rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-opkomende-markten-2007-en-2008/BWBR0022405
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008 BWBR0022405 ministeriele-regeling geldend 2007-08-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022405 Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008

Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. internationaal innovatieproject: een innovatieproject als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de kaderregeling voorzover dat industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan betreft en wordt uitgevoerd door een internationaal innovatie-samenwerkingsverband; c. c. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01; d. d. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01; e. e. internationaal innovatie-samenwerkingsverband: een innovatie-samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de kaderregeling waarbij:

      1°
      ten minste één van de partijen die deelnemen aan het innovatie-samenwerkingsverband een in Nederland gevestigde ondernemer is die voor eigen rekening en risico een internationaal innovatieproject uitvoert; en
    
    
      2°
      ten minste één van de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband een ondernemer of onderzoeksorganisatie is die gevestigd is in een opkomende markt en voor eigen rekening en risico een internationaal innovatieproject uitvoert met dien verstande dat elke andere deelnemer in Nederland of in een opkomende markt is gevestigd;

1° 1° ten minste één van de partijen die deelnemen aan het innovatie-samenwerkingsverband een in Nederland gevestigde ondernemer is die voor eigen rekening en risico een internationaal innovatieproject uitvoert; en 2° 2° ten minste één van de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband een ondernemer of onderzoeksorganisatie is die gevestigd is in een opkomende markt en voor eigen rekening en risico een internationaal innovatieproject uitvoert met dien verstande dat elke andere deelnemer in Nederland of in een opkomende markt is gevestigd; f. f. opkomende markt: Brazilië, China, India, Indonesië, Maleisië, Thailand, Zuid-Afrika, Zuid-Korea; g. g. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01; h. h. Voor de definitie van Minister, ondernemer, MKB-ondernemer en groep zijn artikel 1, onderdelen a, c, d en f van de kaderregeling van toepassing.

Paragraaf 2. Subsidieverstrekking

Artikel 2

1. De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan de in Nederland gevestigde deelnemers voor hun aandeel in een internationaal innovatie-samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een internationaal innovatieproject uitvoeren dat een looptijd heeft van maximaal drie jaren.

2. De subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers, bedoeld in het eerste lid, gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.

3.

In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling verstrekt de Minister geen subsidie:

a. a. indien voor het internationale innovatieproject reeds door de Minister subsidie is verstrekt; b. b. aan een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een onderzoeksorganisatie betreft.

4. Voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling zijn de artikelen 3, eerste lid, onder b en c, tweede, derde en vierde lid, 5, 6, 7, 12, 13, tweede lid, 14 tot en met 23, 28 tot en met 32, 33, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 34 van de kaderregeling van toepassing.

Artikel 3

1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend kosten in aanmerking genomen die zijn gemaakt en betaald door in Nederland gevestigde deelnemers in een internationaal innovatie-samenwerkingsverband.

2. Indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek, bedraagt de subsidie voor een ondernemer, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de kaderregeling, 35 procent van de subsidiabele kosten. Dit percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verleend aan een MKB-ondernemer.

3. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 0,5 miljoen.

4. De in artikel 21 van de kaderregeling bedoelde penvoerder is een in Nederland gevestigde ondernemer.

5. Artikel 4 van de kaderregeling is van overeenkomstige toepassing.

6.

Het in artikel 12 van de kaderregeling bedoelde subsidieplafond voor het verlenen van subsidies voor internationale innovatieprojecten op aanvragen die ontvangen zijn in:

a. a. de in artikel 6, onder a, bedoelde periode, bedraagt € 2 miljoen; b. b. de in artikel 6, onder b, bedoelde periode, bedraagt € 2 miljoen; c. c. de in artikel 6, onder c, bedoelde periode, bedraagt € 2 miljoen; d. d. de in artikel 6, onder d, bedoelde periode, bedraagt € 2.421.661.

Artikel 4

1.

Indien een in Nederland gevestigde deelnemer daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregeling de volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:

a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek en de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

        1°
        loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
      
      
        2°
        de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
      
      
        3°
        kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
      
      
        4°
        kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
      
      
        5°
        aan derden verschuldigde kosten;
      
      
        6°
        kosten van buitenlandstages;
      
      
        7°
        kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
      
      
        8°
        kosten inzake kennisoverdracht en verankering;

1° 1° loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2° 2° de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3° 3° kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers; 4° 4° kosten van speciaal voor het internationale innovatieproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het internationale innovatieproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten; 5° 5° aan derden verschuldigde kosten; 6° 6° kosten van buitenlandstages; 7° 7° kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 8° 8° kosten inzake kennisoverdracht en verankering; b. b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.

3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het internationale innovatieproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.

5. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het internationale innovatieproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.

6. Indien overeenkomstig het eerste lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c van de kaderregeling een administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.

Artikel 5

1. Er is een Adviescommissie Opkomende Markten, die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een innovatieproject.

2. De adviescommissie adviseert op verzoek van de Minister over de toepassing van de gronden, genoemd in artikel 15 van de kaderregeling.

3. De Minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of artikel 2, derde lid, afwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.

4.

De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innovatieproject hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de volgende criteria:

a. a. technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie; b. b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties; c. c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemende partijen en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten.

5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 6

1.

Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling, worden vastgesteld:

a. a. de dag na inwerkingtreding van deze regeling tot en met 28 september 2007, 18.00 uur; b. b. 1 oktober 2007 tot en met 18 januari 2008, 18.00 uur; c. c. 21 januari 2008 tot en met 25 april 2008, 18.00 uur; d. d. 28 april 2008 tot en met 12 september 2008, 18.00 uur.

2. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is drie jaar.

Artikel 7

1. In afwijking van de eerste volzin van artikel 30, eerste lid, van de kaderregeling brengt het innovatie-samenwerkingsverband steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de Minister een tussenrapportage uit omtrent de uitvoering van het project met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.

2. Van de verplichting tot het uitbrengen van tussenrapportages als bedoeld in het eerste lid, kan de Minister op verzoek van het innovatie-samenwerkingsverband voorafgaande schriftelijke ontheffing verlenen.

Artikel 8

1.

In aanvulling op artikel 33, eerste tot en met derde lid, van de kaderregeling draagt een onderzoeksorganisatie die deel uitmaakt van een internationaal innovatie-samenwerkingsverband uitsluitend kennis of andere resultaten uit een internationaal innovatieproject over aan een ondernemer die deelneemt in hetzelfde samenwerkingsverband, indien aan tenminste een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a. a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project; b. b. de resultaten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de onderzoeksorganisatie voortvloeien, worden volledig aan de onderzoeksorganisatie toegekend; c. c. de onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de onderzoeksorganisatie in het kader van het project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.

2. In aanvulling op artikel 33, eerste tot en met derde lid, van de kaderregeling kan de Minister bij de subsidieverlening aan de in Nederland gevestigde deelnemers in een internationaal innovatie-samenwerkingsverband verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan het project en de resultaten ervan. Indien de Minister dergelijke verplichtingen oplegt, bepaalt hij ook de geldingsduur ervan.

Paragraaf 3. Formulieren

Artikel 9

Het formulier voor het indienen van een aanvraag om:

a. a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1; b. b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2; c. c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opkomende markten 2007 en 2008.

Bijlage 1

Ligt ter inzage.

Bijlage 2

Ligt ter inzage.

Bijlage 3

Ligt ter inzage.