rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-innovatie-bewegingsonderwijs/BWBR0045445
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling innovatie bewegingsonderwijs BWBR0045445 ministeriele-regeling geldend 2022-10-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045445 Subsidieregeling innovatie bewegingsonderwijs

Subsidieregeling innovatie bewegingsonderwijs

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
  • lesuur: les bewegingsonderwijs van ten minste 45 minuten;
  • Minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
  • procesbegeleider: procesbegeleider als bedoeld in artikel 3;
  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, of artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, niet zijnde een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
  • schooljaar: periode van 1 augustus van een jaar tot en met 31 juli van het daaropvolgende jaar.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

1.

De Minister kan subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het inhuren of aanstellen van een procesbegeleider voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 voor een of meer scholen voor het stimuleren van en het bieden van ondersteuning bij de duurzame verankering van:

a. a. een aanbod van ten minste twee lesuren bewegingsonderwijs per schoolweek per groep in voorbereiding op de wettelijke verplichting in 2023; of b. b. als de school reeds twee lesuren bewegingsonderwijs per schoolweek per groep verzorgt, extra lesuren bewegingsonderwijs bovenop de minimale twee lesuren of van beweging in brede zin in het onderwijsprogramma.

2.

Het bevoegd gezag huurt de procesbegeleider in of stelt deze aan om:

a. a. de betreffende school te helpen om de minimale twee lesuren bewegingsonderwijs per schoolweek per groep duurzaam te verankeren, indien subsidie wordt aangevraagd op grond van het eerste lid, onderdeel a; b. b. de betreffende school te helpen om een of meer extra lesuren bewegingsonderwijs per schoolweek per groep te organiseren bovenop de minimale twee lesuren of de kinderen op een uitnodigende manier te laten bewegen gedurende de schooldag, indien subsidie wordt aangevraagd op grond van het eerste lid, onderdeel b; c. c. het ontstaan van een regionale vakgroep te stimuleren om de kwaliteit en samenwerking te vergroten; d. d. indien nodig met de betreffende gemeente in overleg te gaan over oplossingen voor problemen met beschikbaarheid van accommodaties vanuit bestaande mogelijkheden; en e. e. indien nodig de professionalisering van de vakleerkrachten te bevorderen.

3. Een bevoegd gezagsorgaan kan per school slechts eenmaal subsidie aanvragen voor elk van de twee categorieën als bedoeld in het eerste lid onderdeel a en b.

Artikel 4

1.

Voor subsidieverstrekking ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend in het tijdvak, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a, is in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste:

a. a. € 9.198.000,00 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en b. b. € 6.132.000,00 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

1a.

Voor verstrekking van subsidie ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend in het tijdvak, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b, is een bedrag beschikbaar van ten hoogste:

a. a. € 2.518.637,40 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en b. b. € 1.679.091,60 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

2. De subsidie bedraagt maximaal € 25.000,00 per bevoegd gezag, indien voor één school subsidie wordt aangevraagd.

3. Indien voor meerdere scholen subsidie wordt aangevraagd, ontvangt het bevoegd gezag een extra subsidie van maximaal € 15.000,00 per extra deelnemende school tot een maximum van € 85.000,00 per bevoegd gezag.

4. Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba worden de subsidiebedragen omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers op het moment van de subsidievaststelling.

5. Indien het bevoegd gezag zowel een subsidieaanvraag doet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, als voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kan het subsidiebedrag voor beide aanvragen gezamenlijk niet meer bedragen dan de maximumbedragen, bedoeld in het tweede en derde lid.

6. De Minister verstrekt subsidie voor loonkosten tot een maximum uurtarief van € 90,00, inclusief overhead en BTW.

Artikel 5

1. Na binnenkomst van de aanvragen wordt eerst de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, verdeeld en vervolgens de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

2.

Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen toe te wijzen:

a. a. wordt eerst voorrang verleend aan de binnengekomen aanvragen van bevoegde gezagsorganen, gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en b. b. wordt vervolgens voorrang verleend aan de binnengekomen aanvragen van bevoegde gezagsorganen aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.

3. Indien een subsidieplafond ontoereikend is om alle binnengekomen aanvragen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, toe te wijzen, worden de aanvragen door middel van loting gerangschikt.

4. Indien na toepassing van het tweede lid binnen een subsidieplafond nog middelen resteren, worden de overige binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

5. Indien na toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen binnen een subsidieplafond nog middelen resteren, worden deze middelen toegevoegd aan het andere subsidieplafond.

6. Aanvragen die na het einde van een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

Artikel 6

De subsidieontvanger is verplicht desgevraagd alle benodigde informatie te verstrekken ten behoeve van beleidsonderzoek door de Minister.

Artikel 7

1. De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting. De artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Het activiteitenplan bestaat uit een beschrijving van het doel waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de begroting bestaat uit een specificatie van het aantal uren en het tarief waarvoor een procesbegeleider zal worden ingezet.

3. Per bevoegd gezag kan per aanvraagtijdvak eenmaal een aanvraag worden ingediend voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en eenmaal voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

4.

De subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in het tijdvak van:

a. a. 1 september 2021 tot en met 30 september 2021; en, indien na de subsidieverstrekking naar aanleiding van het eerste tijdvak nog een bedrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, resteert, van b. b. 15 februari 2022 tot en met 15 mei 2022.

5. Voor het aanvraagtijdvak bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, kan een bevoegd gezag alleen een aanvraag indienen voor het inhuren of aanstellen van een procesbegeleider ten behoeve van andere scholen dan waarvoor een aanvraag is ingediend in het eerste tijdvak bedoeld in het vierde lid, onderdeel a.

6. Het bevoegd gezag dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website www.dus-i.nl beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 8

1.

De subsidie wordt direct vastgesteld op uiterlijk:

a. a. 31 december 2021, indien het gaat om een aanvraag die is ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder a; en b. b. 10 juli 2022, indien het gaat om een aanvraag die is ingediend in het aanvraagtijdvak bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder b.

2. De Minister bepaalt in de beschikking het betaalritme.

3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of Regeling jaarverslaglegging BES met model G1, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

4. De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 9

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten in lijn met de doelstellingen zoals beschreven in artikel 3.

Artikel 9a

In aanvulling op de bedragen, bedoeld in artikel 4, lid la, is een bedrag beschikbaar van € 674.942,70 voor subsidieverstrekking ten behoeve van de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021 en vervalt met ingang van 1 juli 2026.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innovatie bewegingsonderwijs.