rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-subsidie-experimenten-open-bestel/BWBR0020467
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel BWBR0020467 ministeriele-regeling geldend 2006-11-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020467 Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel

Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. aangewezen instelling: instelling die krachtens artikel 6.9 van de wet zoals dat luidde voor 1 september 2010 is aangewezen; b. b. accreditatiebesluit: besluit omtrent accreditatie als bedoeld in artikel 5a.9 van de wet; c. c. commissie: Commissie Experimenten Open Bestel Hoger Onderwijs als bedoeld in het Instellingsbesluit Commissie Experimenten Open Bestel; d. d. Criho: Centraal register inschrijving hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.52 van de wet; e. e. Croho: Centraal register opleidingen hoger onderwijs als bedoeld in 6.13 van de wet; f. f. inspectie: Inspectie van het Onderwijs als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet op het onderwijstoezicht; g. g. instellingstoets: toets van de inspectie op de kwaliteit en continuïteit van de instelling als bedoeld in artikel 5 van deze regeling; h. h. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; i. i. nieuwe aanbieder: rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die niet is opgenomen in de bijlage bij de wet en die geen aangewezen instelling is; j. j. NVAO: Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie als bedoeld in artikel 5a.2 van de wet; k. k. opleiding: opleiding verzorgd in Nederland als bedoeld in artikel 7.3 van de wet; l. l. subsidiejaar: het kalenderjaar volgend op het jaar van inschrijving, waarvoor de subsidie wordt berekend ten behoeve van de verrekening met de voorschotten; m. m. student: een persoon die

      1°.
      in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont; en
    
    
      2°.
      behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit; en
    
    
      3°.
      blijkens het CRIHO op 30 september is ingeschreven voor een bacheloropleiding, terwijl hem nog geen graad is verleend; of
    
    
      4°.
      blijkens het CRIHO op 30 september is ingeschreven voor een masteropleiding, terwijl hem nog niet de graad Master is verleend.
    
    
      5°.
      het collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, eerste of twee lid, van de wet is verkregen;

1°. 1°. in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont; en 2°. 2°. behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit; en 3°. 3°. blijkens het CRIHO op 30 september is ingeschreven voor een bacheloropleiding, terwijl hem nog geen graad is verleend; of 4°. 4°. blijkens het CRIHO op 30 september is ingeschreven voor een masteropleiding, terwijl hem nog niet de graad Master is verleend. 5°. 5°. het collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, eerste of twee lid, van de wet is verkregen; n. n. toets nieuwe opleiding: toets nieuwe opleiding als bedoeld in 5a.11, eerste lid, van de wet; o. o. visitatierapport: rapport van een beoordeling als bedoeld in artikel 1.18, derde lid, van de wet; p. p. Wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2

De Minister verstrekt subsidie om kennis op te doen over:

a. a. de effecten van het toelaten tot publieke financiering van nieuwe aanbieders en van aangewezen instellingen in het hoger onderwijs; en b. b. de voorwaarden waaronder in het publiek bekostigde bestel ruimte kan worden gemaakt voor nieuwe aanbieders en voor aangewezen instellingen.

Artikel 3

1. De Minister kan aan aangewezen instellingen en aan nieuwe aanbieders projectsubsidie verstrekken voor het verzorgen van een opleiding.

2.

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2007 en 1 september 2008 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2008 en 1 september 2009 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en die voldoen aan:

a. a. de kwaliteitseisen, bedoeld in de artikelen 4 en 5; b. b. de eisen van doelmatigheid, bedoeld in artikel 6; en c. c. de experimentkenmerken, bedoeld in artikel 7.

3.

De Minister verstrekt subsidie voor de duur van ten hoogste:

a. a. vier jaar voor wo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, van de wet; b. b. vijf jaar voor hbo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, van de wet; c. c. twee jaar voor masteropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, van de wet; of d. d. drie jaar voor wo-masteropleidingen waarvoor op grond van artikel 7.4a, vijfde lid, van de wet een duur van twee jaar is vastgesteld.

