rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-dieptepilot-voor-de-opleidingsschool-en-academische-school-2005/BWBR0018786
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling dieptepilot voor de opleidingsschool en academische school 20052008 BWBR0018786 ministeriele-regeling geldend 2005-10-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018786 Subsidieregeling dieptepilot voor de opleidingsschool en academische school 20052008

Subsidieregeling dieptepilot voor de opleidingsschool en academische school 20052008

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap; b. b. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. c. school: een uit s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b van de Wet educatie en beroepsonderwijs; d. d. primair onderwijs: het onderwijs, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; e. e. voortgezet onderwijs: het onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; f. f. BVE: het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs; g. g. een opleidingsschool: een school waar een relatief groot deel van de formatie wordt bezet door leraren die nog in opleiding zijn en die veelal na het afronden van de lerarenopleiding elders een betrekking zullen vinden; h. h. een academische school: een school die de opleidingsfunctie combineert met een sterk op de praktijk gerichte onderzoeks- en innovatiecomponent; i. i. format: het in de bijlage bij deze regeling opgenomen format projectvoorstel subsidieregeling Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 20052008.

Artikel 2

De regeling heeft als doel dat een aantal scholen zich, in aansluiting op de doelstellingen uit de beleidsagenda lerarenopleidingen 20052008 op het punt van opleiden in de school, ontwikkelen tot academische school of opleidingsschool die dient als goed praktijkvoorbeeld. De scholen waarvoor in het kader van deze regeling subsidie wordt verstrekt, onderzoeken aan de hand van een project in de eigen praktijk onder welke voorwaarden die school een succes kan zijn, welke investeringen dat van een school vraagt en op welke wijze de kwaliteit van het opleiden in de school duurzaam kan worden geborgd en toetsbaar gemaakt.

Artikel 3

Een bevoegd gezag kan in aanmerking komen voor subsidie indien uit een, op een projectvoorstel volgend, projectplan dat is opgesteld overeenkomstig artikel 8, blijkt dat het project leidt tot het praktijkvoorbeeld bedoeld in artikel 2 eerste volzin.

Artikel 4

1. Voor subsidieverlening in het kader van deze regeling is een bedrag van € 42.000.000, beschikbaar, te weten in 2006 € 14.000.000,, in 2007 € 14.000.000, en in 2008 € 14.000.000,.

2. Subsidieverlening ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 5

1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt per project een maximumbedrag van € 400.000, per kalenderjaar, tot een maximum van € 1.200.000, voor het totale project. De totale subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 maart 2006 tot en met 31 juli 2008.

2. Onverminderd het eerste lid, bedraagt de subsidie niet meer dan 70 procent van de totale kosten van het project.

3. Er wordt voor maximaal 35 projecten subsidie verleend.

4. De minister kan in uitzonderlijke gevallen besluiten om voor meer dan 35 projecten subsidie te verlenen, mits het totaal van de subsidieverlening de bedragen genoemd in artikel 4 niet overschrijdt. De minister kan hiertoe besluiten indien dit voor de doelstellingen van de pilot van toegevoegde waarde is, bijvoorbeeld in verband met de gewenste diversiteit in projecten of regionale spreiding.

Artikel 6

1.

Het bevoegd gezag maakt zijn belangstelling voor het uitvoeren van een project kenbaar door uiterlijk op 31 oktober 2005 per e-mail zijn projectvoorstel in te dienen bij KPMG Business Advisory Services B.V. Daartoe zendt hij een volledig ingevuld format in. Projectvoorstellen die niet voor 31 oktober 2005 om 12.00 uur per e-mail zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen.

Het projectvoorstel moet worden gezonden aan het volgende e-mailadres: opleidenindeschool@KPMG.nl. Uiterlijk in dezelfde week moet datzelfde projectvoorstel ook per post zijn ontvangen op respectievelijk zijn bezorgd bij het in het format genoemde post- respectievelijk bezorgadres.

Uit het ingevulde format moet blijken of het projectvoorstel is gericht op de opleidingsschool of op de academische school.

2. De minister beoordeelt een tijdig ingediend projectvoorstel op grond van de criteria genoemd in artikel 7. Die beoordeling leidt tot een afwijzend besluit of tot een uitnodiging tot indiening van een projectplan.

3. Het bevoegd gezag dat op basis van zijn projectvoorstel daartoe wordt uitgenodigd, moet uiterlijk op 28 maart 2006 een uitgewerkt projectplan als bedoeld in artikel 8 indienen bij KPMG Business Advisory Services B.V. Het projectplan wordt per e-mail gezonden aan het in het eerste lid bedoelde e-mailadres. Uiterlijk in dezelfde week moet datzelfde projectplan ook per post zijn ontvangen op respectievelijk zijn bezorgd bij het in het format genoemde post- respectievelijk bezorgadres. Projectplannen die tijdig zijn ontvangen en voldoen aan de in artikel 8 genoemde criteria, komen in aanmerking voor subsidie.

4. KPMG Business Advisory Services B.V. bereidt de selectie van de projectvoorstellen en de beoordeling van projectplannen voor. Zij doet dit op basis van de criteria zoals opgenomen in het format en de artikelen 7 en 8.

5. De minister voorziet uiterlijk vóór 1 februari 2006 in een gelijktijdige beslissing op de tijdig ingediende projectvoorstellen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a.

6. De minister voorziet 19 mei 2006 in een gelijktijdige beslissing op de projectplannen.

Artikel 7

1.

