40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025 | BWBR0048360 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-02-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048360 | Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025 |
Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- buitenschoolse opvang: buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 1;
- categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 2;
- convenant Rijke Schooldag: document waarin een lokale coalitie de samenwerking voor het uitvoeren en uitbreiden van een lokale verrijkte schooldag heeft vastgelegd en waarin is vastgelegd aan welke ambities de lokale coalitie zich committeert;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- GKA: Gelijke Kansen Alliantie;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma verrijkte schooldag die in ieder geval bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één maatschappelijke organisaties of lokale partij.
- lokale partij: organisatie die opereert in de fysieke omgeving van een school, zoals een zorginstelling, bibliotheek, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisatie, sportvereniging, cultuurinstelling of kinderopvang;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- ontwikkelgebied: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;
- programma verrijkte schooldag: lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school, aangeboden door een lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
- regievoerder: regievoerder als bedoeld in artikel 4;
- school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voorloper: lokale coalitie die op grond van de Regeling selectie voorlopers Rijke Schooldag door de minister als voorloper is aangemerkt.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3
1. De minister kan voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging, als deelnemer aan een lokale coalitie voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
2. De Minister kan voor het schooljaar 2024–2025 aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
3.
Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder:
a. a. categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 3 of 4; en b. b. categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 5.
4.
De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
a. a. sport; b. b. cultuur; c. c. cognitieve ontwikkeling; d. d. sociale ontwikkeling; e. e. oriëntatie op jezelf; of f. f. oriëntatie op de wereld.
5.
Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken:
a. a. uren die behoren tot de onderwijstijd; b. b. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of c. c. buitenlandse reizen.
6.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
a. a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving en niet vóór 8 maart 2024 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van die regeling; b. b. een bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een coalitie waarvoor middelen heeft aangevraagd op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, te weten de coalities: RSOV22003 Leeuwarden, RSOV22018 Heerlen, RSOV22019 Zaanstad, RSOV22026 Groningen stad en RSOV22034 Rotterdam Zuid.
Artikel 3a
Op aanvraag van het bevoegd gezag kan de Minister bepalen, dat een categorie B-vestiging die tevens is opgenomen in bijlage 4 en waarvoor subsidie is verstrekt op grond van artikel 3, eerste lid, voor wat betreft het schooljaar 2024–2025 te gelden heeft als categorie A-vestiging.
Artikel 4
1. Eén bevoegd gezag treedt namens de lokale coalitie op als regievoerder. Uitsluitend het bevoegd gezag van één van de deelnemende vestigingen in de lokale coalitie kan als regievoerder optreden.
2. Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één maatschappelijke organisaties of lokale partij.
3. De regievoerder dient namens de lokale coalitie bij DUS-I het plan van aanpak in, bedoeld in artikel 5, tiende lid. Indien een bevoegd gezag dat aan een coalitie deelneemt, op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, van deze regeling een subsidieaanvraag doet, wordt het plan van aanpak aangemerkt als onderdeel van deze aanvraag.
4. De regievoerder draagt er zorg voor dat op een publiek toegankelijke plaats een kwaliteitsplan wordt gepubliceerd.
5. Indien de regievoerder zijn taken aan een nieuwe regievoerder overdraagt, maakt de oorspronkelijke regievoerder daar melding van bij DUS-I.
Artikel 5
1. De subsidie wordt door het bevoegd gezag van een vestiging aangevraagd. Het bevoegd gezag kan per vestiging maximaal één aanvraag indienen, met dien verstande dat een aanvraag als bedoeld in artikel 3a niet meetelt bij de bepaling van het aantal aanvragen.
2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan worden ingediend van 28 augustus 2023 tot en met 29 september 2023. Aanvragen die worden ingediend na 29 september 2023 worden afgewezen.
3. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. Aanvragen die worden ingediend na 30 april 2024 worden afgewezen.
4.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van de DUS-I beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:
a. a. de naam van de vestiging; b. b. het in RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend; c. c. de contactpersoon van de vestiging; d. d. indien van toepassing: het referentienummer van de lokale coalitie waar de vestiging deel van uitmaakt; e. e. het geschatte aantal leerlingen op vestigingsniveau dat zal deelnemen aan de activiteiten; f. f. het geschatte totaal aantal klokuren van de activiteiten, verdeeld over schooljaar 2023–2024 en schooljaar 2024–2025, of, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, schooljaar 2024–2025; g. g. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in het tweede lid, of de activiteiten starten met ingang van 1 augustus 2023 of met ingang van 1 januari 2024.
