rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-bonus-zorgprofessionals-covid-19/BWBR0044090
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 BWBR0044090 ministeriele-regeling geldend 2024-05-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044090 Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19

Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • bonus: uitkering van € 1.000 netto aan een zorgprofessional;

  • COVID-19 uitbraak: periode van 1 maart 2020 tot 1 september 2020 waarin een uitbraak van het COVID-19 virus heeft plaatsgevonden;

  • COVID-19 uitbraak 2021: periode van 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021 waarin een uitbraak van het COVID-19 virus heeft plaatsgevonden;

  • derde: persoon, anders dan een werknemer, die bij een zorgaanbieder werkzaamheden verricht of heeft verricht op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gesloten met een ander dan de zorgaanbieder, een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

  • eindheffingsbestanddeel: eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964;

  • GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;

  • handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • jaarverslaggeving: het geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening en de andere informatie waarbij de andere informatie bestaat uit het bestuursverslag, de overige gegevens en eventueel andere financiële en niet-financiële informatie;

  • minister: de Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister; a. verklaring inzake werkelijke kosten: verklaring, ondertekend door ten minste één bestuurslid van de zorgaanbieder, waarin de zorgaanbieder aantoont:

        a.
        dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;
    
    
        b.
        dat aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en
    
    
        c.
        wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn is;
    

a. a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting; b. b. dat aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en c. c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn is;

  • werknemer: persoon die bij een zorgaanbieder werkzaam is of is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gesloten met de zorgaanbieder; a. zorgaanbieder:

        a.
        een privaatrechtelijke rechtspersoon die, een organisatorisch verband van natuurlijke personen dat of een natuurlijk persoon die:
    
    
            1°.
            bedrijfsmatig zorg verleent die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
    
    
            2°.
            een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg;
    
    
            3°.
            publieke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet publieke gezondheid verleent of doet verlenen;
    
    
            4°.
            bedrijfsmatig jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet doet verlenen;
    
    
            5°.
            een aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
    
    
            6°.
            een ADL-aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1 van de Subsidieregeling ADL-assistentie;
    
    
            7°.
            ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ondersteuning verleent; of
    
    
            8°.
            door middel van opdracht van een aanbieder als bedoeld onder 5° onmiddellijk of middellijk een voorziening in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 levert;
    
    
    
    
        b.
        de Stichting SBOH;
    
    
        c.
        de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts;
    
    
        d.
        de GezondheidsZorg Asielzoekers Nederland B.V.;
    
    
        e.
        een GGD;
    
    
        f.
        een academisch ziekenhuis als bedoel in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
    

a. a. een privaatrechtelijke rechtspersoon die, een organisatorisch verband van natuurlijke personen dat of een natuurlijk persoon die:

          1°.
          bedrijfsmatig zorg verleent die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
        
        
          2°.
          een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg;
        
        
          3°.
          publieke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet publieke gezondheid verleent of doet verlenen;
        
        
          4°.
          bedrijfsmatig jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet doet verlenen;
        
        
          5°.
          een aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
        
        
          6°.
          een ADL-aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1 van de Subsidieregeling ADL-assistentie;
        
        
          7°.
          ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ondersteuning verleent; of
        
        
          8°.
          door middel van opdracht van een aanbieder als bedoeld onder 5° onmiddellijk of middellijk een voorziening in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 levert;

1°. 1°. bedrijfsmatig zorg verleent die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet; 2°. 2°. een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg; 3°. 3°. publieke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet publieke gezondheid verleent of doet verlenen; 4°. 4°. bedrijfsmatig jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet doet verlenen; 5°. 5°. een aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; 6°. 6°. een ADL-aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1 van de Subsidieregeling ADL-assistentie; 7°. 7°. ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ondersteuning verleent; of 8°. 8°. door middel van opdracht van een aanbieder als bedoeld onder 5° onmiddellijk of middellijk een voorziening in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 levert; b. b. de Stichting SBOH; c. c. de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts; d. d. de GezondheidsZorg Asielzoekers Nederland B.V.; e. e. een GGD; f. f. een academisch ziekenhuis als bedoel in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • zorgprofessional: een werknemer of derde die werkzaamheden heeft verricht tijdens de COVID-19 uitbraak bij de zorgaanbieder.

Hoofdstuk 2. Bonus voor zorgprofessionals

Artikel 2

Op dit hoofdstuk van de regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.1 en 5.4.

Artikel 3

De minister kan subsidie verstrekken aan zorgaanbieders voor het uitkeren van een bonus aan een zorgprofessional.

Artikel 4

De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3 bedraagt maximaal € 1.800 per zorgprofessional en bestaat uit de volgende berekeningsbestanddelen:

a. a. de aan de zorgprofessional netto uitgekeerde bonus van € 1.000; en b. b. voor zover de bonus is uitgekeerd aan een werknemer: een bedrag van ten hoogste € 800 ten behoeve van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, indien deze daadwerkelijke is afgedragen; of c. c. voor zover de bonus is uitgekeerd aan een derde: een bedrag van € 750 ten behoeve van de op grond van artikel XXIII van het Belastingplan 2021 verschuldigde belasting.

Artikel 5

1. Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 september 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven, met ten minste twee werkzame personen en met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in Bijlage 1 is opgenomen.

2. In afwijking van het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een zorgaanbieder indien uit de aanduiding waarmee de zorgaanbieder op 1 september 2020 is ingeschreven in het handelsregister, naar het oordeel van de minister blijkt dat de zorgaanbieder een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in Bijlage 1 is opgenomen.

3. Dit artikel is niet van toepassing op de Stichting SBOH en de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts.

Artikel 6

De minister verstrekt:

a. a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd; b. b. indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, een subsidie waarbij op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen; c. c. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een subsidie waarbij wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en waarbij tevens rekening en verantwoording wordt afgelegd in een bijlage in de andere informatie van de jaarverslaggeving omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten.

Artikel 7

1. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 10 november 2020 om 23.59 uur door de minister ontvangen, tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.

2. Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

a. a. een opgave van het aantal zorgprofessionals die werkzaamheden hebben verricht bij de zorgaanbieder tijdens de COVID-19 uitbraak; b. b. een opgave van het aantal zorgprofessionals waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de werknemers en de derden; c. c. een opgave van het nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; d. d. een volmacht ingeval door een ander dan een tekenbevoegde bestuurder subsidie wordt aangevraagd; en e. e. een bankafschrift op naam van de aanvrager, dat niet ouder is dan drie maanden.

Artikel 8

1. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.

2.

Het besluit tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

a. a. het aantal uit te keren bonussen waarvoor subsidie wordt verleend; b. b. de hoogte van het subsidiebedrag; c. c. de wijze van verantwoording; d. d. de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht; en e. e. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.

3. Bij het besluit tot subsidieverlening, verstrekt de minister een voorschot ter hoogte van 100%.

Artikel 9

1.

De zorgaanbieder is verplicht de uitkering van de bonus aan te wijzen:

a. a. als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien van uitkeringen aan een werknemer; of b. b. als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel XXIII van het Belastingplan 2021 ten aanzien van uitkeringen aan derden.

2. De zorgaanbieder deelt schriftelijk mede aan derden die een uitkering van de bonus ontvangen dat de over de bonus verschuldigde eindheffing is afgedragen.

Artikel 10

1. De zorgaanbieder zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de gerealiseerde prestatie-eenheden en betalingen kunnen worden nagegaan.

2. De zorgaanbieder houdt voor uitkeringen van de bonus aan derden een afzonderlijke administratie bij waaruit blijkt aan wie de bonus is uitgekeerd.

3. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na vaststelling bewaard.

Artikel 11

1.

De bonus wordt uitgekeerd aan:

a. a. een werknemer die op 1 maart 2020, of bij latere indiensttreding op de datum van indiensttreding, is ingeschaald in een salarisschaal die lager is dan de salarisschaal waarvoor geldt dat het salaris in de eerste reguliere periodiek tezamen met de eindejaarsuitkering en de vakantietoeslag, bij een voltijds dienstverband, leidt tot een bruto jaarsalaris van € 73.000 of meer; b. b. een derde voor wiens werkzaamheden in het kader van een arbeidsovereenkomst gesloten met een ander dan de zorgaanbieder, een bruto uurloon is gehanteerd dat niet hoger is dan € 39; c. c. een derde die voor zijn werkzaamheden in het kader van een overeenkomst tot opdracht of overeenkomst van aanneming van werk een bruto uurtarief heeft gehanteerd dat niet hoger is dan € 88,90 inclusief btw.

2. De bonus wordt zo spoedig mogelijk door de zorgaanbieder uitgekeerd aan de zorgprofessional, doch in ieder geval binnen 5 maanden na de dagtekening van de subsidieverlening.

3. Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld melding aan de minister.

4. Bij subsidies bedoeld in artikel 6, onderdeel a, doet de subsidieontvanger onverwijld melding aan de minister indien de daadwerkelijk verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c, lager uitvalt dan het daarvoor verleende bedrag.

