40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2013/2014 | BWBR0031795 | ministeriele-regeling | geldend | 2012-07-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031795 | Subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2013/2014 |
Subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2013/2014
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– –
*aanbieder van gesloten jeugdzorg:* zorgaanbieder die een accommodatie in stand houdt;
– –
*capaciteit:* vermogen tot het verlenen van gesloten jeugdzorg in een accommodatie, uitgedrukt in aantal voltijdsplaatsen op jaarbasis.
– –
*gesloten jeugdzorg:* verblijf van een jeugdige in een accommodatie als bedoeld in artikel 29k Wet op de jeugdzorg en de gedurende dat verblijf aan die jeugdige verleende jeugdzorg;
– –
*minister:* de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
– –
*traject jeugdzorg:* aaneensluitend geheel van jeugdzorg, beginnend met gesloten jeugdzorg en gevolgd door andere vormen van jeugdzorg, dat wordt gecoördineerd door een aanbieder van gesloten jeugdzorg.
Artikel 2
1. De artikelen 1 en 5 tot en met 70 van de Kaderregeling VWS-subsidies zijn van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.
2. Een subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verstrekt voor zover de minister van oordeel is dat de verstrekking past in zijn beleid.
Artikel 3
1. De minister kan ten behoeve van de jaren vanaf 2013 aan een aanbieder van gesloten jeugdzorg jaarlijks een instellingssubsidie als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de Kaderregeling VWS-subsidies verstrekken ten behoeve van gesloten jeugdzorg en trajecten jeugdzorg.
2.
De instellingssubsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een machtiging als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg of een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg
a. a. ten uitvoer wordt gelegd of b. b. als onderdeel van een traject jeugdzorg, ten uitvoer is gelegd.
3. De instellingssubsidie wordt per accommodatie verstrekt.
Artikel 4
1.
In de beschikking tot verlening van de instellingssubsidie wordt vermeld:
a. a. de capaciteitsplaatsen van de accommodatie waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend; b. b. het te realiseren gebruik van de capaciteitsplaatsen van de accommodatie waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend; c. c. het aanbod van trajecten jeugdzorg waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend; d. d. het te realiseren gebruik van het aanbod van trajecten jeugdzorg waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend.
2.
De minister kan bij het bepalen van de hoogte van de instellingssubsidie onderscheid maken naar:
a. a. aard, omvang en gebruik van de accommodatie en van de trajecten jeugdzorg; b. b. aard en omvang van de kosten.
Artikel 5
De minister kan bij de verlening van de instellingssubsidie de verplichting opleggen om ten minste een bepaald deel van de capaciteit van de accommodatie te gebruiken voor gesloten jeugdzorg in het kader van trajecten jeugdzorg.
Artikel 6
1. Uiterlijk op elke zevende werkdag van de maand ontvangt de minister van de ontvanger van de instellingssubsidie schriftelijke gegevens met betrekking tot de voorafgaande maand over het gebruik van de capaciteit van de accommodatie en van de trajecten jeugdzorg waarvoor de instellingssubsidie is verstrekt.
2. Voor het verstrekken van de gegevens wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
Artikel 7
1. De zorgaanbieder vergewist zich ervan dat de wijze waarop zorgverleners die zorg verlenen aan zijn cliënten, in het verleden hebben gefunctioneerd, niet in de weg staat aan het inzetten van de zorgverleners bij het verlenen van zorg.
2. De zorgaanbieder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor de personen die voor hem opvoed- en opgroeiondersteuning verlenen en voor andere personen die in opdracht van hem beroepsmatig in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders aan wie de aanbieder opvoed- en opgroeiondersteuning verleent, welke niet eerder dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de zorgaanbieder ging werken, is afgegeven.
Artikel 8
De ontvanger van de instellingssubsidie ten behoeve van trajecten jeugdzorg draagt zorg voor verantwoorde coördinatie van trajecten jeugdzorg.
Artikel 9
1.
De aanvraag tot vaststelling van de instellingssubsidie bevat een opgave van:
a. a. de gerealiseerde capaciteitsplaatsen van de accommodatie waarvoor de instellingssubsidie is verleend; b. b. het gerealiseerde gebruik van de capaciteitsplaatsen van de accommodatie waarvoor de instellingssubsidie is verleend; c. c. het gerealiseerde aanbod van trajecten jeugdzorg waarvoor de instellingssubsidie is verleend; d. d. het gerealiseerde gebruik van het aanbod van trajecten jeugdzorg waarvoor de instellingssubsidie is verleend.
2. De opgave, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld modelassurancerapport.
Artikel 10
De minister kan de instellingssubsidie op een lager bedrag vaststellen indien:
a. a. de gerealiseerde capaciteitsplaatsen van de accommodatie lager is dan waarvoor de instellingssubsidie is verleend; b. b. het gerealiseerde gebruik van de capaciteitsplaatsen van de accommodatie lager is dan waarvoor de instellingssubsidie is verleend; c. c. het gerealiseerde aanbod van trajecten jeugdzorg lager is dan waarvoor de instellingssubsidie is verleend; d. d. het gerealiseerde gebruik van het aanbod van trajecten jeugdzorg lager is dan waarvoor de instellingssubsidie is verleend.
Artikel 11
1. De minister kan een projectsubsidie verstrekken ten behoeve van het realiseren van een accommodatie, het in gebruik nemen van een accommodatie of ten behoeve van de ontwikkeling van de kwaliteit van gesloten jeugdzorg.
2. Een projectsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon.
Artikel 12
De egalisatiereserve die de ontvanger van de instellingssubsidie op grond van de Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012 heeft opgebouwd, wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve op grond van deze regeling.
Artikel 13
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 14
Wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2013/2014.
Artikel 16
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Artikel 14 werkt terug tot en met 1 mei 2012.
3. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015 met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.