rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-elektrische-personenautos-particulieren/BWBR0043600
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling elektrische personenautos particulieren BWBR0043600 ministeriele-regeling geldend 2020-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043600 Subsidieregeling elektrische personenautos particulieren

Subsidieregeling elektrische personenautos particulieren

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanschaf: verkrijging van de eigendom, bedoeld in artikel 3:84, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek krachtens koop;

  • aanvrager: natuurlijk persoon die een subsidie aanvraagt op grond van deze regeling; a. actieradius: actieradius van een elektrische personenauto op datum eerste toelating zoals gemeten op grond van de:

        a.
        WLTP; of
    
    
        b.
        NEDC, indien de gegevens over de actieradius op grond van de WLTP niet beschikbaar zijn;
    

a. a. WLTP; of b. b. NEDC, indien de gegevens over de actieradius op grond van de WLTP niet beschikbaar zijn;

  • autobedrijf: erkend bedrijf bedrijfsvoorraad als bedoeld in artikel 1 van het Kentekenreglement;
  • catalogusprijs: catalogusprijs, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de belasting van personenautos en motorrijwielen 1992 vermeerderd met de belasting van personenautos en motorrijwielen ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van die wet;
  • datum van eerste toelating: datum van eerste toelating, bedoeld in artikel 2.2 van de Regeling voertuigen;
  • eerste inschrijving en tenaamstelling: eerste inschrijving en tenaamstelling, bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement;
  • elektrische personenauto: personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, die vanaf de datum van eerste toelating volledig emissieloos is en uitsluitend wordt aangedreven door een elektromotor;
  • emissieloos: zonder uitstoot van CO_2;
  • gebruikte personenauto: elektrische personenauto, niet zijnde een nieuwe elektrische personenauto;
  • kentekenregister: kentekenregister, bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994;
  • Keurmerk Private Lease: Keurmerk Private Lease dat wordt gehanteerd door de Stichting Keurmerk Private Lease;
  • koopovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tot koop, als bedoeld in artikel 7:1 van het Burgerlijk Wetboek;
  • personenauto: personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
  • lease: operational leasing, bedoeld in artikel 3.3 van het besluit Omzetbelasting, leasing;
  • lessee: natuurlijke persoon die een overeenkomst tot lease sluit met een lessor;
  • lessor: onderneming die een overeenkomst tot lease sluit met een lessee;
  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • NEDC: New European Driving Cycle, bedoeld in Regulation no. 101, van de National Economic Development Council, UNECE R101;
  • nieuwe personenauto: personenauto waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling, gelijk zijn;
  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
  • WLTP: Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure bedoeld in Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (Pb EU, L 175);
  • woonadres: woonadres bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen.

Artikel 1.2

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van de aanschaf en lease van volledig elektrische personenautos in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren, teneinde de emissie van CO_2 te verminderen.

Artikel 1.3

De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling, aan een natuurlijk persoon met een woonadres in Nederland op aanvraag subsidie verstrekken voor de:

a. a. aanschaf van een nieuwe elektrische personenauto; b. b. aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto; c. c. lease van een nieuwe elektrische personenauto; d. d. lease van een gebruikte elektrische personenauto.

Artikel 1.4

1.

In 2020 en 2021 bedraagt de subsidie:

a. a. € 4.000 voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto; b. b. € 2.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto;

2.

In 2022 bedraagt de subsidie:

a. a. € 3.350 voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto; b. b. € 2.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

3.

In 2023 bedraagt de subsidie:

a. a. € 2.950 voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto; b. b. € 2.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

4.

In 2024 bedraagt de subsidie:

a. a. € € 2.950 voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto; b. b. € 2.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

5. Bepalend voor de hoogte van de subsidie is de datum waarop de overeenkomst tot lease of de koopovereenkomst is ondertekend.

Artikel 1.5

1.

De subsidieplafonds voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 zijn:

a. a. € 10.000.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenautos; b. b. € 7.200.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto;

2.

De subsidieplafonds voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 zijn:

a. a. € 14.400.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenautos; b. b. € 13.500.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto;

3.

De subsidieplafonds voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 zijn:

a. a. € 71.000.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenautos; b. b. € 20.400.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

4.

De subsidieplafonds voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 zijn:

a. a. € 67.000.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenautos; b. b. € 32.400.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

5.

