rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-stimuleringsregeling-verwerking-baggerspecie/BWBR0013877
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie BWBR0013877 ministeriele-regeling geldend 2002-07-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013877 Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie

Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De minister kan ter stimulering van verwerking van een partij klasse 3 of klasse 4 baggerspecie een eenmalige subsidie verstrekken aan een verwerker als tegemoetkoming in de kosten van realisatie van de verwerking.

Artikel 3

1.

Alleen verwerking van niet-reinigbare baggerspecie met een minimum partij-omvang van 500 ton droge stof, afkomstig van Nederlandse wateren, komt in aanmerking voor subsidie. De niet-reinigbaarheid wordt bij de aanvraag aangetoond door middel van het overleggen van:

a. a. het rapport van één van de, voor de desbetreffende partij toepasselijke, protocollen, genoemd onder punt 4.2 van het in bijlage A van deze regeling opgenomen aanvraagformulier, of b. b. een verklaring als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel e, van de Wet belastingen op milieugrondslag zoals dit luidde op 31 december 2004.

2. Alleen baggerspecie die volledig is verwerkt tot een bouwstof, en is toegepast in een werk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming dan wel is afgezet op de markt, komt in aanmerking voor subsidie.

3. Alleen baggerspecie welke nog niet gebaggerd is op het moment dat de aanvraag wordt ingediend komt in aanmerking voor subsidie.

4. Geen subsidie wordt verleend voor de verwerking van baggerspecie indien de opdracht is verkregen door inschrijving op de in het kader van de proef Grootschalige verwerking baggerspecie uitgeschreven aanbesteding, gepubliceerd in de Staatscourant van 15 oktober 2003, nr. 199.

5. Geen subsidie voor verwerking wordt verstrekt indien reeds subsidie is verstrekt door een ander bestuursorgaan.

6.

De Minister trekt de subsidie in indien:

a. a. niet binnen één jaar na de subsidieverlening het transport naar de verwerker heeft plaatsgevonden van ten minste 250 ton droge stof van de partij baggerspecie waarop de subsidie betrekking heeft; b. b. de verwerking en afzet van de bouwstof in een werk of op de markt voor bouw(grond)stoffen niet binnen vier jaar na de subsidieverlening is voltooid.

7. Voor de verwerking van de baggerspecie waarvoor de subsidie is verleend, beschikt de subsidieontvanger of, indien het werk aan een derde is opgedragen, deze derde, over een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer voor de verwerking van baggerspecie.

Artikel 4

Het subsidieplafond voor de uitvoering van de regeling bedraagt € 3,6 miljoen inclusief BTW voor de periode van 4 jaar vanaf de inwerkingtreding van de regeling.

Artikel 5

1. De subsidie voor verwerking van een partij baggerspecie klasse 3 met alle componenten beneden of gelijk aan de samenstellingswaarden voor grond, bedoeld in bijlage 2 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, bedraagt € 4,- (inclusief BTW) per ton droge stof.

2. De subsidie voor verwerking van een partij baggerspecie klasse 3 met één of meer componenten boven de samenstellingswaarden voor grond, zoals bedoeld in het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming bijlage 2, bedraagt € 10,- (inclusief BTW) per ton droge stof.

3. De subsidie voor verwerking van een partij baggerspecie klasse 4 bedraagt € 23,- (inclusief BTW) per ton droge stof.

Artikel 6

1. De verwerker dient een aanvraag van de subsidie in bij de uitvoeringsorganisatie met gebruikmaking van het in bijlage A vermelde formulier en de aanvraag gaat vergezeld van de in dit formulier aangegeven bewijsstukken.

2. Voor elk van de drie kwaliteitsklassen als aangegeven in artikel 5 lid 1, 2 en 3 wordt een aparte aanvraag ingediend.

3. In geval de ontdoener en verwerker niet dezelfde rechtspersoon zijn wordt een overeenkomst tussen ontdoener en verwerker bij de aanvraag overgelegd, voor de verwerking van de desbetreffende partij baggerspecie.

Artikel 7

1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende tien jaar na vaststelling van de subsidie bewaard.

2. De subsidieontvanger verleent medewerking aan het verzoek van de minister of de uitvoeringsorganisatie om informatie dan wel aan het door de minister of de uitvoeringsorganisatie laten verrichten van een contra-expertise of controle van de boekhouding.

3. De subsidieontvanger doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend, daarvan mededeling aan de uitvoeringsorganisatie.

4. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan de uitvoeringsorganisatie indien er afwijkingen optreden t.a.v. de geplande activiteiten als aangegeven op het in artikel 6 lid 1 aangegeven formulier.

5. De subsidieontvanger meldt aan de uitvoeringsorganisatie iedere wijziging in verwerkingstechniek, anders dan waarvoor subsidie is aangevraagd.

6. Nadat er is gebaggerd en de partij baggerspecie is afgeleverd bij de subsidieontvanger meldt deze aan de uitvoeringsorganisatie de ex situ kwaliteitsgegevens van de partij, conform NEN 5740: Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek of VKB 1018: Monsterneming grond ten behoeve van partijkeuringen en de ex situ gegevens van de kwantiteit van de partij conform RAW 22.07.10: Meet- en verrekenmethoden.