5. De minister besluit over de meldingen, bedoeld in het derde en vierde lid, uiterlijk ten tijde van de subsidievaststelling.

6. De minister kan bij de verstrekking van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 en van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12

1. Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, toont de zorgaanbieder op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

2. De Minister neemt uiterlijk 4 november 2022 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 3.

3. De Minister neemt uiterlijk 4 november 2023 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus 2021 aan een zorgprofessional 2021 als bedoeld in artikel 15k.

4. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

5. De minister kan eerder dan de in het tweede lid bedoelde termijn, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie nemen, na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid en artikel 15q, vijfde en zesde lid.

Artikel 13

1. Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, dient de zorgaanbieder een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

2. Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3. De zorgaanbieder toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

4. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

5. De Minister besluit uiterlijk 4 november 2022 op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 3.

6. De Minister besluit uiterlijk 4 november 2023 op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus 2021 aan een zorgprofessional 2021 als bedoeld in artikel 15k.

Artikel 14

1. Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel c, dient de zorgaanbieder een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

2. In afwijking van het eerste lid, dient de zorgaanbieder een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie, uiterlijk 3 juni 2022, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend volledig zijn verricht in het kalenderjaar 2020.

3. Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4. De zorgaanbieder legt rekening en verantwoording af aan de hand van een bijlage in de andere informatie van de jaarverslaggeving, overeenkomstig een door de minister vastgesteld en bekendgemaakt verantwoordingsprotocol.

5. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

6. De minister kan een steekproef uitvoeren voorafgaand aan de vaststelling waarbij de in de steekproef geselecteerde zorgaanbieder wordt verzocht het rapport van feitelijke bevindingen van een accountant over te leggen.

7. Het rapport van feitelijke bevindingen, als bedoeld in het zesde lid, wordt opgesteld overeenkomstig een door de minister vastgesteld en bekendgemaakt accountantsprotocol.

8. De Minister besluit uiterlijk 4 november 2022 op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 3.

9. De Minister besluit uiterlijk 4 november 2023 op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor het uitkeren van een bonus 2021 aan een zorgprofessional 2021 als bedoeld in artikel 15k.

Artikel 15

1. In afwijking van artikel 6 legt een GGD verantwoording af over de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2. De GGD vraagt uiterlijk op 15 juli na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in het eerste lid.

3. In afwijking van het tweede lid, vraagt de GGD voor de bonus 2021 uiterlijk op 15 juli 2023 en na afloop van kalenderjaar 2022 de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in het eerste lid.

4. Artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsinformatie.

5. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

6. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 15a

De minister kan een of meer bepalingen van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 3. Pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners

Artikel 15b

In dit hoofdstuk en hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:

  • budgethouder: natuurlijk persoon aan wie een pgb is verstrekt;
  • pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of als bedoeld in 8.1.1 van de Jeugdwet;
  • pgb-zorgbonus: tegemoetkoming van € 1.000 netto aan een pgb-zorgverlener;
  • pgb-zorgverlener: natuurlijk persoon die ten laste van een pgb zorg verleent;
  • SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • zorg: zorg in de zin van de Wet langdurige zorg, ondersteuning in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet;
  • zorgovereenkomst: zorgovereenkomst als bedoeld in artikel 15d.

Artikel 15c

1. De minister kan op aanvraag van een budgethouder besluiten een pgb-zorgbonus uit te betalen aan een pgb-zorgverlener die op basis van een zorgovereenkomst aan die budgethouder zorg heeft verleend tijdens de COVID-19 uitbraak, en voor zover wordt voldaan aan de overige voorwaarden in dit hoofdstuk.

2. Aan een pgb-zorgverlener wordt ten hoogste één pgb-zorgbonus uitbetaald.

Artikel 15d

1.

Een zorgovereenkomst voor de toepassing van dit hoofdstuk is een goedgekeurde overeenkomst als bedoeld in:

a. a.

      artikel 5.16 van de Regeling langdurige zorg;

b. b.

      artikel 2a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015; of

c. c.

      artikel 8a van de Regeling Jeugdwet.

2.

In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op een zorgovereenkomst die middels de vigerende vastgestelde modelovereenkomsten van de SVB is gesloten door de budgethouder met:

a. a. een zorginstelling; of b. b. een partner of een familielid.

Artikel 15e

1. Een pgb-zorgverlener kan in aanmerking komen voor een pgb-zorgbonus indien de budgethouder verklaart dat de pgb-zorgverlener werkzaamheden heeft verricht ten laste van het pgb en daarbij een uitzonderlijke prestatie heeft verricht tijdens de COVID-19 uitbraak.

