rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-exploitatiesubsidie-roms/BWBR0047660
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROMs BWBR0047660 ministeriele-regeling geldend 2022-12-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047660 Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROMs

Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROMs

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • exploitatiesubsidie:* geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt als bijdrage voor de exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken van de regionale ontwikkelingsmaatschappij; a. minister:

        a.
        Minister van Economische Zaken; of
      
      
        b.
        Minister van Klimaat en Groene Groei, in overleg met de Minister van Economische Zaken, indien het subsidie betreft die aan een instituut wordt verleend ten laste van de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
      

a. a. Minister van Economische Zaken; of b. b. Minister van Klimaat en Groene Groei, in overleg met de Minister van Economische Zaken, indien het subsidie betreft die aan een instituut wordt verleend ten laste van de begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;

    • ontwikkeltaken:* de taken innoveren, bestaande uit projectontwikkeling en activiteiten die het innovatie-ecosysteem versterken, en internationaliseren, bestaande uit het aantrekken van buitenlandse bedrijven en de ondersteuning in het internationaal ondernemen van bedrijven;
    • regionale ontwikkelingsmaatschappij:* een door de minister als zodanig aangewezen regionale ontwikkelingsmaatschappij met publieke aandeelhouders, waaronder de Staat der Nederlanden, zonder winstoogmerk, gericht op het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regios.

Artikel 2

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Paragraaf 2. Exploitatiesubsidie

Artikel 3

De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag exploitatiesubsidie aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij, voor niet-economische activiteiten die betrekking hebben op de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen taakvelden.

Artikel 4

1. In afwijking van artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk één week voor de aanvang van het boekjaar ingediend.

2. De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

3. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd.

Artikel 5

1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

In aanvulling op artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de aanvraag in ieder geval:

a. a. de naam, het adres, het nummer waarmee de regionale ontwikkelingsmaatschappij is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en het rekeningnummer van de subsidieaanvrager; b. b. de gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; c. c. indien van toepassing, de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan een beschrijving van de prestatie-indicatoren waarmee de subsidieaanvrager inzicht geeft in de mate waarin de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regios.

Artikel 7

Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken, voor zover de exploitatiekosten verbonden zijn aan de uitvoering van de niet-economische activiteiten bedoeld in artikel 3, en die zien op:

a. a. personeelskosten; b. b. huisvestingskosten; en c. c. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder reiskosten, automatiseringskosten, promotiekosten en afschrijvingskosten.

Artikel 8

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 november in bijlage 2 bij deze regeling per regionale ontwikkelingsmaatschappij het subsidieplafond bekend voor de exploitatiesubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.

Artikel 9

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat krachtens de toepasselijke Europese steunkaders kan worden verstrekt.

Artikel 10

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

a. a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels; b. b. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regios.

Artikel 11

1. Artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor financiële bijstand bij de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds.

2. De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende activiteitenplan en binnen de daarin voorziene tijdsduur.

3. De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

4. De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat de subsidiabele activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de exploitatiesubsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

5. Voor een essentiële wijziging in de aard of uitvoering van het activiteitenplan dient de subsidieontvanger vooraf schriftelijke toestemming te vragen aan de minister. De minister kan aan de gegeven toestemming nadere verplichtingen verbinden.

6. Op verzoek van de minister dient de subsidieontvanger inlichtingen te verschaffen omtrent de voortgang of resultaten van de ontwikkeltaken.

7. Voorlichtings- en kennisdelingsactiviteiten zijn voor een ieder zonder onderscheid toegankelijk.

8. De subsidieontvanger gebruikt de exploitatiesubsidie niet voor economische activiteiten.

9. Indien de subsidieontvanger naast de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, ook economische activiteiten verricht, voert de subsidieontvanger met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding.

10.

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat bij de uitvoering van activiteiten voor derden, niet zijnde gesubsidieerde activiteiten:

a. a. de activiteiten ten minste kostendekkend worden verricht en geen sprake is van oneigenlijke concurrentie; en b. b. de kosten en opbrengsten expliciet zichtbaar worden gemaakt in de begroting respectievelijk de jaarrekening.

11. Indien de subsidie voor één of meer boekjaren wordt verleend, vormt de subsidieontvanger een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

12. De subsidieontvanger maakt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt openbaar, voor zover hierop geen intellectuele eigendomsrechten zijn of zullen worden gevestigd.

Artikel 12

1. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan, zodat daaruit ten allen tijde de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 7, kunnen worden afgelezen.

2. Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.

Artikel 12a

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 13

1. De minister verstrekt per boekjaar ambtshalve een voorschot.

2. De hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door 90% van het bedrag dat op basis van een bepaald subsidieplafond is verleend, te delen door het aantal boekjaren waarvoor de subsidie op basis van dat subsidieplafond is verleend.

Artikel 14

De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bevat geen staatssteun.

Artikel 15

1. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

In aanvulling op artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag om subsidievaststelling vergezeld van:

a. a. een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat informatie bevat waaruit blijkt dat met de aanvraag tot subsidievaststelling wordt voldaan aan de voorschriften, genoemd in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht. De subsidieaanvrager stemt voorafgaand aan het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de opzet van het rapport van feitelijke bevindingen met de minister af. b. b. een eindrapport waarin het verloop en eindresultaten zijn vastgelegd van de in het activiteitenplan genoemde niet-economische activiteiten, als bedoeld in artikel 3, en waarin aan de hand van de prestatie-indicatoren inzicht wordt gegeven in de mate waarin deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regios.

3. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

4. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd.

5. Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren is verleend en de betreffende subsidiabele activiteiten niet in het voorgaande boekjaar moesten worden afgerond, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen dertien weken na het verstrekken van de gegevens bedoeld in artikel 4:67, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 16

1. De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze regeling uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROMs.

Artikel 18

Deze regeling vervalt met ingang van 9 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 19

Deze regeling treeft in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage 1. behorende bij

Bijlage 2. behorende bij

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de exploitatiesubsidie.