Artikel 8

1. Op aanvragen die voldoen aan artikel 6 wordt in volgorde van ontvangst beslist.

2. De minister geeft op de aanvraag een beschikking omtrent verlening van subsidie binnen dertien weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

3. Indien de beschikking omtrent verlening van de subsidie niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waar binnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 9

1. De subsidieontvanger dient binnen dertien weken nadat de verwerking heeft plaatsgevonden en de bouwstof is toegepast in een werk of afgezet op de markt een aanvraag tot subsidievaststelling in.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten volgens het format zoals opgenomen in bijlage 2 van bijlage A; b. b. een goedkeurende accountantsverklaring overeenkomstig het in bijlage B opgenomen controleprotocol.

3. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling minder bedraagt dan € 100.000 inclusief BTW kan in afwijking van het tweede lid, onder b, worden volstaan met de schriftelijke verantwoording als vermeld in het tweede lid, onder a.

4. Op aanvraag kan de termijn, zoals bedoeld in het eerste lid, worden verlengd met ten hoogste dertien weken.

5. Indien de aanvrager niet binnen de termijn zoals bedoeld in het eerste en vierde lid, een aanvraag tot subsidievaststelling indient, stelt de minister de subsidie ambtshalve vast.

6. Uitkering van de subsidie vindt niet eerder plaats dan nadat de subsidie is vastgesteld.

Artikel 10

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de door de Minister aangewezen medewerkers van de uitvoeringsorganisatie.

Artikel 11

1. De minister stelt jaarlijks na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

2. Ten behoeve van de inhoud van het in het eerste lid genoemde verslag levert de uitvoeringsorganisatie een bijdrage voor wat betreft de wijze waarop de besteding van de subsidiegelden heeft plaatsgevonden.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

2. In afwijking van het eerste lid blijft de regeling van toepassing op de aanvragen voor subsidie die voor het verval van de regeling zijn ingediend.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie.

Bijlage A. behorend bij

Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat

Met dit formulier kunt u een aanvraag tot subsidie indienen in het kader van de Tijdelijke Stimuleringsregeling Verwerking Baggerspecie die is gebaseerd op de Kaderwet Subsidies Verkeer en Waterstaat.

  1. Gegevens aanvrager (verwerker)

  2. Gegevens partij

  3. Gegevens ontdoener

  4. Overige gegevens

  5. Ondertekening

  6. Gegevens t.b.v. monitoring

I. Partijgegevens deelpartij (bijlage)

Toelichting

Bijlage 1. Formulier voortgangsrapportage

Bijlage 2. Richtlijnen Eindrapport Tijdelijke Stimuleringsregeling Verwerking van Baggerspecie

Algemene verplichtingen (aparte bijlage)

De tekst van de Tijdelijke Stimuleringsregeling Verwerking Baggerspecie (SVB) kunt u aanvragen bij Novem of downloaden van de Novem internetsite. Ook voor brochures, informatie en vragen over het aanvraagformulier kunt u terecht bij Novem. Dit kan zowel schriftelijk als per e-mail of telefonisch (zie gegevens hieronder).

De partij waarvoor subsidie aangevraagd wordt kan bestaan uit meerdere deelpartijen; de subsidieaanvraag kan slechts betrekking hebben op één categorie baggerspecie zoals weergegeven in §4.8

Vul dit aanvraagformulier digitaal in. Het aanvraagformulier dient op papier en voorzien van een handtekening ingediend te worden: tot 21 juli 2006; bij onderstaand adres. Stuur daarnaast ook een digitale aanvraag in.

Naam:

Rechtsvorm:

Vestigingsadres:

Postcode:

Vestigingsplaats:

Postbus:

Postcode:

Plaats:

Provincie:

E-mail:

Telefoonnummer:

Telefaxnummer:

Inschrijfnummer KvK:

Bankgironummer:

BIK-code:

Naam:

M/v:

Afdeling:

Functie:

Adresgegevens (indien anders dan bij 1.1.)

Bedrijfsnaam:

Postbus:

Postcode:

Plaats:

E-mail:

Telefoonnummer:

Telefaxnummer:

Is de contactpersoon bevoegd de aanvrager te vertegenwoordigen?

0 - Ja

0 - Nee

Zo nee, wie is dat dan wel?

Naam:

M/v:

Afdeling:

Functie:

Naam:

Rechtsvorm:

Vestigingsadres:

Postcode:

Vestigingsplaats:

Postbus:

Postcode:

Plaats:

Provincie:

E-mail:

Telefoonnummer:

Telefaxnummer:

0 - Gecertificeerd volgens ISO 9001. Certificeringsgegevens:

0 - Er is een traject tot certificering tot ISO 9001 ingezet:

2.1 Partijnaam:

2.2 Sanering, onderhoud of anders?

0 - Sanering.

0 - Periodiek onderhoud. Frequentie: 1 maal in de .. jaar.

0 - Achterstallig onderhoud.

0 - Nieuwe werken.

0 - Natuurontwikkeling.

0 - Anders.

2.3 Baggerspecie of residu van de reiniging van baggerspecie?

0 - Baggerspecie.