2.

In afwijking van het eerste lid komt de pgb-zorgverlener niet in aanmerking voor een pgb-zorgbonus indien de zorg is verleend op basis van een zorgovereenkomst waarbij:

a. a. een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of b. b. een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 88,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

3. In afwijking van het eerste lid komt de pgb-zorgverlener niet in aanmerking voor een pgb-zorgbonus als deze tevens gemachtigd of wettelijk vertegenwoordiger is van de budgethouder, zoals geregistreerd in de administratie van de SVB, en als gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag heeft ingediend ten behoeve van zichzelf als pgb-zorgverlener.

Artikel 15f

1. Voor de aanvraag van de pgb-zorgbonus wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. De budgethouder verklaart bij de aanvraag dat de pgb-zorgverlener uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om diens persoonsgegevens aan de SVB te verstrekken en te laten verwerken ten behoeve van het verkrijgen van de pgb-zorgbonus en dat de budgethouder hierover een toestemmingsverklaring van de pgb-zorgverlener ten minste vijf jaar in zijn administratie bewaart.

3. De aanvraag wordt uiterlijk 12 april 2021 om 23.59 uur door de minister ontvangen, tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15g

1. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag en maakt dit besluit bekend aan de budgethouder.

2. De minister betaalt het bedrag van de pgb-zorgbonus in één keer uit aan de pgb-zorgverlener.

Artikel 15h

1.

De minister kan een besluit tot toekenning van een pgb-zorgbonus intrekken indien:

a. a. de budgethouder aan wie een pgb-zorgbonus is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een pgb-zorgbonus ten onrechte is toegekend; of b. b. het besluit tot toekenning van een pgb-zorgbonus anderszins onjuist was en de pgb-zorgverlener als ontvanger van de pgb-zorgbonus dat wist, dan wel behoorde te weten.

2. De minister vordert een bedrag, dat als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte is uitbetaald, terug van de pgb-zorgverlener aan wie is uitbetaald.

Hoofdstuk 4. Bonus 2021 voor zorgprofessionals 2021

Artikel 15i

In dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 wordt verstaan onder:

  • bonus 2021: een uitkering van ten hoogste € 500 netto aan een zorgprofessional 2021;
  • zorgprofessional 2021: een werknemer of derde die werkzaamheden heeft verricht tijdens de COVID-19 uitbraak 2021 bij de zorgaanbieder 2021;
  • zorgaanbieder 2021: een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 en abortusklinieken die activiteiten verrichten zoals omschreven in artikel 4 van de Subsidieregeling Abortusklinieken.

Artikel 15j

Op dit hoofdstuk van de regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.1 en 5.4.

Artikel 15k

De minister kan subsidie verstrekken aan een zorgaanbieder 2021 voor het uitkeren van een bonus 2021 aan een zorgprofessional 2021.

Artikel 15l

De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 15k bedraagt ten hoogste € 900 per zorgprofessional 2021 en bestaat uit de volgende berekeningsbestanddelen:

a. a. de aan de zorgprofessional 2021 netto uitgekeerde bonus 2021 van ten hoogste € 500; en b. b. voor zover de bonus 2021 is uitgekeerd aan een werknemer: een bedrag dat ten hoogste 80% bedraagt van de bonus 2021 ten behoeve van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, indien deze daadwerkelijk is afgedragen; of c. c. voor zover de bonus 2021 is uitgekeerd aan een derde: een bedrag dat 75% bedraagt van de bonus 2021, ten behoeve van de op grond van artikel XXIII van het Belastingplan 2021 verschuldigde belasting.

Artikel 15m

1. Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders 2021 die op 1 januari 2021 in het handelsregister stonden ingeschreven, met ten minste twee werkzame personen en met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in Bijlage 2 is opgenomen.

2. Dit artikel is niet van toepassing op de Stichting SBOH en de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts.

Artikel 15n

De minister verstrekt de subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 15k op de wijze, bedoeld in artikel 6 en artikel 15.

Artikel 15o

1. De subsidieaanvraag kan worden ingediend met ingang van 15 juni 2021 om 9.00 en wordt uiterlijk 27 juli 2021 om 18.00 uur door de minister ontvangen.

2. Voor een subsidieaanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

a. a. een verklaring van de zorgaanbieder 2021 dat deze zich er voor 15 september 2021 van zal vergewissen dat de zorgprofessional 2021 slechts één bonus 2021 ontvangt; b. b. een verklaring van de zorgaanbieder 2021 dat de zorgprofessional 2021 voor wie de bonus 2021 wordt aangevraagd, tijdens de COVID-19 uitbraak 2021 werkzaamheden heeft verricht en daarbij een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd; c. c. een verklaring van de zorgaanbieder 2021 dat aan de uitbetaling van de bonus 2021 aan de zorgprofessional 2021 geen nadere voorwaarden of verplichtingen worden verbonden, behoudens die voorwaarden en verplichtingen die volgen uit deze regeling; d. d. een volmacht ingeval door een ander dan een tekenbevoegde bestuurder subsidie wordt aangevraagd; en e. e. een bankafschrift op naam van de aanvrager, dat niet ouder is dan drie maanden.

4.

Door het indienen van een aanvraag stemt de zorgaanbieder 2021 ermee in dat in ieder geval de volgende gegevens uit het subsidiedossier openbaar gemaakt kunnen worden:

a. a. de bedrijfsnaam en de vestigingsplaats van de subsidieaanvrager; b. b. het aantal zorgprofessionals 2021 waarvoor subsidie is aangevraagd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de werknemers en de derden; en c. c. de verleende en vastgestelde subsidie.

Artikel 15p

1. De minister besluit binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 15o, eerste lid, op de subsidieaanvraag en vermeldt in het besluit in ieder geval het benoemde in artikel 8, tweede lid.

2. Bij het besluit tot subsidieverlening, verstrekt de minister een voorschot ter hoogte van 100%.

Artikel 15q

1. De zorgaanbieder 2021 is verplicht de uitkering van de bonus 2021 aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 9.

2. De zorgaanbieder 2021 heeft een administratieplicht als bedoeld in artikel 10.

3.

De bonus 2021 wordt uitgekeerd aan:

a. a. een werknemer die op 1 oktober 2020, of bij latere indiensttreding op de datum van indiensttreding, is ingeschaald in een salarisschaal die lager is dan de salarisschaal waarvoor geldt dat het salaris in de eerste reguliere periodiek tezamen met de eindejaarsuitkering en de vakantietoeslag, bij een voltijds dienstverband, leidt tot een bruto jaarsalaris van € 74.000 of meer; b. b. een derde voor wiens werkzaamheden in het kader van een arbeidsovereenkomst gesloten met een ander dan de zorgaanbieder 2021, een bruto uurloon is gehanteerd dat niet hoger is dan € 39,50; c. c. een derde die voor zijn werkzaamheden in het kader van een overeenkomst tot opdracht of overeenkomst van aanneming van werk een bruto uurtarief heeft gehanteerd dat niet hoger is dan € 89,90 inclusief btw.

4. De bonus 2021 wordt zo spoedig mogelijk door de zorgaanbieder 2021 uitgekeerd aan de zorgprofessional 2021, doch in ieder geval binnen 5 maanden na de dagtekening van de subsidieverlening.

5. Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het vierde lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld melding aan de minister.

6. Bij subsidies bedoeld in artikel 6, onderdeel a, doet de subsidieontvanger onverwijld melding aan de minister indien de daadwerkelijk verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 15l onderdelen b en c, lager uitvalt dan het daarvoor verleende bedrag.

7. De minister besluit over de meldingen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, uiterlijk ten tijde van de subsidievaststelling.

8. De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 en van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 15r

1. Subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.

2. Subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.

3. Subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel c, worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.

4. In afwijking van het derde lid, worden subsidies verleend aan de GGD vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 15.

Artikel 15s

De minister kan een of meer bepalingen van hoofdstuk 4 van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 5. Pgb-zorgbonus 2021 voor pgb-zorgverleners

Artikel 15t

In dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 wordt verstaan onder pgb-zorgbonus 2021: een tegemoetkoming van ten hoogste € 500 netto aan een pgb-zorgverlener.

Artikel 15u

Op dit hoofdstuk is Afdeling 4.2.2. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15v

1. De minister kan op aanvraag van een budgethouder besluiten een pgb-zorgbonus 2021 uit te betalen aan een pgb-zorgverlener die op basis van een zorgovereenkomst aan die budgethouder zorg heeft verleend tijdens de COVID-19 uitbraak 2021, en voor zover wordt voldaan aan de overige voorwaarden in dit hoofdstuk.

2. Aan een pgb-zorgverlener wordt ten hoogste één pgb-zorgbonus 2021 uitbetaald.

Artikel 15w

Een zorgovereenkomst voor de toepassing van dit hoofdstuk is een zorgovereenkomst als bedoeld in artikel 15d.

