rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-maatschappelijke-diensttijd-mdt/BWBR0048113
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) BWBR0048113 ministeriele-regeling geldend 2025-05-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048113 Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als afgerond indien de vereiste uren zijn gemaakt, én de voorgenomen activiteiten van het MDT-traject zijn uitgevoerd;
  • AVG: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
  • cofinanciering: financiering voor het MDT-project, die wordt ingebracht door de penvoerder, projectpartners of derden;
  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
  • jongeren: deelnemers van 12 tot 30 jaar bij aanvang van een MDT-traject;
  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • Impact: het effect van het MDT-traject op jongeren en de maatschappij;
  • MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;
  • MDT-certificaat: document waarin wordt vermeld dat het MDT-traject volledig is afgerond;
  • MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;
  • MDT-intensief-traject: MDT-traject van ten minste 320 uur gedurende een periode van ten hoogste zes maanden;
  • MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;
  • MDT-netwerk: landelijk netwerk van organisaties betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;
  • MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;
  • MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten en MDT-extra-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;
  • MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, werkt aan talentontwikkeling en anderen kan ontmoeten;
  • minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
  • niet-afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als niet afgerond indien het minimaal aantal uren per traject niet is behaald, gerekend van het moment van intake;
  • onderwijsinstelling: onderwijsinstelling zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met uitzondering van bekostigde scholen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
  • partnerschap: partnerschap dat is gevormd ten behoeve van de uitvoering van een MDT-project en dat bestaat uit ten minste een penvoerder en één of meer andere partijen;
  • penvoerder: instelling zoals bedoeld in de Kaderregeling, die optreedt als aanvrager en na verlening als ontvanger van de subsidie;
  • prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;
  • regionaal samenwerkingsverband MDT: samenwerkingsverband van penvoerders in een regio.
  • solvabiliteit: De verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen waarmee de onderneming kan aantonen dat deze in staat is om op lange termijn aan haar schulden te voldoen, bestaande uit het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen vermenigvuldigd met honderd procent;
  • werkkapitaal: financiële middelen die een onderneming beschikbaar heeft op basis van de jaarrekening om op korte termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, bestaande uit de vlottende activa minus de vlottende passiva.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Ten aanzien van deze regeling is artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling niet van toepassing. Er is sprake van subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling.

Artikel 3

Het doel van de regeling is het beschikbaar stellen van middelen ten behoeve van:

a. a. het realiseren van MDT-trajecten voor jongeren, die maatschappelijke impact maken volgens de drie pijlers van MDT, te weten: iets doen voor ander, talentontwikkeling en ontmoeting; b. b. het bijdragen aan de doorontwikkeling van het MDT-programma, zodat het voor elke jongere mogelijk is om een passend MDT-traject te volgen.

Artikel 4

1.

De minister verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten:

a. a. het werven van jongeren voor een MDT-traject; b. b. intake en matching van jongeren aan een MDT-traject; c. c. begeleiding van jongeren gedurende het MDT-traject; d. d. overige activiteiten van jongeren gedurende het MDT-traject; e. e. coördinerende, uitvoerende en ondersteunende werkzaamheden, waaronder activiteiten in het kader van onderzoeksdeelname en de kosten ten behoeve van de verantwoording; f. f. activiteiten ten behoeve van samenwerking in de regio, deelname aan regionale samenwerkingsverbanden MDT, en verduurzaming en kennisdeling binnen het MDT-netwerk.

2. Een MDT-traject voor een jongere die reeds twee keer eerder een MDT-traject heeft afgerond, is niet subsidiabel.

3. Activiteiten die reeds op andere wijze worden gefinancierd komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 5

1. De subsidie wordt verleend aan en verantwoord door de penvoerder.

2. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

3. Een penvoerder dient een aanvraag in namens een partnerschap.

Hoofdstuk 2. Aanvraagronde 2024

Artikel 5a

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 8, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 6

1.

De subsidie voor het uitvoeren van MDT-projecten bedraagt:

a. a. ten minste € 240.000 en ten hoogste € 3.000.000 voor een subsidieperiode van twee jaar; b. b. ten minste € 360.000 en ten hoogste € 4.500.000 voor een subsidieperiode van drie jaar.

2. De subsidie voor het uitvoeren van een MDT-project bedraagt ten hoogste 75% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project;

3. De penvoerder realiseert minimaal 25% cofinanciering van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project waarbij de cofinanciering in geld is, of wordt gewaardeerd in geld.

4.

Het aangevraagde subsidiebedrag per MDT-traject, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan niet hoger zijn dan:

a. a. maximaal € 1.385 per MDT-basis-traject; b. b. maximaal € 1.980 per MDT-extra-traject; c. c. maximaal € 2.217 per MDT-plus-traject; d. d. maximaal € 3.722 per MDT-intensief-traject.