4.

Voor subsidie komen in ieder geval niet in aanmerking opleidingen:

a. a. die een positieve beschikking van de Minister hebben ontvangen voor het verzorgen van een Associate-degreeprogramma binnen een hbo-bacheloropleiding; of b. b. waarvoor subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan.

Paragraaf 2. Vereisten

Artikel 4

1.

De opleiding heeft een van de onderstaande kwaliteitskenmerken van de NVAO:

a. a. een toets nieuwe opleiding; b. b. een accreditatiebesluit; of c. c. een advies toets nieuwe opleiding, overeenkomstig artikel 5a.11 van de wet.

2. De nieuwe aanbieder heeft minimaal één jaar zonder onderbreking hoger onderwijs in de zin van de wet verzorgd, voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie voor de eerste maal wordt verstrekt.

Artikel 5

De aanbieder voldoet aan de eisen van de instellingstoets van de inspectie, inhoudende dat:

a. a. de instelling voldoet aan de eisen van de wet op het gebied van onderwijs, examens, inschrijving, vooropleidingseisen en kwaliteitszorg; en b. b. de instelling de continuïteit op het gebied van bestuurlijke organisatie en financiële continuïteit kan waarborgen.

Artikel 6

1. De opleiding voldoet aan de eisen van doelmatigheid, bedoeld in artikelen 6.2, eerste, derde en vierde lid, 7.3a, tweede lid, onder b, derde lid, en 7.17 van de wet.

2.

Uit de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs (Stc. 2006, 131) zijn de criteria en de vereisten van toepassing waaraan het voorgenomen nieuwe onderwijsaanbod moet voldoen, met dien verstande dat voor de beoordeling op doelmatigheid:

a. a. het besluit toets nieuwe opleiding niet op het moment van aanvraag overgelegd hoeft te worden indien dit niet beschikbaar is; en b. b. de aanvrager geen overleg hoeft te voeren met de daarvoor in aanmerking komende instellingen, als het gaat om een aanvraag voor een opleiding die niet is opgenomen in het Croho en die gelijktijdig in meer dan één gemeente wordt gevestigd.

3. Deze verplichting uit het tweede lid, onder b, vervalt eveneens bij een aanvraag om subsidie voor een reeds in het Croho geregistreerde opleiding die in een nieuwe gemeente wordt gevestigd.

Artikel 7

1. De commissie adviseert de Minister over de selectie van opleidingen die in aanmerking komen voor deelname aan de experimenten.

2.

De commissie houdt in het advies rekening met de volgende criteria:

a. a. de kennis die de opleiding oplevert over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder een open bestel in het hoger onderwijs kan worden ingericht; b. b. de mate waarin toelating van nieuwe opleidingen en nieuwe vestigingsplaatsen van bestaande opleidingen op dit terrein kunnen zorgen voor extra concurrentieprikkels in het onderwijsaanbod; c. c. de meerwaarde ten opzichte van de bestaande opleidingen van instellingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de wet of het bereiken van doelgroepen die met het bestaande aanbod niet of onvoldoende worden bereikt; d. d. de spreiding van de opleidingen over de in het Croho aangegeven onderdelen; e. e. de spreiding van de opleidingen over driejarige bacheloropleidingen, vierjarige bacheloropleidingen en masteropleidingen; f. f. de spreiding van de opleidingen over nieuwe aanbieders en aangewezen instellingen; en g. g. de spreiding van de opleidingen over binnenlandse en buitenlandse aanbieders;

3. Voor opleidingen Small Business en Retailmanagement zijn uitsluitend de onderdelen a en b van het tweede lid van toepassing.

Paragraaf 3. Verloop van de procedure

Artikel 8

De aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk ingediend op:

a. a. 15 september 2006 voor een opleiding die voor het eerst als experiment start op 1 september 2007; b. b. 15 juli 2007 voor een opleiding die voor het eerst als experiment start op 1 september 2008.

