40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023 | BWBR0047992 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-03-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047992 | Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023 |
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- basisteam: ondersteuningsnetwerk van een school dat bestaat uit partijen die de scholen op maat kunnen helpen, ontzorgen en ondersteunen;
- basisvaardigheden: vaardigheden op het gebied van taal, rekenen of wiskunde en burgerschap of digitale geletterdheid;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WPO BES, artikel 1 van de WEC of artikel 1.1 van de WVO 2020;
- evidence-informed interventie: aanpak op basis van kennis uit wetenschap en praktijk over wat onder welke voorwaarden werkt in het onderwijs;
- Caribisch Nederland: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022 of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
- interventiekaart: overzicht op de website van het Nationaal Programma Onderwijs dat is te vinden via https://www.nponderwijs.nl/basisvaardigheden, waarop evidence-informed interventies staan genoemd die zijn gericht op basisvaardigheden;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- nulmeting: inventarisatie van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden op de school bij aanvang uitvoering activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- primair onderwijs en primair onderwijs BES: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO, onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC, behoudens voor zover het voortgezet speciaal onderwijs betreft, of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO BES;
- prioriteitsschool: school waarvoor subsidie kan worden aangevraagd als bedoeld in artikel 3, derde lid;
- RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen;
- school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020, artikel 1 van de WPO, artikel 1 van de WEC of artikel 1 van de WPO BES met inbegrip van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
- schooljaar: schooljaar als bedoeld in artikel 1 van de WPO of artikel 1 van de WVO 2020;
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de WPO of artikel 76a van de WEC, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020, met inbegrip van een vestiging van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap die van rechtswege is ontstaan na de omzetting op grond van artikel 12.2.4 van de WEB;
- voortgezet onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020, onderwijs dat gegeven wordt op Caribisch Nederland als bedoeld in de WVO 2020 of onderwijs dat gegeven wordt op een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC, voor zover het voortgezet speciaal onderwijs betreft;
- WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;
- WEC: Wet op de expertisecentra;
- WPO: Wet op het primair onderwijs;
- WPO BES: Wet primair onderwijs BES;
- WVO 2020: Wet op het voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3
1. De Minister kan ter verbetering van de basisvaardigheden aan een bevoegd gezag van een prioriteitsschool voor de schooljaren 2023/2024, 2024/2025, en de periode van het schooljaar 2025/2026 tot en met 31 december 2025, subsidie verstrekken voor de uitvoering van één of meer evidence-informed interventies en de monitoring daarvan.
2. De evidence-informed interventies zijn in ieder geval gericht op het versterken van de basisvaardigheden taal, rekenen of wiskunde, en waar nodig ook op het versterken van de basisvaardigheden burgerschap of digitale geletterdheid.
3.
Op grond van deze subsidieregeling kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd door het bevoegd gezag van een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs, op vestigingsniveau in het primair onderwijs en primair onderwijs BES, hetzij op het niveau van één of meer van de afdelingen van de school in het voortgezet onderwijs, door de Inspectie van het onderwijs als zeer zwak of onvoldoende is beoordeeld:
a. a. op de peildatum 1 februari 2023 of de peildatum 1 september 2022, voor aanvragen in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid; of b. b. op de peildatum 1 augustus 2023, voor aanvragen in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Artikel 4
1. Een bevoegd gezag kan per vestiging één aanvraag voor de subsidie indienen.
2. Een aanvraag voor het eerste tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 27 maart 2023 tot en met 14 april 2023. Een aanvraag voor het tweede tijdvak van de subsidie kan worden ingediend van 1 september 2023 tot en met 15 september 2023. Aanvragen die buiten een aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
3.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:
a. a. de naam van het bevoegd gezag; b. b. het in de RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend; c. c. de contactpersoon; d. d. een verklaring waaruit blijkt dat de medezeggenschapsraad van de school is geïnformeerd over de aanvraag; en e. e. een inventarisatie van de behoefte aan begeleiding van de school, waar het ondersteuning vanuit een basisteam betreft.
