rijk/ministeriele-regeling/vijfde-faciliteringsregeling-regionale-expertisecentra-in-oprichting-schooljaar/BWBR0013706
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Vijfde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003 BWBR0013706 ministeriele-regeling geldend 2002-05-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013706 Vijfde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003

Vijfde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Met de subsidie wordt beoogd de REC i.o. in staat te stellen een jaar proef te draaien met de beoogde wettelijke taken, zoals die zijn geformuleerd in het wetsvoorstel ter wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (rege- ling leerlinggebonden financiering) (Kamerstukken I 2001/ 2002, 27 728 nr. 199).

Artikel 3

1. De subsidie voor een REC i.o. bedraagt € 27.200,-, vermeerderd met € 9.100,- voor elke aan het REC i.o. deelnemende school en vermeerderd met de helft van de som van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2001 is ingeschreven bij de aan het REC i.o. deelnemende scholen en het aantal door die scholen ambulant begeleide leerlingen op die datum, vermeerderd met 15% en vermenigvuldigd met € 155,-.

2. Indien sprake is van het samengaan in één rechtspersoon van RECs i.o. die in het kader van de Vierde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting 2001 - 2002 subsidie hebben ontvangen, wordt het subsidiebedrag van € 27.200,- bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal RECs i.o binnen de rechtspersoon waaraan subsidie is verleend op grond van genoemde regeling.

Artikel 4

1. Om voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, in aanmerking te komen dient het REC i.o. het aanvraagformulier Vijfde faciliteringsregeling RECs i.o. 2002 - 2003 in te vullen en te ondertekenen. Dit aanvraagformulier wordt automatisch aan de RECs i.o. toegestuurd door de wegbereiders.

2. De aanvraag gaat vergezeld van een afschrift van de notariële akte van de instelling van de rechtspersoon.

3.

De aanvraag inclusief het afschrift van de notariële akte wordt ingediend bij:

  • Centrale Financiën Instellingen Postbus 606 2700 ML Zoetermeer t.a.v. CFI/FTO/TBD Onder vermelding van: Aanvraag facilitering regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003.

4. Binnen een maand na ontvangst van de subsidieaanvraag ontvangt het RECs i.o. bericht over de toekenning. Indien de aanvraag voor 15 juli 2002 is ingediend, ontvangt het REC i.o. voor 1 augustus 2002 bericht over de toekenning. De aanvraag dient uiterlijk 15 september 2002 te zijn ingediend. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 5

1.

Het REC i.o. draait gedurende het schooljaar 2002 -2003 proef met de volgende taken:

a. het instandhouden van een commissie voor de indicatiestelling (CvI). Ten aanzien van de samenstelling van de CvI geldt dat de CvI bestaat uit:

        a.
        een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en
      
      
        b.
        vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;

a. a. een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en b. b. vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;

2.

De leden van de CvI vervullen geen nevenbetrekking of nevenwerkzaamheden die schadelijk zijn voor de vervulling van de functie van lid van de commissie en zij verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak.

  • het coördineren van de ambulante begeleiding, aan de reguliere scholen in de regio;
  • het ondersteunen van de ouders bij het indienen van een verzoek om indicatie-stelling;
  • het coördineren van onderzoeksactiviteiten door de (v)so-scholen in de regio ten behoeve van de indicatiestelling;
  • het ondersteunen van de ouders van een geïndi- ceerde leerling bij het zoeken naar een reguliere of een (v)so-school.

3. De CvI adviseert aan de CVO en het bevoegd gezag van de scholen, op basis van de aangeleverde dossiers en op basis van de indicatiecriteria en procedures over de toelating van de leerling die staan beschreven in de bijlage bij deze regeling. Het advies van de CvI wordt gevoegd bij het gemeenschappelijk rapport. Een afschrift van de dossiers die de CvI heeft behandeld wordt vervolgens doorgestuurd naar de Tijdelijke commissie advisering indicatiestelling (TCAI). Deze procedure dient ook gevolgd te worden voor leerlingen die rechtstreeks met aanvullende formatie en ambulante begeleiding het regulier onderwijs willen instromen. Voor leerlingen die worden ingeschreven op een school omdat zij zijn geplaatst in een Justitiële Jeugdinstelling hoeft de beschreven procedure niet te worden gevolgd.

4. Het REC i.o. verleent medewerking aan de evaluatie van het proefdraaien. De evaluatie met betrekking tot de indicatiestelling wordt uitgevoerd door de TCAI. In het kader van deze evaluatie organiseert de TCAI terugkoppelbijeenkomsten en scholingsactiviteiten. De leden van de CvI nemen hier aan deel. Voor de evaluatie van de overige taken rapporteert het REC i.o. aan de wegbereiders.

Artikel 6

De subsidie wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald.

Artikel 7

1. De financiële verantwoording wordt uiterlijk 1 november 2003 ingediend bij de Centrale Financiën Instellingen (Cfi) t.a.v. Productgroep Verantwoorden.

2. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.

4. De vaststelling van de subsidie vindt achteraf plaats. Indien uit de financiële verantwoording blijkt dat de subsidie niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling, kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Artikel 8

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Vijfde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003.

Bijlage . Criteria voor indicatiestelling