Artikel 15x

1. Een pgb-zorgverlener kan in aanmerking komen voor een pgb-zorgbonus 2021 indien de budgethouder verklaart dat de pgb-zorgverlener tijdens de COVID-19 uitbraak 2021 werkzaamheden heeft verricht ten laste van het pgb en daarbij een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd.

2.

In afwijking van het eerste lid komt de pgb-zorgverlener niet in aanmerking voor een pgb-zorgbonus 2021 indien de zorg is verleend op basis van een zorgovereenkomst waarbij:

a. a. een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39,50, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of b. b. een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 89,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

3. In afwijking van het eerste lid komt de pgb-zorgverlener niet in aanmerking voor een pgb-zorgbonus 2021 als deze tevens gemachtigd of wettelijk vertegenwoordiger is van de budgethouder, zoals geregistreerd in de administratie van de SVB, en als gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag heeft ingediend ten behoeve van zichzelf als pgb-zorgverlener.

Artikel 15y

1. Voor de aanvraag van de pgb-zorgbonus 2021 wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. De budgethouder verklaart bij de aanvraag dat de pgb-zorgverlener uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om diens persoonsgegevens aan de SVB te verstrekken en te laten verwerken ten behoeve van het verkrijgen van de pgb-zorgbonus 2021 en dat de budgethouder hierover een toestemmingsverklaring van de pgb-zorgverlener ten minste vijf jaar in zijn administratie bewaart.

3. De aanvraag kan worden ingediend met ingang van 15 juni 2021 om 9.00 uur en wordt uiterlijk 27 juli 2021 om 18.00 uur door de minister ontvangen.

Artikel 15z

1. De minister besluit op de aanvraag binnen 13 weken na sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 15y, derde lid, en maakt dit besluit bekend aan de budgethouder.

2. De minister betaalt het bedrag van de pgb-zorgbonus 2021 in één keer uit aan de pgb-zorgverlener.

Artikel 15aa

1.

De minister kan een besluit tot toekenning van een pgb-zorgbonus 2021 intrekken indien:

a. a. de budgethouder aan wie een pgb-zorgbonus 2021 is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een pgb-zorgbonus 2021 ten onrechte is toegekend; of b. b. het besluit tot toekenning van een pgb-zorgbonus 2021 anderszins onjuist was en de pgb-zorgverlener als ontvanger van de pgb-zorgbonus 2021 dat wist, dan wel behoorde te weten.

2. De minister vordert een bedrag, dat als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte is uitbetaald, terug van de pgb-zorgverlener aan wie is uitbetaald.

Hoofdstuk 6. Subsidieplafond bonus 2021 en pgb-zorgbonus 2021

Artikel 15ab

1. In totaal is ten hoogste € 720.000.000 beschikbaar voor de subsidie voor de activiteiten met betrekking tot de bonus 2021, bedoeld in Hoofdstuk 4, en de uitbetaling van de pgb-zorgbonus 2021, bedoeld in Hoofdstuk 5, en de daarover door de SVB op grond van artikel XXIII van het Belastingplan 2021 verschuldigde belasting.

2. Na sluiting van de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 15o en artikel 15y, beoordeelt de minister de ontvangen aanvragen.

3. Indien het in het eerste lid genoemde beschikbare bedrag ontoereikend is voor honorering van alle aanvragen die aan de voorwaarden voldoen, wordt het genoemde bedrag naar evenredigheid verdeeld.

Hoofdstuk 6a

Artikel 15ac

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • budgethouder: budgethouder als bedoeld in artikel 15b;
  • SVB: SVB als bedoeld in artikel 15b;
  • UZOVI-nummer: Unieke Zorgverzekeraarsidentificatie, een uniek nummer voor iedere zorgverzekeraar, beheerd door Vektis;
  • Vektis: de Commanditaire Vennootschap die de declaratiegegevens van alle zorgverzekeraars beheert;
  • zorg: zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zvw;
  • zorgovereenkomst: zorgovereenkomst als bedoeld in artikel 15ae;
  • Zvw: Zorgverzekeringswet;
  • Zvw-pgb: Zvw-pgb als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Zvw;
  • Zvw-pgbzorgbonus 2020: tegemoetkoming van € 1.000 netto aan een Zvw-pgbzorgverlener;
  • Zvw-pgbzorgbonus 2021: tegemoetkoming van € 384,71 netto aan een Zvw-pgbzorgverlener;
  • Zvw-pgbzorgverlener: natuurlijk persoon die ten laste van een Zvw-pgb zorg verleent.

