40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling BANS klimaatconvenant | BWBR0013383 | ministeriele-regeling | geldend | 2003-07-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013383 | Subsidieregeling BANS klimaatconvenant |
Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. uitvoeringskosten: kosten voor personeel, onderzoek en communicatie; b. b. Prestatiekaart gemeenten: het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen overzicht van thema's en doelstellingen, onderscheiden in een actief, voorlopend en innovatief niveau, die zijn gericht op CO_2-reductie; c. c. Prestatiekaart provincies: het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen overzicht van thema’s en doelstellingen, onderscheiden in een actief, voorlopend en innovatief niveau, die zijn gericht op CO_2-reductie; d. d. gemeentelijke prioritaire thema's: de op de Prestatiekaart gemeenten vermelde thema's betreffende:
1°.
woningbouw, en
2°.
duurzame energie, in de betekenis van hernieuwbare energie;
1°. 1°. woningbouw, en 2°. 2°. duurzame energie, in de betekenis van hernieuwbare energie; e. e. provinciale prioritaire thema's: de thema's betreffende:
1°.
energie in de bouw, en
2°.
duurzame energie, in de betekenis van hernieuwbare energie;
1°. 1°. energie in de bouw, en 2°. 2°. duurzame energie, in de betekenis van hernieuwbare energie; f. f. basispakket:
1°.
pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het gemeentelijk klimaatbeleid ten opzichte van de nulsituatie, dat ten minste betrekking heeft op de gemeentelijke prioritaire thema’s en vier doelstellingen naar eigen keuze uit de overige thema’s op ten minste het actieve niveau, zoals vermeld op de Prestatiekaart gemeenten, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken gemeente en elkaar niet overlappen, of
2°.
pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het provinciaal klimaatbeleid ten opzichte van de nulsituatie, dat ten minste betrekking heeft op de provinciale prioritaire thema’s en vier doelstellingen naar eigen keuze uit de overige thema’s op ten minste het actieve niveau, zoals vermeld op de Prestatiekaart provincies, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken provincie en elkaar niet overlappen;
1°. 1°. pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het gemeentelijk klimaatbeleid ten opzichte van de nulsituatie, dat ten minste betrekking heeft op de gemeentelijke prioritaire thema’s en vier doelstellingen naar eigen keuze uit de overige thema’s op ten minste het actieve niveau, zoals vermeld op de Prestatiekaart gemeenten, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken gemeente en elkaar niet overlappen, of 2°. 2°. pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het provinciaal klimaatbeleid ten opzichte van de nulsituatie, dat ten minste betrekking heeft op de provinciale prioritaire thema’s en vier doelstellingen naar eigen keuze uit de overige thema’s op ten minste het actieve niveau, zoals vermeld op de Prestatiekaart provincies, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken provincie en elkaar niet overlappen; g. g. pluspakket:
1°.
pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het gemeentelijk klimaatbeleid, bestaande uit het basispakket en ten minste zes andere doelstellingen dan die waarop het basispakket betrekking heeft, zoals vermeld op de Prestatiekaart gemeenten, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken gemeente en noch die van het basispakket noch elkaar overlappen, of
2°.
pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het provinciaal klimaatbeleid, bestaande uit het basispakket en ten minste zes andere doelstellingen dan die waarop het basispakket betrekking heeft, zoals vermeld op de Prestatiekaart provincies, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken provincie en noch die van het basispakket noch elkaar overlappen;
1°. 1°. pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het gemeentelijk klimaatbeleid, bestaande uit het basispakket en ten minste zes andere doelstellingen dan die waarop het basispakket betrekking heeft, zoals vermeld op de Prestatiekaart gemeenten, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken gemeente en noch die van het basispakket noch elkaar overlappen, of 2°. 2°. pakket aan doelstellingen ter uitvoering van het provinciaal klimaatbeleid, bestaande uit het basispakket en ten minste zes andere doelstellingen dan die waarop het basispakket betrekking heeft, zoals vermeld op de Prestatiekaart provincies, die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken provincie en noch die van het basispakket noch elkaar overlappen; h. h. nulsituatie: een op basis van de Klimaatscan uitgevoerde beschrijving van het gemeentelijk klimaatbeleid onderscheidenlijk het provinciaal beleid inzake duurzame energie en energiebesparing, zoals dat is gevoerd tot een door de desbetreffende gemeente of provincie bepaalde datum, welke datum niet mag liggen vóór 1 januari 2001, alsmede de resultaten van het tot die datum gevoerde beleid; i. i. klimaatscan: klimaatscan zoals uitgevoerd overeenkomstig het door de Nederlandse organisatie voor energie en milieu opgestelde model; j. j. de minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 2
Deze regeling heeft als doel de uitvoering van het gemeentelijk en provinciaal klimaatbeleid te stimuleren, opdat gemeenten en provincies, die krachtens deze regeling subsidie hebben ontvangen, binnen vier jaar een bijdrage leveren aan de reductie van de CO_2 uitstoot in Nederland dan wel hun bijdrage daaraan intensiveren.