0 - Residu.

2.4 Geografische ligging van de verontreinigde waterbodem in Nederland die u aanmeldt als partij baggerspecie die verwerkt zal worden (beschrijving, naam locatie, gemeente, provincie en coördinaten Rijksdriehoeknet):

Naam:

Rechtsvorm:

Vestigingsadres:

Postcode:

Vestigingsplaats:

Postbus:

Postcode:

Plaats:

E-mail:

Telefoonnummer:

Telefaxnummer:

0 - NVN 5720:

0 - Ministeriële regeling vaststellen klassenindeling onderhoudsspecie (Ministerie van VROM).

0 - Protocol voor het oriënterend onderzoek (Ministerie van VROM). Het protocol heeft geen betrekking op oppervlaktewateren groter dan 1 km^2.

0 - Protocol voor het nader onderzoek deel 1 (Ministerie van VROM). Het protocol heeft geen betrekking op oppervlaktewateren groter dan 1 km^2.

0 - Monstercampagne Rotterdamse havens en vaarwegen (Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland en Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam).

0 - Richtlijn Milieuchemisch onderzoek Maaswerken (Rijkswaterstaat).

0 - Tussenrichtlijn onderzoeksstrategie uiterwaarden in het beheersgebied van Rijkswaterstaat (Directie Oost Nederland).

0 - Bemonsteringsprotocol Gelderland (Provincie Gelderland).

0 - Nota uitwerking baggerbeleid II (Provincie Zuid-Holland).

0 - Voorschriften behorende bij de vergunning Wet Milieubeheer van het depot Amerikahaven te Amsterdam.

0 - Saneringsonderzoek.

0 - Saneringsplan.

0 - Beschikking bevoegd gezag.

0 - Ander protocol nl.:

0 - Koude immobilisatie.

0 - Thermische immobilisatie.

0 - Landfarming.

0 - Rijping.

0 - Anders.

Voeg een bijlage toe met een beschrijving van de gekozen verwerkingstechniek en voorbehandeling. Geef daarin aan welke toeslagstoffen eventueel zullen worden gebruikt in welke hoeveelheden en welke afvalstoffen er eventueel zullen zijn en in welke hoeveelheden. Geef zo mogelijk ook de al opgedane ervaringen en referentieprojecten aan.

Heeft u een product- of procescertificaat conform de erkenningregels Bouwstoffenbesluit?

0 - Nee.

0 - Ja, certificerende instelling: ………. onder nummer ……….

Ten aanzien van de datums gelden de volgende regels:

0 - Ja

0 - Nee

0 - Kopie van de overeenkomst met de ontdoener, indien van toepassing;

0 - Kopie van de onderzoeken waarop de partijgegevens zijn gebaseerd (zie 4.1);

0 - Kopie van het protocol dat gehanteerd is (zie 4.2);

0 - Kopie van dat deel van het bestek waaruit blijkt hoe de partij-indeling tot stand is gekomen (zie 4.3);

0 - Beschrijving van de gekozen verwerkingstechniek (4.4);

0 - Verklaring niet-reinigbaarheid van het SCG, indien aanwezig (zie I.1);

0 - In situ gegevens conform één van de protocollen van vraag 4.2;

0 - Korrelgrootte verdeling conform NEN 5753 waaruit blijkt dat de partij minder dan 60 % zand bevat;

0 - Beschrijving van de wijze waarop de drogestof bepaling heeft plaatsgevonden;

0 - Indien van toepassing bij saneringen: Beschikking bevoegd gezag.

Ondergetekende verklaart hierbij dit formulier naar waarheid en zonder voorbehoud te hebben ingevuld, dat er geen relevante informatie is achtergehouden, dat de gevraagde begeleidende documenten met dit formulier zijn meegestuurd en dat ondergetekende op de hoogte is van de voorwaarden voor subsidieverlening:

Datum:

Plaats:

Naam:

Handtekening:

0 - Nee

0 - Ja, Geef aan welke materialen zijn gestort en wanneer:

0 - Klein binnenwater;

0 - Middelgroot binnenwater;

0 - Groot binnenwater;

0 - Groot buitenwater;

0 - Bijzondere wateren;

0 - Zee.

0 - In een werk (volgens de definities BsB):

0 - Als bouwstof die in de markt zal worden afgezet. Vermoedelijke afnemer:

0 - Grondstof voor cementbeton;

0 - Grondstof voor asfaltbeton;

0 - Wegfunderingsmateriaal;

0 - Ophoogmateriaal of aanvulmateriaal;

0 - Anders: namelijk als ……….

I.1 Partijnummer SCG: ………. (indien van toepassing)

I.2 Kenmerken van de in situ baggerspecie:

Oppervlak waterbodem: ……… m^2

Dikte van de te baggeren partij: ……… m

Geografische ligging van de partij: ……… (kaart WVO gebied toevoegen)

I.3 Hoeveelheid: ……… m^3

I.4 Hoeveelheid droge stof: ……… tds

I.5 Vochtgehalte: ……… %

I.6 Humusgehalte: ……… % van d.s.

I.7 pH (CaCl_2): ………

I.8 CaCO_3 gehalte: ……… % van d.s.

