40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringsregeling benoeming leden huurcommissie | BWBR0008020 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-05-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008020 | Uitvoeringsregeling benoeming leden huurcommissie |
Uitvoeringsregeling benoeming leden huurcommissie
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Benoeming van leden en plaatsvervangende leden
Artikel 2
Met betrekking tot de benoeming van leden en plaatsvervangende leden van een huurcommissie nemen gedeputeerde staten naast de daaraan in de wet gestelde voorschriften tevens het in deze regeling gestelde in acht.
Artikel 3
Tot lid of plaatsvervangend lid van een huurcommissie kunnen slechts worden benoemd personen die:
a. a. voldoen aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet voor benoeming gestelde voorwaarden; b. b. voor benoeming zijn aanbevolen door hetzij de Nederlandse Woonbond, gevestigd te Amsterdam, hetzij het Beraad Centrales van Woningcorporaties, gevestigd te De Bilt, of de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ), gevestigd te Voorburg; c. c. in staat zijn aan ten minste één zitting per maand op een werkdag tijdens de reguliere kantoortijden als lid of plaatsvervangend lid deel te nemen; d. d. zich bereid hebben verklaard en in staat worden geacht constructief, objectief en zelfstandig bij te dragen aan de besluitvorming binnen de huurcommissie; e. e. zodanige communicatieve vaardigheden bezitten dat de zittingen en de daarbij behorende beraadslagingen in de raadkamer, waaraan zij deelnemen, efficiënt kunnen verlopen; f. f. voldoende kennis bezitten of zich eigen kunnen maken van theorie en praktijk van woningexploitatie en theorie en praktijk van de belangenbehartiging van huurders.
Artikel 4
Indien in een vacature van een lid of plaatsvervangend lid van een huurcommissie dient te worden voorzien en de in artikel 3, onder b, genoemde organisaties, hoewel daartoe uitdrukkelijk door gedeputeerde staten opgeroepen, binnen twee maanden geen of geen geschikte persoon voor benoeming hebben aanbevolen, kunnen gedeputeerde staten, in afwijking van artikel 3, aanhef en onder b, een persoon in die vacature benoemen, die niet aan het gestelde in dat artikel-onderdeel voldoet. Gedeputeerde staten kunnen in een dergelijk geval andere organisaties die naar hun oordeel geacht kunnen worden de belangen van huurders of verhuurders te vertegenwoordigen, in de gelegenheid stellen een aanbeveling te doen.
Paragraaf 3. Overgangsbepaling
Artikel 5
Benoemingen waarvoor de aanbeveling is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, geschieden met inachtneming van de op het tijdstip van de aanbeveling geldende richtlijnen.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 6
De circulaire van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 13 augustus 1979, no. 2 814 105, Centrale Directie van de Volkshuisvesting, aan de Colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies inzake richtlijnen samenstelling huurcommissies (Stcrt. 1979, 158), wordt ingetrokken.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling benoeming leden huurcommissie.