rijk/ministeriele-regeling/wijziging-besluit-rijksvergoeding-onderzoekkosten-wwv/BWBR0003111
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijziging Besluit Rijksvergoeding onderzoekkosten WWV BWBR0003111 ministeriele-regeling geldend 1976-07-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003111 Wijziging Besluit Rijksvergoeding onderzoekkosten WWV

Wijziging Besluit Rijksvergoeding onderzoekkosten WWV

Artikel 1

Onder de kosten als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onder f, van de Wet Werkloosheidsvoorziening worden verstaan:

a. a. het bruto-salaris, vermeerderd met de daarop vallende, ten laste van het gemeentebestuur blijvende, sociale lasten en eventueel met de kindertoelage, alsmede de reiskosten tot ten hoogste de voor vergelijkbare gemeente-ambtenaren geldende bedragen, betreffende de personen, die door het gemeentebestuur uitdrukkelijk voor hun volledige dagtaak voor het verrichten van onderzoek, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening zijn aangewezen; b. b. een naar evenredigheid te bepalen aandeel in de onder a genoemde uitgaven, indien de betrokken personen aan het daar bedoelde onderzoek geen volledige dagtaak hebben, mits zij voor het overige deel van hun dagtaak geheel, of nagenoeg geheel, door het gemeentebestuur zijn aangewezen voor het verrichten van onderzoekwerkzaamheden ten behoeve van andere regelingen. Ter zake van de hier vermelde voorwaarde kan door de rijksconsulent, als bedoeld in artikel 37 van de Wet Werkloosheidsvoorziening, op verzoek van het gemeentebestuur, geheel of gedeeltelijk, eventueel voor een bepaalde periode, ontheffing worden verleend.

Artikel 2

Het gemeentebestuur houdt met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde onderzoeken een zodanige registratie, dat:

  • deze bijdraagt tot het verkrijgen van een inzicht in de mate waarin onderzoeken hebben plaatsgevonden;
  • aan de hand daarvan het aandeel, bedoeld in artikel 1, onder b, kan worden bepaald.

Artikel 3

Onder de kosten als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onder f, van de Wet Werkloosheidsvoorziening worden voorts verstaan:

a. a. het bruto-salaris, vermeerderd met de daarop vallende, ten laste van het gemeentebestuur blijvende, sociale lasten en eventueel met de kindertoelage, alsmede de reiskosten tot ten hoogste de voor vergelijkbare gemeente-ambtenaren geldende bedragen, betreffende de functionarissen, die door het gemeentebestuur uitdrukkelijk voor hun volledige dagtaak zijn belast met het rechtstreekse toezicht op de in artikel 1 bedoelde personen, voor zover deze onderzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening, verrichten: b. b. een naar evenredigheid te bepalen aandeel in de onder a genoemde uitgaven, indien de betrokken functionarissen aan het daar bedoelde toezicht geen volledige dagtaak hebben, mits zij voor het overige deel van hun dagtaak geheel zijn belast met het rechtstreekse toezicht op personen, die onderzoekwerkzaamheden ten behoeve van andere regelingen verrichten.

Artikel 4

Het besluit dd. 29 juli 1976, Directoraat-Generaal voor Sociale Voorzieningen, Directie Complementaire Sociale Voorzieningen, nr. 62,973/III (Stcrt. 165 dd. 26-8-1976) betreffende de rijksvergoeding in de kosten van onderzoek ex artikel 21, eerste lid, en artikel 26, eerste lid van de Wet Werkloosheidsvoorziening, vervalt.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 17 juli 1976 en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.