5. De penvoerder kan bij de aanvraag tot verlening van subsidie voor maximaal 5% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project, garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in het derde lid.

Artikel 7

1. Het subsidieplafond bedraagt € 150.000.000.

2. Indien het subsidieplafond bij subsidieverstrekking aan alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou worden overschreden, verdeelt de minister het beschikbare bedrag middels een evenredige korting over de daarvoor in aanmerking komende aanvragen.

Artikel 8

1. Een penvoerder kan in 2024 en 2025 op grond van deze regeling subsidie aanvragen.

2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2024 10.00 uur tot en met 1 mei 2024, 15.00 uur.

3. Aanvragen die niet zijn ingediend binnen de periode, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.

4.

Voor de volledige aanvraag tot verlening worden de volgende door de minister vastgestelde modelformulieren gebruikt:

a. a. het aanvraagformulier, waaronder begroting en activiteitenplan; b. b. een samenwerkingsovereenkomst die door alle partners die onderdeel zijn van het partnerschap is ondertekend; en c. c. een cofinancieringsverklaring die is ondertekend door een tekenbevoegde van een organisatie, die een bijdrage levert aan het faciliteren van een MDT-project.

5. Aanvragen dienen te voldoen aan de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling.

6. De subsidie wordt voor een periode van twee of drie jaar verstrekt. De penvoerder geeft in de aanvraag tot verlening de gewenste periode aan.

7. Een penvoerder draagt er zorg voor dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing.

8. De penvoerder draagt er zorg voor dat deelname aan MDT-trajecten vrijwillig is. Een meer verplichtend karakter is toegestaan wanneer MDT wordt ingezet om vanuit Leerplichtwet en kwalificatieplicht toeleiding naar school te bevorderen of vanuit de Participatiewet verlangd wordt dat er tegenprestatie geleverd wordt.

9. Deze subsidieregeling is niet van toepassing op het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Artikel 9

1.

De penvoerder:

a. a. heeft de verplichting om uiterlijk binnen 6 maanden na verlening van de subsidie te starten met de projectactiviteiten; b. b. realiseert cofinanciering zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van ten minste 25% van de totale kosten; c. c. levert eenmaal per 12 maanden na start van het MDT-project een tussentijdse rapportage over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde modelformulier; d. d. voert per variant tenminste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit; e. e. gebruikt in de benaming van het project de afkorting MDT, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT logo te gebruiken in alle communicatieactiviteiten en uitingen van het partnerschap; f. f. heeft de verplichting om het MDT-proof label aan te vragen binnen 12 maanden na startdatum van het project; g. g. accepteert alleen aanmeldingen van deelnemers, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, die op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) als ingezetene kunnen worden aangemerkt; h. h. verstrekt alle deelnemende jongeren het MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject; i. i. dient met elke samenwerkingspartner een data sharing agreement (DSA) af te sluiten om gegevensuitwisseling met de penvoerder mogelijk te maken, en overlegt deze bij de tussentijdse rapportage van het project aan de minister; j. j. houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording; k. k. is verplicht deel te nemen aan meerdere onderdelen van onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma, te weten:

        i.
        een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;
      
      
        ii.
        jongeren vragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongeren vragenlijsten;
      
      
        iii.
        projectleiders vragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder éénmaal per kwartaal. De penvoerder is hiervoor onder andere verplicht een geanonimiseerde registratie bij te houden met betrekking tot eigenschappen van de deelnemende jongeren ten behoeve van onderzoek naar MDT;
      
      
        iv.
        impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT;
      
      
        v.
        beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties;
      
      
        vi.
        een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na verlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.

i. i. een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject; ii. ii. jongeren vragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongeren vragenlijsten; iii. iii. projectleiders vragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder éénmaal per kwartaal. De penvoerder is hiervoor onder andere verplicht een geanonimiseerde registratie bij te houden met betrekking tot eigenschappen van de deelnemende jongeren ten behoeve van onderzoek naar MDT; iv. iv. impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT; v. v. beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties; vi. vi. een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na verlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.

Hoofdstuk 3. Aanvraagronde 2025

Artikel 9a

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 9b

1. In 2025 kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend van 5 juni 2025, 09.00 uur tot en met 3 juli 2025, 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

2.

Het vierde tot en met negende lid van artikel 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. in aanvulling op artikel 8, vierde lid, de penvoerder bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt; b. b. indien de penvoerder niet controleplichtig is, bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een beoordelingsverklaring verstrekt; c. c. indien op een rechtspersoon het jaarrekeningenrecht niet van toepassing is, de penvoerder bij zijn aanvraag de balans en de staat van baten en lasten met toelichting verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een schriftelijke verklaring door een accountant dat van onjuistheden niet is gebleken verstrekt; d. d. in afwijking van artikel 8, zesde lid, de subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie jaar.

