40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping 2007–2009 | BWBR0020777 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020777 | Subsidieregeling Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping 2007–2009 |
Subsidieregeling Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping 2007–2009
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. de Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. de Stichting: de Stichting Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping, gevestigd te Rotterdam-Hoogvliet; c. c. activiteitenplan: het activiteitenplan, bedoeld in artikel 4:62 Awb.
Artikel 2
1.
De Minister kan de Stichting een subsidie verlenen om activiteiten te verrichten die ten doel hebben:
a. a. de bekendheid van verladers en expediteurs met short sea shipping te vergroten; b. b. de mogelijkheden van short sea shipping voor potentiële gebruikers inzichtelijk te maken; c. c. het daadwerkelijk gebruik van short sea shipping als transportmodus te bevorderen, of d. d. de samenwerking met de voorlichtingsbureaus voor het spoorvervoer en de binnenvaart nader te bepalen en concreet in te vullen.
2. De subsidie wordt per boekjaar verleend. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.
3. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er op de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het desbetreffende jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voor het resterende gedeelte van de kosten van de Stichting elk jaar voldoende gelden door medefinanciers beschikbaar worden gesteld.
5. Uiterlijk 1 maart van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, beschikt de subsidieontvanger over voldoende gelden van medefinanciers. De subsidieontvanger deelt de Minister dit onverwijld mede, met medezending van kopieën van toekenningsbrieven van deze medefinanciers.
Artikel 3
1. De in artikel 2 bedoelde subsidie bedraagt voor de jaren 2007, 2008 en 2009 steeds ten hoogste € 159.000. Dit bedrag is inclusief BTW, die door de Stichting niet verrekend kan worden.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen zullen niet worden gecorrigeerd voor inflatie.
Artikel 4
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Artikel 5
1. De Stichting richt de aanvraag tot subsidieverlening aan de Minister ter attentie van de Directeur-Generaal Transport en Luchtvaart, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.
2. In aanvulling op artikel 4:61, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag vergezeld van een activiteitenplan en begroting die zijn goedgekeurd door het bestuur van de Stichting.
3. De aanvraag tot subsidieverlening met de in het tweede lid genoemde stukken wordt jaarlijks op uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingediend.
4. Na indiening van de subsidieaanvraag kan de Minister om aanvullende informatie vragen of verzoeken een aangepaste aanvraag in te dienen.
Artikel 6
1. Op aanvraag kan de Minister de Stichting per kalenderjaar een voorschot verlenen.
2. Dit voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het voor een boekjaar verleende subsidiebedrag, met inachtneming van het maximale bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid.
3. Het in het tweede lid genoemde maximale voorschot van 80% wordt in één keer uitbetaald. De uitbetaling van het voorschot geschiedt uiterlijk op 31 januari van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, nadat de beschikking tot subsidieverlening is verstrekt.
Artikel 7
1. De Minister kan de subsidie weigeren indien het activiteitenplan naar het oordeel van de Minister niet in overeenstemming is met deze regeling.
2.
De Minister kan de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de Stichting wijzigen, indien:
a. a. de Stichting voor de uitoefening van de gesubsidieerde activiteiten tevens financiële bijdragen krijgt van anderen dan de medefinancierswelke zijn vermeld in de subsidieaanvraag; b. b. de in de subsidieaanvraag vermelde (overheids)instanties die een financiële bijdrage verlenen hun in de aanvraag vermelde bijdrage verhogen, of c. c. door de Stichting vermogen is gevormd met de door de subsidie verstrekte gelden.
Artikel 8
1. De accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt opgesteld overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
2. De aanvraag tot de subsidievaststelling wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar, volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft, ingediend.
Artikel 9
Deze regeling wordt voor 1 maart 2009 geëvalueerd.
Artikel 10
In afwijking van artikel 5, derde lid, kan de subsidieaanvraag die door de Stichting is ingediend in december 2006, worden aangemerkt als aanvraag tot subsidieverlening voor het jaar 2007. Het voorschot, bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt uiterlijk 31 januari 2007 verstrekt tenzij artikel 5, vierde lid, van toepassing is.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2010.
2. Deze regeling blijft, in afwijking van het eerste lid, van toepassing op de subsidies die voor 1 januari 2010 zijn verleend.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping 2007–2009.