40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling sanering verkeerslawaai | BWBR0020731 | ministeriele-regeling | geldend | 2014-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020731 | Subsidieregeling sanering verkeerslawaai |
Subsidieregeling sanering verkeerslawaai
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. afschermende maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder b, en artikel 4.19, eerste lid, onder b, van het besluit; b. b. autonome gevelsanering: in het kader van de sanering wegverkeerslawaai of spoorweglawaai treffen van geluidwerende maatregelen met het uitsluitende oogmerk de beperking van het geluidsniveau binnen de woning of het andere geluidsgevoelig gebouw, vanwege een weg of spoorweg; c. c. besluit: Besluit geluidhinder; d. d. bestuur: bestuur als bedoeld in of functionerend ten behoeve van een gemeenschappelijke regeling; e. e. categorie a-ruimte-: ruimte als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, onder 1°, 2° en 3°, van het besluit; f. f. categorie b-ruimte: ruimte als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, onder 4° en 5°, van het besluit; g. g. een met een lettercombinatie aangeduid formulier: een formulier opgenomen in bijlage B bij deze regeling; h. h. geluidsbelasting vanwege een weg: geluidsbelasting in dB vanwege een weg na toepassing van de aftrek bedoeld, in artikel 110g van de wet; i. i. geluidwerende maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder c, en artikel 4.19, eerste lid, onder c, van het besluit; j. j. gemeenschappelijke regeling:
1°.
gemeenschappelijke regeling krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen omtrent in ieder geval het treffen van geluidwerende maatregelen of geluidhinderbestrijding, of
2°.
samenwerkingsverband ten behoeve van structurele samenwerking tussen gemeentebesturen ter zake van een activiteit als bedoeld onder 1°;
1°. 1°. gemeenschappelijke regeling krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen omtrent in ieder geval het treffen van geluidwerende maatregelen of geluidhinderbestrijding, of 2°. 2°. samenwerkingsverband ten behoeve van structurele samenwerking tussen gemeentebesturen ter zake van een activiteit als bedoeld onder 1°; k. k. maatgevend jaar: tiende jaar na het akoestisch onderzoek in situaties als bedoeld in artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of in artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, dan wel, bij reconstructies het tiende jaar na afronding van de reconstructie; l. l. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; m. m. rijksinfrastructuur: wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen; n. n. saneringsobjecten: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, die op grond van artikel 88 van de Wet geluidhinder, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, of artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder bij de Minister tijdig zijn gemeld; o. o. verkeersmaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder a, al dan niet in combinatie met geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg, en artikel 4.19 eerste lid, onder a, van het besluit; p. p. wet: Wet geluidhinder.
Artikel 2
1. De Minister kan subsidie verstrekken ter zake de kosten van projecten met als doel de beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen en spoorwegen aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen of de beperking van het geluidsniveau binnen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.
2. Er wordt geen subsidie verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor projecten als bedoeld in het eerste lid, tenzij de subsidieontvanger aantoonbaar de BTW niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Paragraaf 2. Subsidiabele maatregelen
Artikel 3
1.
De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van:
a. a. verkeersmaatregelen tegen wegverkeerslawaai; b. b. geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg of een spoorweg; c. c. afschermende maatregelen tegen wegverkeerslawaai; d. d. afschermende maatregelen tegen spoorweglawaai; e. e. geluidwerende maatregelen aan saneringsobjecten tegen wegverkeerslawaai of spoorweglawaai; f. f. maatregelen die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
2. Vervallen.
3. De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b en d, en – voor zover het spoorweglawaai betreft – e, op aanvraag aan de spoorwegexploitant verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.
4. De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid op aanvraag aan het provinciebestuur verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.
Artikel 4
1.
Maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien:
a. a. zij door de Minister zijn vastgesteld op grond van artikel 90, vijfde lid, van de wet of op grond van artikel 4.23, derde lid, van het besluit; of b. b. het geluidwerende maatregelen aan saneringsobjecten betreft waarvoor na het moment waarop de subsidie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is aangevraagd, een verkeersbesluit is genomen, inhoudende dat de snelheid op een weg wordt verlaagd naar 30 km/u.