Artikel 15ad

1. De minister kan op aanvraag van een budgethouder besluiten een Zvw-pgbzorgbonus 2020 of een Zvw-pgbzorgbonus 2021 uit te betalen aan een Zvw-pgbzorgverlener die op basis van een zorgovereenkomst aan die budgethouder zorg heeft verleend ten laste van het Zvw-pgb tijdens de COVID-19 uitbraak of COVID-19 uitbraak 2021, en voor zover wordt voldaan aan de overige voorwaarden in dit hoofdstuk.

2. Aan een Zvw-pgbzorgverlener wordt ten hoogste één Zvw-pgbzorgbonus 2020 en één Zvw-pgbzorgbonus 2021 uitbetaald.

Artikel 15ae

Een zorgovereenkomst voor de toepassing van dit hoofdstuk is een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht met een Zvw-pgbzorgverlener die betrekking heeft op een Zvw-pgb tijdens de COVID-19 uitbraak of de COVID-19 uitbraak 2021, tenzij het een zorgovereenkomst betreft die is gesloten door de budgethouder met:

a. a. een zorginstelling; of b. b. een partner of een eerste- of tweedegraads familielid.

Artikel 15af

1. Een Zvw-pgbzorgverlener kan in aanmerking komen voor een Zvw-pgbzorgbonus 2020 indien de budgethouder verklaart dat de Zvw-pgbzorgverlener werkzaamheden heeft verricht ten laste van het Zvw-pgb en daarbij een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd tijdens de COVID-19 uitbraak.

2.

In afwijking van het eerste lid komt de Zvw-pgbzorgverlener niet in aanmerking voor een Zvw-pgbzorgbonus 2020:

a. a. indien de zorg is verleend op basis van een zorgovereenkomst waarbij:

        i.
        een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39,, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of
      
      
        ii.
        een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 88,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

i. i. een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39,, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of ii. ii. een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 88,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; b. b. als de Zvw-pgbzorgverlener tevens gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger is van de budgethouder en als gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag heeft ingediend ten behoeve van zichzelf als Zvw-pgbzorgverlener; c. c. indien de Zvw-pgbzorgverlener een pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners heeft ontvangen als bedoeld in artikel 15c.

Artikel 15ag

1. Een Zvw-pgbzorgverlener kan in aanmerking komen voor een Zvw-pgbzorgbonus 2021 indien de budgethouder verklaart dat de Zvw-pgbzorgverlener werkzaamheden heeft verricht ten laste van het Zvw-pgb en daarbij een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd tijdens de Covid-19 uitbraak 2021.

2.

In afwijking van het eerste lid komt de Zvw-pgbzorgverlener niet in aanmerking voor een Zvw-pgbzorgbonus 2021:

a. a. indien de zorg is verleend op basis van een zorgovereenkomst waarbij:

        i.
        een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39,50, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of
      
      
        ii.
        of een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 88,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

i. i. een bruto uurloon is gehanteerd dat hoger is dan € 39,50, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of ii. ii. of een bruto uurtarief is gehanteerd dat hoger is dan € 88,90 inclusief btw, indien sprake is van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. b. b. als de Zvw-pgbzorgverlener tevens gemachtigd of wettelijk vertegenwoordiger is van de budgethouder en als gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag heeft ingediend ten behoeve van zichzelf als Zvw-pgbzorgverlener. c. c. indien de Zvw-pgbzorgverlener ook een pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners heeft ontvangen als bedoeld in artikel 15v.

Artikel 15ah

1. Voor de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. De aanvraag wordt door de budgethouder ingediend in de periode van maandag 2 september 2024 09.00 uur tot en met donderdag 24 oktober 2024 18.00 uur.

3.

Indien de budgethouder geen gebruik maakt van de ondersteuning als bedoeld in artikel 13a, achtste lid, van de Zvw, gaat de aanvraag vergezeld van:

a. a. een kopie van een zorgovereenkomst als bedoeld in artikel 15ae; b. b. de naam van de verzekeraar en het polisnummer van de verzekering zoals deze tijdens de COVID-19 uitbraak gold; c. c. een kopie van een gelakt bankafschrift, waaruit de uitbetaling van een zorgfactuur aan de zorgverlener ten tijde van de COVID-19 uitbraak blijkt; d. d. een machtiging, indien de budgethouder zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde of een beschikking, indien de budgethouder zich laat vertegenwoordigen door een wettelijk vertegenwoordiger; en e. e. een kopie van een zorgfactuur, waaruit blijkt dat tijdens de COVID-19 uitbraak zorg is gedeclareerd uit het Zvw-pgb door de Zvw-pgbzorgverlener.

