rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-vereniging-fietsersbond-2007/BWBR0020479
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling vereniging Fietsersbond 2007 BWBR0020479 ministeriele-regeling geldend 2007-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020479 Subsidieregeling vereniging Fietsersbond 2007

Subsidieregeling vereniging Fietsersbond 2007

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. Fietsersbond: vereniging Fietsersbond; c. c. boekjaar: periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de Fietsersbond, ten behoeve van het instandhouden van deze vereniging.

2.

Naast de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de minister op aanvraag subsidie aan de Fietsersbond ten behoeve van het uitvoeren van projecten gericht op:

a. a. de behartiging van belangen van fietsers in de besluitvorming van overheden, openbaar vervoersbedrijven en marktpartijen; b. b. het creëren van meer en betere mogelijkheden het aandeel fietsers in het verkeer te handhaven dan wel te vergroten; c. c. het verhogen van de verkeersveiligheid, in het bijzonder gericht op het terugdringen van het aantal verkeersgewonden en -doden,

hierna genoemd: de activiteiten.

3. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor een activiteit reeds een subsidie is verstrekt door een ander bestuursorgaan.

Artikel 3

1. Het ten hoogste beschikbare subsidiebedrag voor de in artikel 2, eerste en tweede lid, genoemde subsidies bedraagt voor 2007: € 610.000 (prijspeil 2006).

2. Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister ambtshalve het maximale subsidiebedrag, genoemd in het eerste lid, verhogen met een bedrag dat wordt verkregen door het bedrag van de looncomponent in de subsidie te indexeren met het percentage voor de arbeidskostenontwikkeling, genoemd in de desbetreffende loonbijstellingsbrief van het Ministerie van Financiën met betrekking tot compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling van instellingen in de g&g-sector (code 905).

Artikel 4

1. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk acht weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend bij de minister, per adres de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit.

2. De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan, een begroting alsmede een opgave van de omvang van de egalisatiereserve. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.

3. Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.

4. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Tevens wordt aangegeven op welke wijze de egalisatiereserve zal worden benut.

5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.

6. De begroting bestaat, wat de kosten van instandhouding betreft, uit een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.

Artikel 5

1. Op verzoek van de Fietsersbond verleent de minister ten aanzien van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voorschotten tot ten hoogste 95 procent van het te verlenen subsidiebedrag per boekjaar.

2. Op verzoek van de Fietsersbond verleent de minister ten aanzien van de subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voorschotten tot ten hoogste 80 procent van het te verlenen subsidiebedrag per boekjaar.

3. Een verzoek tot verlening van een voorschot voorzien van een liquiditeitsprognose waarbij de liquiditeitsbehoefte per kwartaal wordt aangegeven, wordt ingediend gelijktijdig met het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 4.

Paragraaf 2. De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 6

1. De Fietsersbond voert een zodanige administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard.

2. De Fietsersbond doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend, daarvan mededeling aan de minister.

3. De Fietsersbond doet onverwijld nadat een besluit tot ontbinding is genomen, daarvan mededeling aan de minister.

4. De Fietsersbond doet onverwijld nadat de statuten zijn gewijzigd, daarvan mededeling aan de minister.

Artikel 7

De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

a. a. het geven van bekendheid aan de activiteiten van de Fietsersbond, alsmede de resultaten ervan; b. b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister nodig geachte, op activiteiten van de Fietsersbond gerichte informatie.

Artikel 8

De Fietsersbond brengt uiterlijk 1 augustus van het lopende boekjaar aan de minister verslag uit omtrent de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, met inbegrip van een vergelijking van de uitvoering van het ingevolge artikel 4, derde lid, ingediende activiteitenplan en de begroting.

Artikel 9

De Fietsersbond verschaft de minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van de activiteiten.

Paragraaf 3. De subsidievaststelling

Artikel 10

1. De Fietsersbond dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister, per adres de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit, binnen vier maanden na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot subsidievaststelling voor een instandhoudingssubsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid, gaat vergezeld van een financieel verslag, omvattende de balans en de exploitatierekening met de toelichting, en een activiteitenverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.

3. De aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 2 tweede lid, gaat vergezeld van een financieel verslag en een activiteitenverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.

4. De aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in lid 2, gaat tevens vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

5. De aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in lid 3, gaat per project waarvoor meer dan € 50.000 subsidie is verleend, vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Paragraaf 4. Egalisatiereserve

Artikel 11

1. De Fietsersbond vormt ten behoeve van de kosten van instandhouding als bedoeld in artikel 2 eerste lid, een egalisatiereserve.

2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van instandhouding waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.

3. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend mogelijk en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd.

4. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.

5. De omvang van de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 25% van de ten behoeve van de instandhouding verleende subsidie per boekjaar.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 12

De minister stelt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Ten behoeve van de inhoud van het in het eerste lid genoemde verslag levert de Fietsersbond een bijdrage betreffende de wijze waarop de besteding van de subsidiegelden heeft plaatsgevonden.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

2. In afwijking van het eerste lid blijft de regeling van toepassing op de subsidie voor het boekjaar 2011 alsmede op de subsidie voor het boekjaar 2012 waarvan de aanvraag is ingediend in 2011.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vereniging Fietsersbond 2007.