2. Maatregelen komen niet in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen die niet tijdig overeenkomstig artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, zijn gemeld.
3.
Het gemeentebestuur of bestuur doet, op verzoek van de Minister, binnen 3 maanden mededeling van de saneringsobjecten, waarvan na de melding, als bedoeld in artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, is gebleken dat deze niet meer voor subsidie in aanmerking kunnen komen, omdat deze:
a. a. zijn gesloopt; b. b. van bestemming zijn gewijzigd in een niet-geluidsgevoelige bestemming; c. c. zijn gelegen of ooit hebben gelegen aan een weg, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, van de wet; d. d. na 1 maart 1986 zijn gebouwd en in een zone liggen als bedoeld in artikel 74 van de wet; e. e. na 1 juli 1987 zijn gebouwd en in een zone liggen als bedoeld in artikel 1.4 van het besluit; f. f. saneringsobjecten of de weg waaraan ze zijn gelegen, zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstig artikel 76 en 77, van de wet vastgesteld bestemmingsplan, of; g. g. zijn gelegen in een situatie waarin tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, van de wet; h. h. zijn voorzien van maatregelen, die ten laste van het Rijk zijn getroffen of omdat de toestemming, bedoeld in artikel 114a van de wet, ontbreekt.
Artikel 5
De Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:
a. a. de maatregelen niet sober en doelmatig zijn; b. b. voor zover het de maatregelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d, betreft, de maatregelen niet sober zijn en niet financieel doelmatig op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder, of c. c. onvoldoende gebruik gemaakt is van de mogelijkheid dat anderen in de kosten voorzien.
Artikel 6
Niet in aanmerking voor een subsidie komen maatregelen:
a. a. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ‘Nadere regels voor de uitvoering van geluidsanering ten laste van Rijkswaterstaat bij het uitvoeren van werkzaamheden aan rijkswegen ter vergroting van de capaciteit c.q. het uitvoeren van verbeteringswerken aan rijkswegen’ (bijlage bij de circulaires van 24 december 1991, MBG 20d91010 en MBG 23d91003, Stcrt. 1992, 58); b. b. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ‘Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’ (bijlage bij de circulaire van 22 november 1995, MBG 21895016, Stcrt. 238); c. c. voor zover zij getroffen worden met geldelijke steun, verstrekt uit anderen hoofde ten laste van het Rijk; d. d. voor zover deze getroffen worden aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen waarvoor al eerder ten laste van het Rijk maatregelen zijn getroffen.
Paragraaf 3. Subsidies
Paragraaf 3.1. Voorbereidingssubsidie
Artikel 7
1. De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van voorbereiding van, begeleiding van en toezicht op maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
2. Artikel 3, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover deze betrekking heeft op de kosten van maatregelen ter vermindering van de geluidsbelasting vanwege rijksinfrastructuur.
4. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover de subsidieaanvraag minder dan 25 saneringsobjecten bevat.
5.
Het vierde lid is niet van toepassing, indien:
a. a. in de gehele betreffende gemeente minder dan 25 saneringsobjecten, als bedoeld in artikel 89, eerste lid van de wet, en geluidsgevoelige gebouwen, als bedoeld in artikel 3.6 van het besluit, (saneringsobjecten) zijn gelegen die nog niet in een saneringsprogramma zijn opgenomen, of; b. b. het gemeentebestuur of bestuur bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft aangegeven dat alleen de maatregel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, in aanmerking komt, of; c. c. Indien de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van een reconstructie als bedoeld in artikel 98, eerste lid, van de wet.
6. Bij de verlening van een subsidie, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de Minister de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt berekend.
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden jaarlijks gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling.
Artikel 10
1. Projecten waarvan de gemiddelde geluidsbelasting, na aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet, op de gevels van de 25 hoogst belaste saneringsobjecten binnen het project, afgerond op twee decimalen achter de komma, het hoogste is, komen het eerst in aanmerking voor een subsidie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
2.
De Minister kan van het eerste lid afwijken, indien:
a. a. de toepassing van het eerste lid, gelet op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard; b. b. de maatregelen in het kader van de sanering samenvallen met een reconstructie van een weg of een wijziging van een spoorweg, of; c. c. het gevolg van die afwijking is dat projecten vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing gezamenlijk uitgevoerd worden met andere werken.
