40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Npuls CTL | BWBR0048587 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048587 | Subsidieregeling Npuls CTL |
Subsidieregeling Npuls CTL
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- beoordelingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 14;
- Center for Teaching and Learning: binnen een onderwijsinstelling te realiseren of verder te ontwikkelen separaat organisatieonderdeel, fysieke locatie, netwerk van mensen, online platform of afdeling, dat met inzet van digitale mogelijkheden de onderwijsontwikkeling van en door docenten en overig onderwijspersoneel faciliteert, en kennisdeling, innovatie, ondersteuning en onderzoek stimuleert en de onderlinge verbinding van reeds aanwezige voorzieningen versterkt;
- CTL-plan: onderdeel van de aanvraag als bedoeld in artikel 9;
- docentontwikkeling: ontwikkeling en versterking van de eigen vakbekwaamheid onder andere met behulp van digitalisering;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- Npuls: het Nationaal Groeifondsprogramma van en voor alle mbo-scholen, hogescholen en universiteiten in Nederland, dat zich richt op het verbeteren van de onderwijskwaliteit, de adaptiviteit van het onderwijs en de verbetering van digitale vaardigheden van docenten en lerenden, door te investeren in de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en de mogelijkheden van digitalisering beter te benutten;
- onderwijsinstelling: bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a tot en met i, van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- onderwijsinnovatie: nieuwe aanpak of technologie waarmee wordt beoogd het onderwijs voor studenten te verbeteren;
- project: in het kader van deze regeling gesubsidieerde activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
- samenwerking: gezamenlijk streven van onderwijsinstellingen bij het opzetten of verder ontwikkelen van een Center for Teaching and Learning;
- verordening: Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PbEU 2021, L 057).
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een onderwijsinstelling voor een project waarmee een Center for Teaching and Learning wordt gerealiseerd of verder wordt ontwikkeld.
2. Het subsidiebedrag per onderwijsinstelling bedraagt eenmalig ten minste € 250.000 en ten hoogste € 500.000.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt het subsidiebedrag per onderwijsinstelling voor een aanvraag in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, ten minste € 125.000 en ten hoogste € 500.000.
Artikel 4
1. Een subsidie kan uitsluitend worden verleend aan het bevoegd gezag of het instellingsbestuur van een onderwijsinstelling dan wel diens rechtsvoorganger die nog geen subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling.
2. De aanvraag wordt ingediend door het bevoegd gezag of het instellingsbestuur van de onderwijsinstelling.
3. De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 8, is verplicht en is opgenomen in de begroting op het moment van indiening van de aanvraag.
Artikel 5
1.
Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd:
a. a. van 2 oktober 2023 tot en met 31 oktober 2023; b. b. van 1 oktober 2024 tot en met 31 oktober 2024; c. c. van 1 oktober 2025 tot en met 31 oktober 2025.
2. In iedere aanvraagronde kan subsidie worden toegekend totdat het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6, is bereikt.
3. Aanvragen die buiten een in het eerste lid genoemde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
Artikel 6
1. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, is een bedrag van ten hoogste € 10.000.000 beschikbaar.
2. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, is een bedrag van ten hoogste € 20.363.567,– beschikbaar.
3. Voor subsidieverstrekking op aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, is een bedrag van ten hoogste € 15.000.000 beschikbaar.
4. De minister kan het bedrag dat resteert na toewijzing van alle in aanmerking komende aanvragen in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, toevoegen aan het beschikbare bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel b.
Artikel 7
1.
Subsidiabele activiteiten ten behoeve van de inrichting en verdere ontwikkeling van een Center for Teaching and Learning zijn:
a. a. activiteiten die zijn gericht op het oprichten of verder ontwikkelen van een Center for Teaching and Learning; b. b. activiteiten in het kader van het op te zetten of verder te ontwikkelen Center for Teaching and Learning die de ontwikkeling van docenten en overig onderwijspersoneel duurzaam bevorderen en ondersteunen; c. c. activiteiten in het kader van het op te zetten of verder te ontwikkelen Center for Teaching and Learning waardoor de kennis over onderwijsinnovatie duurzaam wordt bevorderd en gedeeld tussen onderwijsinstellingen, docenten en studenten met behulp van digitalisering; d. d. activiteiten die inzichtelijk maken op welke manier het Center for Teaching and Learning duurzaam wordt opgezet of hoe verduurzaming wordt geïmplementeerd in het verder te ontwikkelen Center for Teaching and Learning; e. e. activiteiten die inzichtelijk maken op welke manier het op te zetten of het verder te ontwikkelen Center for Teaching and Learning zal worden ingebed in de samenwerkingsstructuur van de onderwijsinstellingen; f. f. activiteiten die zijn gericht op het uitvoeren van onderzoek naar onderwijsinnovatie en docentontwikkeling als bijdrage aan het Center for Teaching and Learning.
2. De onderwijsinstelling bepaalt zelf in welke volgorde, op welke wijze en op welk tijdstip de onderdelen b tot en met e, bedoeld in het eerste lid, worden gerealiseerd.
3. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient iedere activiteit, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, te voldoen aan de minimumscore die is vastgesteld voor elk beoordelingscriterium van het beoordelingskader dat als de bijlage bij deze regeling is gevoegd.
4. Activiteiten die eerder hebben plaatsgevonden dan de startdatum, bedoeld in artikel 12, eerste lid, alsmede kosten en uitgaven die voorafgaand aan die datum worden gedaan, zijn niet subsidiabel.
5. De activiteiten voor het oprichten van een Center for Teaching and Learning moeten binnen een jaar na de startdatum, bedoeld in artikel 12, eerste lid, zijn afgerond en hebben geleid tot een opgezet Center for Teaching and Learning.
Artikel 8
1. De eigen bijdrage bedraagt ten minste 70% van het aangevraagde subsidiebedrag.
2. Voor een subsidieaanvraag in de aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, waarbij het aangevraagde subsidiebedrag ten minste € 125.000 en ten hoogste € 250.000 bedraagt, bedraagt de eigen bijdrage ten minste 35% van het aangevraagde subsidiebedrag.
3. De verplichte eigen bijdrage, genoemd in het eerste lid, kan bestaan uit een bijdrage in geld, uit een op economische waarde bepaalbare bijdrage die relevant of noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het Center for Teaching and Learning waarvoor de subsidie is aangevraagd, of uit een combinatie van deze twee bijdragen.
Artikel 9
1. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een CTL-plan dat voldoet aan de eisen die zijn gesteld in artikel 10; en b. b. een begroting die voldoet aan de eisen die zijn gesteld in artikel 11.
Artikel 10
1.
Het CTL-plan, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, bevat de volgende onderdelen:
a. a. een visie op de docentontwikkeling zoals de onderwijsinstelling die met het nieuw op te zetten of verder te ontwikkelen Centrum for Teaching and Learning beoogt te ontwikkelen en te versterken; b. b. een plan van aanpak waarin met kritieke prestatie-indicatoren wordt aangegeven hoe en in welke volgorde de onderwijsinstelling haar specifieke belangrijkste doelstellingen van het Centrum for Teaching and Learning beoogt te realiseren; c. c. een beschrijving van de wijze waarop de onderwijsinstelling de activiteiten zal realiseren die de verduurzaming van het Centrum for Teaching and Learning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d, ten doel hebben; d. d. een beschrijving van de wijze waarop de onderwijsinstelling de activiteiten zal realiseren die de samenwerking, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, ten doel hebben.
2. Het CTL-plan voldoet aan de voorwaarden, genoemd in de beoordelingscriteria opgenomen in de bijlage bij deze regeling, en wordt gespecificeerd aan de hand van de bij de beoordelingscriteria gegeven deelaspecten.
3. Het CTL-plan wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format.
Artikel 11
1. De begroting, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, sluit aan op de activiteiten die zijn beschreven in het CTL-plan.
2. In de begroting worden de kosten per activiteit beschreven in samenhang met het gehele CTL-plan en met het in het CTL-plan gegeven tijdstraject.
3.
Voor de begroting wordt gekozen uit de HOT-tarieven voor vier functies met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie:
a. a. secretarieel en administratief medewerker schaal 7; b. b. projectmedewerker schaal 11; c. c. projectleider, docent of onderzoeker schaal 13; d. d. (associate) practor, lector of hoogleraar schaal 15.
4. Opdrachtverlening aan derden voor uitvoering van de activiteiten of een deel daarvan wordt in de begroting opgevoerd, met inachtneming van de aanbestedingswetgeving.
5. In de begroting geeft de onderwijsinstelling een onderbouwing van de eigen bijdrage.
6. De begroting wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format.
Artikel 12
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
-
- De projectduur bedraagt ten hoogste 36 maanden, gerekend vanaf de in de subsidiebeschikking opgenomen startdatum. De activiteiten starten uiterlijk in de maand september van het jaar van de subsidieverlening en niet eerder dan de datum van indiening van de aanvraag.
-
- De eerste voortgangsrapportage bevat in voorkomend geval een bewijs dat het CTL is opgericht.
-
- De subsidieontvanger geeft jaarlijks door middel van een door DUS-I voorgeschreven format voortgangsrapportage inzicht in de voortgang van de activiteiten. De eerste voortgangsrapportage wordt uiterlijk een jaar na de startdatum ingediend bij DUS-I.
-
- De subsidieontvanger neemt gedurende de looptijd van de regeling deel aan door Npuls georganiseerde regionale en landelijke bijeenkomsten om de opgedane kennis en inzichten te delen.
-
- De subsidieontvanger verleent tot uiterlijk drie jaar na de vaststelling van de subsidie medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van het CTL.
-
- De subsidieontvanger verleent medewerking aan het naleven van verplichtingen op grond van de verordening en de door het Herstel- en Veerkrachtplan te houden audits over de uitvoering en besteding van de subsidiegelden voor zover het door het Herstel- en Veerkrachtplan beschikbaar gestelde gelden betreft.
-
- De subsidieontvanger maakt op verzoek van de minister de met de subsidie ontwikkelde resultaten van de activiteiten voor eenieder zonder onderscheid kosteloos toegankelijk.
-
- De administratie van het project en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaar na de vaststelling van de subsidie bewaard.
Artikel 13
1. De verantwoording over de verleende subsidie geschiedt in het jaarverslag overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2.
2. De subsidieontvanger toont door middel van een eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
3. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verleend. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.
4. De minister stelt de subsidie vast binnen een jaar na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van de projectperiode.
Artikel 14
1. De minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die is belast met het beoordelen van de aanvragen.
2. Na de sluitingsdatum van de desbetreffende aanvraagperiode worden de ingediende volledige aanvragen door de beoordelingscommissie beoordeeld en voorzien van een advies aan de minister.
3. De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
4. Een aanvraag wordt voor ieder criterium afzonderlijk met de minimumscore, genoemd in de bijlage, beoordeeld om in de rangschikking, genoemd in het vijfde lid, te worden opgenomen.
5. Aanvragen worden na beoordeling gerangschikt op basis van punten op zodanige wijze dat een hoger toegekende puntenscore leidt tot een hogere rangschikking.
6. Indien na toewijzing van de hoger gerangschikte aanvragen voor de betreffende ronde twee aanvragen resteren die met een gelijk aantal punten zijn beoordeeld, maar budget resteert dat toereikend is voor een aanvraag, worden deze aanvragen primair beoordeeld op grond van de geografische spreiding en secundair op grond van de onderwijssector. De aanvraag die betrekking heeft op een regio die bij de toegewezen aanvragen het minst is vertegenwoordigd, wordt in dat geval hoger gerangschikt. Indien de twee aanvragen ook na toepassing van dit criterium een gelijke beoordeling hebben, wordt de aanvraag die betrekking heeft op een onderwijssector die bij de toegewezen aanvragen het minst is vertegenwoordigd hoger gerangschikt.
Artikel 15
1. De minister beoordeelt de aanvragen met kennisneming van het advies van beoordelingscommissie.
2. Na beoordeling en rangschikking wordt in iedere ronde het maximaal aantal aanvragen voor die ronde toegekend op volgorde van rangschikking.
3. Indien na toepassing van het bepaalde in artikel 14, zesde lid, twee aanvragen een gelijke beoordeling hebben, bepaalt de minister de rangschikking van deze aanvragen op basis van loting.
4. De minister bepaalt de rangschikking van de aanvragen aan de hand van de kwaliteit van de aanvragen op basis van het beoordelingskader in de bijlage bij deze regeling en verdeelt het beschikbare bedrag op basis van deze rangschikking totdat het budget voor die aanvraagronde is uitgeput.
5. De minister besluit uiterlijk binnen 22 weken na de sluitingsdatum van een aanvraagperiode, genoemd in artikel 5, eerste lid, over de subsidieverlening.
6. Indien in een aanvraagronde budget resteert, maar een gerangschikt voorstel niet volledig kan worden gehonoreerd, doet de minister aan de aanvrager het voorstel om met het nog resterende bedrag van het subsidiebudget zijn project in volledige of aangepaste vorm uit te voeren. Indien de betreffende aanvrager niet instemt met dit voorstel wordt de aanvraag afgewezen.
Artikel 16
De minister verstrekt een voorschot van 100%, dat in drie gelijke termijnen wordt uitbetaald.
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2023.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Npuls CTL.