rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-indemniteit-bruiklenen-2005/BWBR0017308
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005 BWBR0017308 ministeriele-regeling geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017308 Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005

Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. Besluit: het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen; c. c. instelling: een in belangrijke mate door de Staat of een ander overheidslichaam structureel gefinancierde instelling die gespecialiseerd is in het beheren van museale collecties, het organiseren van tentoonstellingen, of het tentoonstellen van langdurig in bruikleen gegeven voorwerpen; d. d. voorwerp: een voorwerp van cultuurhistorische betekenis met de daarbij behorende verpakking, lijst, raam, kader, sokkel en dergelijke; e. e. tentoonstelling: een tijdelijke tentoonstelling in Nederland, georganiseerd door een instelling, die naar het oordeel van de minister van uitzonderlijk belang is door:

      1°.
       een belangrijke visie te bieden op periodes, kwesties, personen of produkten van cultuurhistorische betekenis;
    
    
      2°.
       een overtuigende waardering op te willen wekken voor de onder 1° genoemde zaken of personen; en
    
    
      3°.
       een omvangrijke compilatie te bieden van belangrijke voorwerpen in een samenhang die men normaliter niet in Nederland te zien krijgt;

1°. 1°. een belangrijke visie te bieden op periodes, kwesties, personen of produkten van cultuurhistorische betekenis; 2°. 2°. een overtuigende waardering op te willen wekken voor de onder 1° genoemde zaken of personen; en 3°. 3°. een omvangrijke compilatie te bieden van belangrijke voorwerpen in een samenhang die men normaliter niet in Nederland te zien krijgt; f. f.  langdurige bruikleen: het gedurende tenminste een jaar en ten hoogste vijf jaar in bruikleen geven aan een instelling van een uit het buitenland afkomstig voorwerp dat naar het oordeel van de minister van uitzonderlijk belang is door een presentatie bij die instelling van dat voorwerp in een samenhang die men normaliter niet in Nederland te zien krijgt; g. g.  indemniteitsverklaring: beschikking waarbij een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 2 wordt verleend.

Paragraaf 2. Indemniteitsverklaring

Artikel 2

1. De minister kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën, aan een instelling ten behoeve van een tentoonstelling of van een langdurige bruikleen een aanspraak op financiële middelen verlenen onder de opschortende voorwaarde van verlies van of schade aan de door derden in bruikleen afgestane voorwerpen.

2.

De aanspraak wordt verleend:

a. a.  in geval van een tentoonstelling: voorzover de exploitatie van die tentoonstelling een tekort vertoont, of b. b.  in geval van een langdurige bruikleen: voorzover een door de instelling verschuldigde eigen bijdrage wordt overschreden.

3. Het totaal van de aanspraken op financiële middelen in een begrotingsjaar op grond van indemniteitsverklaringen gaat op enig moment het bedrag van € 230.000.000 niet te boven.

4. Van het bedrag, bedoeld in het derde lid, kan in een begrotingsjaar ten hoogste tien procent worden bestemd voor langdurige bruikleen.

Artikel 3

1. Een indemniteitsverklaring kan slechts worden verleend indien een instelling naar het oordeel van de minister, in overeenstemming met de Minister van Financiën, heeft aangetoond, dat een indemniteitsverklaring een besparing op de verzekeringskosten ter zake van de desbetreffende tentoonstelling of van de langdurige bruikleen ten gevolge heeft.

2. Een indemniteitsverklaring kan voorts slechts worden verleend indien er naar het oordeel van de minister een acceptabele verhouding aanwezig is tussen enerzijds het belang van de tentoonstelling of van de langdurige bruikleen en de besparing, bedoeld in het eerste lid, en anderzijds het door de Staat te aanvaarden risico.

3. De voorwaarden die gelden voor de verzekering in verband waarmee de indemniteitsverlaring wordt verleend, zijn van overeenkomstige toepassing op de indemniteitsverklaring.

Paragraaf 3. Aanvraag

Artikel 4

1. De aanvraag voor een indemniteitsverklaring gaat, onverminderd artikel 11 van het Besluit, vergezeld van tenminste één verzekeringsofferte.

2. Een aanvraag die verschillende voorwerpen betreft, gaat tevens vergezeld van een lijst van in bruikleen te geven voorwerpen.

3. In geval van een aanvraag ten behoeve van een tentoonstelling wordt tevens een tentoonstellingsplan overgelegd.

4. Bij de beoordeling van een aanvraag en de voorbereiding van de verlening van een indemniteitsverklaring kan de minister verzoeken om een actuele risico-inventarisatie en -analyse over te leggen, om informatie te verschaffen over de in acht te nemen veiligheid, beveiliging en bewaking van de bruiklenen waarop de aanvraag betrekking heeft, of om hem op locatie de organisatorische, bouwkundige en elektronische veiligheidsvoorzieningen te tonen, een en ander als bedoeld onder 1, 4 en 5, van de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 4. Subsidieverlening

Artikel 5

Op de aanvragen wordt beslist in de volgorde waarin zij door de minister zijn ontvangen.

Artikel 6

Een indemniteitsverklaring vervalt, indien de instelling waaraan die verklaring is verleend, niet binnen vier maanden na het einde van de desbetreffende tentoonstelling of langdurige bruikleen aan de minister heeft bericht, dat zich naar haar oordeel verlies van of schade heeft voorgedaan aan voorwerpen waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft.

Paragraaf 5. Verplichtingen

Artikel 7

Onverminderd de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk IV van het Besluit, zijn voor de instelling waaraan een indemniteitsverklaring wordt verleend, aan die verlening de verplichtingen verbonden die met het oog op de veiligheid van tentoon te stellen voorwerpen zijn opgenomen in de bijlage die bij deze regeling hoort.

Paragraaf 6. Subsidievaststelling

Artikel 8

Indien zich in de periode waarvoor een indemniteitsverklaring geldt, verlies van of schade aan voorwerpen waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft, voordoet, zendt de subsidieontvanger aan de minister naast een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onder a, van het Besluit een overzicht met een berekening van de geleden schade.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 9

De Subsidieregeling indemniteit bruiklenen wordt ingetrokken.

Artikel 10

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

2. Artikel 2, vijfde lid, vervalt met ingang van 5 februari 2007.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005.

Bijlage . , bedoeld in