3. Bij de berekening van de gemiddelde geluidsbelasting, als bedoeld in het eerste lid, wordt per subsidietijdvak dat de aanvraag eerder is ingediend, met het oog op de rangorde bij de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1 dB opgeteld.
Paragraaf 3.2. Uitvoeringssubsidie
Artikel 11
1.
Niet in aanmerking voor een subsidie voor de uitvoering komen de volgende maatregelen:
a. a. maatregelen die in uitvoering zijn genomen, voordat op de aanvraag door de Minister is beslist; b. b. maatregelen waarvoor geen subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, is verleend.
2. Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing in de gevallen waarin de Minister vooraf heeft toegestemd met het op en eerder tijdstip in uitvoering nemen van die maatregelen.
3. De Minister kan alleen toestemmen in het vooraf in uitvoering nemen van maatregelen, indien dit naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid wenselijk is.
Artikel 12
1.
Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij:
a. a. niet elders een zodanige toename van de geluidsbelasting veroorzaken, dat de kosten van de bestrijding van deze toename hoger zijn dan de kostenbesparing die door het treffen van de verkeersmaatregelen wordt bereikt; b. b. niet elders leiden tot een toename van de geluidsbelasting tot boven de 68 dB, dan wel 58 dB voor een ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onderdelen d, e en f, van het besluit; c. c. niet voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de weg.
2. Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van bijlage A, onderdeel 1, bij deze regeling.
Artikel 13
Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een spoorweg komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten niet voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de spoorweg.
Artikel 13a
1.
Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg, niet zijnde een rijksweg, komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover:
a. a. voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van bijlage A, onderdeel 2, bij deze regeling; en b. b. de maatregelen gemiddeld over de technische levensduur van de weg leiden tot een afname van de geluidbelasting vóór afronding van ten minste 1,0 dB op ten minste een geluidsgevoelig gebouw in het cluster waarvoor de geluidreducerende maatregelen worden afgewogen.
2. Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een rijksweg komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten van de maatregel hoger zijn dan de kosten bij de aanleg van een wegdek van Dicht Asfalt Beton op het betreffende traject.
3. Het aanbrengen van een wegdek van Zeer Open Asfalt Beton op een rijksweg, komt niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 14
1. Afschermende maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten, behoudens voorafgaande instemming van de Minister, niet meer dan 10% hoger zijn dan de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare afschermende maatregelen als bedoeld in bijlage C, onderdeel C1, bij deze regeling.
2. De maximale subsidie voor een andere afschermende maatregel dan een geluidsscherm, is gelijk aan de maximale kosten voor een geluidscherm als bedoeld in het eerste lid, waarbij rekening is gehouden met dezelfde lengte en dezelfde geluidreductie en waarbij de keuzes zijn gemaakt voor de correctiefactoren, genoemd in bijlage C, onderdeel C2, bij deze regeling.
Artikel 15
Niet in aanmerking voor een subsidie komen:
a. a. geluidwerende maatregelen aan woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, welke maatregelen door de Minister zijn vastgesteld, doch ten aanzien waarvan de eigenaar, overeenkomstig hoofdstuk 6 van het besluit heeft verklaard niet in te stemmen met de uitvoering van de maatregelen; b. b. geluidwerende maatregelen aan woningen, waarbij in het maatgevende jaar de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen de 43 dB niet overschrijdt; c. c. geluidwerende maatregelen aan andere geluidsgevoelige gebouwen, waarbij in het maatgevende jaar de geluidsbelasting bij gesloten ramen in categorie a-ruimten de 38 dB en in categorie b-ruimten de 43 dB niet overschrijdt.