5.
In aanvulling op het vierde lid vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier:
a. a. voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2023–2024 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week; b. b. met hoeveel klokuren het aanbod zal worden uitgebreid in het schooljaar 2024–2025, met een minimum van één klokuur per week en tot een maximum van tien uur aanbod per week in totaal.
6. In aanvulling op het vierde lid, vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2024–2025 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
7. In aanvulling op het vierde lid dient de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste lid of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, een aanvraag in voor tien klokuren activiteiten per week in de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 onderscheidenlijk in het schooljaar 2024–2025.
8. De klokuren, bedoeld in het vijfde, zesde lid en zevende lid, zijn gericht op één of meer van de in artikel 3, vierde lid, bedoelde ontwikkelgebieden.
9. In aanvulling op het vierde lid levert de regievoerder bij een aanvraag het plan van aanpak in van de lokale coalitie.
10.
Het plan van aanpak bevat voor de periode waarop dit betrekking heeft, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling in ieder geval een beschrijving van:
a. a. de contactgegevens van de regievoerder; b. b. indien sprake is van een nieuwe lokale coalitie, de samenwerkende partijen die deelnemen aan de lokale coalitie, met vermelding van een contactpersoon, de naam van de organisatie, het e-mailadres van de organisatie en indien beschikbaar het RIO geïdentificeerde nummer; c. c. indien er categorie A vestigingen worden toegevoegd dient de regievoerder bij de aanvraag de naam van de vestiging op te geven, met vermelding van een contactpersoon, het e-mailadres van de vestiging en het RIO geïdentificeerde nummer; d. d. het geschatte totaal aantal leerlingen dat deelneemt aan activiteiten in de lokale coalitie.
Artikel 5a
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3a kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. Aanvragen die worden ingediend na 30 april 2024 worden afgewezen.
2.
Een aanvraag wordt ingediend via e-mail, gericht aan rso@minvws.nl, waarin de aanvrager vermeldt:
a. a. dat de desbetreffende vestiging in aanmerking wil komen voor een omzetting van een categorie B-vestiging naar een categorie A-vestiging als bedoeld in artikel 3a; b. b. welk RIO-nummer en welk coalitienummer het betreft; en c. c. wat het gewijzigde aantal leerlingen en klokuren voor het schooljaar 2024–2025 bedraagt.
Artikel 6
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 in totaal een bedrag beschikbaar van € 563.103.423,–.
2.
Van het bedrag, bedoeld in het eerste lid is:
a. a. € 303.703.011,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie A-vestigingen, met inbegrip van, voor wat betreft het schooljaar 2024–2025, vestigingen die op grond van artikel 3a te gelden hebben als categorie A-vestigingen; b. b. € 259.010.412,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie B-vestigingen; en. c. c. € 390.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 10.
3. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende onderwijsachterstandsscore gecorrigeerd voor schoolgrootte, waarbij de subsidie aan de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend.
4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt het subsidiebedrag per aanvraag naar rato naar beneden bijgesteld tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.
5. Als de middelen na afloop van de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 5, derde lid, niet volledig zijn benut, wordt het resterende bedrag beschikbaar gesteld voor subsidieaanvragen van de coalities voor activiteiten die betrekking hebben op kennisdeling, of ten behoeve van het landelijke programma School en Omgeving. Subsidie kan in september 2024 worden aangevraagd.
Artikel 7
1. Het subsidiebedrag voor een categorie A-vestiging wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen van de desbetreffende vestiging dat naar verwachting zal deelnemen aan het programma verrijkte schooldag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 236,– per aangevraagd klokuur, per schooljaar.
2. Het subsidiebedrag voor een categorie B-vestiging wordt berekend door het aantal opgegeven leerlingen van de desbetreffende vestiging dat naar verwachting zal deelnemen aan het programma verrijkte schooldag te vermenigvuldigen met een bedrag van € 118,– per klokuur, per schooljaar voor tien uur per week, met dien verstande dat voor een vestiging die op grond van artikel 3a voor het schooljaar 2024–2025 te gelden heeft als categorie A-vestiging voor dat schooljaar het bedrag en de berekeningswijze, bedoeld in het eerste lid, van toepassing zijn.
