rijk/ministeriele-regeling/vaststellingsbesluit-subsidieprogrammas-subsidieregeling-co2-reductie-verkeer-en/BWBR0015886
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vaststellingsbesluit subsidieprogrammas Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer BWBR0015886 ministeriele-regeling geldend 2003-11-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015886 Vaststellingsbesluit subsidieprogrammas Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer

Vaststellingsbesluit subsidieprogrammas Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. subsidieregeling: Subsidieregeling CO_2-reductie verkeer en vervoer; c. c. subsidieprogramma: CO_2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de subsidieregeling.

Artikel 2

De minister stelt de volgende subsidieprogrammas vast:

a. a. het Subsidieprogramma CO_2-reductie goederenvervoer dat is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit; b. b. het Subsidieprogramma CO_2-reductie personenvervoer dat is opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit; c. c. het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer dat is opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit.

Artikel 3

1.

Ten behoeve van de subsidieprogrammas, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, stelt de minister de volgende aanvraagformulieren vast:

a. a. een aanvraagformulier voor investeringsprojecten dat is opgenomen in bijlage 4 bij dit besluit. b. b. een aanvraagformulier voor kennisoverdrachtprojecten dat is opgenomen in bijlage 5 bij dit besluit. c. c. een aanvraagformulier voor toepassingsprojecten dat opgenomen is in bijlage 6 bij dit besluit.

2. Het aanvraagformulier Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer wordt overeenkomstig bijlage 7 bij dit besluit vastgesteld.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Bijlage 1. als bedoeld in

§ 1. Inleiding

Het Subsidieprogramma CO_2-reductie goederenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO_2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO_2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO_2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen van de subsidieregeling. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2002 tot en met 2005). Het onderhavige programma is een herziene versie als gevolg van de eerste tender (zie besluit van 8 mei 2002, nr. HDJZ/ABR/2002-723).

§ 2. Subsidiabele activiteiten

a. Dit programma staat open voor investeringsprojecten, toepassingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten als bedoeld in artikel 1 van de subsidieregeling.

b. Ten aanzien van investeringsprojecten en toepassingsprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen in de goederenvervoersectoren weg, spoor, binnen- en kustvaart, die investeringen plegen met betrekking tot, of daarmee verband houdend, alle op enig moment in Nederland opererende voertuigen of op enig moment in Nederlandse havens opererende vaartuigen, in aanmerking.

Onder kustvaart wordt hier verstaan: de verplaatsing over zee van lading of passagiers tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen waarvan de kustlijn langs de aan Europa grenzende binnenzeeën loopt.

c. Ten aanzien van kennisoverdrachtprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen en andere organisaties in aanmerking. De kennisoverdrachtprojecten moeten zijn gericht op de goederenvervoersectoren.

§ 3. Verhoging subsidiepercentage

De in de subsidieregeling vermelde percentages in artikel 4, eerste lid, onder a en b, worden met maximaal 10% bruto verhoogd, indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO_2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.

§ 4. Criteria voor de subsidie

a. Een investeringsproject voldoet aan de volgende criteria:

b. Een toepassingsproject moet voldoen aan de volgende criteria:

c. Een kennisoverdrachtproject voldoet aan de volgende criteria:

d. Voor een project gelden voorts de volgende criteria:

Voor intermodale en multimodale projecten geldt dat een verandering in vervoersmodaliteit moet worden aangetoond waarbij de bestaande en de nieuwe transportketen op voorhand bekend zijn.

§ 5. Verdeling van de gelden

De beschikbare gelden worden verdeeld naar rangschikking van de subsidieaanvragen. De investeringsprojecten en toepassingsprojecten worden gezamenlijk gerangschikt. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten geschiedt separaat.

§ 6. Rangschikking en beoordeling van de subsidieaanvragen

a. De rangschikking van investeringsprojecten en toepassingsprojecten wordt bepaald aan de hand van twee criteria:

De hiervoor genoemde twee criteria wegen even zwaar.

b. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

De hiervoor genoemde drie criteria wegen even zwaar. Een project wordt hoger gewaardeerd naarmate effect, voorbeeldwerking en slaagkans groter zijn.