Artikel 16
Geluidwerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover:
a. a. zij niet zijn toe te schrijven aan achterstallig onderhoud; b. b. zij worden getroffen ten behoeve van:
1°.
een woning waarvan ten minste één geluidsgevoelige ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB;
2°.
een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één categorie a- ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB, of
3°.
een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één categorie b-ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB;
1°. 1°. een woning waarvan ten minste één geluidsgevoelige ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB; 2°. 2°. een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één categorie a- ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 38 dB, of 3°. 3°. een ander geluidsgevoelig gebouw waarvan ten minste één categorie b-ruimte een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 43 dB; c. c. zij strekken tot een verlaging van de geluidsbelasting tot de volgende waarden:
1°.
binnen de geluidsgevoelige ruimten van een woning: 38 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB;
2°.
binnen categorie a-ruimten: 33 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB;
3°.
binnen categorie b-ruimten: 38 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, en
1°. 1°. binnen de geluidsgevoelige ruimten van een woning: 38 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB; 2°. 2°. binnen categorie a-ruimten: 33 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 38 dB; 3°. 3°. binnen categorie b-ruimten: 38 dB, dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 43 dB, en d. d. de kosten ervan in redelijke verhouding staan tot kwaliteit, aard en gebruik van de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw en tot het geluidwerend effect van de maatregelen.
Artikel 17
Geluidwerende maatregelen komen, in geval van autonome gevelsanering, slechts voor een subsidie in aanmerking:
a. a. indien zij geen wijziging inhouden van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór de sanering; b. b. indien zij een wijziging inhouden van de gebruiksmogelijkheden van de gevel vóór de sanering, die niet leidt tot meerkosten die ten laste van de subsidie worden gebracht; c. c. voor zover voor de eventueel aan te brengen ventilatievoorzieningen, waar mogelijk, gebruik is gemaakt van de bestaande ventilatiemogelijkheden, rekening houdend met de eisen die aan het voldoende beperken van de geluidsbelasting worden gesteld, en d. d. tot het bedrag van de werkelijke kosten, zulks met een maximum van het met behulp van bijlage D, onderdeel a, berekende bedrag; bij een eventuele overschrijding van dat bedrag kan ook dat meerdere voor subsidie in aanmerking komen indien die overschrijding naar het oordeel van de Minister voldoende onderbouwd is.
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
1. Maatregelen tegen wegverkeers- en spoorweglawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen komen slechts in aanmerking voor subsidie, indien de geluidsbelasting op deze woningen en gebouwen, met aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet, vanwege wegverkeerslawaai hoger is dan 65 dB en vanwege spoorweglawaai hoger is dan 70 dB.
2. Het subsidiebedrag voor maatregelen als bedoeld in het eerste lid is niet hoger dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van bijlage A, onderdelen 4 en 5.
Paragraaf 3.3. subsidieplafond
Artikel 19a
1. Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 wordt vastgesteld op € 21.757.000.
2. Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 wordt vastgesteld op € 24.911.000.
3. Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 wordt vastgesteld op € 23.574.000.
4. Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 wordt vastgesteld op € 28.178.000.
5. Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 wordt vastgesteld op € 21.069.000.
Paragraaf 4. Procedureverloop
Paragraaf 4.1. Procedure voorbereidingssubsidie
Artikel 20
Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt ingediend bij de Minister, met gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier VBT.
Artikel 21
1. Een aanvraag voor een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt vóór 1 april 2023 ingediend.
2.
Het eerste lid geldt niet in geval van:
a. a. een reconstructie van een weg, waarbij de Minister toepassing zal geven aan artikel 98, eerste lid, van de wet; b. b. een wijziging van een spoorweg, waarbij de Minister toepassing zal geven aan artikel 4.7, eerste lid, van het besluit.
Artikel 22
1. De Minister beslist binnen dertien weken na afloop van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde termijn over de aanvraag voor een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht.
2. In de gevallen, genoemd in artikel 21, tweede lid, beslist de minister binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
3. Indien de beslissing als bedoeld in het eerste lid negatief is, kan de Minister deze beslissing tot 31 december herzien.
Artikel 23
In het besluit tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald binnen welk tijdvak de voorbereiding plaats dient te vinden.
Artikel 24
1. In het besluit tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald wat de hoogte van het eerste voorschot is, welke binnen 4 weken na verlening of aan de hand van de individuele liquiditeitsbehoefte wordt verstrekt.
2. Het voorschot bedraagt € 600,– per saneringsobject met een geluidsbelasting van 56 dB of hoger, inclusief aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet.
3. Het voorschot bedraagt € 150,– per saneringsobject met een geluidsbelasting tot en met 55 dB, inclusief aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet.