De subsidieplafonds voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 zijn:

a. a. € 58.000.000 voor de aanschaf of lease van nieuwe elektrische personenautos; b. b. € 52.500.000 voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto.

6. Indien het subsidieplafond wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant.

Artikel 1.6

1. De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

2. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften, als datum van ontvangst.

3. Indien de Minister op de dag dat het subsidieplafond is bereikt, meer dan één volledige aanvraag heeft ontvangen, stelt hij de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.

Artikel 1.7

Gedurende de looptijd van deze regeling kan een aanvrager slechts eenmaal in aanmerking komen voor een subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 1.8

1. Een natuurlijk persoon kan een aanvraag voor subsidie indienen op grond van deze regeling.

2. Een aanvraag kan bij de Minister worden ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.

3. Als tijdstip van indiening van een aanvraag geldt de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

4. De Minister kan de aanvrager naar aanleiding van de aanvraag verzoeken documenten te overleggen met betrekking tot de aanschaf of lease van de elektrische personenauto.

Artikel 1.9

1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend na de datum van ondertekening van de overeenkomst tot lease of de koopovereenkomst, met dien verstande dat de aanvraag tot subsidieverlening uitsluitend kan worden ingediend voor overeenkomsten tot lease of koop die zijn gesloten in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

2.

De aanvraag tot subsidieverlening voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto kan worden ingediend:

a. a. In 2020 van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020, 12.00 uur; b. b. In 2021 van 4 januari 2021, 9.00 uur tot en met 31 december 2021, 12.00 uur; c. c. In 2022 van 3 januari 2022, 9.00 uur tot en met 31 december 2022, 12.00 uur; d. d. In 2023 van 10 januari 2023, 9.00 uur tot en met 29 december 2023, 12.00 uur; en e. e. In 2024 van 9 januari 2024, 9.00 uur tot en met 27 december 2024, 12.00 uur.

3.

De aanvraag tot subsidieverlening voor de aanschaf of lease van een gebruikte elektrische personenauto kan worden ingediend:

a. a. In 2020 van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020, 12.00 uur; b. b. In 2021 van 4 januari 2021, 9.00 uur tot en met 31 december 2021, 12.00 uur; c. c. In 2022 van 3 januari 2022, 9.00 uur tot en met 31 december 2022, 12.00 uur; d. d. In 2023 van 10 januari 2023, 9.00 uur tot en met 29 december 2023, 12.00 uur; en e. e. In 2024 van 9 januari 2024, 9.00 uur tot en met 27 december 2024, 12.00 uur.

4. Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond voor het betreffende jaar, bedoeld in artikel 1.5, zesde lid, kan in afwijking van het tweede en derde lid geen aanvraag meer worden ingediend.

Artikel 1.10

1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de aanschaf of lease van een nieuwe elektrische personenauto kan worden ingediend tot uiterlijk 18 maanden na de datum van verlening van de subsidie.

2. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de aanschaf of lease van een gebruikte personenauto kan worden ingediend tot uiterlijk 6 maanden na de datum van verlening van de subsidie.

3. De aanvrager kan een verzoek doen tot uitstel van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de levertijd van de personenauto langer is dan de periode genoemd in het eerste lid.

Artikel 1.11

1. De beschikking op een aanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2. Indien de beschikking niet binnen 13 weken kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met diezelfde termijn worden verlengd.

Artikel 1.12

Bij subsidieverlening wordt geen voorschot verstrekt.

Artikel 1.13

De Minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling.

Artikel 1.14

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan de Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem; b. b. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde omstandigheden of wijziging van zijn gegevens die van belang zijn in verband met de subsidieverstrekking op grond van deze regeling; c. c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen; d. d. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.

2. Zodra het redelijkerwijs aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt of zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.

3. De Minister kan in de beschikking tot subsidieverstrekking nadere verplichtingen opleggen.

Hoofdstuk 2. Subsidie personenautos

Paragraaf 1. Subsidie aanschaf nieuwe elektrische personenautos

Artikel 2.1.1

Voor de subsidieverstrekking moet zijn voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. a. de aanschaf van een nieuwe elektrische personenauto door de aanvrager vindt plaats op basis van een koopovereenkomst; b. b. de koopovereenkomst is niet eerder gesloten dan op de datum van publicatie van deze regeling; c. c. de catalogusprijs van de elektrische personenauto is op de datum van ondertekening van de koopovereenkomst niet lager dan € 12.000 en niet hoger dan € 45.000; d. d. de elektrische personenauto heeft een actieradius van minimaal 120 km; e. e. de koopovereenkomst is gesloten in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag voor de subsidie is ingediend.

Artikel 2.1.2

Bij de aanvraag tot verlening van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de subsidieaanvrager; b. b. de datum van ondertekening van de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a; c. c. het merk, type en handelsbenaming van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst; d. d. de catalogusprijs van de personenauto, zoals deze gold op de datum van ondertekening van de koopovereenkomst;

Artikel 2.1.3

Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a; b. b. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.1.4

Na vaststelling van de subsidie vindt de betaling van het subsidiebedrag plaats op de bankrekening genoemd in artikel 2.1.3, onderdeel b.

Artikel 2.1.5

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. de personenauto die is genoemd in de koopovereenkomst, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, op zijn naam te hebben staan in het kentekenregister; b. b. er zorg voor te dragen dat de personenauto, bedoeld in het eerste lid, vanaf de datum van de tenaamstelling, gedurende drie jaar ononderbroken op zijn naam is gesteld in het kentekenregister; c. c. te beschikken over de koopovereenkomst gedurende drie jaar na de datum van eerste inschrijving en tenaamstelling in het kentekenregister van de personenauto op zijn naam; d. d. op verzoek de koopovereenkomst te overleggen; e. e. de personenauto die is aangeschaft met subsidie uitsluitend in te brengen in het privévermogen van de subsidieontvanger.

2. De verplichting van het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een andere elektrische personenauto koopt of leaset die ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en deze andere auto gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam in het kentekenregister is gesteld. In dit geval wordt de vaststellingsbeschikking op verzoek van de subsidieontvanger, na verstrekking van het kenteken van deze andere auto, dienovereenkomstig gewijzigd.

3. Het bepaalde in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de gewijzigde vaststellingsbeschikking bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.1.6

1. Onverminderd de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister besluiten de vaststelling van de subsidie te wijzigen en het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie terug te vorderen indien niet is voldaan aan artikel 2.1.5, eerste lid, onderdeel b.

2. Het onverschuldigd betaalde van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door 1/36^e van het verstrekte subsidiebedrag te vermenigvuldigen met het aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 2.1.5, eerste lid, onderdeel b.

Paragraaf 2. Subsidie aanschaf gebruikte elektrische personenautos

Artikel 2.2.1

1. De aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto door de aanvrager vindt plaats op basis van een koopovereenkomst, gesloten met een autobedrijf.

2.

De personenauto, bedoeld in het eerste lid, heeft niet eerder op naam gestaan van:

a. a. de aanvrager; b. b. een persoon die op de datum van de aanvraag het zelfde woonadres heeft als de aanvrager.

3. De koopovereenkomst is niet eerder gesloten dan op de datum van publicatie van deze regeling.

4. De catalogusprijs van de personenauto was op de datum van eerste toelating niet lager dan € 12.000 en niet hoger dan € 45.000.

5. De personenauto is vanaf de datum van eerste toelating uitsluitend aangemerkt als een elektrische personenauto.

6. De elektrische personenauto heeft een actieradius van minimaal 120 km.

7. De koopovereenkomst is gesloten in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag voor de subsidie is ingediend.

Artikel 2.2.2

Bij de aanvraag tot verlening van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de subsidieaanvrager; b. b. de naam en het adres van het autobedrijf; c. c. de datum van ondertekening van de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid; d. d. het merk, type en handelsbenaming van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst; e. e. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid; f. f. de catalogusprijs van de personenauto bedoeld in artikel 2.2.1, vierde lid;

Artikel 2.2.3

Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid; b. b. het IBAN-nummer verstrekt van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.2.4

Na vaststelling van de subsidie vindt de betaling van het subsidiebedrag plaats op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.2.5

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. de personenauto, genoemd in de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, op zijn naam te stellen in het kentekenregister; b. b. er zorg voor te dragen dat de personenauto bedoeld in het vorige lid, gedurende drie jaar vanaf de datum van de tenaamstelling op zijn naam, ononderbroken op zijn naam is gesteld in het kentekenregister; c. c. te beschikken over de koopovereenkomst tot drie jaar na de datum van de tenaamstelling in het kentekenregister op zijn naam; d. d. op verzoek de koopovereenkomst te overleggen; e. e. de personenauto bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, uitsluitend in te brengen in het privévermogen van de subsidieontvanger.