§ 7. Indiening en beoordeling van een subsidieaanvraag

Aanvragen voor de tweede tender worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst en dienen uiterlijk op 16 februari 2004 te zijn ontvangen. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie, als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Projectbureau CO_2-reductieplan door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

§ 8. Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 2.750.000, voor investerings- en toepassingsprojecten samen, en € 250.000, voor kennisoverdrachtprojecten. Indien na rangschikking van de aanvragen blijkt dat een van de hiervoor genoemde budgetten niet is uitgeput, dan zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

§ 9. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na goedkeuring van het eindverslag als bedoeld in artikel 17 van de subsidieregeling informatie verstrekken met betrekking tot het resultaat van het project voor zover het de CO_2-emissie betreft. Voor de wijze waarop dit zal gebeuren wordt door het Projectbureau CO_2-reductieplan een opzet verstrekt.

§ 10. Uitgangspunten voor berekening

Bij de berekening van de CO_2-reductie, de subsidie-effectiviteit en de subsidiabele projectkosten gelden de volgende uitgangspunten:

§ 11. Forfaitaire kentallen

Waar van toepassing gelden bij berekeningen voor diverse energiebronnen de volgende forfaitaire waarden voor energie-inhoud en CO_2-emissiefactoren:

Bijlage 2. als bedoeld in

§ 1. Inleiding

Het Subsidieprogramma CO_2-reductie Personenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO_2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO_2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO_2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen zoals gesteld in de subsidieregeling. Het programma beperkt zich daarbij tot het ondersteunen van projecten die een substantiële bijdrage leveren aan de CO_2-reductie in de sector personenvervoer. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2002 tot en met 2005). Het onderhavige programma is een herziene versie als gevolg van de eerste tender (zie besluit van 8 mei 2002, nr. HDJZ/ABR/2002-723).

§ 2. Subsidiabele activiteiten

a. Dit subsidieprogramma staat open voor investeringsprojecten, toepassingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten als bedoeld in artikel 1 van de subsidieregeling.

b. Ten aanzien van investerings- en toepassingsprojecten komen in aanmerking: alle in Nederland gevestigde ondernemingen, evenals Nederlandse lokale en regionale overheden.

c. Ten aanzien van kennisoverdrachtprojecten komen in aanmerking: alle in Nederland gevestigde ondernemingen en andere organisaties, evenals Nederlandse lokale en regionale overheden.

De kennisoverdrachtprojecten moeten zijn gericht op het personenvervoer.

§ 3. Subsidiebedrag

De in de subsidieregeling vermelde percentages in artikel 4, eerste lid, onder a en b, worden met maximaal 10% bruto verhoogd indien de aanvrager geen onderneming drijft en het CO_2-reductieproject niet tot doel heeft de levering, tegen vergoeding, van goederen en diensten.

§ 4. Criteria voor de subsidie

a. Een investeringsproject moet voldoen aan de volgende criteria:

b. Een toepassingsproject moet voldoen aan de volgende criteria:

c. Een kennisoverdrachtproject moet voldoen aan de volgende criteria:

d. Voor een project gelden voorts de volgende criteria:

§ 5. Verdeling van de gelden

De beschikbare gelden worden verdeeld naar rangschikking van de subsidieaanvragen. De investeringsprojecten en toepassingsprojecten worden gezamenlijk gerangschikt. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten geschiedt separaat.

§ 6. Rangschikking en beoordeling van de subsidieaanvragen

a. De rangschikking van zowel investeringsprojecten als toepassingsprojecten wordt bepaald aan de hand van twee criteria:

De hiervoor genoemde twee criteria wegen even zwaar.

b. De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

De hiervoor genoemde drie criteria wegen even zwaar. Een project wordt hoger gewaardeerd naarmate effect, voorbeeldwerking en slaagkans groter zijn.

§ 7. Indiening subsidieaanvragen

Aanvragen voor de tweede tender kunnen worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst en dienen uiterlijk op 16 februari 2004 te zijn ontvangen. Na afloop van de periode van indiening brengt een adviescommissie, als bedoeld in artikel 6 van de subsidieregeling, advies uit over beoordeling en rangschikking van de aanvragen. Binnen maximaal 16 weken na sluiting van de aanvraagperiode zal de minister op een aanvraag beschikken.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij het Projectbureau CO_2-reductieplan door middel van een daar te verkrijgen aanvraagformulier.

§ 8. Subsidieplafond

Het subsidieplafond is gesteld op € 2.750.000, voor investeringsprojecten en toepassingsprojecten samen, en € 250.000, voor kennisoverdrachtprojecten.

Indien na rangschikking blijkt dat een van de hiervoor genoemde budgetten niet is uitgeput, dan zal het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere budget.

§ 9. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger zal gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na goedkeuring van het eindverslag, zoals bedoeld in artikel 17 van de Subsidieregeling, informatie verstrekken met betrekking tot het resultaat van het project voor zover het de CO_2-emissie betreft. Voor de wijze waarop dit zal gebeuren wordt door het Projectbureau CO_2-reductieplan een instructie verstrekt.

§ 10. Uitgangspunten voor berekening

Bij de berekening van de CO_2-reductie, de subsidie-effectiviteit en de subsidiabele projectkosten gelden de volgende uitgangspunten:

§ 11. Forfaitaire kentallen

Waar van toepassing gelden bij berekeningen voor diverse energiebronnen de volgende forfaitaire waarden voor energie-inhoud en CO_2-emissiefactoren:

Bijlage 3. als bedoeld in

§ 1. Inleiding

Het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer is een uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO_2-reductie Verkeer en Vervoer (Stcrt. 2001, nr. 213), hierna te noemen subsidieregeling. Dit programma is een herziene versie van het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer van 7 september 2001 (Stcrt. 2001, nr. 213).

Doel van het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer (RO&V 20032004) is het stimuleren van de toepassing en het gebruik van integrale ontwerpmethoden voor de afwikkeling van mobiliteit bij de (her)inrichting van woon- en werklocaties, met het oog op CO_2-reductie. Het gebruik van integrale ontwerpmethoden wordt gestimuleerd door middel van kennisoverdracht aan gemeentelijke en provinciale ambtenaren en bestuurders.

Het gebruik van integrale ontwerpmethoden houdt in dat intensieve samenwerking tussen stedenbouwkundigen/ RO ambtenaren en verkeerskundigen in een vroegtijdig stadium van het planproces voorop staat. Op deze wijze wordt een ruimtelijk ontwerp gerealiseerd met aandacht voor mobiliteit én kwaliteit van de leefomgeving, waarbij bewoners en werkenden op een vanzelfsprekende manier voor die wijze van verplaatsen kiezen die voor hen en voor de omgeving het meest geschikt is. Aldus wordt een bijdrage geleverd aan de rijksdoelstellingen zoals een beperking van het energiegebruik en de emissies van CO_2 en NO_x in het verkeer en vervoer. Tegelijkertijd wordt tegemoet gekomen aan lokale en regionale doelstellingen, zoals een verhoging van de verkeersveiligheid, het tegengaan van geluidhinder door het verkeer, en vergroting van de stedelijke diversiteit en de ruimtelijk-functionele kwaliteit.

Voorbeelden van integrale ontwerpmethoden zijn VervoersPrestatie op Locatie, LAngzaam Rijden GAat Sneller en VervoersPrestatie Regionaal (hierna respectievelijk VPL, Largas en VPR genoemd). Kenmerkend voor deze methoden is dat steeds vanuit het laagste schaalniveau wordt geredeneerd. Het gemak van de gebruiker geldt daarbij als uitgangspunt.

De VPL en VPR zijn toepasbaar op alle ruimtelijke plannen op respectievelijk lokaal en regionaal niveau, waarbij met name het verkorten van af te leggen afstanden en de vervoerwijzekeuze worden beoogd. Largas wordt toegepast op gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom om de verkeersafwikkeling te verbeteren en verhoogt de stedelijke kwaliteit rond de aders en in de omliggende gebieden. Het verkeerskundig principe is eenvoudig; lagere en gelijkmatigere snelheden en het verwijderen van een groot deel van de verkeerslichten bevorderen het gestaag doorrijden van het verkeer. Hierdoor kunnen belangrijke milieuvoordelen behaald worden met behoud, of zelfs vergroting, van de capaciteit. Genoemde methoden zijn toepasbaar in zowel nieuwbouwsituaties als in herstructurerings- en herinrichtingsgebieden.

De ervaringen met integrale ontwerpmethoden zijn gunstig, de resultaten laten zien dat de aanpak werkt. Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van dergelijke projecten, is bestuurlijk en ambtelijk draagvlak voor het streven naar een meer duurzame afwikkeling van de mobiliteit.

Het is ook mogelijk een andere, hier niet benoemde integrale aanpak te gebruiken. Deze moet echter eveneens voldoen aan de criteria zoals genoemd in de paragrafen 2 en 3.

§ 2. Subsidiabele activiteiten

a. Het CO_2-programma RO&V staat open voor kennisoverdrachtprojecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de subsidieregeling.

b. Projectkosten als bedoeld in artikel 5 van de subsidieregeling, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover deze betrekking hebben op de overdracht van kennis omtrent de toepassing en het gebruik van integrale ontwerpmethoden die leiden tot een stedelijk ontwerp met potentieel substantiële CO_2-emissiereductie. Hieronder volgt een nadere specificatie van de subsidiabele projectkosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de subsidieregeling:

c. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele projectkosten, tot een maximum van € 24.950, per project.

