40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg | BWBR0014432 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-12-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014432 | Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg |
Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
De minister kan voor de jaren 2002 en 2003 gezamenlijk op aanvraag van TLN een subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van de uitvoering van het project. Voor subsidiëring komen uitsluitend de projectkosten in aanmerking.
Artikel 3
Het subsidieplafond bedraagt voor de jaren 2002 en 2003 maximaal € 136.000,-.
Artikel 4
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij de Directeur-Generaal Goederenvervoer, postbus 20904, 2500 EX Den Haag.
2.
De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:
a. a. een projectplan, inhoudende een beschrijving van de doelstellingen en achtergronden van het project, en van de activiteiten, de tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering, en b. b. een begroting van de projectkosten.
3. De aanvraag wordt binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling ingediend.
Artikel 5
1. TLN voert het project uit overeenkomstig het in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, bedoelde projectplan.
2. Indien het project resulteert in de totstandkoming van rapporten, documenten en dergelijke worden deze door TLN ter kennis gebracht van de minister.
3. TLN zal op verzoek van de minister alle medewerking verlenen aan een door de minister ingesteld evaluatie-onderzoek dat bedoeld is om te beoordelen in welke mate TLN bij het uitvoeren van het project een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de door de minister geformuleerde beleidsdoelstellingen.
Artikel 6
De minister kan elk half jaar aan TLN een voorschot verlenen. Het totaal van de voorschotten bedraagt niet meer dan 80% van de verleende subsidie.
Artikel 7
Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van TLN wijzigen, indien:
a. a. TLN voor de uitvoering van het project tevens geheel of gedeeltelijk financiële bijdragen krijgt van overheidsinstanties anders dan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Goederenvervoer of anders dan al vermeld in de subsidie-aanvraag; b. b. de rechtspersoon TLN wordt ontbonden.
Artikel 8
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk op 30 april 2004 ingediend.
2.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, en b. b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een verklaring afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in de bijlage opgenomen controleprotocol subsidies.
Artikel 9
1. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken nadat de aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen.
2. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn kan worden gegeven, stelt de minister TLN daarvan in kennis en noemt de minister daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wordt gegeven.
Artikel 10
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 mei 2004, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidie die voor deze datum is verleend.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg.
Bijlage . als bedoeld in
Artikel 1
1.1. Dit controleprotocol heeft betrekking op de bijdrage die door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt verstrekt aan Transport Logistiek Nederland (TLN) zoals geregeld in artikel 2 van de Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg.
1.2.
De volgende begrippen zijn van toepassing:
- derde accountant: de externe accountant van de subsidie-ontvanger;
- subsidieregeling: de Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg.
1.3.
De volgende regelgeving is van toepassing:
- subsidieregeling en de daarop gebaseerde beschikkingen;
- Algemene wet bestuursrecht;
- Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat.
1.4. Dit controleprotocol is een nadere uitwerking van artikel 8, derde lid, van de subsidieregeling.
1.5. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de controle door de derde accountant ten behoeve van de onder 1.1. genoemde subsidie alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.
1.6. Wij wijzen erop dat mogelijk, op verzoek van de Minister, door accountants van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door haar aangewezen accountants een review zal worden uitgevoerd bij de fungerende derde accountant ter toetsing op de naleving van dit controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de subsidie-ontvanger.
Artikel 2
2.1.
De controle dient zowel de getrouwe weergave van de ingediende verantwoording alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten.
Van de derde accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de getrouwe weergave controleert, maar ook dat hij de naleving van de subsidievoorwaarden (zoals die gelden ingevolge de regelgeving, genoemd onder punt 1.3) toetst.
2.2. Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant geldt, voor wat betreft de rechtmatigheid en/of juistheid, een controletolerantie van 1% en voor wat betreft de betrouwbaarheid een controletolerantie van 3%. Beide percentages hebben betrekking op het totaal toegezegde subsidiebedrag, conform het vastgestelde bedrag in de regeling.
Artikel 3
3.1.
Bij de uitvoering van de controle van de verantwoording dient, met inachtneming van de onder punt 2 genoemde uitgangspunten, door de derde accountant te worden vastgesteld dat aan de volgende specifieke vereisten is voldaan:
a. a. dat de door de subsidie-ontvanger gevoerde administratie zodanig is ingericht dat daaruit door de Minister op ieder moment op eenvoudige en eenduidige wijze de aan de activiteiten gerelateerde kosten kunnen worden afgeleid; b. b. of er activiteiten hebben plaatsgevonden welke hebben geresulteerd in de totstandkoming van rapporten, documenten en dergelijke, welke door de subsidie-ontvanger niet ter kennisname aan de Minister zijn gezonden; c. c. Ingeval er aan de subsidieontvanger surséance van betaling is verleend, het faillissement van de subsidieontvanger is aangevraagd, dan wel dat er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend, dat er tijdig door de subsidieontvanger aan de minister informatie is verstrekt.
Artikel 4
4.1. Een model van de goedkeurende accountantsverklaring in het kader van deze regeling luidt als volgt:
ACCOUNTANTSVERKLARING M.B.T. TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING VEILIG OP WEG
afgegeven t.b.v. het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Wij hebben (in dit rapport/verslag opgenomen) de door ons gewaarmerkte verantwoording inzake de kosten van Transport Logistiek Nederland in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg gecontroleerd. De verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken. Deze verantwoording is bestemd voor de bepaling van de definitieve bijdrage in het kader van de Subsidieregeling. De gewaarmerkte verantwoording is genummerd van blad tot en met blad .
Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Verder is ons onderzoek verricht met inachtneming van hetgeen is vermeld in het controleprotocol Ministerie van Verkeer en Waterstaat d.d. .
Wij zijn van oordeel dat de verantwoording voldoet aan de terzake geldende eisen.