rijk/pbo/hygiënebesluit-vleeskuikenbedrijven-ppe-2010/BWBR0029033
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010 BWBR0029033 pbo geldend 2010-11-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0029033 Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010

Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010

Paragraaf . Begripsbepalingen

Artikel 1

Dit besluit neemt de begrippen, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening), over, en verstaat daarnaast onder

Paragraaf . Hygiënogram

Artikel 2

1. De uitslag van een hygiënogram als bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Verordening, is kleiner dan of gelijk aan 1,5.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter dan 1,5 maar kleiner dan of gelijk aan 3,0 is, dan vindt tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiënogram plaats.

3. Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter is dan 3,0 dan wordt tijdens de volgende leegstandsperiode de stal ontsmet door een professioneel ontsmettingsbedrijf. Na de ontsmetting vindt opnieuw een hygiënogram plaats.

4. Wanneer overeenkomstig Bijlage III van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007 de uitslag van twee van de vijf onderdelen van de visuele controle, slecht is, wordt na de volgende ronde nogmaals een hygiënogram uitgevoerd.

Paragraaf . Salmonella onderzoek

Artikel 3

1. De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder a., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage I.

2. De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage II.

3. De monstername bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens.

4. In afwijking van het derde lid mag de monstername vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel voordat het de leeftijd van 34 dagen heeft bereikt naar de slachterij wordt afgevoerd.

5. De uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername is gedurende drie weken geldig vanaf de datum van de uitvoering van de monstername.

6. De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen schriftelijk vast en geeft deze door aan de leverancier van de eendagskuikens.

7. De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen evenals de informatie die hij verkrijgt van de leverancier van de eendagskuikens schriftelijk vast en geeft dit tenminste 24 uur voor de aflevering van de vleeskuikens door aan de slachterij. Het betreffende door de voorzitter erkende laboratorium kan, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen eveneens doorgeven aan de slachterij.

8. De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van de overeenkomstig het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij, binnen 14 dagen na het slachten, in zijn bezit is.

Paragraaf . Monstername vanwege het productschap

Artikel 4

1. De monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder c., van de Verordening kan door of namens GD worden uitgevoerd bij een vleeskuikenbedrijf wanneer op grond van de analyse van de door de ondernemer overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername een besmetting met de serotypen Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Virchow, Salmonella Hadar of Salmonella Infantis bij een koppel vleeskuikens is aangetoond.

2. De in het eerste lid bedoelde monstername wordt uitgevoerd bij één koppel op het betreffende vleeskuikenbedrijf.

3. Indien de in het eerste lid bedoelde monstername niet in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven is uitgevoerd, kan de voorzitter jaarlijks zoveel vleeskuikenbedrijven aanwijzen totdat in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven de monstername door of namens GD is uitgevoerd.

Paragraaf . Laden besmette kuikens

Artikel 5

1. Indien de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3 aantoont dat een koppel vleeskuikens besmet is met Salmonella, zorgt de ondernemer er voor dat dit koppel gescheiden van niet besmette koppels wordt gevangen en van het bedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.

2. De ondernemer maakt schriftelijk afspraken met een vangbedrijf over het gescheiden vangen en afvoeren van het bedrijf en heeft deze schriftelijke afspraken op zijn bedrijf aanwezig.

Paragraaf . Campylobacteronderzoek

Artikel 6

1. Met het oog op de aanwezigheid van Campylobacter draagt de ondernemer er zorg voor dat twee maal per jaar een koppel vleeskuikens wordt bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage III, voordat dit koppel van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.

2. De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid schriftelijk vast.

3. De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het erkende laboratorium, en wordt door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, aan de slachterij doorgegeven.

Paragraaf . Monstername onder toezicht

Artikel 7

1. Wanneer in een stal van de ondernemer gedurende twee achtereenvolgende ronden een afwijking wordt geconstateerd tussen de uitslagen van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monsternamen en de uitslag van de overeenkomstig het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij, geeft de voorzitter de controle-instantie opdracht om ten minste op drie volgende door de ondernemer uit te voeren monsternamen toezicht te houden.

2. De kosten voor de in het eerste lid bedoelde monstername onder toezicht komen voor rekening van de ondernemer.

3. De monsters welke worden genomen tijdens de in het eerste lid bedoelde monstername worden door een erkend laboratorium geanalyseerd.

4. De ondernemer bewaart de schriftelijke uitslag van de analyse van de in het eerste lid bedoelde monstername en geeft deze, binnen 1 week na ontvangst van het erkende laboratorium, door aan het productschap.