Artikel 9

1. De aanvraag kan alleen worden ingediend door het bestuur van de rechtspersoon die voor die opleiding optreedt als instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de wet.

2. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagformulier deelname experimenten open bestel, of het aanvraagformulier experimenten open bestel small business en retailmanagement, die respectievelijk als bijlage 1 en 2 bij deze regeling zijn gevoegd en met toepassing van de artikelen 10 en 11.

Artikel 10

1. Een aangewezen instelling met een opleiding die niet is opgenomen in het Croho levert de gegevens voor de aanvraag van een toets nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5a.11 van de wet.

2. Een aangewezen instelling met een opleiding waaraan accreditatie als bedoeld in artikel 18.27, 18.28 of 18.29 van de wet is verbonden, levert het goedgekeurde visitatierapport. Dit rapport wordt voor de toepassing van artikel 5 gelijkgesteld met een accreditatiebesluit. Indien dat rapport niet beschikbaar is, dan levert deze instelling de gegevens voor een aanvraag om accreditatie als bedoeld artikel 5a.9 van de wet.

3. Een nieuwe aanbieder zonder accreditatiebesluit of toets nieuwe opleiding voor de opleiding waarop de aanvraag is gericht, levert de gegevens voor de aanvraag van een advies toets nieuwe opleiding door de NVAO, waarbij artikel 5a.11 van de wet van overeenkomstige toepassing is.

4. De artikelen 5a.8 en 5a.9, achtste lid, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen uit het eerste lid, tweede lid, tweede volzin, en derde lid.

Artikel 11

De aanvraag bevat tevens de volgende gegevens:

a. a. de statuten van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat; b. b. de statuten of het reglement van de instelling; c. c. een document waaruit blijkt dat het bestuur van de instelling de financiële en bestuurlijke continuïteit in voldoende mate kan garanderen; d. d. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet; e. e. de studiegids van het lopende jaar; f. f. een overzicht van de gegevens die in het Croho worden opgenomen; g. g. een document waarmee het bewijs wordt geleverd dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.12, tweede en derde lid, van de wet; h. h. jaarrekening en het bestuursverslag van het voorgaande boekjaar, voorzien van een accountantsverklaring; i. i. de namen van de bestuursleden en, indien aanwezig, de Raad van Toezicht of de Raad van Commissarissen alsmede een omschrijving van hun functies; en j. j. een uittreksel van de Kamer van Koophandel.

Artikel 12

De Minister neemt geen beslissing op een aanvraag dan nadat:

a. a. de NVAO over de kwaliteit een positief besluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a of b of een positief advies, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, heeft gegeven; b. b. de inspectie een positief advies als bedoeld in artikel 5 heeft gegeven; en c. c. de commissie een advies over de criteria als bedoeld in de artikel 7 heeft gegeven.

Artikel 13

1. De Minister verstrekt subsidie voor ten hoogste 40 opleidingen, waaronder ten hoogste vijf opleidingen Small Business en Retailmanagement.

2. In de aanvraagronde van 15 september 2007 subsidieert de Minister ten hoogste 25 opleidingen, waarvan ten hoogste drie op het terrein van Small Business en Retailmanagement. Het totale door de aanvragers opgegeven aantal studenten mag in de deze aanvraagronde niet meer dan 2500 studenten bedragen.

3. In de aanvraagronde van 15 juli 2007 mag het totale door de aanvragers opgegeven aantal studenten vermeerderd met het geschatte totale studenten uit de aanvraagronde van 15 september 2006 niet meer bedragen dan 4200 studenten.

4. Indien de totalen van de geschatte aantallen studenten de aantallen genoemd in lid 2 en 3 overschrijden, stelt de Minister naar rato van de overschrijding de maxima aantallen studenten per opleiding vast.