3. De begroting en de cofinancieringsverklaring worden ingediend met gebruikmaking van het standaardformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

Artikel 9c

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de penvoerder op 1 juli 2025 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 9d

1. Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking in 2025 bedraagt ten hoogste € 125 miljoen.

2.

Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. in afwijking van artikel 6, eerste lid, de subsidie alleen wordt verstrekt voor een subsidieperiode van drie jaar. b. b. in afwijking van artikel 6, vierde lid, het aangevraagde subsidiebedrag niet hoger kan zijn dan:

        i.
        maximaal € 1.476, per MDT-basis-traject;
      
      
        ii.
        maximaal € 2.110, per MDT-extra-traject;
      
      
        iii.
        maximaal € 2.363, per MDT-plus-traject;
      
      
        iv.
        maximaal € 3.967, per MDT-intensief-traject.

i. i. maximaal € 1.476, per MDT-basis-traject; ii. ii. maximaal € 2.110, per MDT-extra-traject; iii. iii. maximaal € 2.363, per MDT-plus-traject; iv. iv. maximaal € 3.967, per MDT-intensief-traject.

Artikel 9e

Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9d, eerste lid, ontoereikend is om alle voor verlening in aanmerking komende aanvragen die op grond van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 1, als voldoende zijn beoordeeld toe te wijzen, wordt door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen gehonoreerd worden.

Artikel 9f

1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening in ieder geval geweigerd worden, indien het werkkapitaal van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.

2. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening geweigerd indien de penvoerder bij aanvraag een solvabiliteit van 25% of minder heeft, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.

3. Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving, is dit artikel niet van toepassing.

Artikel 9g

De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat:

a. a. in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, de penvoerder met de uitvoering van de projectactiviteiten start vanaf het moment van subsidieverlening tot uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie; b. b.

    artikel 9, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing is;

c. c. in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel i, voor 'een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;' wordt gelezen 'gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;'. d. d. in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel iii, tweede volzin, niet van toepassing is; e. e. in aanvulling op artikel 9, eerste lid, de penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband een gescheiden boekhouding voeren met betrekking tot de financiering van het MDT-project.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 10

1. Een door de minister ingestelde beoordelingscommissie adviseert de minister op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1, over de volledige subsidieaanvragen, met uitzondering van subsidieaanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht of omdat de penvoerder niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in samenhang met artikel 9f.

2. De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.

Artikel 11

De minister besluit op volledige aanvragen binnen 22 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 8, tweede lid, of artikel 9b, eerste lid, op de aanvragen tot verlening.

Artikel 12

1. De minister betaalt een voorschot van 90% van de verleende subsidie.

2.

Het voorschot wordt als als volgt uitbetaald:

a. a. 60% bij het besluit tot subsidieverlening en; b. b. 30% na de goedkeuring van de eerste tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel d, in samenhang met artikel 9g.

3. Met het besluit tot vaststelling van de subsidie wordt eventueel de resterende 10% van de verleende subsidie uitgekeerd.

Artikel 13

1.

Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs:

a. a. levert de penvoerder een activiteitenverslag, inclusief het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering; b. b. geschiedt de verantwoording in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving; c. c. kan de subsidie uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend, en wordt niet bestede subsidie teruggevorderd, en; d. d. vermeldt de penvoerder in het bestuursverslag het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering.

2.

Indien het eerste lid niet van toepassing is op de penvoerder:

a. a. legt de penvoerder in zijn aanvraag om vaststelling rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring; b. b. verstrekt de penvoerder, in aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling, tevens een prestatiebewijs met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, voorzien van een assurance rapport en een rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de in de regeling en beschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen, met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten; c. c. de controleverklaring, het assurance rapport en het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in de onderdelen b en c, worden opgesteld door een accountant overeenkomstig het door de minister vastgestelde accountantsprotocol. d. d. dient de penvoerder een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.

3. De subsidie wordt lager vastgesteld indien het aantal afgeronde trajecten per MDT-variant lager is dan 85% van het gesubsidieerde aantal trajecten of het subsidiebedrag niet geheel is besteed. De lagere vaststelling wordt bepaald door het aantal trajecten dat niet is afgerond tot 85%, te vermenigvuldigen met het verleende subsidiebedrag per MDT-variant, met een maximum van het totaal bestede bedrag op basis van de financiële verantwoording.

4. De penvoerder toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden.

Artikel 14

De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en regeling vervalt met ingang van 1 april 2028.

Artikel 15a

Ten aanzien van de subsidies die in 2023 op grond van deze regeling zijn verstrekt, blijft de regeling van toepassing zoals zij luidde op 2 mei 2023.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT).

Bijlage 1. behorende bij

De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:

De beoordelingscommissie beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen voor nieuwe penvoerders aan de hand van de criteria 2 tot en met 6 en voor bestaande penvoerders aan de hand van de criteria 1 tot en met 6. Een penvoerder moet op al deze criteria voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.