Artikel 8
1.
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
a. a. de activiteiten voor het schooljaar 2023–2024 en 2024–2025 bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 55 weken; b. b. in afwijking van onderdeel a, worden de activiteiten van de subsidieontvangers, die een aanvraag hebben gedaan, als bedoeld in artikel 3, eerste lid en die uitstel hebben gekregen op grond van artikel 12, tweede lid, van de Subsidieregeling School en omgeving, uitgevoerd in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan zij ten minste 40 weken; c. c. de activiteiten voor het schooljaar 2024–2025, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025, en beslaan ten minste 30 weken; d. d. de aanvrager kan verlenging van de looptijd van de subsidie aanvragen tot en met 31 december 2025 indien de activiteiten door onvoorziene omstandigheden niet binnen de in de onderdelen a, b of c gestelde periodes kunnen worden afgerond; e. e. de activiteiten vinden plaats op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd, en vinden uitsluitend plaats in schoolvakanties voor zover dit gebeurt in combinatie met activiteiten op reguliere schooldagen, buiten de reguliere onderwijstijd; f. f. de subsidieontvanger ziet erop toe dat de personen die werken met de leerlingen in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag; g. g. de subsidieontvanger spant zich in om het aantal opgegeven leerlingen een programma verrijkte schooldag aan te bieden; h. h. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om het aantal opgegeven uren aanbod aan te bieden; i. i. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging dan spant de subsidieontvanger zich in om ten minste vijf klokuren aan te bieden; j. j. de subsidieontvanger deelt de inhoud van het programma verrijkte schooldag met onderzoekers die in opdracht van de minister de subsidieregeling evalueren met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
2.
Op een subsidieontvanger waarvan een aanvraag als bedoeld in artikel 3a is ingewilligd, is:
a. a. het eerste lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidieontvanger een verdeling mag maken in het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2023–2024 toerekent en het aantal weken dat hij aan het schooljaar 2024–2025 toerekent; b. b. het eerste lid, aanhef en onderdeel h, van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het schooljaar 2024–2025; en c. c. het eerste lid, aanhef en onderdeel i, uitsluitend van toepassing voor wat betreft het schooljaar 2023–2024.
Artikel 9
1.
De subsidie, bedoeld in de artikelen 7 en 10, wordt direct vastgesteld op uiterlijk:
a. a. 31 december 2023, voor een categorie B-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 5, tweede lid; b. b. 31 januari 2024, voor een categorie A-vestiging indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 5, tweede lid; c. c. 31 juli 2024, indien het gaat om een aanvraag als bedoeld in artikel 5, derde lid.
2. De minister bepaalt het betaalritme in de beschikking.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
4. Na afloop van de periode, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b of c wordt op basis van het daartoe door DUS-I beschikbaar gestelde format van DUS-I uiterlijk op 1 november 2025 een eindverslag ingediend bij DUS-I. In het eindverslag vermeldt de subsidieontvanger aantallen deelnemende leerlingen en aantal aangeboden uren, als bedoeld in artikel 5, vierde of vijfde lid, en neemt de subsidieontvanger een verwijzing op naar de vindplaats van het in artikel 4, vierde lid, bedoelde kwaliteitsplan. Voor zover een aanvraag als bedoeld in artikel 3a is ingewilligd, geschiedt de vermelding van de aantallen, bedoeld in de tweede volzin, aan de hand van een uitsplitsing over de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025.
5.
De subsidieontvanger meldt schriftelijk indien het daadwerkelijke aantal deelnemende leerlingen of het aantal aangeboden klokuren aan activiteiten minder is dan 75% van het voorgenomen aantal leerlingen of klokuren. Indien er sprake is van een onderprestatie als bedoeld in de eerste volzin, kan de subsidie lager worden vastgesteld. Voor het lager vaststellen van de subsidie wordt uitgegaan van het product van de leerlingen en uren per week, waarbij:
a. a. uren die meetellen activiteiten betreffen die vallen onder de ontwikkelgebieden, bedoeld in artikel 3, vierde lid; en b. b. een uitbreiding van uren in de zin van artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, buiten beschouwing blijft.
6. De activiteiten waarvoor op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, subsidie is verstrekt aan een categorie A-vestiging, gelden als volledig verricht, indien ten minste 75% van de leerlingen, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel e, aan het programma verrijkte schooldag heeft deelgenomen en indien ten minste 75% van het aantal uren, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel f, daadwerkelijk is aangeboden.
7. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, dan gelden de activiteiten als volledig verricht, indien ten minste 75% van de leerlingen bedoeld in artikel 5, vierde lid, onderdeel e, aan het programma verrijkte schooldag heeft deelgenomen en wanneer ten minste 75% van de uren als bedoeld in artikel 8 eerste lid, onderdeel i daadwerkelijk is aangeboden.
8. Op vestigingen die op grond van artikel 3a voor het schooljaar 2024–2025 te gelden hebben als categorie A-vestigingen, is het zevende lid van toepassing op schooljaar 2023–2024 en is het zesde lid van overeenkomstige toepassing op schooljaar 2024–2025.
9. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
10. Indien de activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
11. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
Artikel 10
1. De minister kan bovendien voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 aan de regievoerder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien de lokale coalitie als voorloper is aangewezen, een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten om een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling in het kader van de lerende aanpak.
2. In de beschikking wordt opgenomen wanneer de minister de in het eerste lid bedoelde subsidie ambtshalve verstrekt.
3. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 10.000,–, indien de deelnemende bevoegde gezagsorganen van de lokale coalitie van de regievoerder subsidie hebben aangevraagd als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
4.
De regievoerder is verplicht om namens de lokale coalitie in het kader van de lerende aanpak:
a. a. een actieve bijdrage te leveren aan de kennisopbouw en kennisdeling van het programma School en Omgeving, bestaande uit een verplichting om één keer per schooljaar deel te nemen aan of te organiseren van een kennisdelingsactiviteit; en b. b. uiterlijk 1 augustus 2025 een bewijsstuk overleggen van deelname aan of het organiseren van een kennisdelingsactiviteit.
5. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
6. De regievoerder toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
7. Indien de regievoerder wijzigt moet de initiële regievoerder de resterende middelen aanwenden om de nieuwe regievoerder in staat stellen om aan de subsidieverlichtingen bedoeld in het vierde lid te voldoen.
8. Indien activiteiten niet volledig zijn uitgevoerd of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan de minister de subsidie lager vaststellen.
9. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het eventueel niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 11
De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025.
Bijlage 1. Categorie A-vestigingen, behorende bij
Deze bijlage is gebaseerd op de bekostigingsgegevens van 2022.
Bijlage 2. Categorie B-vestigingen, behorende bij
Deze bijlage is gebaseerd op de vestigingsnummers die bekend zijn bij het Ministerie op basis van de subsidieregeling School en omgeving en die niet onder Categorie A-vestigingen vallen. Op grond van deze regeling zijn in deze lijst de coalities niet opgenomen die reeds middelen ontvangen op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, vestigingen die bij het Ministerie bekend zijn als toetslocatie en waar geen leerlingen staan ingeschreven, en vestigingen op Caribisch Nederland. Ook kan alleen aan vestigingen subsidie worden verstrekt die als starter bij het Ministerie bekend zijn en voor 1 augustus 2023 hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
Bijlage 3. Categorie A-vestigingen, behorende bij
Deze bijlage is gebaseerd op de bekostigingsgegevens van 1 februari 2022 in het primair onderwijs en 1 oktober 2021 in het voortgezet onderwijs, met verwerking van fusies en opheffingen in 2022 en 2023 in lijn met de toelichting bij deze wijzigingsregeling.
Bijlage 4. Nieuwe categorie A-vestigingen (voorheen Categorie B-vestigingen), behorende bij
Deze bijlage is gebaseerd op de bekostigingsgegevens van 1 februari 2022 in het primair onderwijs en 1 oktober 2021 in het voortgezet onderwijs, met verwerking van fusies en opheffingen in 2022 en 2023 in lijn met de toelichting bij deze wijzigingsregeling.
Bijlage 5. Categorie B-vestigingen, behorende bij
Deze bijlage is gebaseerd op de bekostigingsgegevens van 1 februari 2022 in het primair onderwijs en 1 oktober 2021 in het voortgezet onderwijs, met verwerking van fusies en opheffingen in 2022 en 2023 in lijn met de toelichting bij deze wijzigingsregeling.