4. De budgethouder verklaart bij de aanvraag dat hij uitdrukkelijk toestemming geeft om diens persoonsgegevens door de SVB te laten verwerken ten behoeve van het verkrijgen van de Zvw-pgbzorgbonus 2020.

5. De Zvw-pgbzorgverlener verklaart bij de aanvraag dat hij uitdrukkelijk toestemming geeft om diens persoonsgegevens door de SVB te laten verwerken ten behoeve van het verkrijgen van de Zvw-pgbzorgbonus 2020.

6.

In aanvulling op het vierde lid, verklaart de budgethouder die geen gebruik maakt van de ondersteuning als bedoeld in artikel 13a, achtste lid van de Zvw, ten behoeve van het verkrijgen van de Zvw-pgb zorgbonus 2020dat hij uitdrukkelijk toestemming geeft:

a. a. aan de SVB om diens persoonsgegevens met Vektis te delen, als bedoeld in artikel 15aj; en b. b. aan Vektis om zijn persoonsgegevens te verwerken.

7. De SVB is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de budgethouder en de Zvw-pgbzorgverlener die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van een aanvraag om een Zvw-pgbzorgbonus 2020 te verkrijgen.

Artikel 15ai

1. Voor de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2021 wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2. De aanvraag wordt door de budgethouder ingediend in de periode van maandag 2 september 2024 09.00 uur tot en met donderdag 24 oktober 2024 18.00 uur.

3. Voor de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2021 is artikel 15ah, derde tot en met het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15aj

1. De minister besluit op de aanvraag binnen 13 weken na sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 15ah, tweede lid, en artikel 15ai, tweede lid, en maakt dit besluit bekend aan de budgethouder.

2. De minister betaalt het bedrag van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 of Zvw-pgbzorgbonus 2021 in één keer uit aan de Zvw-pgbzorgverlener.

Artikel 15ak

1. Als de budgethouder geen gebruik maakt van de ondersteuning als bedoeld in artikel 13a, achtste lid van de Zvw, kan de SVB bij Vektis een informatieverzoek indienen over de aanwezigheid van een Zvw-pgb tijdens de COVID-19 uitbraak of de COVID-19 uitbraak 2021.

2.

De SVB deelt de volgende informatie over de budgethouder, bij het indienen van een informatieverzoek bij Vektis:

a. a. het polisnummer dat de budgethouder bij de verzekeraar had in de periode waarop de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 of Zvw-pgbzorgbonus 2021 betrekking heeft; b. b. het UZOVI-nummer van de verzekering dat de budgethouder had in de periode waarop de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 of Zvw-pgbzorgbonus 2021 betrekking heeft; en c. c. de perioden waarvoor de aanvraag van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 of Zvw-pgbzorgbonus 2021 is ingediend.

Artikel 15al

1.

De minister kan een besluit tot toekenning van een Zvw-pgbzorgbonus 2020 of Zvw-pgbzorgbonus 2021 intrekken indien:

a. a. de budgethouder aan wie een Zvw-pgbzorgbonus 2020 en Zvw-pgbzorgbonus 2021 is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een Zvw-pgbzorgbonus 2020 en Zvw-pgbzorgbonus 2021 ten onrechte is toegekend; of b. b. het besluit tot toekenning van een Zvw-pgbzorgbonus 2020 en Zvw-pgbzorgbonus 2021 anderszins onjuist was en de Zvw-pgbzorgverlener als ontvanger van de Zvw-pgbzorgbonus 2020 en Zvw-pgbzorgbonus 2021 dat wist, dan wel behoorde te weten.

2. De minister vordert een bedrag, dat als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte is uitbetaald, terug van de Zvw-pgbzorgverlener aan wie is uitbetaald.

Artikel 15am

De minister kan een of meer bepalingen van hoofdstuk 7 van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 15an

Deze regeling berust mede op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020 en vervalt met ingang van 1 oktober 2025.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19.

Bijlage 1. Lijst met sbi-codes

Als bedoeld in artikel 5 van de onderhavige regeling, wordt subsidie enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 september 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven, met een hoofd- of nevenactiviteit met de daarbij horende SBI-code die voorkomt op de onderstaande lijst.

Bijlage 2. Lijst met SBI-codes bonus 2021

Als bedoeld in artikel 15m van de onderhavige regeling, wordt subsidie enkel verstrekt aan een zorgaanbieder 2021 die op 1 januari 2021 in het Handelsregister stond ingeschreven, met een hoofd- of nevenactiviteit met de daarbij horende SBI-code die voorkomt op de onderstaande lijst.