Bij de beoordeling van de projectvoorstellen bedoeld in artikel 6, tweede lid, worden de volgende criteria gehanteerd:

a. a. kwaliteit: alleen die voorstellen kunnen worden geselecteerd die het meest geschikt zijn om bij te dragen aan de doelomschrijving bedoeld in artikel 2, dat wil zeggen de projectvoorstellen die op basis van de beoordeling van het ingevulde format op alle onderdelen tezamen als bedoeld in het tweede lid, de hoogste score behalen, berekend volgens het bepaalde in het derde lid. b. b. spreiding naar sector: in beginsel wordt uitgegaan van een verdeling van 30 projecten in primair onderwijs en voortgezet onderwijs en 5 projecten in BVE. c. c. opleidingsschool en academische school per sector: per sector worden minimaal 2 voorstellen voor een academische school geselecteerd, mits voldoend aan de kwaliteitscriteria d. d. diversiteit: de pilot moet leiden tot voorbeelden die aansluiten bij de diversiteit in keuze van scholen bij het opleiden in de school. e. e. spreiding naar regio: bij gelijke geschiktheid, dat wil zeggen indien de beoordeling aan de hand van a, b, c en d ertoe leidt dat meer dan 35 projectvoorstellen in aanmerking kunnen komen een projectplan uit te werken, kan evenwichtige spreiding naar regio uiteindelijk een rol spelen bij de selectie.

2.

De onderdelen in het format hebben betrekking op:

a. a. algemene gegevens over de in het project betrokken

        
        school of scholen,
      
      
        
        opleiding(en) voor onderwijspersoneel en
      
      
        
        eventuele overige partners.
      
    
    Voor elk van de betrokkenen wordt aangegeven waarom en met welke rol in het project wordt deelgenomen;

school of scholen, opleiding(en) voor onderwijspersoneel en eventuele overige partners. b. b. motivatie; c. c. doelstellingen en beoogde resultaten; d. d. eigen ervaring met het opleiden in de school; e. e. inhoud van het project; f. f. belang van het project voor andere scholen in de regio; g. g. met het project gemoeide kosten h. h. onderkende risicos.

3. In het format wordt voor elk van de onderdelen aangegeven in welke mate deze maximaal meeweegt in de bepaling van de geschiktheid bedoeld in het eerste lid onder a. Voor de bepaling van die geschiktheid worden alle projectvoorstellen per onderdeel met elkaar vergeleken op basis waarvan een rangorde en daaruit volgende score voor elk der projectvoorstellen wordt vastgesteld.

Artikel 8

1.

In het projectplan wordt het projectvoorstel nader uitgewerkt. Het projectplan bevat in elk geval de volgende elementen:

a. a. de doelstellingen en resultaten die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen beogen te bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. b. een overzicht van de doelgroepen waar het project zich op richt en het aantal personeelsleden dat wordt opgeleid in het kader van deze regeling, binnen de projectperiode; c. c. een activiteitenplan dat op overtuigende wijze inzicht geeft in de manier waarop de aanvrager het projectresultaat zal verwezenlijken binnen de projectperiode met daaraan gekoppeld een tijdsplanning; d. d. een begroting voor de te verrichten activiteiten, die in elk geval inzicht geeft in de activiteiten die met de subsidie worden gefinancierd en in de activiteiten waarvoor eigen middelen worden ingezet. De begroting wordt opgesteld per kalenderjaar.

2. Bij de uitnodiging bedoeld in de eerste volzin van artikel 6, tweede lid, kunnen vormvoorschriften nader worden uitgewerkt en kunnen de elementen bedoeld in het eerste lid worden voorzien van wegingsfactoren.

Artikel 9

1. De subsidie wordt uitsluitend aangewend ter dekking van die uitgaven die zijn verbonden aan de uitvoering van het goedgekeurde projectplan.

2. Indien de subsidie meer bedraagt dan 70 procent van de overeenkomstig het goedgekeurde projectplan gerealiseerde kosten, wordt dat meerdere teruggevorderd.

3. Indien ten laste van de verstrekte subsidie uitgaven worden gedaan in strijd met de subsidievoorwaarden, worden de daarmee gemoeide middelen teruggevorderd.

Artikel 10

De subsidie wordt in drie termijnen betaald, achtereenvolgens op uiterlijk 1 juli 2006, 1 juni 2007 en 1 maart 2008, met dien verstande dat betaling van de tweede en derde termijn alleen geschiedt onder de voorwaarde van goedkeuring van de in artikel 11 bedoelde tussenrapportage.

Artikel 11

1. Uiterlijk 15 maart 2007 zendt de subsidieontvanger aan Cfi een inhoudelijke en financiële tussenrapportage en accountantsverklaring over de besteding van de verstrekte subsidie tot en met 31 december 2006. Op grond van de tussenrapportage wordt een besluit genomen over de voortzetting van het project.

2. Vier maanden na afloop van het project, doch uiterlijk 30 november 2008, zendt de subsidieontvanger aan Cfi de inhoudelijke en financiële eindverantwoording en accountantsverklaring over het gehele project.

3. De accountantsverklaring bedoeld in het eerste en tweede lid omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie, conform het bepaalde in artikel 9.

4. Tussenrapportage en eindverantwoording bevatten een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt dat per activiteit inzicht geeft in de daarmee gemoeide middelen, een overzicht van de daarmee bereikte resultaten en, voorzover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.

5. Uiterlijk zes weken na ontvangst van de eindverantwoording wordt de subsidie definitief vastgesteld.

Artikel 12

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 13

De regeling zal met format en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing in de Staatscourant. De regeling vervalt op 1 januari 2011.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als de Subsidieregeling dieptepilot voor de opleidingsschool en academische school 20052008.

Bijlage . Format projectvoorstel subsidieregeling Dieptepilot voor de opleidingsschool en de academische school 20052008