rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-meerurenmaatwerk/BWBR0051093
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Meerurenmaatwerk BWBR0051093 ministeriele-regeling geldend 2025-06-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051093 Subsidieregeling Meerurenmaatwerk

Subsidieregeling Meerurenmaatwerk

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
  • fte: full-time equivalent van 40 uur per week;
  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • keuzeopties: keuzeopties als bedoeld in artikel 3, derde lid, die aangeboden worden aan leraren voor uitbreiding of behoud van het aantal uren in hun contract;
  • leraar: degene die voldoet aan de bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 3 van de Wet op de expertisecentra;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • primair onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
  • school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de experticecentra.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3

1.

De minister kan aan een bevoegd gezag van een school subsidie verstrekken ten behoeve van het op één of meerdere onder het bevoegd gezag ressorterende scholen aanbieden en uitvoeren van:

a. a. ondersteunende activiteiten voor het voorbereiden van het aanbieden van keuzeopties aan leraren; en b. b. minimaal drie keuzeopties als bedoeld in het derde lid binnen één van de varianten, bedoeld in het vierde lid.

2.

Onder ondersteunende activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan:

a. a. het uitvoeren van een enquête onder de leraren om te bepalen welke voorkeuren zij hebben met betrekking tot de keuzeopties; b. b. het organiseren van draagvlaksessies; c. c. het trainen van personen in dienst van het bevoegd gezag voor het voeren van gesprekken over contractuitbreiding; d. d. het aanpassen van systemen op de benodigde flexibiliteit.

3.

Als keuzeoptie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, biedt het bevoegd gezag in ieder geval de optie van een geldbedrag bovenop het salaris aan. Daarnaast biedt het bevoegd gezag ten minste twee van de volgende opties aan:

a. a. geld voor kinderopvang bovenop het salaris; b. b. meer vrije dagen in schoolweken; c. c. een flexibel rooster; of d. d. andere niet-lesgevende taken binnen een school.

4.

De keuzeopties, bedoeld in het derde lid, kan het bevoegd gezag enkel aan leraren aanbieden binnen één van de volgende varianten:

a. a. 4 en 5 dagen werken: voor leraren die meer uren gaan werken dan minimaal een werktijdfactor van 0,8 fte dan wel een werktijdfactor van reeds minimaal 0,8 fte blijven werken; of b. b. Urenuitbreiding: voor leraren die hun arbeidsduur uitbreiden met minimaal 0,1 fte.

Artikel 4

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2025 tot en met 2028 een totaalbedrag van € 14.812.000 beschikbaar, waarvan:

a. a. € 11.850.000 beschikbaar is voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a; b. b. € 2.962.000 beschikbaar is voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b.

2. Indien één van de bedragen, genoemd in het voorgaande lid niet volledig wordt benut, worden de resterende middelen toegevoegd aan het andere in het voorgaande lid genoemde subsidieplafond.

3. Indien één van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, in zijn geheel niet wordt benut, is het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 5

1.

De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 8.695.000, per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:

a. a. maximaal € 55.000, per bevoegd gezag voor de ondersteunde activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en b. b. maximaal € 160.000, per school voor de keuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

2.

De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 2.485.000, per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:

a. a. maximaal € 55.000, per bevoegd gezag voor de ondersteunde activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; en b. b. maximaal € 45.000, per school voor de keuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

3. Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, niet meer dan 90% van de gerealiseerde kosten.

4. Onverminderd het tweede lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, niet meer dan 97,5% van de gerealiseerde kosten.

Artikel 6

1. Een aanvraag voor de subsidie kan worden ingediend van 1 juli 2025 9:00 uur tot en met 5 september 2025 13:00 uur. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

2. Per bevoegd gezag kan één aanvraag worden ingediend.

3. Subsidieaanvragen waarbij de mogelijk toe te wijzen subsidie minder dan € 125.000 zou bedragen, worden afgewezen.

4. De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting.

5.

In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:

a. a. de keuze voor één van de varianten als bedoeld in artikel 3, vierde lid; b. b. een verklaring dat het bevoegd gezag:

        1°.
        een tekort heeft aan leraren door openstaande vacatures dan wel het tekort aan leraren oplost met onbevoegd of extern tijdelijk ingehuurd personeel op de deelnemende school of scholen;
      
      
        2°.
        kennis heeft genomen van handreiking (juridische) rechtvaardiging meerurenmaatwerk;
      
      
        3°.
        ten minste drie keuzeopties zal aanbieden waaronder in ieder geval de optie van een geldbedrag; en
      
      
        4°.
        
          bijlage 1 in acht neemt bij het aanbieden van de keuzeopties.

1°. 1°. een tekort heeft aan leraren door openstaande vacatures dan wel het tekort aan leraren oplost met onbevoegd of extern tijdelijk ingehuurd personeel op de deelnemende school of scholen; 2°. 2°. kennis heeft genomen van handreiking (juridische) rechtvaardiging meerurenmaatwerk; 3°. 3°. ten minste drie keuzeopties zal aanbieden waaronder in ieder geval de optie van een geldbedrag; en 4°. 4°.

          bijlage 1 in acht neemt bij het aanbieden van de keuzeopties.

c. c. voor welke school of scholen de subsidie wordt aangevraagd.

6. De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl. Het activiteitenplan en de begroting worden opgesteld met gebruik making van de formats die daartoe op www.dus-i.nl beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 7

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

2. Indien een aanvraag niet volledig gehonoreerd kan worden in verband met het bereiken van het subsidieplafond wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te passen. In het geval dat de aanvrager hier geen gebruik van maakt, wordt de aanvraag afgewezen.

3. Indien de aanvrager geen gebruik maakt van de gelegenheid de aanvraag aan te passen, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de aanvrager van de eerstvolgende binnengekomen aanvraag op de ranglijst de gelegenheid, bedoeld in het tweede lid, geboden totdat het subsidieplafond bereikt is of geen aanvragers meer op de ranglijst staan.

Artikel 8

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

a. a. De activiteiten worden uitgevoerd in de periode tot en met 31 juli 2029. b. b. De subsidieontvanger biedt de gekozen keuzeopties binnen zes maanden na het moment van subsidieverstrekking aan de leraren aan. c. c. De subsidieontvanger biedt gedurende de looptijd van de subsidie binnen de gekozen variant steeds dezelfde keuzeopties aan. d. d. De subsidieontvanger biedt de keuzeopties aan met inachtneming van bijlage 1 bij deze regeling. e. e. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende drie schooljaren; f. f. In afwijking van onderdeel e kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan drie schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan drie schooljaren; g. g. De subsidieontvanger kent binnen de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, de door de leraar gekozen keuzeoptie toe gedurende twee schooljaren. h. h. In afwijking van onderdeel g kent de subsidieontvanger de door de leraar gekozen keuzeoptie toe voor minder dan de twee schooljaren indien de resterende looptijd van de subsidie korter bedraagt dan twee schooljaren; i. i. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde begeleiding van de pilot; j. j. De subsidieontvanger werkt mee aan de door de minister ingestelde monitoring en evaluatie.

Artikel 9

1. De minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na het einde van het in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanvraagtijdvak.

2. Indien een aanvraag voor subsidie in aanmerking komt, wordt in afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel b, van de Kaderregeling, de subsidie door de minister verleend. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na het moment van indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de besteding.

3. De minister verstrekt een voorschot van 100% dat in vier termijnen wordt uitbetaald zoals vastgelegd in bijlage 2.

4. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2.

5. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 10

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 mei 2030, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die voor die datum op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 11

1. De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Meerurenmaatwerk.

Bijlage 1

Deze bijlage behoort bij artikel 8, vierde lid, van de Subsidieregeling Meerurenmaatwerk

Voor de variant 4 en 5 dagen werken, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a

^1 Indien een leraar bijvoorbeeld 0,9 fte gaat werken (of al doet), dan krijgt de leraar de bedragen of aantallen uit de eerste kolom (minimaal 0,8 fte), bovenop de reguliere toename in salaris door het werken van meer uren. Bijvoorbeeld de beloning voor leraar in schaal LB12 is € 6.056, als een leraar 0,6 fte werkt is dit € 3.634. Wanneer deze 0,8 fte gaat werken wordt dit € 4.845 plus € 250 maakt € 5.095.

Als een leraar daadwerkelijk 1,0 fte gaat werken, dan heeft de leraar recht op de bedragen of aantallen uit de tweede kolom.

Voor de variant* urenuitbreiding*, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b

^1 0,2 en hoger.

Bijlage 2

Deze bijlage behoort bij artikel 9, derde lid, van de Subsidieregeling Meerurenmaatwerk

^1 Deze percentages zijn berekend op het totaal beschikbare subsidiebedrag minus de uitvoeringskosten.