rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-leraren-in-opleiding-1999-2000/BWBR0010829
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000 BWBR0010829 ministeriele-regeling geldend 1999-11-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010829 Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000

Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

• • de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen • • bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een of meerdere scholen voor basisonderwijs • • leraar in opleiding: de laatstejaarsstudent van een lerarenopleiding basisonderwijs, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, die wordt benoemd op een leerarbeidsplaats bij een basisschool.

Artikel 2

De minister verstrekt subsidie als tegemoetkoming in de kosten voor het benoemen en het begeleiden van een leraar in opleiding (lio) met leerarbeidsovereenkomst.

Artikel 3

Subsidie wordt slechts verleend aan het bevoegd gezag dat in het schooljaar 1999 - 2000 een of meer lio's met leerarbeidsovereenkomst benoemt.

Artikel 4

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is maximaal een bedrag van ƒ 5.504.720,- beschikbaar.

Artikel 5

1. De subsidie voor de subsidieontvanger is per benoemde lio met leerarbeidsovereenkomst gelijk aan 50% van de salariskosten van de lio over een periode van 5 maanden en een bedrag van ƒ 1500,- bestemd voor de begeleiding van de lio met leerarbeidsovereenkomst.

2. Indien de benoeming van een lio met leerarbeidsovereenkomst op vervangingsbasis gebeurt en er sprake is, of zal zijn, van een volledige vergoeding van de salariskosten door het vervangingsfonds, bestaat er voor de periode waarover deze vergoeding zal worden gegeven, geen aanspraak op subsidie van de salariskosten als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag

Artikel 6

Subsidie wordt op aanvraag verleend.

Artikel 7

1. Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag een aanvraag in met inachtneming van het hierna volgende.

2.

De aanvraag omvat naast het administratienummer van het bevoegd gezag per school de volgende gegevens:

• • brinnummer, • • naam en adres van de school, • • aantal lio's dat ten behoeve van die school is benoemd of zal worden benoemd.

3. In de aanvraag wordt een contactpersoon genoemd onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze contactpersoon bereikbaar is.

4.

De aanvraag dient te worden ingediend bij:

• • De Centrale Financiën Instellingen, Postbus 606, 2700 MI. Zoetermeer, t.a.v. CFI/FTO, onder vermelding van 'aanvrage LIO 1999 - 2000'

Artikel 8

De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 januari 2000. Indien een aanvraag voor 2 december 1999 door Cfi is ontvangen, krijgt de aanvrager voor 24 december 1999 bericht. De overige aanvragers ontvangen voor 1 februari 2000 bericht.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening

Artikel 9

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 10

De subsidie wordt toegekend voor een tijdvak van vijf maanden dat valt in de periode van 1 januari 2000 tot de eerste dag van de zomervakantie die geldt voor de desbetreffende basisschool.

Artikel 11

Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 12

1.

Voor subsidie als bedoeld in artikel 5 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer in ieder geval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. a. De lio met leerarbeidsovereenkomst wordt benoemd op basis van een leerarbeidsovereenkomst conform hoofdstuk I-T van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. (RPBO). b. b. Het bevoegd gezag verplicht zich tot een goede begeleiding van de lio met leerarbeidsovereenkomst op de werkplek, waarbij minimaal de beschikbaar gestelde bijdrage in de begeleidingskosten van ƒ 1500,- wordt aangewend voor de begeleiding in de school. De begeleiding bestaat in elk geval uit:

        •
        goede introductie van de lio met leerarbeidsovereenkomst in de school;
      
      
        •
        begeleiding bij het reflecteren op diens ervaringen in de school;
      
      
        •
        bereidheid de lio met leerarbeidsovereenkomst te laten oefenen in een diversiteit aan leer- en werksituaties.

• • goede introductie van de lio met leerarbeidsovereenkomst in de school; • • begeleiding bij het reflecteren op diens ervaringen in de school; • • bereidheid de lio met leerarbeidsovereenkomst te laten oefenen in een diversiteit aan leer- en werksituaties.

Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling

Artikel 13

1. Binnen 13 weken na afloop van het schooljaar 1999 - 2000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de projectsubsidie in bij de Centrale Financien Instellingen. De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een financieel verslag, een activiteitenverslag en een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst.

2. Het bevoegd gezag waarvan de definitieve subsidie wordt vastgesteld verneemt dit uiterlijk 13 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 6. Betaling

Artikel 14

Het bevoegd gezag waarvan de aanvraag is toegekend ontvangt voor 1 maart 2000 het subsidiebedrag bedoeld in artikel 5 in de vorm van een voorschot.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 15

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OcenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling leraren in opleiding 1999 - 2000.