5. Indien de in het eerste lid bedoelde controle-instantie vaststelt dat de ondernemer de onder het toezicht van de controle-instantie verrichte monsternamen naar behoren heeft uitgevoerd, mag de ondernemer de volgende monsternamen zonder toezicht van de controle-instantie uitvoeren.

Paragraaf . Salmonella Java

Artikel 8

1. Indien de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I (inlegvellen) of II (mestmonsters) uitgevoerde monstername een Salmonella Java besmetting aantoont, wordt deze besmetting door de ondernemer of, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen 24 uur, na de uitslag van de analyse, schriftelijk gemeld aan het productschap.

2. Indien de in artikel 3, achtste lid, genoemde uitslag Salmonella Java aantoont, wordt deze uitslag door de ondernemer of, onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen 24 uur na de uitslag van de analyse, schriftelijk gemeld aan het productschap.

3. Bij de in het eerste en tweede lid genoemde meldingen worden de volgende gegevens doorgegeven: KIP-nummer, geboortedatum koppel, afvoerdatum koppel, stalnummer, datum monstername, soort monstername (inlegvellen, overschoentjes of blindedarm), evenals de datum van de uitslag van de analyse.

4. De ondernemer zorgt ervoor dat een kopie van de in het eerste en tweede lid bedoelde melding op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is.

5. Indien de uitslag van de analyse overeenkomstig Bijlage I (inlegvellen), Bijlage II (mestmonsters), of het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij aantoont dat op een vleeskuikenbedrijf een koppel vleeskuikens met een Salmonella Java is besmet, informeert de ondernemer iedere bezoeker hierover bij het maken van de bezoekafspraak.

6. Een bezoek aan een vleeskuikenbedrijf waar een met Salmonella Java besmet koppel vleeskuikens aanwezig is, vindt plaats na andere bezoeken op die dag.

Artikel 9

1. Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is geconstateerd overeenkomstig het in Bijlage I (inlegvellen) of II (mestonderzoek) uitgevoerde onderzoek wordt na afvoer van dat koppel de stal gereinigd en ontsmet volgens Bijlage V.

2. Na de in het eerste lid genoemde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI.

3. Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is geconstateerd overeenkomstig het in Bijlage I of II uitgevoerde onderzoek, vindt bij het eerstvolgende koppel vleeskuikens, als dit een leeftijd van twee weken heeft bereikt, door of namens de ondernemer het onderzoek overeenkomstig Bijlage II plaats.

4. Indien het in het tweede lid bedoelde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, wordt na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens drie weken leegstand van de stal gehanteerd. De ondernemer meldt de opzet van het volgende koppel vleeskuikens, 24 uur voor opzet, aan het productschap.

5. Tijdens de in het vierde lid bedoelde leegstandsperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal overeenkomstig Bijlage V.

6. Na de in het vijfde lid bedoelde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI.

7. De ondernemer meldt de uitslagen van de in het tweede en zesde lid genoemde swabonderzoeken binnen 24 uur aan het productschap.

8.

Indien het in het zesde lid genoemde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, neemt de ondernemer de volgende maatregelen:

A) A) na afvoer van het koppel vleeskuikens hanteert de ondernemer een leegstandsperiode in de stal; B) B) tijdens deze leegstandperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal en laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI; C) C) de onder B) genoemde handelingen worden net zo lang uitgevoerd totdat geen Salmonella Java in de stal wordt aangetoond; D) D) indien het swabonderzoek geen Salmonella Java aantoont mag de ondernemer een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en meldt de ondernemer de uitslag van het swabonderzoek en de opzet van het nieuwe koppel vleeskuikens binnen 24 uur, voor opzet, aan het productschap.

Artikel 10

1. Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is aangetoond overeenkomstig de in het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 genoemde monstername op de slachterij, reinigt en ontsmet de ondernemer na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens de stal overeenkomstig Bijlage V.

2. Na de in het eerste lid genoemde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI. De ondernemer mag na het swabonderzoek direct een nieuw koppel vleeskuikens opzetten.

3. Indien het in het tweede lid bedoelde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, hanteert de ondernemer na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens een leegstandsperiode van drie weken in de stal. De ondernemer meldt de opzet van het volgende koppel vleeskuikens binnen 24 uur na de opzet aan het productschap.

4. Tijdens de in het derde lid bedoelde leegstandsperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal overeenkomstig Bijlage V.

5. Na de in het vierde lid bedoelde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI.

6.

Indien het in het vijfde lid genoemde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, neemt de ondernemer de volgende maatregelen:

A) A) na afvoer van het koppel vleeskuikens hanteert de ondernemer een leegstandsperiode in de stal; B) B) tijdens deze leegstandperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal en laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI; C) C) de onder B) genoemde handelingen worden net zo lang uitgevoerd totdat geen Salmonella Java in de stal wordt aangetoond; D) D) indien het swabonderzoek geen Salmonella Java aantoont mag de ondernemer een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en meldt de ondernemer de uitslag van het swabonderzoek en de opzet van het nieuwe koppel vleeskuikens binnen 24 uur, voor opzet, aan het productschap.

Artikel 11

De ondernemer meldt de leegstandsperioden bedoeld in artikel 9, vierde en achtste lid, en artikel 10, derde en zesde lid, binnen 24 uur nadat de ondernemer de analyse van het in artikel 9, tweede lid, bedoelde swabonderzoek ontvangen heeft. De ondernemer heeft een schriftelijk kopie van deze melding op het bedrijf aanwezig.

Paragraaf . Graan

Artikel 12

1. Indien de ondernemer aan een koppel vleeskuikens graan voert afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig van een andere teler, houdt hij van iedere partij graan een monster achter.

2. Indien bij een koppel vleeskuikens een besmetting met Salmonella is aangetoond, wordt het achtergehouden monster graan overeenkomstig Bijlage IV onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella.

3. Indien uit het in het tweede lid bedoelde onderzoek blijkt dat het monster graan is besmet met Salmonella, voert de ondernemer de rest van de partij graan niet aan een koppel vleeskuikens, tenzij dit zodanig is behandeld dat het niet meer met Salmonella is besmet.

4. Na de in het derde lid bedoelde behandeling wordt het graan ter verificatie opnieuw, overeenkomstig Bijlage IV, onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien het ter verificatie uitgevoerde onderzoek heeft uitgewezen dat het graan niet meer met Salmonella is besmet mag de ondernemer het aan een koppel vleeskuikens voeren.

Paragraaf . Kratten en containers

Artikel 13

Indien de ondernemer constateert dat de kratten of containers waarin een koppel vleeskuikens wordt vervoerd niet schoon zijn, maakt hij hiervan direct melding aan het productschap.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 14

1. Het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 wordt ingetrokken.

2. Elke verwijzing naar het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 in de regelgeving van het productschap wordt geacht te verwijzen naar het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010.

Artikel 15

1. Dit besluit wordt aangehaald als: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010.

2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst.

Bijlage I. Werkvoorschrift voor het nemen van monsters inlegvellen

Dit werkvoorschrift beschrijft de monstername van inlegvellen zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella van vleeskuikens bij aankomst. De monsters worden genomen op het vleeskuikenbedrijf door of namens de ondernemer.

Aantal en locatie te nemen monsters

Uitvoering monstername

Monsters dienen te worden geanalyseerd op alle serotypen Salmonella. Indien het serotype Salmonella Java wordt geconstateerd via het inlegvellenonderzoek, moeten de besmetting en het betrokken pluimveebedrijf (KIP-nummer) binnen 24 uur worden gemeld bij het productschap. De ondernemer is hiervoor verantwoordelijk.

Bijlage II. Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Salmonella

Dit werkvoorschrift beschrijft de mestmonstername zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskuikens voor het afleveren aan de slachterij. De monsters worden genomen door of namens de ondernemer. De monstername moet plaatsvinden met behulp van overschoenen.

Monstername met overschoentjes

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

Uitvoering monstername

Monsters dienen te worden geanalyseerd op alle serotypen Salmonella middels de PVE MSRV branchemethode. Indien het serotype Salmonella Java wordt geconstateerd via het mestonderzoek, moeten de besmetting en het betrokken pluimveebedrijf (via KIPnummer) binnen 24 uur worden gemeld bij het productschap. De ondernemer is hiervoor verantwoordelijk.

In het geval het huisvestingssysteem niet toereikend is om met behulp van overschoenen monstername uit te voeren, kan in overleg met het productschap worden besloten om in plaats van overschoenen onderstaande methode toe te passen.

