40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen | BWBR0045105 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-05-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045105 | Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen |
Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- cursusinstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover die activiteiten verricht gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen en die in het bezit is van een keurmerk als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Wet inburgering;
- DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
- minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- omzet: de omzet, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
- omzetdaling: een daling van de omzet, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Artikel 2
Op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze regeling zijn de artikelen 1.5 en 7.1 tot en met 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 3
Het doel van deze regeling is te bewerkstelligen dat cursusinstellingen de activiteiten gericht op het toeleiden van inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen zoveel mogelijk kunnen voortzetten, ondanks dat sprake is geweest van een acute terugval in de omzet vanwege een periode waarin geen of slechts gedeeltelijk inburgeringslessen aangeboden konden worden vanwege de epidemie van covid-19 en daartoe de instellingen eenmalig te subsidiëren.
Artikel 4
De minister verstrekt eenmalig een subsidie op grond van deze regeling aan een cursusinstelling, die:
a. a. gedurende de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geconfronteerd is met een omzetdaling van ten minste 20% ten opzichte van de omzet in de referentieperiode, bedoeld in artikel 6, derde lid; b. b. inburgeringslessen verzorgt op het moment van indiening van de subsidieaanvraag; en c. c. geen subsidie heeft of zal ontvangen op grond van de Eerste of Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid.
Artikel 5
De subsidie wordt geweigerd, indien:
a. a. aan de cursusinstelling subsidie is of wordt verleend op basis van de Eerste of Tweede Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid; b. b. de cursusinstelling geen inburgeringslessen meer verzorgt op het moment van indiening van de subsidieaanvraag; c. c. niet of onvoldoende aannemelijk is dat de omzetdaling van de betreffende cursusinstelling in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 ten minste 20% is; d. d. de subsidieaanvraag niet is ingediend binnen het tijdvak, bedoeld in artikel 8, eerste lid; of e. e. de aanvraag anderszins niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen.
Artikel 6
1. Onder omzet wordt in deze regeling begrepen het totaalbedrag gemoeid met de door de cursusinstelling ingediende facturen met een factuurdatum die valt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020, die ten laste worden gebracht van een lening als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet inburgering en die uiterlijk op 31 december 2020 door de minister zijn betaald.
2. Onder factuurdatum wordt in deze regeling begrepen de op een factuur opgenomen datum als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, onderdeel e, van de Regeling inburgering;
3. De referentieperiode is de periode 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019.
4. De omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode, bedoeld in het tweede lid, en de omzet, bedoeld in het eerste lid, te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt naar boven afgerond en uitgedrukt in hele procenten.
Artikel 7
De hoogte van de subsidie is de uitkomst van:
((Qt-1 * L) – (Qt * L)) * 0,9
indien ((Qt-1 * L) – (Qt * L))/(Qt-1 * L) gelijk of groter is aan 0,2.
Hierbij staat:
L: voor het vastgesteld percentage van 76%, dat wordt gehanteerd bij het bepalen van het aandeel van de looncomponent in de omzet;
Q_t-1: voor de omzet in de referentieperiode, bedoeld in artikel 6, tweede lid;
Q_t: voor de omzet, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Artikel 8
1. Een aanvraag tot subsidievaststelling kan worden ingediend van 15 mei 2021 tot en met 14 juli 2021, door middel van een door de minister vast te stellen formulier.
2. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in artikel 7, zonder voorafgaande verlening.
3. De voor de subsidievaststelling benodigde gegevens worden door de minister niet verkregen van de cursusinstelling voor zover zij verkregen kunnen worden uit de onder de verantwoordelijkheid van DUO gevoerde administraties, met dien verstande dat de tot natuurlijke personen herleidbare gegevens, eerst op instellingsniveau worden geaggregeerd alvorens ze voor de uitvoering van deze regeling worden verwerkt.
Artikel 9
De minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de cursusinstelling wijzigen, indien de cursusinstelling door zijn handelen of nalaten tijdens de periode waarover hij subsidie heeft ontvangen geacht wordt niet te hebben voldaan aan de eisen of het doel van deze regeling.
Artikel 10
1. De middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling worden gefinancierd uit de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. DUO beheert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. DUO brengt uiterlijk zes weken na het vervallen van deze regeling aan de minister inhoudelijk verslag uit over de uitvoering van deze regeling.
4. De Auditdienst Rijk, genoemd in artikel 1.1 van de Comptabiliteitswet 2016, controleert de besteding van de middelen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 11
1. Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen ter uitvoering van deze regeling.
2. Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten op bezwaar, het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in deze regeling, en met dien verstande dat hij geen besluit op bezwaar neemt met betrekking tot een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.
3. De Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, ondermandaat of machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen ondermandaat verleent aan de functionaris aan wie door hem ondermandaat tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt is verleend.
Artikel 12
Wijzigt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst UitvoeringOnderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2014.
Artikel 13
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt op 1 januari 2022, met dien verstande dat de regeling zoals die luidde voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt van toepassing blijft op de dan lopende afwikkeling van besluiten en ingestelde gerechtelijke procedures op grond van deze regeling.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen.