rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-kinderopvang/BWBR0018209
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling kinderopvang BWBR0018209 ministeriele-regeling geldend 2008-05-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018209 Subsidieregeling kinderopvang

Subsidieregeling kinderopvang

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. aanvraagtijdvak: het tijdvak, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, waarbinnen aanvragen om projectsubsidie kunnen worden ingediend; c. c. aanvrager: de rechtspersoon die een verzoek tot een projectsubsidie indient; d. d. project: een samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een van de in artikel 5 genoemde themas; e. e. projectsubsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 4; f. f. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee rechtspersonen; g. g. subsidieontvanger: de rechtspersoon waaraan krachtens deze regeling een projectsubsidie is verleend; h. h. kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; i. i. kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang; j. j. buitenschoolse opvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs; k. k. voorschoolse educatie: uitvoering van een programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten; l. l. vroegschoolse educatie: uitvoering van een programma, gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonderwijs, dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool als vervolg op de voorschoolse educatie.

Artikel 2

De minister verstrekt overeenkomstig de regels van deze regeling op aanvraag subsidie voor een project dat strekt tot realisatie van of dienstig is aan het bevorderen van toegankelijke en verantwoorde kinderopvang.

Artikel 3

1. Een rechtspersoon kan projectsubsidie aanvragen.

2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een samenwerkingsverband, treedt een van de partijen in het samenwerkingsverband namens dat samenwerkingsverband als aanvrager op. Bij de aanvraag ten behoeve van een samenwerkingsverband wordt een door de partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat de rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt gemachtigd is het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De projectsubsidie wordt verleend aan de rechtspersoon die namens het samenwerkingsverband optreedt.

3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b, wordt projectsubsidie aangevraagd hetzij door de houder van een kindercentrum hetzij door de houder van een peuterspeelzaal mede namens de ander. Bij de aanvraag wordt een door beide houders getekende verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat de houder namens wie projectsubsidie mede wordt aangevraagd, instemt met de aanvraag.

Paragraaf 2. Subsidieverlening

Artikel 4

1. Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een ondertekend formulier zoals dat verkrijgbaar is bij het Agentschap SZW.

2.

Een aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een projectplan; b. b. een gespecificeerde begroting van het project, waarbij een onderscheid in projectkosten als bedoeld in artikel 7 wordt gemaakt; c. c. ten minste een drietal ondersteuningsverklaringen als bedoeld in het vijfde lid, eerste zinsnede; d. d. indien de aanvraag afkomstig is van een privaatrechtelijke rechtspersoon een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel; e. e. een verklaring als bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien de aanvraag betrekking heeft op een samenwerkingsverband; f. f. een verklaring als bedoeld in artikel 3, derde lid, indien de aanvraag betrekking heeft op een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b.

3.

Een projectplan als bedoeld in het tweede lid, onder a, bevat een opgave van de startdatum en duur van het project, alsmede:

a. a. een beschrijving van het probleem waarvoor het project een oplossing beoogt te bieden; b. b. de in het kader van dat project te ondernemen activiteiten, evenals de met dat project beoogde resultaten, waarbij wordt aangegeven op welke van de in artikel 5 genoemde themas het project betrekking heeft en op welke wijze het project daaraan bijdraagt; en c. c. voor zover van toepassing een overzicht van de partijen die voornemens zijn aan de financiering van het project bij te dragen, met vermelding van de omvang en de te verwachten financiële bijdragen, onderscheiden naar de diverse partijen, evenals een beschrijving van de voorwaarden waaraan de verkrijging van de financiële bijdragen verbonden is.

4.

De aanvrager maakt in het projectplan aannemelijk dat:

a. a. er in de kinderopvangsector behoefte bestaat aan het project; b. b. gedurende de duur van het project de continuïteit van de daarvoor benodigde werkzaamheden is gewaarborgd; c. c. de beoogde resultaten van het project overdraagbaar zijn en in landelijke zin toepasbaar zijn in de kinderopvangsector; d. d. er garanties zijn voor voortzetting van de resultaten van het project na afloop van de duur van de subsidie.