I.9 Minerale delen (02000 mm):

< 2 mm: …...…..% d.s.

< 16 mm: ……….% d.s.

< 63 mm: ………..% d.s.

< 210 mm: ………..% d.s

210 mm: ………..% d.s.

< 2 mm: ………..% m/m

< 16 mm: ………..% m/m

< 32 mm: ………..% m/m

< 50 mm: ………..% m/m

< 63 mm: ………..% m/m

< 125 mm: ………..% m/m

< 250 mm: ………..% m/m

< 500 mm: ………..% m/m

< 1,0 mm: ………..% m/m

< 2,0 mm: 100 % minerale delen

I.10 Gemiddeld zandgehalte: ..........% van droge stof

I.11 Minimum zandgehalte: ..........% van droge stof

I.12 Maximum zandgehalte: ..........% van droge stof

I.13 Percentage baggerspecie:

I.14 Omschrijving afval ………….

I.15 De verontreinigingsklasse van de partij: 0 - 0; 0 - 1; 0 - 2; 0 - 3; 0 - 4.

I.16 Verontreinigingen (gehaltes in mg/kg d.s.) omgerekend naar een standaardbodem: 25% lutum en 10% humus.

I.17 Methode van monsterneming:

0 - NEN 5740

0 - Anders, nl.: ………..

I.18 Methode van monstervoorbehandeling

……….

I.19 Methode van monsteranalyse

……….

Het aanvraagformulier dient op papier en voorzien van een handtekening bij Novem ingediend te worden. U wordt verzocht het formulier digitaal in te vullen en tevens digitaal per e-mail naar Novem te verzenden.

1.1 Aanvragers die nog geen verwerkingscontract gesloten hebben maar wel in het kader van een aanbestedingsprocedure een verwerkingsofferte hebben uitgebracht, kunnen een aanvraag indienen op basis waarvan Novem kan verklaren of het project voor subsidie in aanmerking komt indien de verwerking daadwerkelijk aan de aanvrager wordt gegund. (mits het subsidieplafond van € 39 miljoen nog niet is bereikt).

1.2 Geen toelichting.

1.3 Alleen aanvragers die verwerkers contracteren die een ISO 9001 certificaat hebben voor de verwerking van de betreffende kwaliteit of een aantoonbaar traject hebben ingezet kunnen een subsidieaanvraag indienen. Geef aan welke verwerker gecontracteerd wordt en geef, indien van toepassing, aan welk traject is ingezet.

2.1 De naam die door de aanvrager aan de partij is gegeven.

2.2 Geef hier aan of de verwijdering van de baggerspecie plaats vindt in het kader van sanering, onderhoud of anderszins. De gegevens waarop de aanvraag is gebaseerd mogen in geval van onderhoud maximaal 2 jaar oud zijn en in geval van sanering 5 jaar. Geef in geval van periodiek onderhoud de frequentie aan waarmee onderhoud wordt gepleegd.

2.3 Geef hier aan of het om baggerspecie gaat of om residu van de reiniging van baggerspecie. In de rest van het formulier wordt de volgende definitie gehanteerd: baggerspecie is grond die uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte, daaronder begrepen sediment en het residu van de reiniging van baggerspecie.

2.4 Geef hier een verwijzing aan naar een mee te zenden kaart van het betreffende oppervlaktewater met daarop ingetekend de geografische ligging van de locatie alsmede de geografische ligging van de partijen binnen de locatie. Geef op of bij deze kaart aan wat de huidige (nautische) diepte en de beoogde (nautische) diepte is op de locatie. Geeft de coördinaten.

De gegevens van de organisatie waarmee het contract voor verwerking en toepassing in een werk gesloten is of na gunning zal worden gesloten.

4.1 Geef een volledig overzicht van de uitgevoerde onderzoeken op de locatie voor zover deze betrekking hebben op de baggerspecie waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Novem vraagt steekproefsgewijze en bij onduidelijkheden ter controle van de juistheid van de aanvraag deze onderzoeken op. Voeg een kopie bij van de onderzoeken waarop de partijgegevens zijn gebaseerd.

4.2 Hier vermeldt u op basis van welk protocol, richtlijn of voorschrift de uitgevoerde onderzoeken zijn uitgevoerd. Novem toetst of het onderzoek is uitgevoerd conform dit protocol, richtlijn of voorschrift. Indien u bent afgeweken van dit protocol, richtlijn of voorschrift dient u dat hier aan te geven en in een separate bijlage bij de aanvraag te motiveren.

4.3 Voeg een kopie van dat deel van het bestek bij waarin is aangegeven hoe tot de indeling in afzonderlijke partijen is gekomen.

4.4 Geef hier de voorziene verwerkingstechniek of combinatie van technieken aan. Voeg een bijlage toe met een uitgebreide beschrijving.

4.5 Geef een overzicht van de planning en de kosten. De gegevens over de kosten zullen vertrouwelijk behandeld worden en alleen geanonimiseerd aan derden ter beschikking worden gesteld. Om de contra-expertise mogelijk te maken is het noodzakelijk dat u de datums nauwkeurig invult en bij afwijkingen dit meedeelt aan Novem.

