rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-experimenten-meer-werk-voor-vijftigplussers/BWBR0039330
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling experimenten meer werk voor vijftigplussers BWBR0039330 ministeriele-regeling geldend 2017-03-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0039330 Tijdelijke subsidieregeling experimenten meer werk voor vijftigplussers

Tijdelijke subsidieregeling experimenten meer werk voor vijftigplussers

Artikel 1

  • aanvrager: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 5, die subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
  • kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • projectperiode: de periode gelegen tussen de datum waarop de subsidieaanvraag is ingediend en de datum waarop het project uiterlijk moet zijn afgerond;
  • latente werkgelegenheid: de niet in een bestaande werkplek of vacature ingevulde werkgelegenheid;
  • vijftigplusser: een persoon van 50 jaar of ouder, doch jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.

Artikel 2

De kaderregeling is, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.1, van toepassing op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.

Artikel 3

Het doel van deze regeling is om met financiële ondersteuning experimenten met innovatieve projecten mogelijk te maken die zonder deze ondersteuning in de projectperiode niet tot stand zouden komen. De projecten zijn gericht op het benutten en toegankelijk maken van latente werkgelegenheid voor vijftigplussers teneinde de mogelijkheden op werk voor die doelgroep te vergroten.

Artikel 4

1. De minister kan subsidie verstrekken voor innovatieve projecten die bijdragen aan het benutten en toegankelijk maken van latente werkgelegenheid voor vijftigplussers en die zonder deze ondersteuning in de projectperiode niet tot stand zouden komen.

2. Het project vangt uiterlijk op 1 oktober 2017 aan en wordt afgerond binnen een periode van ten hoogste achttien maanden.

3. Met het project wordt een innovatieve aanpak ontwikkeld en uitgevoerd welke na afloop van het project toepasbaar en in potentie breder inzetbaar is.

4. De minister stelt de methodiek en de evaluatie van het project na de projectperiode vrij beschikbaar en deze zijn vanaf dat moment vrij te gebruiken door derden.

Artikel 5

Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen als bedoeld in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6

1. Het subsidieplafond bedraagt € 3.000.000,.

2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3. Alleen een volledige subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen. Een subsidieaanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld, is ondertekend door een tekenbevoegde persoon van aanvrager en de gevraagde documenten zijn bijgevoegd.

Artikel 7

1. De subsidieaanvraag wordt ingediend binnen de periode van 10 april 2017 tot en met 7 mei 2017.

2. Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt ten minste € 125.000, en ten hoogste € 750.000,.

Artikel 8

Onverminderd artikel 3.4 van de kaderregeling wordt in het activiteitenplan aangegeven:

a. a. op welke wijze de activiteiten bijdragen aan het in artikel 3 omschreven doel; b. b. welke aspecten van de gehanteerde methodiek het project innovatief, duurzaam en uitbreidbaar maken; c. c. op welke wijze andere partijen betrokken en geconsulteerd zijn; d. d. op welke wijze het project zal worden geëvalueerd; e. e. waarom subsidiëring vanuit de rijksoverheid in de gevraagde omvang noodzakelijk is.

Artikel 9

1.

De subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. a. innovativiteit en onderscheidendheid; b. b. duurzaamheid, uitbreidbaarheid van de aanpak en zijn potentie om meer werk voor vijftigplussers beschikbaar te krijgen; c. c. haalbaarheid; en d. d. financiering.

2. De criteria zijn nader uitgewerkt in de bijlage bij deze regeling.

3. De minister kan zich voor de beoordeling laten adviseren door externe partijen.

Artikel 10

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien:

a. a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de daaraan bij deze regeling gestelde eisen; b. b. de beoogde activiteiten en resultaten onvoldoende objectief meetbaar zijn geformuleerd; c. c. de te hanteren methodiek onvoldoende innovatief en/of onderscheidend is; d. d. de duurzaamheid, uitbreidbaarheid van de aanpak en zijn potentie om meer vijftigplussers aan het werk te krijgen onvoldoende aannemelijk gemaakt is; e. e. de haalbaarheid van de beoogde aanpak onvoldoende aannemelijk is gemaakt; f. f. de evaluatieopzet onvoldoende of ongeschikt is om de effectiviteit en bruikbaarheid van de methodiek te kunnen beoordelen; g. g. het project of de methodiek niet uitvoerbaar is binnen bestaande wet- en regelgeving; h. h. de kosten van het project niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten; i. i. onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd; of j. j. op grond van deze regeling reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar project.

Artikel 11

1.

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

a. a. onredelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het project of een onderdeel daarvan; b. b. kosten die naar het oordeel van de minister niet in redelijke verhouding staan tot de te verrichten activiteiten; c. c. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten; d. d. kosten gemaakt buiten de projectperiode; e. e. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege; en f. f. wettelijk verplichte taken.

2. Onder kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten worden verstaan alle niet directe kosten waaronder inbegrepen de kosten van administratie en beheer en de kosten van de controleverklaring en het rapport van een accountant, bedoeld in artikel 1.1 van de kaderregeling.

Artikel 12

De minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling.

Artikel 13

1. De subsidieontvanger draagt zorg voor de evaluatie van de uitvoering van het project op grond van deze regeling en het bereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid daarvan.

2. Het evaluatieverslag wordt gelijktijdig met de aanvraag tot subsidievaststelling aangeboden.

3.

Het evaluatieverslag omvat in ieder geval:

a. a. een gedetailleerde beschrijving van de gehanteerde methodiek; b. b. een beschrijving van het implementatie- en uitvoeringsproces en de leerervaringen die daarbij zijn opgedaan; en c. c. een overzicht van de bereikte resultaten in aantallen plaatsingen van vijftigplussers op latente vacatures en de aard van de gerealiseerde plaatsingen.

Artikel 14

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2019.

2. In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 30 september 2019, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling verstrekte subsidies.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling experimenten meer werk voor vijftigplussers.

Bijlage . behorende bij