4. Na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 23, kan de Minister een nieuw voorschot verstrekken, waarbij de verstrekte voorschotten tezamen ten hoogste 95% van de verleende subsidie bedragen.
Artikel 24a
Vervallen
Artikel 25
1.
Na ontvangst van een volledig ingevuld formulier UK/S ten behoeve van maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, stelt de Minister de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op:
a. a. 18% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met d, daarbij wijzigingen als gevolg van toepassing van artikel 30 of 31 niet meegerekend. b. b. Indien het project uitsluitend of tevens maatregelen betreft als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, vermeerdert de Minister het in onderdeel a bedoelde bedrag met een bedrag dat wordt bepaald met toepassing van Bijlage A, onderdeel 6.
2. In afwijking van het eerste lid stelt de Minister de in dat lid bedoelde subsidie vast, uiterlijk vier weken na ontvangst van een volledig ingevuld formulier MA-F, indien de subsidieontvanger, met toepassing van artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.
3. In afwijking van het eerste lid verzoekt de subsidieontvanger, indien deze geen subsidie als bedoeld in artikel 3 aanvraagt, uiterlijk vier weken na de afronding van de procedure, beschreven in hoofdstuk 6 van het besluit, om vaststelling van de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht.
4.
De Minister kan de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht op nihil vaststellen:
a. a. als twee jaren zijn verstreken na de verlening van de subsidie en geen aanvraag is ontvangen om een subsidie voor de uitvoering van de maatregelen, of b. b. zodra hij van oordeel is dat het gemeentebestuur de maatregelen niet binnen afzienbare tijd zal opnemen in een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de wet of artikel 4.18, eerste lid van het besluit.
5. Indien toepassing van het derde lid zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard, kan de Minister besluiten om de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht, in afwijking van het derde lid, vast te stellen op het reeds betaalde voorschotbedrag.
6.
In afwijking van het eerste lid stelt de Minister de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 4% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de betrokken maatregelen, daarbij wijzigingen als gevolg van toepassing van artikel 30 of 31 niet meegerekend, vermeerderd met het bedrag dat de spoorwegexploitant bij de subsidieontvanger in rekening heeft gebracht ten behoeve van de voorbereiding van, begeleiding van en het toezicht op de maatregelen, indien:
a. a. het overeenkomstig de aanhef berekende subsidiebedrag 18% of meer van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de maatregelen bedraagt, en b. b. het een geluidreducerende maatregel aan de constructie van een spoorweg of een afschermende maatregel tegen spoorweglawaai betreft binnen een project als bedoeld in bijlage G.
7. Een vaststelling als bedoeld in het vijfde lid geschiedt tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie voor de maatregelen.
Artikel 26
Vervallen
Paragraaf 4.2. Procedure uitvoeringssubsidie
Artikel 27
1. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt ingediend bij de Minister, met gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier UK/S.
2. Wanneer een subsidie voor geluidwerende maatregelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, wordt aangevraagd, wordt bij de aanvraag een berekening van het effect van de verkeersmaatregel op de geluidsbelasting op de daar bedoelde saneringsobjecten gevoegd.
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
De Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 30
1. Voor de start van de uitvoering van de maatregelen stelt de subsidieontvanger de Minister schriftelijk op de hoogte van de kosten van de uitvoering en overlegt aan de Minister de opdrachtverlening aan de partij die de maatregelen zal gaan uitvoeren.
2. Indien de subsidie is verleend voor geluidwerende maatregelen bevat de informatie, bedoeld in het eerste lid, een open calculatie voor de uitvoering van deze maatregelen.
3. Indien de kosten van uitvoering meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, overlegt de subsidieontvanger voorafgaand aan de gunning een proces verbaal van aanbesteding en een voorstel tot gunning van de werkzaamheden en dient hij bij de Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van uitvoering van de maatregelen.
4. Binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het derde lid, neemt de Minister een besluit op het verzoek.
5. De Minister kan het bedrag van de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van de ontvangen informatie, bedoeld in het eerste lid, en het verzoek, bedoeld in het derde lid.
Artikel 30a
De Minister kan de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van het rapport, bedoeld in artikel 39, onderdeel c.