Artikel 3
1.
Een gemeente of een provincie komt voor subsidie in aanmerking voor de uitvoeringskosten van activiteiten gericht op de reductie van de uitstoot van CO
a. a. de aanvraag tot subsidieverlening is vergezeld van een door burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten vastgesteld plan van aanpak op hoofdlijnen volgens een door de minister ter beschikking gesteld model, ter bereiking van het in artikel 2 beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt:
1(.
de nulsituatie,
2(.
de na de nulsituatie na te streven doelstellingen en uit te voeren activiteiten die voortvloeien uit de keuze voor het basispakket of het pluspakket, en
3(.
een begroting waaruit blijkt wat de totale kosten zijn voor het realiseren van de doelstellingen en activiteiten, bedoeld onder 2(, en voor welk gedeelte van die kosten subsidie wordt aangevraagd;
1(. 1(. de nulsituatie, 2(. 2(. de na de nulsituatie na te streven doelstellingen en uit te voeren activiteiten die voortvloeien uit de keuze voor het basispakket of het pluspakket, en 3(. 3(. een begroting waaruit blijkt wat de totale kosten zijn voor het realiseren van de doelstellingen en activiteiten, bedoeld onder 2(, en voor welk gedeelte van die kosten subsidie wordt aangevraagd; b. b. de verplichtingen waartoe de gemeente of de provincie zich verbindt overeenkomen met het basispakket dan wel het pluspakket; c. c. de voorgenomen activiteiten in het plan van aanpak nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de nulsituatie; d. d. de duur van uitvoering van het plan van aanpak niet meer dan vier jaar bedraagt, gerekend vanaf de datum van toekenning van subsidie; e. e. de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet zijn of naar verwachting worden gesubsidieerd uit andere subsidieregelingen, en f. f. de gemeente of de provincie ten minste hetzelfde bedrag als de te verkrijgen subsidie beschikbaar stelt voor het realiseren van de activiteiten, bedoeld in onderdeel c.
2. Een gemeente die blijkens de nulsituatie voor één of meer van de gemeentelijke prioritaire thema’s het actieve niveau reeds heeft bereikt, kiest voor elk van deze thema’s op basis van de Prestatiekaart gemeenten ten minste vier doelstellingen die nog niet zijn bereikt, en die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken gemeente en noch de overige gekozen doelstellingen noch elkaar overlappen.
3. Een provincie die blijkens de nulsituatie voor één of meer van de provinciale prioritaire thema’s het actieve niveau reeds heeft bereikt, kiest voor elk van deze thema’s op basis van de Prestatiekaart provincies ten minste vier doelstellingen die nog niet zijn bereikt, en die blijkens de nulsituatie van toepassing zijn op de betrokken provincie en noch de overige gekozen doelstellingen noch elkaar overlappen.
4. Een gemeente waarop blijkens de nulsituatie een doelstelling uit een gemeentelijk prioritair thema niet van toepassing is, kiest voor die doelstelling een andere doelstelling op basis van de Prestatiekaart gemeenten uit de overige thema’s of de gemeentelijke prioritaire thema’s op een hoger niveau dan het reeds bereikte niveau, die op die gemeente van toepassing is en nog niet is bereikt en die de overige gekozen doelstellingen niet overlapt.
5. Een provincie waarop blijkens de nulsituatie een doelstelling uit een provinciaal prioritair thema niet van toepassing is, kiest voor die doelstelling een andere doelstelling op basis van de Prestatiekaart provincies uit de overige thema’s of de provinciale prioritaire thema’s op een hoger niveau dan het reeds bereikte niveau, die op die provincie van toepassing is en nog niet is bereikt en die de overig gekozen doelstellingen niet overlapt.
Artikel 4
1.
Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen: de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het plan van aanpak toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:
a. a. loonkosten van het bij de uitvoering van het plan van aanpak direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, b. b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en c. c. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.
3. In afwijking van het eerste lid, mag de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht houdend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en controleerbare methodiek.
4. Kosten als bedoeld in het eerste lid, die zijn gemaakt vanaf de datum, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, worden tot de subsidiabele kosten gerekend.
Artikel 5
1.
Per gemeente bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1(.
1,82 euro per inwoner, en
2(.
3,63 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 1(. 1,82 euro per inwoner, en 2(. 2(. 3,63 euro per hectare grondoppervlak.
2.
Per provincie bedraagt de subsidie voor het basispakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1(.
136.134,06 euro,
2(.
0,09 euro per inwoner, en
3(.
22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 1(. 136.134,06 euro, 2(. 2(. 0,09 euro per inwoner, en 3(. 3(. 22,24 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
3.
Per gemeente bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1(.
2,27 euro per inwoner, en
2(.
4,99 euro per hectare grondoppervlak.
1(. 1(. 2,27 euro per inwoner, en 2(. 2(. 4,99 euro per hectare grondoppervlak.
4.
Per provincie bedraagt de subsidie voor het pluspakket het laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. a. 50% van de uitvoeringskosten, of b. b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1(.
181.512 euro,
2(.
0,12 euro per inwoner, en
3(.
31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
1(. 1(. 181.512 euro, 2(. 2(. 0,12 euro per inwoner, en 3(. 3(. 31,77 euro per vierkante kilometer grondoppervlak.
5. Voor het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, onderdelen b, wordt uitgegaan van het laatstelijk op Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte inwonertal en grondoppervlak van de desbetreffende gemeente of provincie.
6. Het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste en het derde lid, van een stadsdeel van de gemeente Amsterdam wordt door de minister vastgesteld op basis van door het betrokken stadsdeel verstrekte gegevens daarover.
Artikel 6
De subsidieontvanger is verplicht:
a. a. het plan van aanpak, waarvoor subsidie is verleend, uit te voeren binnen vier jaar na de datum van toekenning van subsidie; b. b. het geactualiseerde overzicht van activiteiten waarvoor subsidie is verleend als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies in de veertiende maand na de datum van toekenning van de subsidie en vervolgens in elke twaalfde maand daarna aan de minister te verstrekken op basis van een door hem voorgeschreven model; c. c. het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies binnen zes maanden na uitvoering van het plan van aanpak aan de minister te verstrekken aan de hand van een door de minister voorgeschreven model.
Artikel 7
Het subsidieplafond voor de periode 2002 tot 2005 bedraagt: 37.000.000 euro.
Artikel 8
1. Een aanvraag tot subsidieverlening kan alleen worden ingediend door het bevoegde bestuursorgaan van een gemeente, een stadsdeel van de gemeente Amsterdam, een samenwerkingsverband van gemeenten, ingeval dat stadsdeel of samenwerkingsverband bevoegd is tot het zelfstandig voeren van een klimaatbeleid, of een provincie.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend na 28 februari 2002 en voor 1 augustus 2004.
4. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
Artikel 9
Aan een provincie of gemeente, waaraan subsidie is verleend, worden voorschotten ter beschikking gesteld ter grootte van:
a. a. 40% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen vier weken na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening; b. b. 30% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen vier weken, nadat een jaar is verstreken, na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, en c. c. 25% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen vier weken, nadat twee jaren zijn verstreken, na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2002.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling BANS klimaatconvenant.
Bijlage 1. behorende bij de
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]