Monstername met wattenstaafjes

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

Uitvoering monstername

Inzendformulier

Monsters dienen te worden geanalyseerd op alle serotypen Salmonella middels de PVE MSRV branchemethode. Indien het serotype Salmonella Java wordt geconstateerd via het mestonderzoek, moeten de besmetting en het betrokken pluimveebedrijf (via KIPnummer) binnen 24 uur worden gemeld bij het productschap. De ondernemer is hiervoor verantwoordelijk.

Bijlage III. Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Campylobacter

Dit werkvoorschrift beschrijft de mestmonstername zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Campylobacter bij vleeskuikens voor het afleveren. De monsters worden genomen door of namens de ondernemer.

Toelichting

De ervaring leert dat in een met Campylobacter besmette stal doorgaans een zeer hoog percentage van de dieren besmet is. Aannemende dat in de hierna beschreven werkwijze elk monster van gemiddeld 2 dieren afkomstig is, kan zodoende een Campylobacter besmetting van tenminste 30% van de dieren met een zekerheid van 95% worden aangetoond.

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

Uitvoering monstername

Inzendformulier

Verzending monsters

Onderzoek op Campylobacter vindt bij elk vleeskuikenbedrijf twee maal per jaar plaats. In onderstaand schema is aangegeven wanneer de monsters genomen moeten worden. In geval van leegstand van de stal in één van de hieronder genoemde perioden, dient de ondernemer binnen een maand na opzet van een nieuw koppel vleeskuikens een monstername in het kader van het onderzoek naar Campylobacter uit te voeren. Er dienen, ook in geval van tijdelijke leegstand, altijd twee onderzoeken per jaar, verspreid over het jaar, uitgevoerd te worden.

Bijlage IV. Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek op aanwezigheid van Salmonella

Van ieder partij graan die op het pluimveebedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks van een andere teler, dient een monster te worden achtergehouden wanneer de partij wordt opgeslagen. Indien bij het koppel vleeskuikens een Salmonella besmetting wordt geconstateerd en de oorzaak van de besmetting is onbekend, dient het achtergehouden monster graan op de aanwezigheid van Salmonella te worden onderzocht.

Monstername

Analyse

Bijlage V. Protocol voor het reinigen en ontsmetten van met Salmonella Java besmette pluimveestallen en inventaris

In deze bijlage wordt een protocol beschreven dat algemeen toepasbaar is en dient te worden ingevuld op basis van de specifieke bedrijfssituatie. Hiermee wordt onder meer bedoeld dat de te kiezen middelen en doseringen door de ondernemer zelf moeten worden ingevuld. Uiteraard is het raadzaam om deskundig advies in te winnen over de keuze van het materiaal, zodat de verschillende middelen goed op elkaar zijn afgestemd en niet contraproductief werken. Daarnaast hangt de werkwijze af van het type pluimvee en de daarbij horende staltypen.

Over reinigen en ontsmetten bestaan veel verschillende meningen bij mensen die in de pluimveehouderij werkzaam zijn. De meningen lopen uiteen van alles moet steriel zijn als in een operatiekamer tot alleen met water reinigen is genoeg.

De verordeningen van het Productschap Pluimvee en Eieren schrijven echter bepaalde werkwijzen voor die kunnen bijdragen tot de vermindering van de Salmonella- en Campylobacter besmettingen van het eindproduct: pluimveevlees of eieren. In de bestrijding van deze bacteriën speelt de reiniging en ontsmetting van stallen terecht, een belangrijke rol.

Toch is dit niet de enige reden om goed te ontsmetten. Allerlei ongewenste ziektekiemen voor de dieren zelf dienen ook te worden gedood. Bij elk nieuwe koppel dient er met een schone lei te worden begonnen, waarbij ook de insleep vanuit de omgeving van de stallen moet worden voorkomen.

Er bestaat geen algemeen geldende “beste” methode waarmee een stal dient te worden gereinigd en ontsmet. Wel zijn er tal van specifieke zaken waarmee rekening moet worden gehouden en die in de loop van de jaren verwateren of worden vergeten. In deze bijlage staan vele zaken die uiteraard bekend en voor de hand liggend zijn, maar er wordt getracht uw geheugen op te frissen en uzelf scherp te houden.

De werkzaamheden rondom het schoonmaken en ontsmetten van pluimveestallen komt in grote lijnen hierop neer:

Reinigen en ontsmetten zijn twee afzonderlijke handelingen. De aanwezigheid van organisch vuil, maar vooral van vet staat een goede ontsmetting in de weg. Organisch materiaal inactiveert ontsmettingsmiddelen en vet is een prima beschermer van micro-organismen. Alleen als er loog wordt gebruikt, weliswaar met in achtneming van voldoende inweektijd, zouden ze in één procesgang kunnen worden uitgevoerd. Algemeen geldt echter, als zowel een reinigings- als een desinfectiemiddel wordt gebruikt, dat de beide middelen op elkaar moeten zijn afgestemd. Deze informatie is te verkrijgen bij de leverancier van de middelen.

