rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-voorlichtingsbeleid-tweede-wereldoorlog/BWBR0020738
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog BWBR0020738 ministeriele-regeling geldend 2007-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020738 Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog

Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. projectsubsidie: subsidie met een incidenteel karakter in de kosten van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan als bedoeld in artikel 11, derde lid.

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op de verstrekking door de Minister van projectsubsidies voor activiteiten die betrekking hebben op voorlichting in het kader van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

Artikel 3

Een projectsubsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4

Subsidie wordt slechts verstrekt indien naar het oordeel van de Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt.

Artikel 5

1. De Minister kan projectsubsidies verstrekken voor activiteiten die betrekking hebben op voorlichting in het kader van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

2. Projectsubsidies worden slechts verstrekt voorzover de Minister van oordeel is dat de verstrekking past in het bekend gemaakte beleid.

3. De Minister maakt eenmaal per vijf jaar de hoofdlijnen van zijn subsidiebeleid met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde terrein voor de daarop volgende periode van vijf jaar bekend aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

4. Bij tussentijdse wijziging van de hoofdlijnen van het subsidiebeleid doet de Minister daarvan mededeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Artikel 6

1. De Minister kan een subsidieplafond vaststellen.

2. De Minister geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie.

3. Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 7

1. Projectsubsidies van € 5.000 of meer worden toegekend met inachtneming van de artikelen 8 tot en met 26 en 29.

2. Projectsubsidies van minder dan € 5.000 kunnen zonder voorafgaande subsidieverlening worden vastgesteld. De artikelen 12, eerste lid, 14, 16, 17, 18, eerste lid, en 23 tot en met 26 zijn alsdan niet van toepassing.

Artikel 8

De Minister kan projectsubsidies verlenen voor een periode van maximaal drie jaar, met dien verstande dat de duur van het project zich niet uitstrekt in een periode die ligt na 31 december van het einde van een periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 5, derde lid.

Paragraaf 2. Aanvraag

Artikel 9

Een projectsubsidie kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een publiekrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

Artikel 10

Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt vóór de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd ingediend.

Artikel 11

1. De aanvraag van een projectsubsidie wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting. De aanvraag wordt ingediend door middel van het formulier dat in bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.

2. Indien de aanvrager van een projectsubsidie een privaatrechtelijke rechtspersoon is kan de Minister hem verplichten een volledig en recent overzicht van zijn financiële toestand over te leggen.

3. In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling(en) de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd.

4. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen worden toegerekend, worden bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

5. Voorzover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij één of meer andere bestuursorganen of andere organisaties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

6. Het tweede lid is niet van toepassing indien een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld, een projectsubsidie aanvraagt.

7. Indien de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon wordt de aanvraag ondertekend door diegene die op grond van de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

Paragraaf 3. Berekeningswijze

Artikel 12

1. Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten en de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke baten in de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd. De subsidie bedraagt niet meer dan een bij de subsidieverlening bepaald maximum.

2. Een projectsubsidie als bedoel in artikel 7, tweede lid, bestaat uit een bij de subsidievaststelling te bepalen bedrag.

Paragraaf 4. Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel 13

De Minister geeft een beschikking:

a. a. vóór 1 mei indien een aanvraag na 1 september van enig jaar maar vóór 1 februari van het daaropvolgende jaar is ingediend, dan wel b. b. vóór 1 december indien een aanvraag na 1 februari maar vóór 1 september van dat jaar is ingediend.

Artikel 14

1. De Minister kan op een verleende projectsubsidie voorschotten verlenen.

2. Voorschotten worden gelijkmatig over het aantal maanden, waarvoor de subsidie is aangevraagd, verstrekt. Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van het bedrag van de verleende projectsubsidie.

3. Uiterlijk vier maanden na ontvangst van de volledige aanvraag voor de subsidievaststelling worden de voorschotten verhoogd tot het bedrag van de subsidiedeclaratie voor zover het bedrag van de subsidiedeclaratie niet hoger is dan het bedrag van de verleende projectsubsidie.

Paragraaf 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 15

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

a. a. de doeleinden gesteld in het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd; b. b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; c. c. het project in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving wordt uitgevoerd.

Artikel 16

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

a. a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd, en b. b. te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde baten en lasten kunnen worden nagegaan.

Artikel 17

De ontvanger van een projectsubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 18

1. De ontvanger van een projectsubsidie stelt indien het project langer dan één jaar duurt tussentijds een evaluatie op en produceert ook tussentijds producten. De evaluatie geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Cijfers met betrekking tot de frequentie van activiteiten, de realistische schatting van het (beoogde) bereik en het feitelijk gerealiseerde bereik van de beoogde doelgroep(en) maken hier in ieder geval deel van uit. De tussentijdse evaluatie vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het projectplan voorgenomen activiteiten in de periode vanaf de start van het project tot het moment van evaluatie.

2. De ontvanger van een projectsubsidie stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een projectverslag op dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het projectverslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het projectplan voorgenomen activiteiten.

3. Bij projectsubsidies als bedoeld in artikel 7, tweede lid, legt de subsidieontvanger na afloop van de periode waarvoor subsidie is verstrekt, een verklaring over waaruit kan worden afgeleid dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt is uitgevoerd.

Artikel 19

1. Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan de Minister bepalen dat de ontvanger van een projectsubsidie er zorg voor draagt dat bij de publicatie wordt aangegeven wie de uitvoerder en subsidiënt van het project zijn geweest.

2. Indien een projectsubsidie gericht is of mede gericht is op de totstandkoming van een werk als bedoeld in artikel 10, onder 1°, van de Auteurswet, draagt de subsidieontvanger er zorg voor auteursrechthebbende te zijn ter zake van dat werk.

3. De ontvanger van een projectsubsidie vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden ter zake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de subsidieontvanger verrichte publicaties.

Artikel 20

De ontvanger van een projectsubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Artikel 21

De ontvanger van een projectsubsidie werkt mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid.

Artikel 22

De Minister kan bij de verlening van een projectsubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Paragraaf 6. Subsidievaststelling

Artikel 23

1. Binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.

2.

De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. a. het projectverslag, bedoeld in artikel 18, tweede lid, en b. b. een subsidiedeclaratie.

3. De aanvraag wordt ingediend door middel van het formulier dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.

4. Indien de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijke rechtspersoon wordt de aanvraag ondertekend door diegene die op grond van de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

5. De Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.

Artikel 24

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.

Artikel 25

1. De subsidiedeclaratie is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de Minister vast te stellen modelaccountantsverklaring.

2. De subsidiedeclaratie gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig een door de Minister vast te stellen controleprotocol.

3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien de verleende subsidie minder dan € 125.000 bedraagt.

Artikel 26

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 23, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.

Paragraaf 7. Wijziging andere regelingen

Artikel 27

Wijzigt de Tijdelijke stimuleringsregeling advies- en steunpunten huiselijk geweld.

Artikel 28

Wijzigt de Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 29

De Minister kan artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 31

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog.

Bijlage 1. behorend bij

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 2. behorend bij

[afbeelding]

[afbeelding]