§ 3. Beoordelingscriteria

Een project moet aan de volgende criteria voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.

a. Het project wordt uitgevoerd met behulp van de VPL, VPR of Largas methodiek, zoals beschreven in het Handboek VPL, het Basisboek VPR en de conceptbeschrijving Largas. Het gebruik van een andere ontwerpmethode is toegestaan indien aan de overige onder dit punt genoemde criteria wordt voldaan alsmede aan de verplichtingen van de subsidieontvanger (zie paragraaf 4 van dit programma).

b. Wanneer sprake is van een project dat betrekking heeft op een/meerdere woonlocatie(s), behelzen deze tenminste 500 woningen;

Wanneer sprake is van een project dat betrekking heeft op een/meerdere werklocatie(s), behelzen deze tenminste 1000 werkenden;

In geval van toepassing van Largas, betreft het een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom, waarvan minimaal 2 kruispunten met VRI die volgens de Largas methodiek vervangen worden door kruispunten zonder VRI.

c. Het ambitieniveau ten aanzien van de te behalen CO_2-emissiereductie wordt uitgedrukt in tonnen en bedraagt tenminste 5% ten opzichte van de referentiesituatie.

d. Bij de uitvoering van het project werken blijkend uit de projectorganisatiestructuur tenminste de verkeers- en de stedenbouwkundig/RO verantwoordelijken samen. Betrokkenheid van andere belanghebbende organisaties is nadrukkelijk gewenst.

e. Tijdens het project worden, naast de referentiesituatie, tenminste drie alternatieve planvarianten uitgewerkt. De CO_2-uitstoot wordt voor de referentievariant en alle planvarianten berekend in ton/jaar.

f. De totale projectduur is ten hoogste 2 jaar.

§ 4. Subsidieplafond

Het subsidieplafond is gesteld op € 500.000,.

§ 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Bij de subsidieverlening worden onder meer de volgende verplichtingen opgelegd.

a. De subsidieontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit omtrent de voortgang van het project. De subsidieverlener stelt hiervoor richtlijnen ter beschikking.

b. De evaluatie van het project wordt neergelegd in een rapport, dat tenminste een beschrijving bevat van:

De subsidieverlener stelt voor de opstelling van het rapport richtlijnen ter beschikking.

c. De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd gedurende een periode van ten hoogste drie jaar, ingaand na goedkeuring van het eindrapport, informatie met betrekking tot het verdere gebruik van het resultaat van het project alsmede de consequenties hiervan op de CO_2-emissiereductie.

d. De subsidieontvanger vult na afloop van het project een factsheet in met betrekking tot de kenmerken en resultaten van het project zoals dat door de subsidieverlener wordt verstrekt.

e. Gedurende de looptijd van het project en een periode van ten hoogste drie jaar na afloop van het project kunnen gegevens over het project worden gebruikt ten behoeve van communicatieactiviteiten van de subsidieverlener.

§ 6. Procedures

a. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend door Nederlandse gemeenten, provincies en kaderwetgebieden.

b. Aanvragen voor kennisoverdrachtprojecten die voldoen aan het vereiste van artikel 8, tweede lid, van de subsidieregeling worden behandeld in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat de dag waarop de aanvraag volledig is, wordt beschouwd als datum van ontvangst van de subsidieaanvraag.

c. Indien het project door meerdere partijen gezamenlijk zal worden uitgevoerd, wordt de aanvraag op één formulier ingediend met vermelding van alle deelnemers van het project. Tevens wordt in de aanvraag vermeld welke deelnemer zal optreden als projectleider en penvoerder namens de overige deelnemers en als contactpersoon voor Novem. De aanvraag wordt ondertekend door alle deelnemers aan het project.

d. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit programma wordt geplaatst en dienen uiterlijk op 15 oktober 2004 te zijn ontvangen door Novem.

e. De subsidieaanvraag kan slechts worden ingediend met behulp van het daarvoor ontworpen en door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

§ 7. Nadere informatie

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend bij Novem, waar tevens een aanvraagformulier verkrijgbaar is.

De volgende informatie inzake VPL, VPR en Largas is beschikbaar:

Het VPL handboek is te bestellen via http://www.CROW.nl.

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 6

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage 7

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.