40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling tegemoetkoming wijziging inkomensbegrip AOW/Anw | BWBR0033485 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-06-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033485 | Tijdelijke regeling tegemoetkoming wijziging inkomensbegrip AOW/Anw |
Tijdelijke regeling tegemoetkoming wijziging inkomensbegrip AOW/Anw
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*AOW:*
Algemene Ouderdomswet;
b. b.
*Anw:*
Algemene nabestaandenwet;
c. c.
*Minister:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. d.
*SVB:* Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. e.
*rechthebbende:* rechthebbende als bedoeld in artikel 2;
f. f.
*tegemoetkoming:* tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.
2. Op deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 1, eerste tot en met zesde lid, en het achtste en negende lid, van de AOW, 1 en 3 tot en met 5 van de Anw en het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
Paragraaf 2. Het recht op tegemoetkoming
Artikel 2
Rechthebbende op grond van deze regeling is degene die:
a. a. recht heeft op een uitkering op grond van de artikelen 8 en 8a van de AOW, op wie artikel 64a van de AOW, zoals dat luidde op 31 december 2012, onafgebroken van toepassing was van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012, indien hij op of na 1 juli 2012 voor het eerst door de SVB is geïnformeerd over de toepasselijkheid van de artikelen 8, eerste lid, 10 en 11 van de AOW en de daarop berustende bepalingen met ingang van 1 januari 2013; of b. b. recht heeft op een uitkering op grond van de artikelen 14 en 16 van de Anw, op wie artikel 74 van de Anw, zoals dat luidde op 31 december 2012, onafgebroken van toepassing was van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012, indien hij op of na 1 juli 2012 voor het eerst door de SVB is geïnformeerd over de toepasselijkheid van de artikelen 10, 18, eerste lid, en 20 van de Anw en de daarop berustende bepalingen met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 3
1. De rechthebbende, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft recht op een tegemoetkoming ter hoogte van het verschil in de uitkering indien deze zou zijn vastgesteld op grond van artikel 64a van de AOW, zoals dat luidde op 31 december 2012, en de uitkering zoals die met ingang van 1 januari 2013 wordt vastgesteld op grond van de artikelen 8, eerste lid, 10 en 11 van de AOW en de daarop berustende bepalingen.
2. De rechthebbende, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, heeft recht op een tegemoetkoming ter hoogte van het verschil in de uitkering indien deze zou zijn vastgesteld bij toepassing van artikel 74 van de Anw, zoals dat luidde op 31 december 2012, en de uitkering zoals deze wordt vastgesteld op grond van de artikelen 10, 18, eerste lid, en 20 van de Anw en de daarop berustende bepalingen.
3. De tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden uitsluitend toegekend, voor zover het verschil in hoogte van de uitkering wordt veroorzaakt door het vervallen van de artikelen 64a van de AOW en 74 van de Anw met ingang van 1 januari 2013.
Paragraaf 3. Toekenning, ingang, intrekking, herziening en betaling van de tegemoetkoming
Artikel 4
De SVB stelt ambtshalve vast of recht op tegemoetkoming bestaat.
Artikel 5
Het recht, bedoeld in artikel 3, gaat in met ingang van 1 januari 2013 en eindigt de eerste dag van de zevende maand volgend op de maand waarin de rechthebbende voor het eerst is geïnformeerd door de SVB over de toepasselijkheid van de artikelen 8, eerste lid, 10 en 11 van de AOW, onderscheidenlijk de artikelen 10, 18, eerste lid, en 20 van de Anw, en de daarop berustende bepalingen.
Artikel 6
1. De tegemoetkoming wordt door de SVB ingetrokken of herzien, wanneer de persoon, aan wie deze is toegekend, op grond van deze regeling daarvoor niet of niet meer in aanmerking komt, onderscheidenlijk voor een hogere of lagere tegemoetkoming in aanmerking komt.
2. Op de intrekking of herziening van het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, zijn de artikelen 17, tweede tot en met zevende lid, en 17a van de AOW van overeenkomstige toepassing.