2. De verplichting van het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een andere elektrische personenauto koopt of leaset die ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en deze andere auto gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam in het kentekenregister is gesteld. In dit geval wordt de vaststellingsbeschikking op verzoek van de subsidieontvanger, na verstrekking van het kenteken van deze andere auto, dienovereenkomstig gewijzigd.

3. Het bepaalde in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de gewijzigde vaststellingsbeschikking bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.2.6

1. Onverminderd de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister besluiten de vaststelling van de subsidie te wijzigen en het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie terug te vorderen indien niet is voldaan aan artikel 2.2.5, eerste lid, onderdeel b.

2. Het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door 1/36^e van het verstrekte subsidiebedrag te vermenigvuldigen met het aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 2.2.5, eerste lid, onderdeel b.

Paragraaf 3. Subsidie lease nieuwe elektrische personenautos

Artikel 2.3.1

1. De lease van een nieuwe elektrische personenauto door de aanvrager vindt plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst tot lease, gesloten met een lessor die het Keurmerk Private Lease voert.

2. Het Keurmerk Private Lease is van toepassing op de overeenkomst tot lease.

3. De overeenkomst tot lease is niet eerder gesloten dan op de datum van publicatie van deze regeling.

4. De catalogusprijs van de personenauto is op de datum van ondertekening van de overeenkomst tot lease niet lager dan € 12.000 en niet hoger dan € 45.000.

5. De elektrische personenauto heeft een actieradius van minimaal 120 km.

6. De overeenkomst tot lease is gesloten in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag voor de subsidie is ingediend.

Artikel 2.3.2

Bij de aanvraag tot verlening van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de subsidieaanvrager; b. b. de naam en het adres van de lessor; c. c. de datum van ondertekening van de overeenkomst tot lease bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid; d. d. het merk, type en handelsbenaming van de personenauto die is vermeld in de overeenkomst tot lease; e. e. de catalogusprijs van de personenauto, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, zoals deze gold op de datum van ondertekening van de overeenkomst tot lease.

Artikel 2.3.3

Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de overeenkomst tot lease bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid. b. b. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.3.4

1. Na vaststelling wordt de subsidie betaald in maandelijkse termijnen van 1/48^e deel van het subsidiebedrag.

2. De betaling van de subsidie vindt plaats op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.3.5

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. de personenauto, genoemd in de overeenkomst tot lease, bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, op zijn naam te hebben staan in het kentekenregister; b. b. er zorg voor te dragen dat de personenauto bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid, gedurende vier jaar vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling, ononderbroken op zijn naam is gesteld in het kentekenregister; c. c. te beschikken over de overeenkomst tot lease tot vier jaar na de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling in het kentekenregister van de personenauto op zijn naam; d. d. op verzoek de overeenkomst tot lease te overleggen.

2. De verplichting van het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een andere elektrische personenauto koopt of leaset die ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en deze andere auto gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam in het kentekenregister is gesteld. In dit geval wordt de vaststellingsbeschikking op verzoek van de subsidieontvanger, na verstrekking van het kenteken van deze andere auto, dienovereenkomstig gewijzigd.

3. Het bepaalde in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de gewijzigde vaststellingsbeschikking bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.3.6

1. Onverminderd de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister besluiten de vaststelling van de subsidie te wijzigen en het onverschuldigde deel van de subsidie niet uit te betalen indien niet is voldaan aan artikel 2.3.5, eerste lid, onderdeel b.

2. Het onverschuldigde deel van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door 1/48^e van het verstrekte subsidiebedrag te vermenigvuldigen met aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 2.3.5, eerste lid, onderdeel b.

Paragraaf 4. Subsidie lease gebruikte elektrische personenautos

Artikel 2.4.1

1. De lease van een gebruikte elektrische personenauto door de aanvrager, vindt plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst tot lease, gesloten met een lessor die het Keurmerk Private Lease mag voeren.

2. Het Keurmerk Private Lease is van toepassing op de overeenkomst tot lease.

3.

De personenauto, bedoeld in het eerste lid, heeft niet eerder op naam gestaan van:

a. a. de aanvrager; b. b. een persoon die het zelfde woonadres heeft als de aanvrager.

4. De overeenkomst tot lease is niet eerder gesloten dan op de datum van publicatie van deze regeling.

5. De catalogusprijs van de personenauto was op de datum van eerste toelating niet lager dan € 12.000 en niet hoger dan € 45.000.

