40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep | BWBR0047929 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047929 | Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep |
Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
college: het college van burgemeester en wethouders;
-
CMD: common mental disorder, zijnde een gediagnosticeerde hoogprevalente psychische stoornis waarvoor de klant gedurende beperkte tijd in behandeling is bij of onder begeleiding staat van een GGZ-instelling, voornamelijk in diagnosespecifieke ambulante of poliklinische zorgprogramma’s; a. EPA: ernstige psychiatrische aandoening, zijnde een gediagnosticeerde psychische, gedrags- of emotionele stoornis waarvoor de klant in behandeling is bij of onder begeleiding staat van een GGZ-instelling, die:
a. van voldoende duur is om te voldoen aan de diagnostische criteria, bedoeld in de vierde herziene versie van het diagnostisch handboek ‘Diagnostic and statistic manual of mental disorders (DSM), vastgesteld door de American Psychiatric Association en overgenomen door de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie, en b. resulteert in ernstige functionele beperkingen die leiden tot substantiële verstoring of begrenzing van belangrijke levensactiviteiten;
a. a. van voldoende duur is om te voldoen aan de diagnostische criteria, bedoeld in de vierde herziene versie van het diagnostisch handboek ‘Diagnostic and statistic manual of mental disorders (DSM), vastgesteld door de American Psychiatric Association en overgenomen door de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie, en b. b. resulteert in ernstige functionele beperkingen die leiden tot substantiële verstoring of begrenzing van belangrijke levensactiviteiten; ○ GGZ-instelling: een rechtspersoon die geestelijke gezondheidszorg biedt, onder onafhankelijk toezicht staat en over een vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders beschikt; of, een rechtspersoon die geestelijke gezondheidszorg biedt, onder onafhankelijk toezicht staat en die zorg verleent op basis van één of meerdere van de volgende wetten:
○
Jeugdwet;
○
Wet forensische zorg;
○
Wet langdurige zorg;
○
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
○
Zorgverzekeringswet;
○ ○
Jeugdwet;
○ ○
Wet forensische zorg;
○ ○
Wet langdurige zorg;
○ ○
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
○ ○
Zorgverzekeringswet;
- IPS-traject: een re-integratietraject Individuele Plaatsing en Steun dat het totaal aan ondersteuningsactiviteiten bevat gericht op het vinden en behoud van werk die een klant doorloopt;
- klant: een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, in samenhang met de artikelen 7, derde lid, 7a, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 13 en 16, van de Participatiewet en met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, tweede subonderdeel, van de Participatiewet;
- Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 2
Het doel van deze regeling is om door middel van subsidie de inzet van IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep te bevorderen. De trajecten zijn erop gericht de arbeidsparticipatie van klanten met psychische aandoeningen te vergroten.
Artikel 3
1. De Minister verstrekt subsidie overeenkomstig deze regeling aan een GGZ-instelling voor een IPS-traject. Indien het traject ten tijde van de aanvraag reeds van start is gegaan, ligt de startdatum niet voor 20 november 2025.
2. De Minister neemt binnen zes weken na ontvangst van de subsidieaanvraag een besluit omtrent verlening.
3. Het besluit tot subsidieverlening bevat de datum waarop uiterlijk de subsidie wordt vastgesteld.
4. De Minister verleent voorschotten op de subsidie overeenkomstig artikel 13.
5. De subsidie wordt ambtshalve vastgesteld.
Artikel 4
1.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar:
a. a. voor aanvragen gedaan in het jaar 2023 10,750 miljoen euro. De bijbehorende uitgaven zijn verdeeld over drie jaren: 4,800 miljoen euro in 2023, 3,475 miljoen euro in 2024 en 2,475 miljoen euro in 2025; b. b. voor aanvragen gedaan in het jaar 2024 10,750 miljoen euro. De bijbehorende uitgaven zijn verdeeld over drie jaren: 4,988 miljoen euro in 2024, 3,569 miljoen euro in 2025 en 2,193 miljoen euro in 2026; c. c. voor aanvragen gedaan in het jaar 2025 9,996 miljoen euro. De bijbehorende uitgaven zijn verdeeld over drie jaren: 4,638 miljoen euro in 2025, 3,319 miljoen euro in 2026 en 2,039 miljoen euro in 2027; d. d. voor aanvragen gedaan in het jaar 2026 10,1 miljoen euro. De bijbehorende uitgaven zijn verdeeld over drie jaren: 5,4 miljoen euro in 2026, 2,9 miljoen euro in 2027 en 1,8 miljoen euro in 2028.