5. Indien meerdere aanvragen voorliggen die voldoen aan de criteria uit de artikelen 4 tot en met 7, kan de Minister een loting uitvoeren.

6. De loting, bedoeld in het vijfde lid, geschiedt door een notaris.

7. De notaris kent aan iedere opleiding willekeurig een lotnummer toe.

Paragraaf 4. Financiële bepalingen

Artikel 14

1.

Het bedrag per student is het product van:

a. a. het studentgebonden bedrag, bedoeld in artikel 4.7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, b. b. het bekostigingsniveau per opleiding, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

Artikel 15

1.

Jaarlijks wordt het bedrag ten behoeve van de bevoorschotting berekend als volgt:

a. a. voor een opleiding waarvoor voor de eerste maal subsidie wordt gegeven wordt het geschatte aantal studenten vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1/3; b. b. voor het subsidiejaar volgend op het jaar waarop de opleiding is gestart wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1 1/3; of c. c. Voor de overige subsidiejaren van een bacheloropleiding wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14.

2. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd of verminderd met het verschil tussen het bedrag van de bevoorschotting en de uitkomst van de berekening bedoeld in artikel 18, tweede lid.

3. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgekeerd in een door de Minister te bepalen kasritme.

Artikel 16

1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen zes maanden na de beëindiging van de periode waarvoor subsidie voor een opleiding is verleend.

2. De aanvraag gaat vergezeld van een verslag van de activiteiten alsmede een financieel verslag.

3. Het verslag van de activiteiten geeft een overzicht van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verstrekt.

4. De verslagen, bedoeld in het tweede lid, bestrijken de gehele periode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 17

1. Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving door de subsidieontvanger van de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 19 van deze regeling.

Artikel 18

1. Het subsidiebedrag bestaat uit de som van de uitkomsten van de berekening per subsidiejaar als bedoeld in het tweede lid.

2.

De berekening per subsidiejaar geschiedt als volgt:

a. a. het aantal studenten dat op 1 oktober voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor een door de Minister geselecteerde opleiding wordt vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 2/3; en b. b. het aantal studenten dat op 1 oktober van het subsidiejaar is ingeschreven voor een door de Minister geselecteerde opleiding wordt vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1/3.

Artikel 19

1. Met ingang van de start van de opleiding waarvoor subsidie is verleend, zijn op de nieuwe aanbieder de wettelijke bepalingen over aangewezen instellingen van overeenkomstige toepassing.

2.

Daarnaast is hetgeen bij of krachtens de onderstaande artikelen van de wet van overeenkomstige toepassing:

a. a.

      artikel 1.6;

b. b.

      artikel 2.6, vierde lid;

c. c. de overige artikelen van hoofdstuk 7, met uitzondering van de artikelen 7.18, 7.19, 7.22, en de artikelen 7.52a tot en met 7.57g; en d. d.

      artikel 10.3c.

3. Studenten die voor het eerst worden ingeschreven als bedoeld in artikel 7.32 van de wet kunnen alleen worden ingeschreven voor het eerste jaar van de opleiding.

4. De subsidieontvanger verleent de gegevens die naar het oordeel van de Minister nodig zijn voor het wetenschappelijk onderzoek en de monitoring van dit experiment.

5. In afwijking van het eerste en tweede lid zijn titel 3 van hoofdstuk 6 en paragraaf 4 en 4a van hoofdstuk 7 van de wet van toepassing op de opleiding van de subsidieontvanger zodra de Minister een positief besluit op de aanvraag heeft genomen.

Artikel 19a

De studenten worden ingeschreven in volgorde van aanmelding voor de inschrijving bij de instelling.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 20

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 september 2006.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 21

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel.

Bijlage . Bijlage I: aanvraagformulier deelname experimenten open bestel; open inschrijving

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage . Bijlage II: aanvraagformulier deelname experimenten open bestel; small business en retailmanagement

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]