5.

Voorts toont de aanvrager door middel van ten minste drie ondersteuningsverklaringen van verschillende organisaties aan dat er in de kinderopvangsector draagvlak voor het project bestaat, en verklaart hij dat:

a. a. een soortgelijk project nog niet eerder is uitgevoerd; b. b. na afloop van het project een beschrijving van het project en de resultaten daarvan in elektronische vorm beschikbaar zijn; c. c. de in het kader van het project ontwikkelde producten indien mogelijk in elektronische vorm beschikbaar komen en als zodanig kosteloos aan derden ter beschikking worden gesteld.

6. Een aanvrager als bedoeld in artikel 3, derde lid, verklaart dat hij bereid is om deel te nemen aan een landelijk onderzoek naar de resultaten van de projecten, bedoeld in artikel 5, onder b.

7. Het vierde lid, onderdelen a en c, en vijfde lid, zijn niet van toepassing op een aanvrager als bedoeld in artikel 3, derde lid.

8.

Een gespecificeerde begroting van een project als bedoeld in het tweede lid, onder b, sluit aan bij de activiteiten en bevat tevens een opgave van:

a. a. de begrote totale kosten alsmede de reële kosten per te onderscheiden activiteit; en b. b. de begrote kosten die verband houden met de realisatie van activiteiten en die voor de ontwikkeling of uitvoering van het project als noodzakelijk en ten laste van de aanvrager te blijven kosten zijn aan te merken.

9. Een aanvraag heeft steeds betrekking op één project.

10. Een aanvrager kan gedurende het aanvraagtijdvak ten hoogste één aanvraag voor projectsubsidie indienen. Indien de aanvraag betrekking heeft op een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b, kan namens het samenwerkingsverband gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, ten hoogste één aanvraag voor projectsubsidie worden ingediend.

11. In aanvulling op het tiende lid kan, indien de aanvraag betrekking heeft op een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b, gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, slechts een aanvraag voor projectsubsidie worden ingediend wanneer de samenwerkende organisaties vallen onder verschillende koepelorganisaties.

Artikel 4a

1.

Een projectsubsidie wordt slechts verleend, indien de subsidieaanvrager:

a. a. aannemelijk heeft gemaakt dat zijn financiële middelen, met inbegrip van de projectsubsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten, bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b, uit te voeren; b. b. een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de met de projectsubsidie beoogde doeleinden zullen worden bereikt; c. c. geen reële mogelijkheden heeft om op andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen; d. d. aannemelijk heeft gemaakt dat de subsidiabele activiteiten voldoende kunnen worden beïnvloed in kwalitatieve en kwantitatieve zin.

2.

Een projectsubsidie wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van de Minister:

a. a. de aanvraag of het voor subsidie aangemelde project niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen; b. b. onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten; c. c. sprake is van overschrijding van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5a, tweede lid.

3. Een projectsubsidie wordt voorts geweigerd bij meer dan één aanvraag tot subsidieverlening van dezelfde aanvrager.

4. Indien de subsidieaanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.

Artikel 4b

1. Voor de bepaling van het bereiken van het subsidieplafond en de verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige aanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige aanvraag is sprake, indien wordt voldaan aan artikel 4.

2. Wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

3. Indien toekenning van aanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde door loting vastgesteld.

4. Op een aanvraag wordt binnen een termijn van dertien weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, beslist.

Artikel 5

Voor projectsubsidie in het kalenderjaar 2009 komen uitsluitend projecten in aanmerking die passen binnen de in artikel 2 genoemde doelstellingen en betrekking hebben op de volgende themas:

a. a. bevordering van de kwaliteit van de kinderopvang, in het bijzonder gericht op:

      1°.
      verbetering van de pedagogische kwaliteit;
    
    
      2°.
      verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers;
    
    
      3°.
      verbetering van de kwaliteit van de opvang van babys en de opvang in verticale groepen;
    
    
      4°.
      verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen;
    
    
      5°.
      verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer.