4. Indien een aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht één week de tijd om de aanvraag aan te vullen.
Artikel 5
1.
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 32.350.000, waarvan:
a. a. € 16.293.000,– beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, met uitzondering van het speciaal basisonderwijs; b. b. € 15.361.000,– beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, met uitzondering van het voortgezet speciaal onderwijs; en c. c. € 696.000,– beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
2.
Voor subsidieverstrekking op aanvragen die in het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn ingediend, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 41.772.500, waarvan:
a. a. € 20.778.122 beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal basisonderwijs; b. b. € 19.094.948 beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, met uitzondering van het voortgezet speciaal onderwijs; en c. c. € 1.899.430 beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
3. Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen naar rato verdeeld over de andere subsidieplafonds in het betreffende lid.
Artikel 6
1. Het subsidiebedrag voor een school voor primair onderwijs en primair onderwijs BES wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 februari 2022 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 1.000,–.
2. Het bedrag van de subsidie voor een school voor voortgezet onderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 1.000,–.
3. Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius of Saba uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
Artikel 7
1. Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie leidt tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, krijgen de aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen op Caribisch Nederland voorrang. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitssscholen op Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. Vervolgens krijgen aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel zeer zwak voorrang op aanvragen van scholen met het inspectieoordeel onvoldoende. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel zeer zwak zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, worden deze aanvragen gerangschikt op de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, worden de overige aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 8
1.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidie in elk geval geweigerd:
a. a. indien aan het bevoegd gezag voor de desbetreffende vestiging eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden; b. b. indien het een aanvraag voor het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, betreft, en de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende vestiging in het po of afdeling in het vo door de Inspectie van het onderwijs op peildatum 1 september 2022 of peildatum 1 februari 2023 niet als zeer zwak of onvoldoende is beoordeeld. c. c. indien het een aanvraag voor het tweede aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, betreft, en de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende schoolvestiging door de Inspectie van het onderwijs op peildatum 1 augustus 2023 niet als zeer zwak of onvoldoende is beoordeeld.
Artikel 9
1.
Voor een subsidie die is verstrekt naar aanleiding van het eerste aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is de subsidieontvanger in aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling verplicht om:
a. a. tussen 1 september en 14 oktober 2023 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden verricht, met gebruikmaking van een formulier dat daarvoor door DUS-I ter beschikking is gesteld, waarbij de medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft op dit activiteitenplan; b. b. een intakegesprek te voeren met een onderwijsadviseur werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. c. ten behoeve van de monitoring uiterlijk 30 november 2023 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal, rekenen of wiskunde onder alle leerlingen met uitzondering van leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. De subsidieontvanger monitort de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie onder alle leerlingen met uitzondering van leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen; en d. d. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren uiterlijk tot en met 31 juli 2025.
2.
Voor het tweede aanvraagtijdvak als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is de subsidieontvanger in aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling verplicht om:
a. a. tussen 1 januari 2024 en 18 februari 2024 bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden verricht, met gebruikmaking van een formulier dat daarvoor door DUS-I ter beschikking is gesteld, waarbij de medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft op dit activiteitenplan; b. b. een intakegesprek te voeren met een onderwijsadviseur werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c. c. ten behoeve van de monitoring uiterlijk 29 februari 2024 een nulmeting uit te voeren voor het tweede aanvraagtijdvak voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen-wiskunde onder alle leerlingen met uitzondering van leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. De subsidieontvanger monitort de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen-wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie onder alle leerlingen met uitzondering van leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen; d. d. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 december 2025 uit te voeren.
Artikel 10
1. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling wordt de subsidie aan het bevoegd gezag binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode verleend. De Minister verstrekt een voorschot van 100%, dat in twee gelijke delen wordt uitbetaald. Het eerste deel wordt uitbetaald in 2023 en het tweede deel in 2024.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, onderscheidenlijk de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
3. De Minister stelt de subsidie vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.
4. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de Minister bij de verlening is genoemd.
Artikel 11
De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 17 maart 2028.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023.