Artikel 31
1. De subsidieontvanger kan tot het moment van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de Minister schriftelijk verzoeken het bedrag van de subsidieverlening te wijzigen naar aanleiding van omstandigheden die er toe leiden dat de kosten van de maatregelen de verleende subsidie overstijgen.
2. Het verzoek als bedoeld in eerste lid is voorzien van een motivering en een opgave van de kosten van de maatregelen.
3. De Minister kan de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid.
4. Binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, neemt de Minister een besluit op het verzoek.
5. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend, wordt de subsidie niet eerder vastgesteld dan dat de Minister heeft besloten op het verzoek.
Artikel 32
1. Voorschotten worden maximaal vier maal, gelijkmatig verspreid over het tijdvak waarin de maatregelen moeten worden getroffen of aan de hand van de individuele liquiditeitsbehoefte, verstrekt.
2. Het totale bedrag van de voorschotten bedraagt maximaal 95% van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 33
1. De subsidieontvanger zendt de Minister, onder gebruikmaking van formulier WG of formulier RG, binnen 10 maanden na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden de aanvraag tot subsidievaststelling.
2. De subsidieontvanger maakt voor de verklaring, bedoeld in artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM gebruik van model 1 of model 2 van bijlage E.
Artikel 33a
1. In afwijking van artikel 33, wordt, indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is, een subsidievaststelling aangevraagd door verantwoordingsinformatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstrekken, op een wijze als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. In afwijking van het eerste lid kan de subsidieontvanger een subsidievaststelling aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze specifiek op de verleende subsidie ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de Minister te zenden.
Artikel 34
Indien de subsidieontvanger de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van de Minister onvolledig zijn, stelt de Minister de subsidieontvanger binnen zes weken na de in artikel 33, eerste lid, genoemde termijn dan wel na ontvangst van deze stukken, in de gelegenheid om binnen een door de Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Artikel 35
1. Indien de subsidieontvanger niet binnen de in artikel 34 bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de Minister voor iedere week die de subsidieontvanger in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen van 2,5% van de verleende subsidie.
2. Indien de subsidieontvanger deze termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.
3. De Minister verrekent de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, met de subsidie. De verrekening vindt plaats bij de subsidievaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de Minister haar terug.
Artikel 35a
De artikelen 34 en 35 zijn niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.
Paragraaf 4.3. Facultatieve procedure bij geluidwerende maatregelen
Artikel 35b
1. Indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is kan, als het maatregelen betreft, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, deze gebruik maken van de facultatieve procedure.
2. De subsidieontvanger maakt gebruik van de facultatieve procedure kenbaar met gebruikmaking van het formulier UK/S
3. Op de facultatieve procedure, bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 30 en 31 niet van toepassing.
Artikel 35c
1. Indien de aanvraag geluidwerende maatregelen betreft en de subsidieontvanger heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure, wordt de hoogte van het totale voorschot bepaald met behulp van bijlage A, onderdeel 7.
2. In afwijking van artikel 32 wordt het totale voorschot, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na verlening van de subsidie in één keer verstrekt.
Paragraaf 5. Verplichtingen subsidieontvanger
Paragraaf 5.1. Verplichtingen subsidieontvanger bij de algemene procedure
Artikel 36
1. Zolang geen aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, dient de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, eenmaal per jaar, voor een in het besluit tot subsidieverlening te noemen datum, een overzicht in als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.
Artikel 37
Vervallen
Artikel 38
Bij de subsidieverlening geldt de verplichting dat de maatregelen worden getroffen binnen het aangegeven tijdvak.
Artikel 39
De subsidieontvanger is verplicht:
a. a. mededeling te doen aan de Minister van wijzigingen in omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de maatregelen; b. b. indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is, binnen vier weken na de afronding van de werkzaamheden daarvan mededeling te doen aan de Minister onder gebruikmaking van formulier MA; c. c. indien het een subsidie voor geluidwerende maatregelen betreft, voor het moment van aanvragen van de subsidievaststelling het rapport over te leggen van de akoestische controlemeting volgens hoofdstuk 6 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, uitgevoerd voor minimaal één op de twintig woningen, met dien verstande dat de te meten woningen representatief zijn voor het project.
Artikel 40
1.
De subsidieontvanger draagt zorg voor:
a. a. een zodanige administratieve organisatie, dat het beheer van de ontvangen subsidies en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de hieruit gedane uitgaven kunnen worden gecontroleerd; b. b. het voeren van een zodanige administratie, dat daaraan te allen tijde op eenvoudige wijze de kosten en de financieringswijze van de maatregelen en activiteiten, waarvoor een subsidie is verstrekt, kunnen worden gecontroleerd; c. c. een functiescheiding van de instanties die worden betrokken bij de voorbereiding en controle van de projecten enerzijds en de uitvoering anderzijds; d. d. het bewaren van de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar na gereedmelding.
2. Het eerste lid, onderdelen a, b en d, is niet van toepassing, indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.
Paragraaf 5.2. Verplichtingen subsidieontvanger bij facultatieve procedure geluidwerende maatregelen
Artikel 40a
Deze paragraaf is van toepassing indien de subsidieontvanger, ingevolge artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.
Artikel 40b
1. In afwijking van artikel 39, aanhef, onderdeel b, doet de subsidieontvanger binnen vier weken na de afronding van de werkzaamheden daarvan mededeling aan de Minister onder gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier MA-F, inclusief de op dat formulier aangegeven bijlagen.
2. De Minister kan het bedrag van de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van de ontvangen informatie, bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 6. Saneringsprogramma
Artikel 41
1. Burgemeester en wethouders leggen aan de Minister een saneringsprogramma in het kader van wegverkeerslawaai voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 van de wet, wordt een saneringsprogramma voorgelegd door burgemeester en wethouders of de wegaanlegger, met gebruikmaking van het formulier UK/S.
3. Indien het saneringsprogramma verkeersmaatregelen omvat, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier WBa.
4. Indien het saneringsprogramma geluidwerende maatregelen omvat, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier GBa of GBb.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger, ingevolge artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.
Artikel 42
1. Burgemeester en wethouders leggen aan de Minister het saneringsprogramma in het kader van spoorweglawaai voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4.18, derde lid, van het besluit, legt de spoorwegexploitant aan de Minister het saneringsprogramma voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.
3. Indien de maatregelen tegen spoorweglawaai geluidreducerende maatregelen aan een kunstwerk omvatten, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier RBa.
Artikel 42a
In een saneringsprogramma als bedoeld in de artikelen 41 en 42 is onderbouwd dat maatregelen financieel doelmatig zijn op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder, voor zover het saneringsprogramma afschermende of geluidreducerende maatregelen omvat.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 43
1. De Minister kan een onderzoek instellen naar de kwaliteit en de kosten van de maatregelen waarvoor subsidie is verleend.
2. Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 16, onder c, stelt de Minister de subsidieontvanger in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.
3. Indien de betrokken maatregelen niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn zijn getroffen, kan de Minister op kosten van de subsidieontvanger de nodige maatregelen treffen.
4. Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 16, onder c, stelt de Minister de subsidieontvanger in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.
5. De Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de subsidieontvanger.
Artikel 43a
Vervallen
Paragraaf 8. Tijdelijke overgangsregeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Geluid
Paragraaf 8.1. Subsidiabele maatregelen
Artikel 44
Vervallen
Paragraaf 8.2. Subsidieplafond
Artikel 44a
Vervallen
Paragraaf 8.3. Voorwaarden
Artikel 44b
Vervallen
Paragraaf 8.4. Procedure subsidieverlening
Artikel 44c
Vervallen
Artikel 44d
Vervallen
Paragraaf 8.5. Tender
Artikel 44e
Vervallen
Paragraaf 8.6. Voorschot
Artikel 44f
Vervallen
Paragraaf 8.7. Subsidievaststelling
Artikel 44g
Vervallen
Artikel 45
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 5 juli 2006 houdende wijziging van de Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase; Stb. 350) in werking treedt.
Artikel 46
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sanering verkeerslawaai.
Bijlage A. Rekenbedragen
Bijlage B
Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.
Bijlage C. Normkosten afschermende maatregelen
Bijlage D. Toetsbedragen geluidwerende maatregelen
Alle bedragen zijn exclusief BTW.
Bijlage E
Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.
Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen
Vervallen
Bijlage G
Bijlage H
Vervallen