Voor een goede reiniging van de stal en directe omgeving is het van belang dat de werkzaamheden in de juiste volgorde worden uitgevoerd.

Het water dat voor de reiniging wordt gebruikt dient minimaal geschikt te zijn als drinkwater voor vee, om te voorkomen dat er stoffen in zitten die de reiniging negatief beïnvloeden.

Werkwijze reiniging stal:

Reinigen en ontsmetten drinkwatersysteem:

Probeer allereerst vast te stellen wat de aard is van de inwendige vervuiling van het systeem. Dit kan gedaan worden door het systeem op enkele plaatsen te ontkoppelen. Ruwweg kan dit bestaan uit organisch vuil (bacteriën, algen en schimmels) of anorganisch (kalksteen). Organische aanslag kan worden verwijderd met een alkalisch reinigingsmiddel of waterstofperoxide; anorganische aanslag moet worden bestreden met een zuur reinigingsmiddel (pas op voor corrosie). Tijdens de reiniging dient de stal c.q. de watertemperatuur minimaal 10 ºC te bedragen. Werkwijze reiniging drinkwatersysteem.

Nippel- en cupsystemen en centrale leidingen:

Drinktorens en losse cups:

Onderdompelen in de reinigingsvloeistof (kalkoplossend) en 2 tot 6 uur in laten werken. Daarna onder druk afspuiten met een koude waterstraal. Bij ernstige vervuiling met een harde borstel reinigen.

Daarna de nippelleidingen volzetten met een ontsmettingsmiddel, de benodigde tijd laten staan en met schoon drinkwater naspoelen. Controleer hierbij desgewenst of alle ontsmettingsmiddel weg is.

De drinktorens dompelen of afsproeien met een ontsmettingsmiddel, waarna ze worden nagespoeld met schoon drinkwater.

Ontsmetting kan gedaan worden met verschillende ontsmettingsmiddelen, die elk één of meerdere werkzame stoffen bevatten. Om een goede werkzaamheid tegen Salmonella Java te verkrijgen wordt ontsmetting met formalinehoudende middelen geadviseerd. Voor de meeste middelen geldt dat de stal zeer goed gereinigd moet zijn, omdat de werkzame stof door vuilresten onwerkzaam wordt gemaakt.

Ontsmetting kan uitgevoerd worden met de aanwezige reinigingsapparatuur. Er moet echter geen hoge druk gebruikt worden. De beste resultaten worden behaald door een combinatie van een ontsmetting van de vloer, de opgaande wand en de inlaatkleppen met de hogedrukreiniger gevolgd door een ruimteontsmetting met een hoge druk vernevelaar.

Bijlage VI. Protocol voor het nemen van swabmonsters in stallen waar bij het koppel een Salmonella Java besmetting is geconstateerd

Het doel van de monstername is Salmonella Java te vinden, het is derhalve van belang om gericht te zoeken naar zichtbaar vuile oppervlakken. Deze worden bemonsterd, aangezien het niet zinvol is om schone oppervlakken te swabben.

Soms is het zinvol om meer swabs te nemen van andere dan de hier genoemde plaatsen; hierbij geldt steeds weer dat er gericht gezocht dient te worden. Dergelijke plaatsen kunnen in de directe omgeving van de stallen liggen, bijvoorbeeld de voerdistributie/weegplaats.

Het is uiteraard van belang om een visuele beoordeling van de stallen en inventaris uit te voeren. Hierbij moet ook de aanwezigheid van ongedierte, zoals kevers en larven worden meegenomen.

Bij het nemen van swabmonsters in de stallen die met Salmonella Java besmet waren, dienen tenminste 50 swabs genomen te worden bijvoorbeeld op de volgende plaatsen (dit laatste is enigszins afhankelijk van de betreffende praktijksituatie).

Voorts monstername van losliggend vuil en schraapsel van risicoplaatsen, zoals de binnenzijde van de voervijzel, bedrijfsschoeisel en kieren van afvoerputten. Het te nemen aantal swabs is afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen materiaal.

Voor de analyse mogen 25 swabs worden gepoold.