6. De personenauto is vanaf de datum van eerste toelating uitsluitend aangemerkt als een elektrische personenauto.

7. De elektrische personenauto heeft een actieradius van minimaal 120 km.

8. De overeenkomst tot lease is gesloten in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag voor de subsidie is ingediend.

Artikel 2.4.2

Bij de aanvraag tot verlening van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de subsidieaanvrager; b. b. de naam en het adres van de lessor; c. c. de datum van ondertekening van de overeenkomst tot lease bedoeld in artikel 2.4.1, eerste lid; d. d. het merk, type en handelsbenaming van de personenauto die is vermeld in de overeenkomst tot lease, indien bekend; e. e. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de koopovereenkomst bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid; f. f. de catalogusprijs van de personenauto bedoeld in artikel 2.4.1, eerste lid.

Artikel 2.4.3

Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

a. a. het kenteken van de personenauto die is vermeld in de overeenkomst tot lease bedoeld in artikel 2.4.1, eerste lid; b. b. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.4.4

1. Na vaststelling wordt de subsidie betaald in maandelijkse termijnen van 1/48^e deel van het subsidiebedrag.

2. De betaling van de subsidie vindt plaats op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 2.4.5

1.

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. de personenauto, genoemd in de overeenkomst tot lease, bedoeld in artikel 2.4.1, eerste lid, op zijn naam te stellen in het kentekenregister; b. b. er zorg voor te dragen dat de personenauto, bedoeld in het vorige lid, gedurende vier jaar vanaf de datum van de tenaamstelling op zijn naam, ononderbroken op zijn naam is gesteld in het kentekenregister; c. c. te beschikken over de overeenkomst tot lease tot vier jaar na de datum van de tenaamstelling in het kentekenregister van de personenauto op zijn naam; d. d. op verzoek de overeenkomst tot lease te overleggen.

2. De verplichting van het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger een andere elektrische personenauto koopt of leaset die ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze regeling en deze andere auto gedurende de nog resterende termijn van de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde periode op zijn naam in het kentekenregister is gesteld. In dit geval wordt de vaststellingsbeschikking op verzoek van de subsidieontvanger, na verstrekking van het kenteken van deze andere auto, dienovereenkomstig gewijzigd.

3. Het bepaalde in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de gewijzigde vaststellingsbeschikking bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.4.6

1. Onverminderd de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister besluiten de vaststelling van de subsidie te wijzigen en het onverschuldigde deel van de subsidie niet uit te betalen indien niet is voldaan aan artikel 2.4.5, onderdeel b.

2. Het onverschuldigde deel van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door 1/48^e van het verstrekte subsidiebedrag te vermenigvuldigen met aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichting genoemd in artikel 2.4.5, onderdeel b.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 3.1

1.

De Minister houdt ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie een registratie bij waarin wordt vastgelegd:

a. a. het opleggen van een boete aan een subsidieontvanger op grond van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies; b. b. het lager vaststellen van de subsidie op grond van artikel 4:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen van de subsidieverlening op grond van artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht en het intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen van de subsidievaststelling op grond van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, indien de subsidieontvanger een verwijt kan worden gemaakt van de lagere vaststelling, intrekking of wijziging als hiervoor bedoeld; c. c. de aard van de gedragingen die tot maatregelen als bedoeld in onderdelen a en b hebben geleid en, in geval van maatregelen als bedoeld in onderdeel b, het subsidiebedrag dat daarmee is gemoeid; d. d. de naam- en adresgegevens van de subsidieontvanger jegens wie de maatregelen als bedoeld in de onderdelen a en b, worden getroffen;

2. De registratie kan worden geraadpleegd door daartoe door de Minister aangewezen ambtenaren die zich bezighouden met het verstrekken van subsidies door de Minister.

3. De registratie van gegevens vindt plaats voor de duur van maximaal vijf jaar na de datum van registratie, waarna de betreffende gegevens uit de registratie worden verwijderd.

4. Indien blijkt dat een aanvrager in de in het eerste lid bedoelde registratie is opgenomen kan de Minister aan de geregistreerde gegevens gevolgtrekkingen verbinden bij de beoordeling van de aanvraag, de in het kader van de subsidieverstrekking op te leggen verplichtingen en de controle op de naleving van die verplichtingen.

Artikel 3.2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020 en vervalt met ingang van 1 juli 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de laatstgenoemde datum zijn aangevraagd.

Artikel 3.3

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling elektrische personenautos particulieren.