40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden | BWBR0045801 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045801 | Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden |
Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- CAK: CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;
- signaal: signaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
- wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Artikel 1.2
Een signaal kan worden verstrekt nadat de verstrekker:
a. a. inspanning heeft geleverd om in persoonlijk contact te treden met de inwoner om deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen; b. b. de inwoner gewezen heeft op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening; c. c. de inwoner ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd over de betalingsachterstand; en d. d. bij die schriftelijke herinnering heeft aangeboden om met schriftelijke instemming van de inwoner zijn contactgegevens aan het college te verstrekken en de inwoner daarop niet of niet afwijzend heeft gereageerd.
Artikel 1.3
1. De colleges van burgemeester en wethouders en de schuldeisers, genoemd in de artikelen 2.2, tweede lid, 2.3, tweede lid, 2.4, tweede lid, en 2.5, tweede lid, dragen zorg voor de monitoring en evaluatie van het verstrekken en ontvangen van het aangewezen signaal voor schuldhulpverlening en rapporteren gezamenlijk daarover aan de Minister binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze regeling.
2. De Minister zendt binnen drie maanden na ontvangst van de rapportage bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de gegevensverstrekking in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting van deze regeling anders dan als tijdelijk signaal.
Hoofdstuk 2. Signalen betalingsachterstand
Artikel 2.1
Vervallen
Artikel 2.2
1. Als signaal wordt aangewezen een betalingsachterstand van een inwoner op de hypotheek van een tot bewoning bestemde onroerende zaak.
2.
De hypotheekverstrekker Aegon, Rabobank Groep of Syntrus Achmea Real Estate & Finance verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Heerlen, Hollands Kroon, Nijmegen, Rotterdam of Tilburg voor de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
a. a. de contactgegevens van de inwoner; en b. b. de hoogte van de betalingsachterstand.
Artikel 2.3
1. Als signaal wordt aangewezen een achterstallige schuld als bedoeld in artikel 1 van de Wet studiefinanciering 2000 van tenminste € 270,– en, voor zover die inwoner ook een betalingsachterstand heeft op een geldboete wegens overtreding van de voorschriften, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000.
2.
DUO verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam voor de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
a. a. de naam, het adres, de woonplaats en indien beschikbaar het telefoonnummer en het emailadres van de inwoner; b. b. de geboortedatum van de inwoner; en c. c. de hoogte van de betalingsachterstand.
Artikel 2.4
1.
Als signaal wordt aangewezen:
a. a. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage voor het gebruik van aangewezen voorzieningen, bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien:
1°.
de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°.
het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering.
1°. 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en 2°. 2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal vijf maanden op de oudste vordering. b. b. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage beschermd wonen, bedoeld in artikel 2.1.4a, zevende lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien:
1°.
de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°.
het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en 2°. 2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering. c. c. een betalingsachterstand van een inwoner op de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, indien: d. d.
1°.
de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en
2°.
het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
1°. 1°. de betalingsachterstand ten minste € 100,– bedraagt; en 2°. 2°. het een betalingsachterstand betreft van minimaal twee maanden op de oudste vordering.
2.
Het CAK verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Groningen, Tilburg of Zoetermeer voor de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet:
a. a. de naam, het adres, de woonplaats en indien beschikbaar het telefoonnummer en het e-mailadres van de inwoner; b. b. het klantnummer van de inwoner bij het CAK; c. c. de geboortedatum van de inwoner; en d. d. de hoogte en het type van de schuld.
Artikel 2.5
1.
Als signaal wordt aangewezen:
a. a. een belastingaanslag of belastingaanslagen waarvoor een aanmaning als bedoeld in artikel 11 van de Invorderingswet 1990 is verzonden en waarvoor geen uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 25 van die wet, vanwege verschuldigde:
1°.
inkomstenbelasting als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt;
2°.
omzetbelasting als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt; of
3°.
loonbelasting, premies volksverzekeringen of premies werknemersverzekeringen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt.
1°. 1°. inkomstenbelasting als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt; 2°. 2°. omzetbelasting als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt; of 3°. 3°. loonbelasting, premies volksverzekeringen of premies werknemersverzekeringen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 600 bedraagt. b. b. een terugvordering of terugvorderingen in verband met inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, waarvoor een aanmaning als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van die wet is verstuurd en waarvoor geen uitstel van betaling is verleend als bedoeld in artikel 31 van die wet, vanwege verschuldigde:
1°.
huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
2°.
zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt;
3°.
kinderopvangtoeslag als bedoeld in de Wet kinderopvang, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; of
4°.
kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt.
1°. 1°. huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; 2°. 2°. zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; 3°. 3°. kinderopvangtoeslag als bedoeld in de Wet kinderopvang, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt; of 4°. 4°. kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget, waarvan het openstaande bedrag ten minste € 500 bedraagt.
2.
De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen verstrekken aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Den Haag, Hollands Kroon, Leiden, Nijmegen, Opsterland en Tilburg voor de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening de volgende gegevens:
a. a. de naam van de inwoner; b. b. het burgerservicenummer van de inwoner; c. c. de geboortedatum van de inwoner; d. d. contactgegevens bestaande uit het telefoonnummer en het adres van de inwoner; en e. e. belastingmiddel of toeslagsoort en de hoogte van de betalingsachterstand, belastingmiddel of toeslagsoort.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 3.1
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat de regeling zoals die luidde op 31 december 2029 van toepassing blijft op de dan lopende procedures en gegevensverstrekking.
Artikel 3.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden.