40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 | BWBR0049520 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-04-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049520 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 |
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
-
basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
-
bedrijf: iedere organisatie, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent;
-
beroepsgericht vmbo: derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen en de gemengde leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de WVO 2020;
-
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
-
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
-
extern personeel: personeel als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC, dat bij een school is tewerkgesteld zonder benoeming;
-
GPL: gemiddelde personeelslast, geraamd op basis van de meest recente CAO VO.
-
intern personeel: personeel als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC, dat is benoemd bij een school;
-
leerling: leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, die op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, als werkelijk schoolgaand op een school stond ingeschreven;
-
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
-
mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEB.
-
penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 1.5;
-
praktijkonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de WVO 2020;
-
RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen;
-
samenwerkingsovereenkomst: ondertekende overeenkomst tussen alle betrokken partijen van de techniekregio of de techniekluwe regio;
-
school: school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
-
techniekluwe regio: regio als bedoeld in artikel 3.1;
-
techniekregio: regio als bedoeld in artikel 2.1; a. techniekonderwijs:
a. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid, en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020; b. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen maritiem en techniek en media, vormgeving en ICT, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid van de WVO 2020; c. beroepsgericht vmbo in de doorlopende leerroute vmbo-mbo, voor zover het de technische routes betreft, bedoeld in artikel 2.107a van de WVO 2020; d. de praktijkgerichte programma’s bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport, produceren installeren en energie, maritiem, media vormgeving en ICT, Techniek & Innovatief Vakmanschap, als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl; e. technische keuzevakken of profielmodules die gelieerd zijn aan één van de technische profielen, bedoeld onder a, b, of c, binnen een leerweg van het vmbo op een school; f. techniekonderwijs dat binnen het praktijkonderwijs plaatsvindt; g. technisch beroepsgericht onderwijs en technische en technologische componenten binnen de Caribbean Vocational Qualification-structuur in het derde en vierde leerjaar, voor zover dit onderwijs op Caribisch Nederland plaatsvindt; h. beroepsgericht vmbo in scholen als bedoeld in artikel 1 van de WEC in de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020;
a. a. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid, en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020; b. b. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen maritiem en techniek en media, vormgeving en ICT, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid van de WVO 2020; c. c. beroepsgericht vmbo in de doorlopende leerroute vmbo-mbo, voor zover het de technische routes betreft, bedoeld in artikel 2.107a van de WVO 2020; d. d. de praktijkgerichte programma’s bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport, produceren installeren en energie, maritiem, media vormgeving en ICT, Techniek & Innovatief Vakmanschap, als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl; e. e. technische keuzevakken of profielmodules die gelieerd zijn aan één van de technische profielen, bedoeld onder a, b, of c, binnen een leerweg van het vmbo op een school; f. f. techniekonderwijs dat binnen het praktijkonderwijs plaatsvindt; g. g. technisch beroepsgericht onderwijs en technische en technologische componenten binnen de Caribbean Vocational Qualification-structuur in het derde en vierde leerjaar, voor zover dit onderwijs op Caribisch Nederland plaatsvindt; h. h. beroepsgericht vmbo in scholen als bedoeld in artikel 1 van de WEC in de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020;
- techniekprofiel: profielen bedoeld onder artikel 2.26, tweede lid onder a tot en met e, of profielen bedoeld onder artikel 2.27, tweede lid, onder a tot en met e, van de WVO 2020;
- vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een school, herkenbaar door het zescijferige nummer in het RIO;
- vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.93 van de WVO 2020;
- vso: voortgezet speciaal onderwijs dat wordt gegeven aan een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
- WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;
- WEC: Wet op de expertisecentra;
- WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 1.2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 1.3
1. De minister kan voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2028 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekluwe regio om in regioverband vorm te geven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs binnen het beroepsgericht vmbo waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met techniek.
2.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. a. kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de WVO 2020, artikel 90 van de WEC en artikel 2.2.1, vierde lid, van de WEB; b. b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage voor de betreffende scholen; c. c. activiteiten die voor het tijdstip van indienen van de aanvraag reeds hebben plaatsgevonden; of d. d. activiteiten waarvoor de minister reeds subsidie heeft verstrekt op grond van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo of een andere ministeriële regeling.
3. In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn voor gewijzigde aanvragen als bedoeld in artikel 1.9, tweede lid, ook de kosten subsidiabel die vanaf 1 januari 2025 vooruitlopend op de subsidieverlening zijn gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het activiteitenplan.
Artikel 1.4
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt als voorwaarde dat er sprake is van cofinanciering door een of meerdere bedrijven van ten minste 10% van het subsidiabele deel van de totale meerjarenbegroting van het project. De cofinanciering is in geld, of in geld waardeerbaar.