2.
Het subsidiebedrag voor een volledig IPS-traject van maximaal 24 maanden vanwege CMD of 36 maanden vanwege EPA bedraagt:
a. a. in de jaren 2023 en 2024 6.611,57 euro exclusief BTW en 8.000 euro inclusief BTW voor CMD en 9.360 exclusief BTW en 11.325,60 euro inclusief BTW voor EPA; b. b. in de jaren 2025 en 2026 6.902 euro exclusief BTW en 8.352 euro inclusief BTW voor CMD en 9.772 exclusief BTW en 11.824,34 euro inclusief BTW voor EPA.
Artikel 5
1.
De Minister verleent aan de colleges:
a. a. mandaat tot het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht alsmede, volmacht en machtiging voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in §1 tot en met §3 van deze regeling, met uitzondering van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6 en 13, eerste en derde tot en met zesde lid, en b. b. mandaat tot het beschikken op bezwaarschriften alsmede volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van hun bevoegdheden, bedoeld onder a.
2. De colleges kunnen ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een of meer onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces van bezwaarschriften en het in rechte optreden in beroep of hoger beroep, niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg.
3. De colleges kunnen ten aanzien van de besluiten, andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, ondermandaat verlenen of hun andere vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan een daartoe op basis van hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen getroffen gemeenschappelijke regeling aangewezen bevoegde, of aan een organisatie die op basis van een dienstverleningsovereenkomst met het betreffende college taken in naam van dit college uitvoert.
Artikel 6
De Minister verleent aan UWV volmacht en machtiging om het subsidiebudget voor IPS-trajecten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, te administreren en feitelijk te beheren, alsmede om betaling van subsidiebedragen van toegewezen aanvragen voor IPS-trajecten aan de GGZ-instelling te doen, inclusief de betaling van voorschotten als bedoeld in artikel 13.
Paragraaf 2. Voorwaarden subsidie
Artikel 7
1.
Een IPS-traject komt voor subsidie in aanmerking, indien het traject is bedoeld voor een klant met CMD of EPA, die:
a. a. ten tijde van de subsidieaanvraag in behandeling is bij of onder begeleiding staat van een GGZ-instelling, en b. b. geen dienstbetrekking heeft en schriftelijk heeft verklaard een wens te hebben om naar betaald werk te worden begeleid dan wel een dienstbetrekking van geringe omvang heeft en schriftelijk heeft verklaard de wens te hebben om te werken in een andere sector of functie dan waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op IPS- trajecten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevangen. In dat geval is vereist dat ten tijde van de aanvang van het IPS-traject de klant in behandeling was of onder begeleiding stond en geen dienstbetrekking had dan wel een dienstbetrekking van geringe omvang.
Artikel 8
1.
De kosten voor een IPS-traject komen voor subsidie in aanmerking, indien de activiteiten behorende tot het IPS-traject onder meer behelzen:
a. a. jobcoaching: het ondersteunen van de klant bij het verrichten van de aan hem opgedragen taken na het aanvaarden van werk, waarbij de ondersteuning een compensatie biedt voor de beperkingen van de klant en de activiteiten en handelingen die in dit kader worden verricht erop zijn gericht om de klant zelfstandiger zijn werkzaamheden uit te laten voeren; en b. b. het rapporteren over het uitgevoerde traject in overeenstemming met artikel 14, tweede lid.
2. De duur van het IPS-traject bedraagt vanaf de start van het IPS-traject ten hoogste 24 maanden voor een klant met CMD en ten hoogste 36 maanden voor een klant met EPA.
Artikel 9
Subsidie voor een IPS-traject wordt uitsluitend verstrekt aan een GGZ-instelling die is aangemerkt door UWV als een instelling die IPS-trajecten mag uitvoeren.
Paragraaf 3. Aanvraag subsidie
Artikel 10
1. Een subsidieaanvraag voor een IPS-traject kan worden ingediend vanaf 1 januari 2026, 9.00 uur, tot en met 19 november 2026, 17.00 uur.
2. Een GGZ-instelling dient de aanvraag schriftelijk in bij het college van de gemeente waar de klant woonachtig is.
3. Een GGZ-instelling maakt voor een aanvraag van een IPS-traject gebruik van een daartoe kosteloos beschikbaar gesteld formulier. Het formulier wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de GGZ-instelling te vertegenwoordigen en door de klant. Indien het een niet-uitkeringsgerechtigde klant in de zin van artikel 7, eerste lid, eerste onderdeel, zevende subonderdeel, van de Participatiewet betreft, is de aanvraag eveneens voorzien van een verklaring waarin de klant toestemming geeft om de persoonsgegevens van de klant te verwerken ten behoeve van de subsidie voor een IPS-traject.
