rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-duurzame-binnenvaartmotoren-20202021/BWBR0044200
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaartmotoren 20202021 BWBR0044200 ministeriele-regeling geldend 2020-10-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044200 Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaartmotoren 20202021

Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaartmotoren 20202021

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Aanvrager: de fabrikant of mariniseerder van een motor ten behoeve van gebruik in een binnenvaartschip;
  • Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
  • experimenteel ontwikkelingsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke of andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schemas of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, voor zover deze activiteiten geen routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, procedés of diensten behelzen, zelfs als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;
  • fabrikant: fabrikant als bedoeld in de NRMM-Verordening van een motor van het type IWP, IWA of NRE;
  • industrieel onderzoeksproject: samenhangend geheel van onderzoeksactiviteiten gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren;
  • Innovatieraad Binnenvaart: door het bedrijfsleven ingesteld college van deskundigen uit de binnenvaartsector ten behoeve van het stimuleren van de innovatie in de binnenvaart;
  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
  • mariniseerder: natuurlijke of rechtspersoon die het proces uitvoert om een motor aan te passen voor de inbouw in een binnenvaartschip overeenkomstig de vereisten van het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn of Richtlijn (EU) 2016/1629;
  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • ministerie: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
  • NRMM-Verordening: verordening (EU) 2016/1628 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG;
  • project: experimenteel ontwikkelingsproject, industrieel onderzoeksproject, innovatiecluster- exploitatieproject of innovatiecluster- investeringsproject dat aan artikel 2 voldoet;
  • richtlijn (EU) 2016/1629: van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG;
  • staatssteun: steunmaatregelen als omschreven in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  • vaartuig: schip of drijvend werktuig als bedoeld in richtlijn (EU) 2016/1629.

Artikel 2

De Minister kan subsidie verstrekken aan fabrikanten en mariniseerders ten behoeve van het ontwikkelen en het certificeren van motoren conform verordening EU 2016/1628.

Artikel 3

1. Projecten zijn subsidiabel indien zij zijn gericht op de ontwikkeling of de certificering van motoren van het type IWP, IWA of NRE, als bedoeld in verordening (EU) 2016/1628, of van een motor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend.

2.

De volgende typen projecten, die op de in het eerste lid genoemde doelstellingen zijn gericht kunnen voor subsidie in aanmerking komen:

a. a.

      *experimenteel ontwikkelingsproject*;

b. b.

      *industrieel onderzoeksproject*.

3. De Minister verleent subsidie voor projecten op basis van een door de Innovatieraad Binnenvaart schriftelijk opgestelde rangschikking conform de verordening EU 2016/1628.

Artikel 4

Voor de subsidieregeling en de uitvoering ervan is ten hoogste beschikbaar:

€ 500.000, voor 2020;

€ 1.000.000, voor 2021.

Artikel 5

1. De subsidie bedraagt ten hoogste € 250.000, per project.

2.

De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

a. a. 50% van de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten voor industriële onderzoeksprojecten:

        1°.
        loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon: loon in geld, volgens de verzamelloonstaat, ingevolge artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, te delen door 1.650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten. In geval van een parttime dienstverband wordt het uurloon op voornoemde wijze berekend na omrekening van het brutoloon naar een fulltime dienstverband;
      
      
        2°.
        een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de in het in subonderdeel 1°, bedoelde loonkosten;
      
      
        3°.
        kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
      
      
        4°.
        afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de contante waarde van de gedurende de projectperiode betaalde leasetermijnen naar rato van het gebruik van de machines en apparatuur voor het project onder aftrek van de in de leasetermijnen begrepen vergoedingen voor financiering en afschrijving;
      
      
        5°.
        huurkosten van machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode;
      
      
        6°.
        aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van bescherming van die rechten.

1°. 1°. loonkosten van direct bij het project betrokken personeel, waarbij het uurloon wordt berekend aan de hand van het brutoloon: loon in geld, volgens de verzamelloonstaat, ingevolge artikel 7.2 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, te delen door 1.650 productieve uren, verhoogd met een forfaitair percentage van 20 voor de werkgeverslasten. In geval van een parttime dienstverband wordt het uurloon op voornoemde wijze berekend na omrekening van het brutoloon naar een fulltime dienstverband; 2°. 2°. een opslag voor algemene kosten van ten hoogste 50 procent van de in het in subonderdeel 1°, bedoelde loonkosten; 3°. 3°. kosten van aanschaf van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 4°. 4°. afschrijvingskosten van machines en apparatuur op basis van de technische levensduur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode uitgaande van de historische aanschafwaarde verminderd met de restwaarde, met dien verstande dat in geval van lease wordt uitgegaan van de contante waarde van de gedurende de projectperiode betaalde leasetermijnen naar rato van het gebruik van de machines en apparatuur voor het project onder aftrek van de in de leasetermijnen begrepen vergoedingen voor financiering en afschrijving; 5°. 5°. huurkosten van machines en apparatuur naar rato van het gebruik voor het project gedurende de projectperiode; 6°. 6°. aan derden verschuldigde kosten ter zake van studies en onderzoeksactiviteiten en ter zake van de aanschaf van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van bescherming van die rechten. b. b. 25% van rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten als bedoeld in onderdeel b, onder 1° tot en met 6°, voor experimentele ontwikkelingsprojecten.

3. De steunintensiteiten voor een industrieel onderzoeksproject en een experimenteel ontwikkelingsproject, kunnen worden verhoogd overeenkomstig de bepalingen van artikel 25, zesde lid, respectievelijk zevende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 6

Als uitvoeringsinstantie wordt aangewezen het Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart van de Stichting Projecten Binnenvaart te Rotterdam. De uitvoeringsinstantie heeft tevens een adviserende rol in de rangschikking van de aanvragen.

Artikel 7

1. Een aanvraag wordt gericht aan de Minister.

2. De aanvraag voor 2020 wordt uiterlijk 16 november 2020 ingediend bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.

3. De aanvraag voor 2021 wordt uiterlijk 1 maart 2021 ingediend bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.

4. De aanvraag bevat de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens en wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage 1 van deze subsidieregeling.

Artikel 8

1. De subsidiebeschikking zal door het ministerie worden opgesteld en verzonden. Betalingen zullen tevens door het ministerie worden overgemaakt.

2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.

3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn verricht alsmede de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.

4. Het te verlenen voorschot bedraagt 100 procent van de verleende subsidie en wordt uiterlijk uitgekeerd binnen 4 weken na de subsidieverlening.

5.

De subsidieontvanger is verplicht om:

a. a. onverwijld de uitvoeringsinstantie, bedoeld in artikel 6, een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; en b. b. desgevraagd, op door de Minister aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 9

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor die datum verleende subsidies.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaartmotoren 20202021.

Bijlage 1. als bedoeld in

Aanvraagformulier Tijdelijke subsidieregeling duurzame binnenvaart motoren 20202021

Stuur het ingevulde en ondertekende formulier met bijlagen naar:

info@eicb.nl

EICB/SPB

t.a.v. subsidieregeling duurzame binnenvaart motoren 20202021

Kantoor A2.04

Vasteland 78

3011 BL Rotterdam

Meer informatie: www.eicb.nl

info@eicb.nl

+31 10 7989830