2. De penvoerder staat garant voor de cofinanciering.
Artikel 1.5
1. Het bevoegd gezag van één van de vmbo-vestigingen van een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 die deel uitmaakt van de regio die één of meer beroepsgerichte techniekprofielen aanbiedt, treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekregio op als penvoerder.
2. Het bevoegd gezag van een beroepsgericht vmbo die deel uitmaakt van de regio treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekluwe regio op als penvoerder.
3. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Bij de aanvraag wordt een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder over de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 1.6
1. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
2.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag:
a. a. een regiovisie die bestaat uit:
1°.
een omschrijving van de samenstelling van de regio en de onderbouwing daarvan;
2°.
een analyse van de leerlingenontwikkeling voor de periode 2025–2035;
3°.
een analyse van de regionale arbeidsmarkt voor de periode 2025–2028 en een visie voor de langere termijn die ten minste de periode 2025–2035 omvat;
4°.
een concrete omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het techniekonderwijs in het vmbo op basis van de analyses; en
5°.
een beschrijving van binnen de regio belangrijke thema’s en hoe hier in de regio aandacht aan wordt besteed, waaronder in ieder geval:
i.
het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel;
ii.
het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek;
iii.
het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid;
1°. 1°. een omschrijving van de samenstelling van de regio en de onderbouwing daarvan; 2°. 2°. een analyse van de leerlingenontwikkeling voor de periode 2025–2035; 3°. 3°. een analyse van de regionale arbeidsmarkt voor de periode 2025–2028 en een visie voor de langere termijn die ten minste de periode 2025–2035 omvat; 4°. 4°. een concrete omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het techniekonderwijs in het vmbo op basis van de analyses; en 5°. 5°. een beschrijving van binnen de regio belangrijke thema’s en hoe hier in de regio aandacht aan wordt besteed, waaronder in ieder geval:
i.
het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel;
ii.
het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek;
iii.
het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid;
i. i. het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel; ii. ii. het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek; iii. iii. het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid; b. b. een door alle aan de regio deelnemende partijen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid of artikel 3.1, tweede lid, ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief de machtiging, bedoeld in artikel 1.5, derde lid; c. c. een activiteitenplan voor de periode 2025–2028 op hoofdlijnen; en d. d. een begroting op hoofdlijnen, als bedoeld in artikel 1.12, vierde lid.
4. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 september 2024 09:00 uur tot en met 1 oktober 2024, 16:00 uur. Aanvragen ingediend na 1 oktober 2024, 16:00 uur, worden afgewezen.
Artikel 1.7
1. Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 1.
2. Subsidie wordt slechts verleend indien de aanvraag voldoet aan alle criteria, opgenomen in bijlage 1.
Artikel 1.8
1. De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert over de uitwerking van het activiteitenplan bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.11, eerste en tweede lid.
2. De uitwerking van het activiteitenplan en de voortgangsrapportage worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2. De adviescommissie geeft een positief advies wanneer de uitwerking van het activiteitenplan voldoet aan alle criteria opgenomen in bijlage 2.
3. Indien de adviescommissie een negatief advies geeft over de uitwerking van het activiteitenplan kan de penvoerder binnen 30 dagen na het ontvangen van het advies een gewijzigde uitwerking van het activiteitenplan indienen. Indien de adviescommissie de gewijzigde uitwerking opnieuw een negatieve beoordeling geeft, verwerkt zij in haar advies aan de minister mogelijke consequenties verbonden aan deze beoordeling.
Artikel 1.9
1. De minister besluit op de aanvraag uiterlijk 31 januari 2025.
2. Indien de minister een aanvraag afwijst, kan van 1 februari 2025 tot 1 maart 2025 een gewijzigde aanvraag worden ingediend. De minister besluit op de gewijzigde aanvraag uiterlijk 1 mei 2025.
Artikel 1.10
1.
Aan de subsidieverstrekking zijn de volgende verplichtingen verbonden:
a. a. de penvoerder zendt op uiterlijk 15 april 2025 een uitwerking van de activiteiten die in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 worden verricht, inclusief een uitgewerkte begroting als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid, en een beschrijving van de wijze waarop de relevante lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 worden verwerkt in dit plan aan de minister; b. b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
3. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van het eindverslag.
Artikel 1.11
1.
De penvoerder zendt uiterlijk 1 oktober 2026 een voortgangsrapportage over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026 aan de minister. Deze voortgangsrapportage omvat ten minste:
a. a. een overzicht van de tot dan toe bestede middelen; b. b. een uitwerking van de activiteiten die in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028 worden verricht, inclusief een uitgewerkte begroting als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid, en een beschrijving van de wijze waarop de relevante lessen die zijn getrokken uit de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 worden verwerkt in de uitwerking van de activiteiten; c. c. de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026; d. d. een uitgewerkte begroting over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026 als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid; en e. e. de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over die betreffende periode.
2.
De penvoerder zendt uiterlijk 1 oktober 2028 een voortgangsrapportage over de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2028 aan de minister. Deze voortgangsrapportage omvat ten minste:
a. a. een overzicht van de tot dan toe bestede middelen; b. b. de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten in de periode 1 oktober 2026 tot en met 31 juli 2028; c. c. een uitgewerkte begroting over de periode 1 oktober 2026 tot en met 31 juli 2028 als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid; en d. d. de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over die betreffende periode.
3. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportages.
Artikel 1.12
1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de begroting op hoofdlijnen voor vier jaar, bedoeld in artikel 1.6, en de uitgewerkte begroting voor twee jaar bedoeld in artikel 1.10 en artikel 1.11.
2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW.
3. Een begroting die wordt ingediend, is sluitend.
4.
In aanvulling op het tweede en derde lid, omvat de begroting op hoofdlijnen:
a. a. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd, opgenomen in bijlagen 3 en 4; b. b. een globaal overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en c. c. een omschrijving van de cofinanciering van ten minste 10% van de totale meerjarenbegroting van het project, bedoeld in artikel 1.4.
5. De begroting op hoofdlijnen moet bij het indienen van de uitgewerkte begroting worden herijkt voor 2025 en 2026 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en voor de jaren 2027 en 2028 in een uitgewerkte begroting, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onder b, tot deze voldoet aan de eisen van de uitgewerkte begroting.
6.
In aanvulling op het eerste en tweede lid, omvat de uitgewerkte begroting:
a. a. de hoogte van het deel van het totale subsidiebedrag wat deze begroting uitwerkt; b. b. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en artikel 1.11, eerste lid, onder b; c. c. per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien; d. d. een omschrijving van hoe de middelen verdeeld worden over de betrokken partijen en wat de omvang van de kosten voor de overhead is; en e. e. een omschrijving van de cofinanciering van het project bedoeld in artikel 1.4.
Artikel 1.13
1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
2. De subsidie wordt voor 1 januari 2029 besteed.
Artikel 1.14
1. De subsidie wordt verleend binnen 17 weken na sluiting van de aanvraagtermijn.
2. De minister verleent een voorschot van 100%.
3. De minister bepaalt in de verleningsbeschikking het betaalritme en neemt de uitwerking van de activiteiten en de begroting, bedoeld in de artikelen 1.10, eerste lid, onder a, en 1.11, eerste lid, onder b, op als voorwaarden.
Artikel 1.15
1. De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2.
2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
Hoofdstuk 2. Techniekregio
Artikel 2.1
1. Een techniekregio is een regio waarbinnen partijen gezamenlijk toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs binnen het beroepsgericht vmbo vormgeven, waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met techniek, en waarvoor een aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in het tweede lid.
2.
Een aanvraag voor een techniekregio kan alleen worden ingediend voor zover:
a. a. sprake is van een geografisch afgebakende regio; b. b. geen overlap bestaat met een andere techniekregio of techniekluwe regio; c. c. binnen de regio alle vmbo-vestigingen met beroepsgericht vmbo desgewenst deelnemen; d. d. in de regio binnen het beroepsgericht vmbo minimaal twee techniekprofielen worden aangeboden; e. e. in de regio minimaal twee vmbo-vestigingen techniekonderwijs aanbieden als bedoeld in de begripsbepaling in artikel 1.1 van techniekonderwijs, onder a tot en met e; f. f. alle vso-vestigingen met een uitstroomprofiel vervolgonderwijs met een beroepsgericht technisch profiel desgewenst deelnemen; g. g. alle vmbo-vestigingen met aantoonbaar technisch of technologisch onderwijs desgewenst deelnemen; h. h. alle vestigingen met praktijkonderwijs desgewenst deelnemen; i. i. een vestiging als bedoeld onder c tot en met h ten hoogste tot één regio behoort; j. j. iedere basisschool minimaal eenmaal per jaar een activiteit aangeboden krijgt vanuit de regio waar ze desgewenst aan kunnen deelnemen; en k. k. minimaal één mbo-instelling deelneemt die onderwijs aanbiedt in de opleidingsdomeinen bedoeld in artikel 2, onder a tot en met h, van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, waarbij de mbo-instelling kan participeren in meerdere techniekregio’s of techniekluwe regio’s.
Artikel 2.2
Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekregio’s is op grond van deze subsidieregeling in totaal een bedrag van € 368.640.080,– beschikbaar.
Artikel 2.3
1. De subsidie voor een techniekregio bestaat uit een bedrag dat wordt vastgesteld aan de hand van de in de bijlage 3 bij deze regeling opgenomen tabel.
2. Indien de samenstelling van een techniekregio gewijzigd is ten opzichte van de samenstelling van de techniekregio in de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024, wordt het subsidiebedrag naar rato van de leerlingenaantallen die zijn gebruikt in de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 verdeeld.
Artikel 2.4
Indien een aanvraag op alle criteria zoals bedoeld in bijlage 1 als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.
Artikel 2.5
1. Voorafgaand aan een subsidieaanvraag kan de penvoerder een vooraanmelding doen.
2. Voor de vooraanmelding wordt gebruikt gemaakt van het formulier dat bekend is gemaakt op de website www.dus-i.nl.
3.
De vooraanmelding bestaat uit:
a. a. een aanduiding van het geografisch gebied; en b. b. een door de penvoerder ondertekende intentieverklaring, bevattende de partijen bedoeld in artikel 2.1, tweede lid.
4. De vooraanmelding wordt ingediend van 1 tot en met 30 juni 2024.
Hoofdstuk 3. Techniekluwe regio
Artikel 3.1
1. Een techniekluwe regio is een regio waarbinnen partijen gezamenlijk een toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs binnen het beroepsgericht vmbo vormgeven, waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek, en waarvoor een aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in het tweede lid.
2.
Een aanvraag voor een techniekluwe regio kan alleen worden ingediend voor zover:
a. a. sprake is van een geografisch afgebakende regio; b. b. geen overlap bestaat met een andere techniekregio of techniekluwe regio; c. c. in de regio op 1 oktober 2023 ten hoogste 10% van de vmbo-leerlingen in de beroepsgerichte leerwegen staat ingeschreven voor een technisch profiel; d. d. alle vmbo-vestigingen met beroepsgericht vmbo desgewenst deelnemen, maar minstens twee, tenzij de afstand tot de volgende vmbo-vestiging met beroepsgericht vmbo groter is dan twintig kilometer; e. e. alle vso-vestigingen met een uitstroomprofiel vervolgonderwijs met een beroepsgericht technisch profiel desgewenst deelnemen; f. f. alle vestigingen met praktijkonderwijs desgewenst deelnemen; g. g. een vestiging als bedoeld onder d, e en f tot ten hoogste één regio behoort; h. h. iedere basisschool minimaal eenmaal per jaar een activiteit aangeboden krijgt vanuit de regio waar ze desgewenst aan kunnen deelnemen; en i. i. minimaal één mbo-instelling deelneemt die onderwijs aanbiedt in de opleidingsdomeinen, genoemd in artikel 2, onder a tot en met h, van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, waarbij de mbo-instelling kan participeren in meerdere techniekregio’s of techniekluwe regio’s.
3. Caribisch Nederland geldt als één techniekluwe regio, waarbij de drie aanwezige vmbo-scholen zijn aangesloten.
Artikel 3.2
Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekluwe regio’s is op grond van deze subsidieregeling in totaal een bedrag van € 20.000.000,– beschikbaar.
Artikel 3.3
De subsidie voor een techniekluwe regio bestaat uit een bedrag dat wordt vastgesteld aan de hand van de in de bijlage 4 bij deze regeling opgenomen tabel.
Artikel 3.4
Indien een aanvraag op alle criteria zoals bedoeld in bijlage 1 als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.
Artikel 3.5
1. Voorafgaand aan een subsidieaanvraag kan de penvoerder een vooraanmelding doen.
2. Voor de vooraanmelding wordt gebruikt gemaakt van het formulier dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
3.
De vooraanmelding bestaat uit:
a. a. een aanduiding van het geografisch gebied; en b. b. een door de penvoerder ondertekende intentieverklaring, bevattende de partijen bedoeld in artikel 3.1, tweede lid.
4. De vooraanmelding wordt ingediend van 1 tot en met 30 juni 2024.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 4.2
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 30 maart 2029.
Artikel 4.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.
Bijlage 1. Beoordelingskaders subsidieaanvraag
Deze bijlage behoort bij artikel 1.7 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.
Bijlage 2. Beoordelingskader activiteitenplan
Deze bijlage behoort bij artikel 1.8 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.
Bijlage 3. Subsidiebedragen per techniekregio
Deze bijlage behoort bij artikel 2.3 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.
Bijlage 4. Subsidiebedragen per techniekluwe regio
Deze bijlage behoort bij artikel 3.3 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.