4. Als datum van binnenkomst van een aanvraag geldt de datum dat de volledige aanvraag door het college is ontvangen.
Artikel 11
1. Het college dat voornemens is een subsidieaanvraag van een GGZ-instelling toe te wijzen, stelt UWV van dit voornemen in kennis door middel van een formulier. Dit formulier bevat de gegevens, bedoeld in artikel 17, vierde lid.
2. Om te bepalen wanneer de plafonds, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn bereikt, worden de formulieren, bedoeld in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst bij UWV behandeld.
3. Indien honorering van de subsidiebedragen vermeld in de formulieren die op dezelfde dag zijn binnengekomen, leidt tot overschrijding van het plafond en de volgorde van binnenkomst van die formulieren niet kan worden vastgesteld, stelt UWV de volgorde door loting vast.
4. UWV informeert het college binnen twee weken na ontvangst van het formulier, bedoeld in het eerste lid, per e-mail of subsidiegelden beschikbaar zijn.
Artikel 12
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt subsidie voor een IPS-traject geweigerd indien:
a. a. de aanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde eisen; b. b. de kosten voor het IPS-traject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, uit andere hoofde worden gefinancierd, behoudens in het geval de rechtsgrond voor deze financiering vervalt in het geval van subsidie onder deze regeling; c. c. de klant reeds een IPS-traject heeft gevolgd waarvoor op grond van deze regeling subsidie is verleend.
Artikel 13
1.
In afwijking van artikel 6.1, vijfde lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, vindt de bevoorschotting plaats als volgt:
a. a. EPA trajecten: het eerste jaar wordt 40% bevoorschot, het tweede en derde jaar steeds 30%. b. b. CMD trajecten: het eerste jaar wordt 60% bevoorschot, het tweede jaar 40%.
2. Het college informeert UWV over een besluit tot subsidieverlening ten behoeve van een IPS-traject.
3. UWV betaalt de eerste termijn van de bevoorschotting binnen acht weken na de datum van een besluit tot subsidieverlening.
4. UWV betaalt de opvolgende termijn dan wel termijnen binnen 12 maanden na de betaling van de voorafgaande termijn, behoudens in het geval dat het college UWV uiterlijk twee weken voor de eerstvolgende termijn heeft geïnformeerd over wijziging in de subsidieverlening of de subsidievaststelling.
5. Indien het IPS-traject reeds van start is gegaan ten tijde van de subsidieaanvraag, wordt voor de vaststelling van de opvolgende termijnen van de bevoorschotting de eerste termijn vastgesteld op de datum van de aanvang van het IPS-traject. Indien op basis van de vastgestelde termijn de tweede termijn reeds is verstreken, vindt de betaling van deze termijn tegelijkertijd plaats met de betaling krachtens het derde lid, of binnen een periode van twee weken nadien.
6. UWV informeert het college over de inbehandelname van de eerste bevoorschotting.
Artikel 14
1.
De GGZ-instelling is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen aan het college zodra aannemelijk is dat:
a. a. het IPS-traject waarvoor subsidie is verleend, niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht; b. b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de in deze regeling vermelde voorwaarden zal worden voldaan, of c. c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie van een IPS-traject.
2. De GGZ-instelling voorziet het college van een beëindigingsverslag waaruit blijkt of aan de verplichtingen onder deze regeling is voldaan. Het eindverslag dient drie maanden na de einddatum van de subsidieperiode door het college te zijn ontvangen. Eveneens voorziet de GGZ-instelling drie maanden na het einde van ieder kalenderjaar het college van een overzicht van de lopende en reeds geëindigde IPS-trajecten. Met betrekking tot het geëindigde traject wordt vermeld of er bij de start of beëindiging van het traject sprake was van een dienstbetrekking, en indien dit het geval was, het aantal uren hiervan.
Paragraaf 4. Gegevensverwerking
Artikel 15
De Minister is verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van persoonsgegevens voor de taken, bedoeld in artikel 3.
Artikel 16
1. De colleges zijn verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden, bedoeld in artikel 5.
2. UWV is verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, die UWV onder volmacht en machtiging uitoefent.
3. De verwerker, genoemd in het eerste lid, voldoet bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze regeling aan de voorwaarden vermeld in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 17
1. Ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, kunnen de colleges namens de Minister gegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de aan de colleges gemandateerde bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en vijfde lid.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. a. voor- en achternaam, adres, postcode, woonplaats, geboortedatum, burgerservicenummer; b. b. of het een twee- of driejarig IPS-traject betreft; c. c. indien van toepassing startdatum van het traject; d. d. zakelijke contactgegevens van de aanvrager namens de instelling.
3. De colleges zijn namens de Minister bevoegd om ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, aan UWV, handelend in naam van de Minister, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de taak, bedoeld in artikel 3, vierde lid, die UWV onder volmacht en machtiging uitvoert.
4.
De gegevens, bedoeld in het derde lid, zijn:
a. a. voor- en achternaam, geboortedatum, burgerservicenummer; b. b. of het een twee- of driejarig IPS-traject betreft; c. c. indien van toepassing startdatum van het traject; d. d. zakelijke contactgegevens van de aanvrager namens de instelling en aanvrager namens het college.
Artikel 18
1. Ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, kan UWV gegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de taak, bedoeld in artikel 3, vierde lid, die UWV onder volmacht en machtiging uitvoert.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. a. voor- en achternaam, geboortedatum, burgerservicenummer; b. b. of het een twee- of driejarig IPS-traject betreft; c. c. indien van toepassing, startdatum van het traject; d. d. zakelijke contactgegevens van de aanvrager namens de instelling en de aanvrager namens het college.
3. UWV is namens de Minister bevoegd om ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, aan GGZ-instellingen gegevens te verstrekken.
4.
De gegevens, bedoeld in het derde lid, zijn:
a. a. voor- en achternaam en geboortedatum; b. b. of het een twee- of driejarig IPS-traject betreft; c. c. zakelijke contactgegevens van de aanvrager namens de instelling.
Artikel 19
1. In verband met een subsidieaanvraag, als bedoeld in artikel 10, verstrekt een GGZ-instelling de gegevens die daarvoor noodzakelijk zijn aan het college waar de aanvraag wordt ingediend.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid zijn:
a. a. voor- en achternaam, adres, postcode, woonplaats, geboortedatum; b. b. of het een twee- of driejarig IPS-traject betreft; c. c. indien van toepassing, startdatum van het traject.
Paragraaf 5. Financiering en verslaglegging
Artikel 20
1. Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de lasten verbonden aan deze regeling. De lasten betreffen het door UWV namens de Minister te verstrekken subsidiebudget voor IPS-trajecten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en de uitvoeringskosten van UWV voor de taken, bedoeld in artikel 6.
2. UWV administreert en beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
4. De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onder b, van de Regeling Wfsv, na overleg met UWV, maandelijks een voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het derde lid.
Artikel 21
1. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de baten, waaronder de ontvangen voorschotten, en lasten opgenomen, met betrekking tot de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6.
2. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
Artikel 22
1. Overeenkomstig de bij of krachtens artikel 49, van de van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen gestelde regels, worden met betrekking tot de subsidiegelden bedoeld in artikel 4, eerste lid, de baten, waaronder de door UWV ontvangen voorschotten, en de lasten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, opgenomen.
2. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
3. UWV werkt tot zeven jaar na de inwerkingtreding van deze regeling, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het beoordelen van de rechtmatigheid van de verstrekking van de subsidiegelden.
4. Met het oog op de verplichting bedoeld in het derde lid, geldt met betrekking tot de gegevens die in dit verband bewaard dienen te worden een bewaartermijn voor de duur vermeld in het derde lid.
Artikel 23
1. De colleges voeren bij de uitoefening van het verleende mandaat een ordentelijke en voor de Minister transparante administratie en verschaffen de Minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.
2. De administratie geeft inzage in alle voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, en de behandeling van de aanvragen tot subsidie voor een IPS-traject van belang zijnde gegevens.
3. De colleges werken tot zeven jaar na de inwerkingtreding van deze regeling, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het beoordelen van de rechtmatigheid van de subsidie, of de ontwikkeling van het beleid van de Minister.
4. Met het oog op de verplichting bedoeld in het derde lid, geldt met betrekking tot de gegevens die in dit verband bewaard dienen te worden een bewaartermijn voor de duur vermeld in het derde lid.
Paragraaf 6. Overige bepalingen
Artikel 24
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2023.
2. Deze regeling vervalt zeven jaar na haar inwerkingtreding.
3. In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum waarop deze regeling vervalt, van toepassing op lopende besluitvorming, de financiële afwikkeling en ingestelde bezwaar- en beroepsprocedures op grond van deze regeling.
Artikel 25
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep.