rijk/pbo/hygiënebesluit-kuikenbroederijen-legsector-2003/BWBR0016093
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003 BWBR0016093 pbo geldend 2004-01-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016093 Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003

Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003

Artikel 1

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999, over.

Artikel 2

1. Het programma volgens welke de ondernemer, die een kuikenbroederij uitoefent, hygiëne- onderzoeken moet laten uitvoeren is opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

2. leder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken op kuikenbroederijen verricht en is aangewezen door de Voorzitter, dient te werken volgens de voorschriften van het in bijlage I opgenomen Protocol.

3. De voorwaarden waaronder een ondernemer, die een kuikenbroederij uitoefent, zelf een deel van het programma mag uitvoeren zijn opgenomen in bijlage II.

4. Een hygiëne-onderzoek dient te voldoen aan de normen die zijn opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

Artikel 3

Eendagskuikens dienen door de kuikenbroederij bemonsterd te worden volgens de werkvoorschriften als opgenomen in het in bijlage III opgenomen Protocol.

Naast de reguliere door de broederijen uitte voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD.

Artikel 4

1. De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de monsters, bedoeld in artikel 3, dient schriftelijk te worden vastgelegd.

2. De informatie betreffende de status, zoals omschreven in bijlage IV, van een partij eendagskuikens die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren dient direct bij aflevering schriftelijk te worden doorgegeven aan de afnemer.

Artikel 5

1. Broedeieren dienen te worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in bijlage V, teneinde kruisbesmetting te voorkomen.

2.

De kuikenbroederij van ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens-leghennen te voldoen aan de volgende inrichtingseisen:

a. a. de broedeierenstroom dient te lopen in één richting; b. b. de stroomrichting van de lucht, de kuikens, het bedrijfsafval en het destructiemateriaal mag niet tegengesteld zijn aan de stroomrichting van de broedeieren; c. c. de ventilatiesystemen van de voorbroed- en uitkomstlokalen zijn zodanig van elkaar gescheiden dat geen lucht van de uitkomstlokalen in de voorbroedlokalen kan komen; d. d. er mag geen onderdruk in de voorbroedlokalen ten opzicht van de uitkomstlokalen ontstaan; e. e. de uit- en inlaatopeningen zijn zover van elkaar verwijderd dat in de voorbroedlokalen geen instroom van lucht van het uitkomst- en kuikenlokaal kan plaatsvinden; f. f. de aan- en afvoer van broedeieren, de afvoer van eendagskuikens en de afvoer van destructiemateriaal gebeurt fysiek gescheiden van elkaar.

3. Ondernemers die een kuikenbroederij uitoefenen die alleen worden gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van eendagskuikens-moederdier-legrassen of eendagskuikens- leghennen dienen een reinigings- en ontsmettingsplan op te stellen, waarin wordt vastgelegd op welke wijze de kuikenbroederij wordt gereinigd en ontsmet na vaststelling van een besmetting.

4. Indien uit het onderzoek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt dat de eendagskuikens die bestemd zijn voor de productie van consumptie-eieren besmet zijn met Salmonella enteritidis en/of Salmonella typhimurium dan dient de betreffende ondernemer de kuikenbroederij overeenkomstig het in de vorige lid bedoelde plan te reinigen en te ontsmetten.

Artikel 5A

Indien uit verificatieonderzoek bij dieren op fok- of vermeerderingsbedrijven blijkt dat deze S.e./S.t. besmet zijn dienen alle broedeieren, die door de betreffende besmette koppels zijn geproduceerd en reeds in de broederij zijn ingelegd, te worden behandeld als categorie 2-materiaal in de zin van EU- verordening 1774/2002. Eieren die door bovengenoemde koppels zijn geproduceerd en nog niet zijn ingelegd mogen worden afgezet naar de eiproductenindustrie of moeten een andere effectieve en behandeling ondergaan. De eigenaar van de S.e. of S.t. besmette broedeieren kan er te allen tijde voor kiezen deze te laten vernietigen.

Artikel 5B

Indien hetzij donsuitslagen, hetzij meconiumuitslagen hetzij uitslagen van onderzoek op liggenblijvers S.e. en/of S.t. positief zijn dienen bij de volgende uitkomst (na bekend worden van de positieve uitslag) van dit betreffende vermeerderingskoppel naast het reguliere onderzoek, 60 liggenblijvers te worden bemonsterd. Deze monsters worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het protocol in Bijlage III. De monsters worden geanalyseerd door een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

Artikel 6

1. Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003".

2. Dit besluit treedt in werking op de dag na die van zijn publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Bijlage I. : Hygiëne-onderzoeken in de broederij

Bijlage II. : Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het programma hygiëne-onderzoeken

Het programma voor hygiëne-onderzoeken zoals beschreven in bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat tweemaal per jaar zal plaatsvinden en uit vier kortere onderzoeken. Het routine hygiëne-onderzoek (onderdeel A uit bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, dat wil zeggen, mits:

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de systeemtoets van de broederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëne-onderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëne-onderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD).

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende zijn of slecht dan voert de GD opnieuw de korte onderzoeken uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de broederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij

Bijlage IV. : Indeling status voor informatie-overdracht (leg)

De kuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan de afnemer de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere vermeerderaars werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van deze vermeerderaars uit andere kasten (meteen negatieve uitslag) niet ais mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welke vermeerderaar de besmetting afkomstig is.

Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welke vermeerderaarde besmetting afkomstig is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle vermeerderaars die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Een isolatie van een Salmonella enteritidis en/of Salmonella typhimurium zal daarnaast ook leiden tot traceringconderzoek in het kader van de Se/St bestrijding.

Bijlage V. : Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kuikenbroederij

De kuikenbroederij dient broedeieren in de kuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling: