40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO | BWBR0019181 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019181 | Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO |
Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs; b. b. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de wet, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. c. beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e, van de wet; d. d. deelnemer: de aan een instelling ingeschreven deelnemer die een beroepsopleiding volgt waarvoor het bevoegde gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma heeft vastgesteld, dat, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, een omvang van tenminste 300 uren per volledig studiejaar omvat. e. e. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet; f. f. commissie voor de indicatiestelling: een commissie, als bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra; g. g. landelijke commissie toezicht indicatiestelling: de commissie, bedoeld in artikel 28e van de Wet op de expertisecentra; h. h. ministeriële commissie voor de indicatiestelling: de in artikel 28d van de Wet op de expertisecentra bedoelde commissie; i. i. regionaal expertisecentrum: het centrum, bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra; j. j. school voor vso: een school voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra; k. k. subsidiejaar: de tijdsperiode tussen 1 augustus van enig jaar en 1 augustus van het daaropvolgende jaar.
Artikel 2
Het doel van deze regeling is het invoeren van een leerlinggebonden budget voor deelnemers aan een beroepsopleiding die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, voor zover de commissie voor de indicatiestelling heeft besloten dat deze deelnemers in aanmerking komen voor een leerlinggebonden budget.
Paragraaf 2. Aanvraag subsidie
Artikel 3
Subsidie wordt verleend aan instellingen ten behoeve van een samenwerkingsverband van die instelling en een regionaal expertisecentrum of een school voor vso.
Artikel 4
1. Het bevoegd gezag van een instelling dient ten behoeve van het in artikel 3 bedoelde samenwerkingsverband, een subsidieaanvraag bij de minister in voor een bij die instelling ingeschreven deelnemer die op grond van een besluit van de commissie voor de indicatiestelling of een besluit van de minister in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget
2. De aanvraag voor de subsidie geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagformulier leerlinggebonden budget zoals is vastgesteld in bijlage A bij deze regeling.
3. Vervallen.
4. Een aanvraag wordt geweigerd indien de deelnemer de leeftijd van 30 jaar heeft bereikt.
Paragraaf 3. Overige subsidieverplichtingen
Artikel 5
1. Binnen drie maanden na indiening van de aanvraag stelt het bevoegd gezag van de instelling een handelingsplan op in overeenstemming met de deelnemer of de ouder. Beide partijen ondertekenen het handelingsplan.
2.
Het handelingsplan bevat tenminste informatie over de volgende onderwerpen:
a. a. de maatregelen die de instelling treft met het oog op het halen van de in de onderwijsovereenkomst gestelde doelen in relatie tot de gestelde indicatie, b. b. de inzet van de ambulante begeleiding en c. c. een begroting van kosten gerelateerd aan de onder a en b genoemde activiteiten.
3. In overeenstemming met de deelnemer of de ouder evalueert het bevoegd gezag van de instelling jaarlijks het handelingsplan en past dit zonodig aan.
Artikel 6
1. De instelling sluit met de school voor vso of het regionaal expertisecentrum een samenwerkingsovereenkomst inzake de ambulante begeleiding die de school voor vso of het regionaal expertisecentrum biedt aan de deelnemer voor wie subsidie wordt aangevraagd.
2. In de samenwerkingsovereenkomst wordt door de partijen vastgelegd dat de in artikel 7 bedoelde verplichting een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat de school voor vso of het regionaal expertisecentrum de taken en verplichtingen voortvloeiend uit artikel 12 op zich neemt.
3. De samenwerkingsovereenkomst wordt in verband met de controle van de instellingsaccountant bewaard in de administratie van de instelling.
Artikel 7
De instelling werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van het beleid in verband met deze regeling.
Paragraaf 4. Besluit, bedrag, uitkering en verantwoording subsidie
Artikel 8
1. Subsidie wordt verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de subsidieaanvraag is ingediend. Indien de subsidieaanvraag is ingediend voordat het onderwijs feitelijk is begonnen, wordt subsidie verleend met ingang van de eerste dag van de maand waarin het onderwijs feitelijk is begonnen.
2. Subsidie wordt behoudens het derde lid verleend voor de duur van de door de commissie voor de indicatiestelling expertisecentra verleende indicatiestelling.
3.
De subsidie eindigt van rechtswege:
a. a. indien de deelnemer tijdens een subsidiejaar de leeftijd van 30 jaar bereikt: aan het einde van het subsidiejaar; b. b. indien de deelnemer van leerweg of opleidingsniveau verandert: aan het einde van het subsidiejaar; c. c. indien de deelnemer de instelling verlaat of niet langer een opleiding volgt als bedoeld in tabel A: met ingang van de maand na het uitschrijven van de deelnemer.
Artikel 9
1.
Het subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de bedragen op jaarbasis zoals verwerkt in onderstaande tabellen A en B, waarbij tabel A het bedrag bevat dat besteed wordt door de instelling en tabel B het bedrag bevat dat besteed wordt door het regionaal expertisecentrum of de school voor vso die de ambulante begeleiding van de deelnemer verzorgt en die terzake daarvan de in artikel 6 bedoelde samenwerkingsovereenkomst met de instelling heeft gesloten.
| BOL | BBL | BOL | BBL | |
|---|---|---|---|---|
| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | Assistent- en basisberoepsopleiding | Assistent- en basisberoepsopleiding | Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding | Vakopleiding, middenkader- en specialistenopleiding |
| Cluster 2 Dove deelnemers | € 2.216 | € 1.478 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 1.451 | € 968 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Cluster 4 Gedrags-problematiek | € 1.425 | € 950 | € 2.876 | € 1.917 |
| Toelaatbaar verklaard tot onderwijs van | BOL | BBL |
|---|---|---|
| Cluster 2 Dove deelnemers | € 5.212 | € 3.474 |
| Cluster 2 Slechthorende deelnemers | € 3.235 | € 2.157 |
| Cluster 2 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.289 | € 2.193 |
| Cluster 3 Lichamelijk gehandicapte deelnemers | € 5.127 | € 3.418 |
| Cluster 3 Langdurig zieke deelnemers met een lichamelijke handicap | € 3.289 | € 2.193 |
| Cluster 3 Zeer moeilijk lerende deelnemers | € 3.172 | € 2.115 |
| Cluster 3 Meervoudig gehandicapte deelnemers | € 3.289 | € 2.193 |
| Cluster 4 Gedragsproblematiek | € 3.289 | € 2.193 |
2. De bedragen uit het eerste lid gelden per 1 augustus 2007.
3. Indien de deelnemer een opleiding volgt in een beroepsopleidende leerweg waarvoor het bevoegd gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma heeft vastgesteld dat, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, minder dan 850 uur per studiejaar omvat, wordt de hoogte van de subsidie in afwijking van het eerste lid vastgesteld aan de hand van de in dat lid genoemde bedragen in de betreffende kolom BBL.
Artikel 10
1. De subsidie wordt in jaarlijkse termijnen uitgekeerd, telkens in augustus van ieder jaar.
2. Indien de aanvraag niet tijdig voor 1 augustus van een jaar is gedaan, wordt de eerste termijn uitgekeerd binnen 4 weken nadat de beslissing tot subsidieverlening is genomen.
Artikel 11
1. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.
2. Indien het geval, bedoeld in artikel 8, derde lid onder a, b of c zich voordoet meldt het bevoegd gezag dit voor het einde van het studiejaar onderscheidenlijk binnen 4 weken na het uitschrijven van de deelnemer. De minister kan nadere aanwijzingen geven over de wijze waarop deze melding dient te geschieden.
3. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige verkrijging en besteding van deze subsidie.
4. De subsidie wordt verantwoord in de jaarrekening die betrekking heeft op het jaar waarin de subsidie is besteed. In de jaarrekening van het jaar waarin de subsidie nog niet volledig is besteed, wordt aangegeven wat de stand is van de uitgaven in relatie tot de subsidie.
Paragraaf 5
Artikel 12
De artikelen 8a, 28b, 28c met uitzondering van het derde lid, 28d en 28e van de Wet op de expertisecentra zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. a. onder ‘leerling’ wordt verstaan ‘deelnemer’; b. b. onder ‘een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs’ wordt verstaan ‘een instelling als bedoeld in artikel 1, onder e, van de subsidieregeling leerlinggebonden financiering BVE’; c. c. wanneer in één van de in de aanhef genoemde artikelen wordt verwezen naar taken, bevoegdheden of verplichtingen in een ander, in de aanhef genoemd artikel, daaronder mede wordt verstaan de taken, bevoegdheden of verplichtingen die zijn toegekend op grond van deze regeling, en d. d. het bepaalde in de artikelen 13 tot en met 15 in acht wordt genomen.
Artikel 13
1.
Overeenkomstig het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt mandaat verleend aan:
a. a. de commissie voor de indicatiestelling, tot het nemen van de besluiten, bedoeld in de artikelen 12 en 14 juncto artikel 28c van de Wet op de expertisecentra; b. b. de ministeriële commissie voor de indicatiestelling, tot het nemen van de besluiten, bedoeld in artikel 12 juncto artikel 28d van de Wet op de expertisecentra. c. c. De landelijke commissie toezicht indicatiestelling, tot het nemen van de besluiten, bedoeld in artikel 12 juncto artikel 28e van de Wet op de expertisecentra.
2. De commissies, bedoeld in het eerste lid, leven bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid de voorschriften, gesteld bij deze regeling na.
Artikel 14
1. De commissie voor de indicatiestelling beoordeelt alleen of een deelnemer in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget.
2. In bijlage B bij deze regeling is het in artikel 28c, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra bedoelde aanmeldingsformulier opgenomen.
3. De geldigheidsduur van de indicatie is in overeenstemming met het daarover bepaalde in het Besluit leerlinggebonden financiering.
Artikel 15
Hoofdstuk 3 van het Besluit leerlinggebonden financiering is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 15*
In afwijking van artikel 8, eerste lid, eerste volzin, kan subsidie die is aangevraagd voor 1 maart 2006 worden verleend met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO.
Bijlage A
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
[afbeelding]
Bijlage B
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]