4.6 Indien u van een ander bestuursorgaan subsidie ontvangt voor het verwerken toepassen van deze partij baggerspecie kunt u geen subsidie in het kader van de SVB ontvangen.

4.7 Geef hier de klasse van de partij aan waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Dien voor elke categorie een afzonderlijke aanvraag in.

4.8 Geef hier de grootte van de deelpartijen en het totaal aan waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

4.9 Hier berekent u hoeveel subsidie u aanvraagt aan de hand van het subsidiebedrag onder 4.7 en de totale hoeveelheid (in tds) onder 4.8.

Per aanvraag ondertekenen. Novem neemt alleen volledig ingevulde en ondertekende formulieren in behandeling. Formulieren kunnen per post worden verstuurd naar Novem.

6.1 Verstrek hier informatie of in het verleden al dan niet bodemvreemde materialen in de waterbodem zijn aangebracht.

6.2 Geen toelichting.

6.3 Geen toelichting.

6.4 Geen toelichting.

I.1 De aanvrager dient aan te tonen dat de partij specie minder dan 60 % zand bevat. Dit kan door middel van het overleggen van een gemiddelde zeefkromme conform NEN 5753. Net als van de verontreinigde parameters moet van elk mengmonster dat conform het in 4.2. genoemde onderzoeksprotocol is samengesteld een zeefkromme conform NEN 5753 beschikbaar zijn. Als er een niet- reinigbaarheidsverklaring van het SCG aanwezig is, kan hiervan gebruik worden gemaakt.

I.2 Geef hier een verwijzing naar een mee te zenden kaart van het Wvo-gebied met daarop ingetekend de geografische ligging van de locatie alsmede de geografische ligging van de partijen binnen de locatie. Het onderzoek dient te zijn uitgevoerd conform een van de protocollen zoals weergeven onder vraag 4.2 Daarnaast moet worden aangegeven met welk kwaliteitsniveau de monstervoorbehandeling en -analyses zijn uitgevoerd: NEN en NPR-voorschriften voor monstervoorbehandeling bij monstername (bij veldwerk) en NEN- en sterlabvoorschriften voor voorbehandeling en analyses in lab.

I.3 Hier geeft u de indicatie van de totale hoeveelheid baggerspecie inclusief puin en afval zo goed mogelijk aan, zowel in tonnen als in kubieke meters. Geef tevens de gehanteerde omrekenfactor van tonnen naar kubieke meters aan. Worden puin en afval voorafgaand aan de afvoer op een bepaalde diameter afgezeefd, dan kan voor het afgezeefde deel geen subsidie aangevraagd worden. Geef hier aan wat de oppervlakte en de dikte van de te baggeren partij betreft.

I.4 Geen toelichting.

I.5 Geef het gemiddelde vochtgehalte aan (100 - % droge stof, bepaald volgens NEN 5748).

I.6 Geef het gemiddelde humusgehalte aan, bepaald volgens NEN 5754. De pH (0,01 M CaCl_2) bepalen volgens NEN 5750. Het gehalte calciumcarbonaat bepalen volgens NEN 5757. Geef het gewogen gemiddelde, het minimale en het maximale zandgehalte aan (% van de droge stof 632000 µm) evenals het aantal bepalingen van het zandgehalte (Nan).

I.7 Geen toelichting.

I.8 Geen toelichting.

I.9 Geef het gemiddelde lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen (02000 mm) aan. Het lutumgehalte (uitgedrukt in % d.s.) bepalen volgens NEN 5753. De fractieverdeling eveneens bepalen volgens NEN 5753 (met destructie, met behulp van zeef en pipet, inclusief de fractie >2 mm) en berekenen als massapercentage van de som van de minerale delen (zie bijlage C.3 van NEN 5753). Per uitgevoerde analyse op chemische parameters één fractieverdeling bepalen.

I.10 Geen toelichting.

I.11 Geen toelichting.

I.12 Geen toelichting.

I.13 Onder baggerspecie wordt verstaan de minerale delen samen met humus; dit is een bepaald percentage van de totale hoeveelheid droge stof. Er wordt er vanuit gegaan dat de partij zo mogelijk wordt gezeefd op 32 mm en in ieder geval op 80 mm. Vermeld derhalve op basis van visuele waarnemingen, de zeefcurve en boorstaten een schatting van de gehaltes voor de fracties van 232, 3280 en >80 mm. Met puin wordt het gehalte aan steenachtig materiaal bedoeld. Overleg bij de melding alle boorstaten inclusief de plaatsing van de boringen in de partij. Onder afval wordt verstaan bodemvreemde stoffen (uitgezonderd puin) zoals slakken, sintels en kooldeeltjes, ijzerdelen, boomstronken, begroeiingresten, plastics, huisvuil en dergelijke. Het percentage bodemvreemd materiaal (b) kan worden aangegeven door sommatie van het percentage puin en afval. Als het percentage bodemvreemd materiaal is aangegeven, dan is de totale partij bestaande uit baggerspecie (a) en bodemvreemd materiaal (b) voor 100% benoemd.

I.14 Bij de omschrijving afval geeft u een beschrijving van het afval, bijvoorbeeld soort, verspreiding, grootte, uitzeefbaarheid en dergelijke. Eventueel de gebruikte zeefdiameter aangeven.

I.15 Hier geeft u de verontreinigingsklasse van de partij.

I.16 Hier geeft u de verontreinigingen omgerekend naar standaardbodem.

I.17 Geen toelichting.

I.18 Geen toelichting.

I.19 Geen toelichting.

Bij elk verontreinigingstype (Vt.) hoort een code. Voor PAK's geldt: naast het PAK-totaal (de 10 van VROM) o.a. in verband met de toetsing van hergebruiksmogelijkheden ook altijd de overige op het formulier aangegeven PAKs invullen.

Bij de concentratie (Conc.) geeft u de naar standaardbodem omgerekende concentraties op van de verontreinigende stoffen (in mg/kg d.s.). Deze concentratie is het gewogen gemiddelde van de analyses van de partij. Het gewogen gemiddelde kunt u bepalen door aan elke analyse de representatieve hoeveelheid baggerspecie te koppelen.

Hier geeft u de gemeten minimale (Min.) en maximale (Max.) waarden (in mg/kg d.s.) aan.

Bij Nan vermeldt u het aantal analyses dat op de partij betrekking heeft. Bij Nmm vermeldt u het aantal deelmonsters per samengesteld monster.

Bij U vermeldt u eventueel de bepaalde uitloging, gemeten met de proef voor korrelvormige materialen (NEN 7343): de cumulatieve uitloging, uitgedrukt in mg/kg bij L/S=10.

In de toelichting kunt u bijvoorbeeld aangeven in welke vorm en verspreiding de verontreiniging in de baggerspecie voorkomt (bijvoorbeeld wel of niet geïoniseerd) enzovoort.

De samenstellingswaarde voor standaard grond (25% lutum, 10% humus) volgens het Bouwstoffenbesluit.

Inhoudelijke voortgangsrapportage Tijdelijke Stimuleringsregeling Verwerking van Baggerspecie (SVB)

  1. Geef beknopt weer welke werkzaamheden in de verslagperiode zijn verricht en wat de bereikte resultaten zijn.

0 - Het baggeren heeft plaatsgevonden

Start: …………. Einde: ………..

Lijst van uitgevoerde ex situ onderzoeken (titel, nummer, datum, kopie meezenden)

0 - Het verwerken heeft plaatsgevonden

Start: ………. Einde: ………..

Lijst van uitgevoerde onderzoeken (titel, nummer, datum, kopie meezenden)

0 - Het toepassen heeft plaatsgevonden

Start: ………. Einde: ………

Lijst van uitgevoerde onderzoeken (titel, nummer, datum, kopie meezenden) …………

0 - Anders: …………

Start: ……….. Einde: ……..

Lijst van uitgevoerde onderzoeken (titel, nummer, datum) …………

  1. Vergelijk de huidige planning van het project met de oorspronkelijke planning. Vermeld en motiveer hierbij eventuele wijzigingen.

  2. In geval de ex situ gegevens beschikbaar zijn: vergelijk de ex situ partijgegevens met de in situ partij gegevens. Vermeld de invloed die eventuele wijzigingen hebben op de voorgenomen vervolgwerkzaamheden.

  3. Geef een overzicht van eventuele publicaties die tot en met de verslagperiode in het kader van het project zijn verschenen.

  4. Opmerkingen:

De onderstaande punten moeten in ieder geval in de rapportage zijn opgenomen of worden uitgevoerd.

1.1 Verplichte tekst op titelpagina:

in geval van subsidieprojecten:

Aan dit project is in het kader van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat een subsidie verleend uit de Tijdelijke Stimuleringsregeling Verwerking van Baggerspecie dat gefinancierd wordt door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Novem beheert deze regeling.

Verkorte samenvattingen dienen opgenomen te worden, zowel in de Nederlandse als in de Engelse taal, tot maximaal 250 woorden.

Bij het opstellen van de verkorte samenvattingen dient er rekening mee gehouden te worden, dat deze opgenomen kunnen worden in databestanden en referaatbladen.

Maximaal 10 trefwoorden. Bij het opstellen van de trefwoorden dient er rekening mee gehouden te worden, dat deze opgenomen kunnen worden in databestanden en referaatbladen.

In de samenvatting dienen de doelstelling, de resultaten van het project en de conclusies te worden samengevat in enkele pagina's.

Het Documentatie Input Formulier dient te worden ingevuld om het eindrapport goed te kunnen documenteren. Hiervoor zijn een aantal gegevens nodig, die op het formulier dienen te worden ingevuld. Een verkorte samenvatting kan hiervoor worden gebruikt.

Het onderstaande dient als leidraad voor het schrijven van het rapport.

Hierin ten minste te beschrijven:

Voor zover van toepassing dient het volgende worden behandeld:

Aandacht o.a. voor:

Hiervoor gelden dezelfde aandachtspunten als bij de resultaten van het project.

Bij de beschikking tot subsidieverlening worden verplichtingen opgelegd. Deze verplichtingen omvatten onder meer bepalingen over rapportage en monitoring. Hieronder volgt ter informatie een samenvatting van deze bepalingen. Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen ook andere verplichtingen worden opgelegd. De verplichtingen die naar hun aard doorlopen na afronding van de projecten gelden tot 5 jaar daarna.

De subsidieontvanger dient per half jaar een inhoudelijke tussenrapportage bij Novem in, conform het door Novem opgestelde formulier (zie bijlage 1). Het project moet met een openbaar eindrapport worden afgesloten, conform het door Novem aangeleverde formulier (zie bijlage 2). In het eindrapport moeten de resultaten van het project vastgelegd worden.

De aanvrager dient alle medewerking te verlenen aan een door of vanwege de Minister van Verkeer en Waterstaat ingesteld evaluatieonderzoek en contra-expertise.

Na toewijzing van een aanvraag kunnen zowel de subsidieontvanger als Novem vrijelijk zonder vergoeding de in het kader van het project ontwikkelde kennis, ervaring, rapporten en dergelijke gebruiken en verspreiden, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Novem zal onder meer de kerngegevens van het project, te weten titel, naam van aanvrager, verwerkingstechniek, de hoeveelheid en de geplande duur van het project bekend maken. Jaarlijks wordt door Novem een overzicht uitgegeven van projecten waarvoor subsidie is toegezegd.

De gegevens die bij subsidieaanvraag gevoegd moeten worden zijn (tevens checklist):

0 - Kopie van de overeenkomst met de ontdoener, indien van toepassing.

0 - Kopie van de onderzoeken waarop de partijgegevens zijn gebaseerd (zie 4.1).

0 - Kopie van het protocol dat gehanteerd is (zie 4.2).

0 - Kopie van dat deel van het bestek waaruit blijkt hoe de partij-indeling tot stand is gekomen (zie 4.3).

0 - Beschrijving van de gekozen verwerkingstechniek (4.4).

0 - Verklaring niet-reinigbaarheid van het SCG, indien beschikbaar (zie I.1).

0 - In situ gegevens conform één van de protocollen van vraag 4.2.

0 - Korrelgrootte verdeling conform NEN 5753, waarmee wordt aangetoond dat de baggerspecie minder dan 60% zand bevat (zie I.1).

0 - Beschrijving van de wijze waarop de drogestof bepaling heeft plaatsgevonden.

0 - Indien van toepassing bij saneringen: Beschikking bevoegd gezag.

0 - Datum van start baggerwerkzaamheden, voor zover de specie zich in situ bevindt.

0 - Datum van start verwerking.

0 - Datum van start toepassing.

0 - Ex situ gegevens van de kwaliteit conform NEN 5740 (250 grepen) of VKB 1018 (250);

0 - Ex situ gegevens van de kwantiteit van partij. Daarbij wordt het volume van de specie bepaald aan de hand van artikel 22.07.10 van de RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw). Het totale aantal tonnen droge stof wordt vervolgens bepaald aan de hand van deze volume gegevens en het droge stof gehalte bepaald middels het kwalitatieve onderzoek conform NEN 5740 (250 grepen) of VKB 1018 (250).

Als uit deze gegevens blijkt dat de kwaliteit ex situ afwijkt van de kwaliteit in situ heeft dit geen gevolgen voor de verstrekking van de subsidie. Deze gegevens worden gebruikt voor de monitoring.

Als uit deze gegevens blijkt dat de kwantiteit ex situ (in tds) groter is dan de kwantiteit in situ (in tds), dan ontvang u voor het meerdere geen subsidie. U kunt voor het meerdere geen aanvullende subsidie aanvragen.

Als uit deze gegevens blijkt dat de kwantiteit ex situ (in tds) kleiner is dan de kwantiteit in situ (in tds), dan stelt Novem de subsidie naar rato naar beneden toe bij.

Indien u van de aangegeven protocollen wenst af te wijken, dan kunt u een verzoek om ontheffing bij Novem aanvragen waarin u het afwijken motiveert.

0 - Een massabalans waaruit blijkt dat de partij volledig is verwerkt, welke toeslagstoffen zijn gebruikt en welke afvalstoffen er zijn.

0 - Voor niet-vormgegeven bouwstof: verklaring volgens bewijsmiddelen bouwstoffenbesluit bijvoorbeeld: VKB 1018 en AP 04.

0 - Voor vormgegeven bouwstof: verklaring volgens bouwstoffenbesluit en AP 04.

0 - Gegevens waaruit blijkt in welk werk (locatie, type werk) de bouwstof is toegepast of aan wie de bouwstof is afgezet (bedrijfsgegevens).

0 - Accountantverklaring voor subsidieaanvragen meer dan € 100.000 volgens bijlage B van de Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie

Indien u van de aangegeven protocollen wenst af te wijken, dan kunt u een verzoek om ontheffing bij Novem aanvragen waarin u het afwijken motiveert.

Bijlage B. behorend bij artikel 9, tweede lid onder b van de Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie

Artikel 1

1.1. Dit controleprotocol heeft betrekking op de aanvraag tot subsidievaststelling ten behoeve van ... De voorwaarden voor deze subsidie liggen vast in de Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie zoals gepubliceerd in de Staatscourant van...(datum).

1.2. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de uitvoering van de controle van de aanvraag tot subsidievaststelling door de accountant van de subsidieontvanger, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.

1.3. De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de aanvraag tot subsidievaststelling berust bij de subsidieontvanger.

1.4. In de aanvraag tot subsidievaststelling moet worden aangegeven in hoeverre de werkelijke omvang van de aangeleverde en verwerkte partij baggerspecie, zoals opgenomen in de door de subsidieontvanger ingediende aanvraag en waarvoor een subsidie is toegezegd, werkelijk zijn aangeleverd en verwerkt.

Artikel 2

2.1. De controle betreft zowel de getrouwe weergave als de rechtmatigheid. Van de controlerend accountant wordt verwacht dat hij niet alleen de getrouwe weergave controleert, maar ook dat hij de naleving van de relevante voorwaarden toetst, dat nagegaan wordt dat met betrekking tot de in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen hoeveelheden, van toepassing zijnde ontvangsten en andere gegevens toetst, dat de prestaties daadwerkelijk zijn verricht en passen binnen het kader van de activiteiten zoals die genoemd zijn in de Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie.

2.2. Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant geldt de gebruikelijke bij soortgelijke controles gehanteerde toleranties. De controletolerantie heeft uitsluitend betrekking op het totaal van de kosten, dus niet op de afzonderlijk genoemde kostenposten.

2.3. Voor de rapportering geldt dat de bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden, die individueel of in totaal meer bedragen dan 1% van het totaal van kosten en individueel meer bedragen dan € 10.000, dienen deze individueel te worden gerapporteerd.

2.4. Het is in beginsel mogelijk dat door de Accountantsdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door deze aangewezen accountants een review zal worden uitgevoerd bij de controlerend accountant van de subsidieontvanger ter toetsing van de naleving van het controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover overleg worden gepleegd met de subsidieontvanger.

Artikel 3

3.1.

Bij de uitvoering van de controle dient te worden vastgesteld dat:

a. a. Alleen verwerking van niet-reinigbare baggerspecie klasse 3 of 4, afkomstig uit Nederlandse wateren, waarvoor een verklaring wordt overgelegd als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel e, van de Wet belastingen op milieugrondslag met een minimum partijomvang van 500 ton droge stof, op de eindafrekening zijn verantwoord. b. b. Alleen baggerspecie die volledig is verwerkt tot een bouwstof, en is toegepast in een werk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming dan wel is afgezet op de markt, op de eindafrekening zijn verantwoord. c. c. Alleen baggerspecie welke nog niet gebaggerd was op het moment dat de aanvraag was ingediend op de eindafrekening zijn verantwoord. d. d. De op de eindafrekening verantwoorde hoeveelheden passen binnen de omschrijving van de activiteit zoals beschreven in de Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie. e. e. Op de eindafrekening verantwoorde hoeveelheden baggerspecie juist zijn weergegeven. f. f. Verwerking van baggerspecie welke is aangeboden aan de te realiseren combinatie van verwerking dan wel reiniging en stortcapaciteit op de locatie Koegorspolder niet op eindafrekening zijn verantwoord. g. g. Geen subsidie reeds is verstrekt door een ander bestuursorgaan. h. h. Het transport van de partij baggerspecie naar de verwerker binnen één jaar na de subsidieverlening volledig heeft plaatsgevonden en de verwerking en afzet van de bouwstof in een werk of op de markt voor bouw(grond)stoffen binnen vier jaar na de subsidieverlening is voltooid.

3.2. Ten aanzien van de onder 3.1 opgenomen specifieke aandachtspunten geldt dat alle bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden dienen te worden gerapporteerd.

Artikel 4

Een model van de accountantsverklaring luidt als volgt:

  • ACCOUNTANTSVERKLARING

  • Opdracht

      Wij hebben ¹Indien de accountantsverklaring wordt voorzien van een adressering, kunnen in de eerste paragraaf de woorden 'Wij hebben' worden vervangen door 'Ingevolge uw opdracht hebben wij'. de bijgaande en door ons gewaarmerkte eindafrekening inzake de Tijdelijke Stimuleringregeling verwerking baggerspecie zoals vastgelegd in de Staatscourant van ... *(datum)* gecontroleerd. Deze afrekening is bestemd voor de bepaling van de definitieve subsidie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in het kader van Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie.
      Deze eindafrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van ... (naam huishouding ²Afhankelijk van de aard van de huishouding, te vervangen door een meer passende aanduiding zoals 'het bestuur van de vennootschap' (BV/NV, vereniging, stichting enz.).. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze eindafrekening te verstrekken.
      Voor het onderhavige project is met beschikking van NOVEM, kenmerk ... de dato ... een subsidie verleend (tot een maximum) van € ... (bedrag).
    
  • Werkzaamheden

      Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en overigens zoals omschreven in het controleprotocol Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie versie <datum invullen>.
      Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de eindafrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de eindafrekening. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken de eindafrekening zijn toegepast. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
    
  • Oordeel

      Op grond van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat is voldaan aan alle ter zake gestelde voorwaarden (behoudens hierna vermelde bevindingen).
      Bevindingen en kwantitatieve gegevens
      (indien van toepassing)
    
        *(plaats, datum)*
    
    
        *Naam accountantskantoor/dienst*
    
    
        *Handtekening accountant*