1°. 1°. verbetering van de pedagogische kwaliteit; 2°. 2°. verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers; 3°. 3°. verbetering van de kwaliteit van de opvang van babys en de opvang in verticale groepen; 4°. 4°. verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen; 5°. 5°. verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer. b. b. stimulering van samenwerking tussen kinderopvangcentra en peuterspeelzalen, anders dan het aanbieden van voorschoolse educatie of vroegschoolse educatie, in het bijzonder gericht op:

      1°.
      stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;
    
    
      2°.
      verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum;
    
    
      3°.
      voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden;
    
    
      4°.
      een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners;
    
    
      5°.
      het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk;
    
    
      6°.
      meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.

1°. 1°. stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; 2°. 2°. verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum; 3°. 3°. voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden; 4°. 4°. een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners; 5°. 5°. het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk; 6°. 6°. meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.

Artikel 5a

1. Voor het kalenderjaar 2009 kunnen aanvragen voor projectsubsidies als bedoeld in artikel 5, onder a, worden ingediend in de periode vanaf 1 september tot 1 oktober 2009. Voor projectsubsidies als bedoeld in artikel 5, onder b, kunnen aanvragen worden ingediend vanaf 1 oktober tot 1 november 2009.

2.

Voor subsidieverlening is in het kalenderjaar 2009 een bedrag van ten hoogste € 9.000.000 beschikbaar, waarvan:

a. a. € 3.500.000 beschikbaar is voor projecten als bedoeld in artikel 5, onder a; b. b. € 5.500.000 beschikbaar is voor projecten als bedoeld in artikel 5, onder b.

3. De subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 5, onder a, bedraagt per subsidieontvanger ten hoogste € 250.000.

4. De subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 5, onder b, bedraagt per subsidieontvanger ten hoogste € 50.000.

5. Subsidie wordt slechts verleend voor projecten met een tijdsduur van ten hoogste 18 maanden.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

1.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende na de indiening van de aanvraag noodzakelijke rechtstreeks aan het project toe te rekenen door de aanvrager gemaakte en te zijne laste, dan wel ten laste van het samenwerkingsverband gebleven kosten met betrekking tot:

a. a. personeel; b. b. exploitatie; of c. c. overhead.

2. Geen subsidie wordt verleend voor begrote kosten van projecten die voor de datum van indiening van de aanvraag bij het Agentschap SZW ten behoeve van het project zijn ontwikkeld of uitgevoerd.

3. Onvoorziene kosten, algemene kosten, kosten van door de aanvrager ten behoeve van de aanvraag ingeschakelde subsidieadviseurs en pro memorieposten komen niet voor subsidie in aanmerking.

4. Voor BTW-plichtige subsidieontvangers wordt de BTW niet gesubsidieerd.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

1. De beschikking tot verlening van projectsubsidie betreft de activiteiten zoals vastgelegd in het bij de aanvraag gevoegde projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a.

2. Blijkt tijdens de uitvoering van de subsidiabele activiteiten dat de werkelijk daarop betrekking hebbende uitgaven of ontvangsten aanzienlijk lager blijven onderscheidenlijk hoger zijn dan de in de goedgekeurde begroting opgenomen bedragen, dan deelt de subsidieontvanger dit zo spoedig mogelijk mee aan de Minister, onder opgave van de verschillen en de oorzaken daarvan. Wijzigingen in het projectplan behoeven de toestemming van de Minister.

3. In de beschikking wordt het maximumbedrag vermeld dat aan projectsubsidie tegemoet kan worden gezien. Bij de bepaling van dit bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de uitvoeringskosten en beheerskosten van het project zoals door de aanvrager geraamd in zijn aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de beschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager niveau kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven naar het oordeel van de Minister niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering of het beheer van het project.

4. Het in de beschikking tot subsidievaststelling vast te stellen subsidiebedrag is niet hoger dan het in het derde lid bedoelde maximumbedrag, tenzij de Minister toestemming heeft gegeven voor een verhoging van de kosten of wijzigingen in het projectplan als bedoeld in het tweede lid.

5. Aan de beschikking tot subsidieverlening kunnen nadere voorschriften worden verbonden, voor zover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van een juiste uitvoering van het project dan wel behoud van een goed inzicht in de voortgang van het project.

Artikel 12

1. De Minister verleent bij de subsidieverlening een voorschot van maximaal 80% van de te verlenen subsidie.

2. Indien een project zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekt kan bij de subsidieverlening worden bepaald dat de bevoorschotting per kalenderjaar of per periode van twaalf maanden plaatsvindt.

3. Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid bedraagt het voorschot maximaal 80% van de per kalenderjaar of per periode van twaalf maanden te verlenen projectsubsidie.

Paragraaf 3. De aan subsidieverlening verbonden verplichtingen

Artikel 12a

1. De gesubsidieerde activiteiten worden conform het goedgekeurde projectplan bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, uitgevoerd.

2. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze wordt verstrekt, en dat naast de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen alle overige verplichtingen die aan de subsidieverstrekking zijn verbonden worden nageleefd.

3. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat het project binnen twee maanden na ontvangst van de beschikking, bedoeld in artikel 11, wordt gestart.

Artikel 12b

1. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk onder overlegging van relevante stukken schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de beslissing over de hoogte van de subsidie.

2. De subsidieontvanger brengt de Minister onmiddellijk op de hoogte indien surséance van betaling wordt aangevraagd of in geval van dreiging of aangifte van faillissement.

Artikel 12c

De subsidieontvanger verzekert zich tegen alle risicos, waaruit zodanige onkosten of schadeclaims kunnen voortkomen dat de verdere uitvoering van de activiteiten wordt verhinderd of dat subsidiegelden kunnen toevloeien naar gelaedeerde derden.

Artikel 12d

1.

De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die voldoet aan de volgende eisen:

a. a. de inrichting van de administratie sluit aan bij de ingediende en goedgekeurde begroting en het goedgekeurde projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a; de administratie bevat informatie die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de subsidiabele activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking; b. b. de administratie is zodanig ingericht dat de juistheid en volledigheid van de financiële gegevens er op eenvoudige wijze uit kunnen worden opgemaakt. Dit houdt in:

        1°.
        dat alle ontvangsten en uitgaven onmiddellijk in de administratie worden vastgelegd met onderliggende stukken; van ontvangsten en uitgaven zonder bewijsstukken wordt een afzonderlijke administratie ingericht;
      
      
        2°.
        dat bewijsstukken aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.

1°. 1°. dat alle ontvangsten en uitgaven onmiddellijk in de administratie worden vastgelegd met onderliggende stukken; van ontvangsten en uitgaven zonder bewijsstukken wordt een afzonderlijke administratie ingericht; 2°. 2°. dat bewijsstukken aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.

2. De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken worden gedurende ten minste zeven jaar bewaard.

3. Dit artikel is niet van toepassing op de ontvanger van een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b.

Artikel 12e

1. Indien de Minister, ter uitvoering van artikel 11, vijfde lid, tussentijdse rapportages verlangt over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten of over de besteding van de projectsubsidie, dienen deze rapportages uiterlijk één maand na het verstrijken van de daarbij aangegeven periode te worden verstrekt.

2. De rapportages over de voortgang van de activiteiten sluiten aan bij het door de Minister goedgekeurde projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a. Belangrijke verschillen tussen de rapportages en het goedgekeurde projectplan worden toegelicht.

3. De rapportages over de besteding van de subsidie sluiten aan op de ingediende begroting, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b. Belangrijke verschillen tussen de rapportages en de begroting worden toegelicht.

4. De subsidieontvanger geeft aan de Auditdienst van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op verzoek inzage van de in artikel 12d bedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de uitvoering van het projectplan en de besteding van de subsidie.

5. Dit artikel is niet van toepassing op de ontvanger van een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b.

Artikel 13

Een subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de opstelling van evaluatierapporten met betrekking tot deze subsidieregeling, en draagt er zorg voor dat, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.

Paragraaf 4. Subsidievaststelling

Artikel 14

1. De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de gesubsidieerde activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, met gebruikmaking van een te ondertekenen formulier, dat verkrijgbaar is bij het Agentschap SZW. Het formulier omvat een activiteitenverslag en een financiële verantwoording.

2. Het activiteitenverslag geeft een duidelijk inzicht in de aard, de duur en de omvang van de gesubsidieerde activiteiten. In het verslag worden de verrichte activiteiten vergeleken met de in het projectplan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, opgenomen voorgenomen activiteiten.

3. Het eerste lid, voor zover het de financiële verantwoording betreft, is niet van toepassing op de ontvanger van een projectsubsidie als bedoeld in artikel 5, onder b. In het geval, bedoeld in de eerste volzin, wordt het formulier, bedoeld in het eerste lid, ondertekend door de houders, bedoeld in artikel 3, derde lid.

Artikel 14a

1. De financiële verantwoording geeft duidelijk de baten en de lasten weer welke op de gesubsidieerde activiteiten betrekking hebben.

2. De financiële verantwoording sluit aan bij de door de Minister goedgekeurde begroting, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b. Belangrijke verschillen tussen het financieel verslag en de goedgekeurde begroting worden toegelicht.

3. De baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Artikel 15

1. De financiële verantwoording gaat bij een subsidie boven € 50.000 vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. De accountantsverklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ingericht overeenkomstig het model in bijlage 1 bij deze regeling.

3. De controle en rapportage van de accountant worden ingericht overeenkomstig een door de Minister vast te stellen controleprotocol.

4. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de Minister in te stellen onderzoeken. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.

Artikel 16

Een beschikking tot verlening van projectsubsidie kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en de op basis daarvan uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd, indien de subsidieontvanger een van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 12e of 14 niet naleeft.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kinderopvang.

Bijlage 1. Behorende bij

Aan: het bestuur van (opdrachtgever/rechtspersoon)

Wij hebben de financiële verantwoording (subsidieperiode) van (opdrachtgever/rechtspersoon) te (plaats), gecontroleerd.

Voor de gesubsidieerde activiteiten heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met de brief gedateerd (datum) met kenmerk (nummer) een subsidie verleend voor (subsidieperiode)

Het bestuur van de (opdrachtgever/rechtspersoon) is verantwoordelijk voor het opmaken van de financiële verantwoording. Tevens is het bestuur van de (opdrachtgever/rechtspersoon) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de financiële verantwoording opgenomen baten en lasten. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem, relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële verantwoording van het resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de financiële verantwoording op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het controleprotocol, behorende bij de Subsidieregeling kinderopvang. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de financiële verantwoording. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risicos van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële verantwoording van het resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de (opdrachtgever/rechtspersoon). Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de (opdrachtgever/rechtspersoon) heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de financiële verantwoording.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naar ons oordeel geeft de financiële verantwoording een getrouw beeld van de baten en lasten over (subsidieperiode) getrouw weer en voldoet aan de bepalingen van de Subsidieregeling kinderopvang en de nadere aanwijzingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zoals vastgelegd in de subsidiebeschikking van (datum).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze financiële verantwoording opgenomen baten en lasten over (periode) voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals die in de subsidiebeschikking en het controleprotocol, behorende bij de Subsidieregeling kinderopvang, zijn vermeld.

Tevens zijn wij nagegaan dat het activiteitenverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen in overeenstemming is met de financiële verantwoording.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Bijlage 2. behorende bij