rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-bestrijding-winkelcriminaliteit-g30/BWBR0016495
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30 BWBR0016495 ministeriele-regeling geldend 2004-03-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016495 Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30

Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Economische Zaken; b. b. G30: gemeenten, die behoren tot de dertig grote en middelgrote steden uit het Grotestedenbeleid, genoemd in de bijlagen bij het Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden; c. c. samenwerkingsverband: verband, bestaande uit ten minste één gemeente, welke behoort tot de G30, en ten minste één rechtspersoon die krachtens privaatrecht is ingesteld; d. d. project: voor Nederland nieuwe, planmatige activiteit, waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken en welke gericht is op preventie van criminaliteit of onveiligheid in winkelgebieden in de G30.

Artikel 2

1. De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan de deelnemers in een samenwerkingsverband die gezamenlijk een idee indienen voor een project. De subsidie wordt betaald aan de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.

2. Geen subsidie wordt verstrekt indien voor de ontwikkeling van het idee reeds krachtens een andere regeling subsidie is verstrekt.

Artikel 3

1. Er is een Adviescommissie Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30 die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 2 en ten hoogste 8 andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

3. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

4. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

5. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

6. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

7. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

8. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

9. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 4

1. Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen in de periode die loopt van de tweede dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant tot en met 31 mei 2004.

2. Een der deelnemers in het samenwerkingsverband dient de aanvraag mede namens de andere deelnemers in, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

3.

Bij de aanvraag dient, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, inzicht te worden gegeven in het idee, bedoeld in artikel 2, en in het project, waarop dat idee betrekking heeft, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:

a. a. de wijze waarop het idee in onderlinge samenwerking tot stand is gekomen en de rol van elk van de deelnemers daarbij; b. b. het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband en naam- en adresgegevens van die deelnemers; c. c. de inhoud en de doelstellingen van het project, waarop het idee betrekking heeft; d. d. de kosten en de kosteneffectiviteit van het project; e. e. de inzet van menskracht voor het project; f. f. het innovatieve karakter van het project; g. g. de overdraagbaarheid en toepasbaarheid van het project; h. h. de voorbeeldwerking van het project; i. i. de termijn waarop het project door het samenwerkingsverband in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid; j. j. de wijze en vorm van de samenwerking in het samenwerkingsverband, de onderlinge rechten en plichten van de deelnemers en de inbreng waaronder de financiële inbreng van elk van de deelnemers bij de uitvoering van het project.

Artikel 5

1. De minister wint omtrent de aanvragen het advies in van de Adviescommissie Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30.

2.

De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate:

a. a. de wijze en de vorm van samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker zichtbaar is ten aanzien van het project; b. b. de bereidheid tot het aangaan van verplichtingen van de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker is vastgelegd dan bij een ander project; c. c. het project, waarop het idee betrekking heeft, effectiever is dan een ander project; d. d. het project kosteneffectiever is dan een ander project, daarbij de hoogte van de kosten in aanmerking nemend; e. e. de inzet van menskracht doelmatiger en effectiever is dan bij een ander project; f. f. het project innovatiever is dan een ander project; g. g. de doelstellingen en uitwerking van een project beter toepasbaar en makkelijker overdraagbaar zijn dan bij een ander project; h. h. het project eenvoudiger te realiseren is dan een ander project; i. i. het project een grotere voorbeeldwerking heeft dan een ander project; j. j. de termijn waarbinnen het project in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid korter is dan bij een ander project; k. k. het project een grotere bijdrage levert aan de preventie van criminaliteit en onveiligheid in winkelgebieden in de G30 dan een ander project; l. l. het project inhoudelijk meer afwijkt van andere projecten (variëteit).

3. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het tweede lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 6

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de commissie.

2. De minister kan afwijken van het eerste lid, indien een advies van de commissie in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

3.

De subsidie bedraagt:

a. a. voor de eerste, tweede en derde hoogst gerangschikte aanvragen: € 100.000 per aanvraag; b. b. voor de vierde, vijfde en zesde hoogst gerangschikte aanvragen: € 75.000 per aanvraag; c. c. voor de zevende, achtste en negende hoogst gerangschikte aanvragen: € 50.000 per aanvraag; d. d. voor de tiende, elfde en twaalfde hoogst gerangschikte aanvragen: € 25.000 per aanvraag.

4. Indien de minister, daartoe geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat een aldus voor subsidie in aanmerking komende aanvraag in zo beduidende mate niet voldoet aan een of meer van de criteria, genoemd in artikel 5, tweede lid, dat daarmee geen wezenlijke, vernieuwende bijdrage aan het doel van deze regeling wordt gegeven, kan hij besluiten de subsidie niet te verstrekken.

Artikel 7

1. Aan de subsidie is de verplichting verbonden, dat binnen een in de beschikking tot vaststelling van de subsidie genoemde termijn door het samenwerkingsverband een project in uitvoering wordt genomen overeenkomstig hetgeen in de subsidie-aanvraag is vermeld.

2. Degene, die de aanvraag heeft ingediend, doet binnen een maand na het in uitvoering nemen van het project daarvan melding aan de minister.

3. De deelnemers in het samenwerkingsverband, dat een subsidie ontvangt, verlenen medewerking aan de openbaarmaking en verspreiding van de inhoud van het idee en de resultaten van het project door de minister.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30.

Bijlage

Ligt ter inzage bij de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemingsklimaat te Den Haag.