rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-nationale-programmas-voor-internationalisering-po-en/BWBR0020538
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling nationale programmas voor internationalisering PO en VO BWBR0020538 ministeriele-regeling geldend 2006-11-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020538 Tijdelijke subsidieregeling nationale programmas voor internationalisering PO en VO

Tijdelijke subsidieregeling nationale programmas voor internationalisering PO en VO

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. instelling:

      1°.
      een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
    
    
      2°.
      een school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
    
    
      3°.
      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
    
    
      4°.
      een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, bekostigd uit de openbare kas;
    
    
      5°.
      een instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs, waaraan een lerarenopleiding wordt verzorgd;
    
    
      6°.
      een instelling die nascholing verzorgt;
    
    
      7°.
      een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;

1°. 1°. een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas; 2°. 2°. een school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas; 3°. 3°. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, bekostigd uit de openbare kas; 4°. 4°. een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, bekostigd uit de openbare kas; 5°. 5°. een instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs, waaraan een lerarenopleiding wordt verzorgd; 6°. 6°. een instelling die nascholing verzorgt; 7°. 7°. een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten; c. c. Europees Platform: de Stichting Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs; d. d. BUURLANDEN: het programma BUURLANDEN, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, dat tot doel heeft het bieden van mogelijkheden aan scholen voor primair onderwijs om hun leerlingen op een concrete en actieve manier mee te laten doen met internationaliseringsactiviteiten die gericht zijn op de buurlanden België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarbij de nadruk ligt op het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT); e. e. PLUVO: het programma PLUVO, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen, door het stimuleren van leerlingenuitwisseling respectievelijk het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen; f. f. PLATO+: het programma PLATO+, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de Europese of internationale oriëntatie en de daarmee samenhangende deskundigheid van zowel huidige als toekomstige leerkrachten en schoolleiders, door het stimuleren van nascholing in ruime zin in het buitenland; g. g. PITON: het programma PITON, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling, dat tot doel heeft het op een hoger niveau brengen van de vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits, door het stimuleren van:

      1°.
      tweetalig onderwijs;
    
    
      2°.
      versterkt talenonderwijs;
    
    
      3°.
      vervroegd talenonderwijs;
    
    
      4°.
      de inzet van native speakers als taalassistenten.

1°. 1°. tweetalig onderwijs; 2°. 2°. versterkt talenonderwijs; 3°. 3°. vervroegd talenonderwijs; 4°. 4°. de inzet van native speakers als taalassistenten.

Artikel 2

De Minister kan projectsubsidie verstrekken aan het bevoegd gezag van een instelling voor de uitvoering van een of meer van de programma's, bedoeld in artikel 1, onderdeel d tot en met g, ter stimulering van de internationale oriëntatie van leerlingen en docenten alsmede ter bevordering van een schoolbeleid dat gericht is op duurzame internationale samenwerking met scholen in andere Europese landen.

Artikel 3

1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij het Europees Platform, Nassauplein 8, 1815 GM Alkmaar, met gebruikmaking van een formulier dat verkrijgbaar is op de website van het Europees Platform (www.europeesplatform.nl).

2. Een nadere uitwerking van de vereisten voor de subsidieaanvraag is opgenomen in de bijlagen bij deze regeling.

Artikel 4

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar:

a. a. € 150.000 voor BUURLANDEN; b. b. € 1.350.000 voor PLUVO; c. c. € 1.000.000 voor PLATO+; en d. d. € 400.000 voor PITON.

2.

Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is:

a. a. € 400.000 beschikbaar voor het primair onderwijs; b. b. € 400.000 beschikbaar voor het voortgezet onderwijs; en c. c. € 200.000 beschikbaar voor lerarenopleidingen.

3.

Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, is:

a. a. € 250.000 beschikbaar voor tweetalig onderwijs, versterkt talenonderwijs en vervroegd talenonderwijs; en b. b. € 150.000 beschikbaar voor de inzet van native speakers als taalassistenten.

Artikel 5

1.

De subsidie bedraagt voor aanvragen in het kader van:

a. a. BUURLANDEN: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 5.000; b. b. PLUVO: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 10.000; c. c. PLATO+: per persoon per aanvraag ten hoogste:

        1°.
        € 1.750 voor studiebezoeken van leerkrachten of schoolleiders, met dien verstande dat voor dat onderdeel niet meer wordt verleend dan € 3.000 per activiteit per aanvraag;
      
      
        2°.
        € 1.500 voor onderwijsstages van studenten van lerarenopleidingen;

1°. 1°. € 1.750 voor studiebezoeken van leerkrachten of schoolleiders, met dien verstande dat voor dat onderdeel niet meer wordt verleend dan € 3.000 per activiteit per aanvraag; 2°. 2°. € 1.500 voor onderwijsstages van studenten van lerarenopleidingen; d. d. PITON: ten hoogste 75 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan:

        1°.
        € 7.500 voor tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs;
      
      
        2°.
        € 4.000 voor versterkt talenonderwijs in het voortgezet onderwijs;
      
      
        3°.
        € 5.500 voor vervroegd talenonderwijs in het primair onderwijs.

1°. 1°. € 7.500 voor tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs; 2°. 2°. € 4.000 voor versterkt talenonderwijs in het voortgezet onderwijs; 3°. 3°. € 5.500 voor vervroegd talenonderwijs in het primair onderwijs.

2. Een nadere uitwerking van d e grondslagen voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is opgenomen in de bijlagen bij deze regeling.

Paragraaf 2. Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel 6

In de bijlagen bij deze regeling zijn de criteria opgenomen aan de hand waarvan de verdeling plaatsvindt van de gelden die voor subsidiëring ter beschikking staan.

Artikel 7

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, indien:

a. a. de activiteit niet in overeenstemming is met de activiteiten, bedoeld in de bijlagen bij deze regeling; b. b. uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de internationalisering bijdraagt aan het realiseren van leerdoelen van de instelling; c. c. voor de activiteit tevens gebruik wordt gemaakt van middelen uit EU-fondsen.

Artikel 8

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 9

De Minister verleent een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

Paragraaf 3. Verplichtingen subsidieontvanger en verantwoording

Artikel 10

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. Aan de subsidieverlening zijn tevens verbonden de verplichtingen, bedoeld in de bijlagen bij deze regeling.

Artikel 11

1. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen of overschotten worden na afloop van de activiteiten teruggevorderd.

2. De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, bij het Europees Platform een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Een aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag en financieel verslag, conform de richtlijnen van het Europees Platform, waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaats gevonden overeenkomstig deze regeling en de beschikking tot subsidieverlening.

Paragraaf 4. Uitvoering door het Europees Platform

Artikel 12

Aan het Europees Platform wordt mandaat verleend om te beslissen over het buiten behandeling laten van subsidieaanvragen en de verlening, weigering, vaststelling, intrekking en terugvordering van subsidie op grond van deze regeling.

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13

Voor zover er vanaf de vervaldatum van deze regeling ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling plaats.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 augustus 2006 en vervalt met ingang van 1 april 2008.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling nationale programmas voor internationalisering PO en VO.

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4