3. Op de intrekking of herziening van het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, zijn de artikelen 19 en 34 van de Anw van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1. De SVB weigert de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de rechthebbende, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen.
2. Bij de toepassing van een maatregel met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, is artikel 17b, tweede, derde, vierde en zesde lid, van de AOW van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de toepassing van een maatregel met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, is artikel 38, tweede, derde, vierde en zesde lid, van de Anw van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
1.
Na het overlijden van de rechthebbende wordt met ingang van de dag na het overlijden, een tegemoetkoming in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde personen, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan de persoon met wie de overledene in gezinsverband leefde.
2. Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, is artikel 18, tweede tot en met zesde lid, van de AOW van overeenkomstige toepassing.
3. Bij toepassing van het eerste lid met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, is artikel 51, tweede tot en met zesde lid, van de Anw van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
De termijnen van de tegemoetkoming, die niet door rechthebbende zijn ingevorderd binnen twaalf maanden na de eerste dag waarop zij konden worden ingevorderd, worden niet meer uitbetaald.
Artikel 10
1. De tegemoetkoming die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 6 onverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door de SVB van de rechthebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger teruggevorderd.
2. Bij de toepassing van het eerste lid met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, zijn de artikelen 24, tweede tot en met zevende lid, 24a en 25 tot en met 26 van de AOW en de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de toepassing van het eerste lid met betrekking tot het recht, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, zijn de artikelen 53, tweede tot met zevende lid, 54, 55a, 55b en 59 van de Anw en de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
1. De SVB betaalt de tegemoetkoming waarop op grond van deze regeling recht bestaat. De betaling geschiedt als regel maandelijks.
2. De artikelen 19, tweede tot en met zesde lid, 19a, 19b en 20 van de AOW zijn van overeenkomstige toepassing op de betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a.
3. De artikelen 46, derde en vierde lid, 46a, 46b, 48 en 57 van de Anw zijn van overeenkomstige toepassing op de betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b.
Artikel 12
1. De rechthebbende, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, die over een maand recht heeft op een tegemoetkoming, heeft over die maand tevens recht op een vakantie-uitkering ter hoogte van het verschil in de vakantie-uitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld op grond van artikel 64a van de AOW, zoals dat luidde op 31 december 2012, en de vakantie-uitkering zoals die met ingang van 1 januari 2013 wordt vastgesteld op grond van de artikelen 8, eerste lid, 10 en 11 van de AOW en de daarop berustende bepalingen.
2. De rechthebbende, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die over een maand recht heeft op een tegemoetkoming, heeft over die maand tevens recht op een vakantie-uitkering ter hoogte van het verschil in de vakantie-uitkering zoals die zou zijn vastgesteld bij toepassing van artikel 74 van de Anw, zoals dat luidde op 31 december 2012, en de vakantie-uitkering zoals deze wordt vastgesteld op grond van de artikelen 10, 18, eerste lid, en 20 van de Anw en de daarop berustende bepalingen.
Paragraaf 4. Beslistermijn
Artikel 13
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de SVB binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Paragraaf 5. Financiering
Artikel 14
1. Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling.
2. De SVB beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 15
1. Voor 1 oktober 2013 verstrekt de SVB aan de Minister een opgave van het totaalbedrag van de lasten met betrekking tot deze regeling, uitgesplitst naar de uitkeringslasten en uitvoeringskosten.
2. De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv, het bedrag van de opgegeven lasten.
3. De Minister kan, na overleg met de SVB, van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijken.
Artikel 16
1. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de lasten, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringkosten, met betrekking tot deze regeling opgenomen.
2. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de lasten, met betrekking tot deze regeling af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
3. Artikel 16, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing op het verstrekken van tegemoetkomingen.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2013 en vervalt met ingang van 1 juli 2013.
2. De regeling, zoals die op 30 juni 2013 geldt, blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van deze regeling.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling tegemoetkoming wijziging inkomensbegrip AOW/Anw.