 31,76 per GJ over dat meerdere.
3. Indien ter zake van de kosten van aanschaf en installatie of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan 40 procent van de kosten.
Artikel 3
1. Hoeveel energie een voorziening jaarlijks kan opbrengen dient te blijken uit een onderzoek van de voorziening of van het type waartoe de voorziening behoort, uit te voeren door een instelling die voldoet aan de criteria van de Europese norm EN 45001. De energetische opbrengst wordt daarbij bepaald overeenkomstig de op de voorziening toepasselijke procedure, beschreven in het door de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek opgestelde rapport ’Description of the Dutch outdoor (DST) test method for solar domestic hot water systems’ (93-BBI-R1456/1) of in het door die organisatie opgestelde rapport ’Procedure ter bepaling van de opbrengsttabel van zonnecollectoren’ (93-BBI-R0736).
2. Indien het onderzoek wordt uitgevoerd door een instelling in een lidstaat van de Europese Unie, kan de energetische opbrengst tevens worden bepaald overeenkomstig een andere procedure, mits die procedure gelijkwaardige meetresultaten oplevert en de opbrengst wordt berekend voor de Nederlandse omstandigheden, beschreven in boven vermelde rapporten.
3. Een wijziging van de in het eerste lid bedoelde Europese norm 45001 wordt in de Staatscourant bekendgemaakt door kennisgeving van het referentienummer waaronder de wijziging verkrijgbaar is bij het Gemeenschappelijk Europees Normalisatie-instituut te Brussel. Bij de kennisgeving geeft de minister aan vanaf welk tijdstip de wijziging voor de toepassing van deze regeling in werking treedt.
Artikel 4
1. De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies met betrekking tot aanvragen die zijn ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, en voor subsidievaststellingen met betrekking tot aanvragen, ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van deze regeling.
2. Indien op 1 december van enig jaar van de bedragen die in dat jaar ingevolge het eerste lid beschikbaar zijn een deel resteert na aftrek van de ter zake van aanvragen ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, verleende, respectievelijk ter zake van aanvragen ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, vastgestelde subsidies en de subsidies waarvoor de aanvraag nog in behandeling is, wordt dat deel toegevoegd aan het bedrag dat in dat jaar beschikbaar is voor aanvragen ingediend met toepassing van het andere artikelonderdeel.
3. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie in 1998 bedraagt met betrekking tot aanvragen die zijn ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, f 6.000.000 en voor subsidievaststellingen met betrekking tot aanvragen die zijn ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, f 2.000.000.
Paragraaf 2. Aanvraag
Artikel 5
1.
Een aanvraag om subsidie dient te worden ingediend, naar keuze van de aanvrager:
a. a. voordat de aanvrager verplichtingen heeft aangegaan ter zake van de voorziening waarop de aanvraag betrekking heeft, hetzij b. b. nadat de aanvrager de kosten heeft gemaakt en betaald, doch uiterlijk binnen zestien weken nadat de voorziening waarop de aanvraag betrekking heeft is geïnstalleerd.
2. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 en dat vergezeld gaat van alle bescheiden die blijkens dat formulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
Artikel 6
De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7
De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Artikel 8
Indien de aanvraag is ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, houdt de beschikking de vaststelling van het bedrag van de subsidie in.
Paragraaf 3. Verplichtingen behorende bij een subsidieverlening op een aanvraag, ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid en onder a
Artikel 9
Op de subsidie-ontvanger rusten de in artikel 10 opgenomen verplichtingen.
Zij gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
Artikel 10
1. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot vaststelling van de subsidie in nadat hij de kosten heeft gemaakt en betaald, doch uiterlijk binnen dertien weken na het tijdstip waarop de voorziening is geïnstalleerd, en uiterlijk op 1 april 2002.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 en dat vergezeld gaat van alle bescheiden die blijkens dat formulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
3. De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
Paragraaf 4. Voorschotten
Artikel 11
1. Indien een beschikking tot subsidieverlening geldt voor subsidies met betrekking tot meerdere voorzieningen, kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister ten hoogste tweemaal een voorschot worden verstrekt.
2. Een voorschot bedraagt per voorziening die is geïnstalleerd en waarvan de subsidie-ontvanger de kosten heeft gemaakt en betaald 80 procent van het krachtens artikel 2 voor die voorziening geldende bedrag.
3. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste € 11 300 bedraagt.
Artikel 12
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3 en dat vergezeld gaat van alle bescheiden die blijkens dat formulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
Artikel 13
De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.
Paragraaf 5. Vaststelling van subsidies, verleend op aanvragen, ingediend met toepassing van artikel 5, eerste lid en onder a
Artikel 14
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 15
De Subsidieregeling actieve zon-thermische systemen wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling actieve zon-thermische systemen 1998.