rijk/pbo/instellingsverordening-bestuurskamer-2008/BWBR0024271
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsverordening Bestuurskamer 2008 BWBR0024271 pbo geldend 2008-06-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024271 Instellingsverordening Bestuurskamer 2008

Instellingsverordening Bestuurskamer 2008

Paragraaf 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder Raad: Sociaal-Economische Raad.

Paragraaf 2. Bestuurskamer

Artikel 2

1. Er is een Bestuurskamer.

2. De leden van de Bestuurskamer worden door de Raad uit zijn midden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de Raad. Zij kunnen terstond opnieuw worden benoemd.

3. De Bestuurskamer bestaat uit vijftien leden. De samenstelling vindt zodanig plaats dat deze een afspiegeling vormt van de samenstelling van de Raad.

4. Voor elk lid kan tevens een plaatsvervanger worden benoemd, al dan niet uit het midden van de Raad.

5. De Raad benoemt de voorzitter van de Bestuurskamer uit de onafhankelijke geleding van de Raad.

Artikel 3

1. De Bestuurskamer wordt belast met de voorbereiding van door de Raad uit te brengen adviezen die de taken van de Raad als bestuursorgaan betreffen.

2. De Bestuurskamer is gemachtigd namens de Raad van advies te dienen over onderwerpen samenhangend met het tweede hoofdstuk van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel 4

De taken en bevoegdheden die op grond van de hieronder genoemde bepalingen uit de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn toegekend aan de Raad worden, voor zover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Bestuurskamer:

    artikel 74, eerste lid

    artikel 90, tweede lid

    artikel 106, eerste lid

    artikel 115

    artikel 116, eerste en tweede lid

    artikel 121, eerste en tweede lid

    artikel 122a

    artikel 125, tweede lid

    artikel 125a

    artikel 129

    artikel 137, tweede lid.

Artikel 5

De taken en bevoegdheden die op grond van de artikelen 5, 37, 38, 43 en 46 van de Wet op de ondernemingsraden zijn toegekend aan de Raad, worden gedelegeerd aan de Bestuurskamer.

Artikel 6

De taken en bevoegdheden die op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 zijn toegekend aan de Raad, worden gedelegeerd aan de Bestuurskamer.

Artikel 7

Indien een besluit van de Bestuurskamer niet unaniem is, wordt dat besluit genomen bij meerderheid van stemmen, waarbij binnen elk der geledingen de stemverhoudingen gelden zoals die voortvloeien uit de ledentallen in de Raad. Bij besluiten als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 is het stemrecht voorbehouden aan de leden en plaatsvervangers uit het midden van de Raad.

Paragraaf 3. Toezichtkamer

Artikel 8

1. Er is een Toezichtkamer, zijnde een subcommissie van de Bestuurskamer.

2. De Toezichtkamer bestaat uit drie leden uit het midden van de Raad die tevens deel uitmaken van de onafhankelijke geleding van de Bestuurskamer.

3. De leden van de Toezichtkamer worden door de Bestuurskamer benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de Raad. Zij kunnen terstond opnieuw worden benoemd.

4. De Bestuurskamer benoemt één van de in het derde lid genoemde leden tot voorzitter van de Toezichtkamer.

5. De Toezichtkamer stelt jaarlijks vóór 1 april een verslag op omtrent haar bevindingen bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden in het afgelopen kalenderjaar.

Artikel 9

De taken en bevoegdheden die op grond van de hieronder genoemde bepalingen uit de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn toegekend aan de Raad worden, voor zover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Toezichtkamer:

    artikel 65, tweede lid

    artikel 69, vierde lid

    artikel 77

    artikel 83

    artikel 92a, vierde lid

    artikel 94

    artikel 97, tweede lid, onder a

    artikel 109, derde lid

    artikel 119

    artikel 120, tweede lid

    artikel 124, vierde lid

    artikel 125, tweede lid

    artikel 126, zevende lid

    artikel 134, tweede lid

    artikel 137, tweede lid

    artikel 137a, eerste lid.

Artikel 10

De bevoegdheid tot het verlenen van goedkeuring aan besluiten als genoemd in artikel 46 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 wordt gedelegeerd aan de Toezichtkamer.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 11

Wijzigt de Delegatieverordening vereffening bedrijfslichamen 2004.

Artikel 12

Wijzigt de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999.

Artikel 13

De Instellingsverordening Bestuurskamer wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze verordening wordt aangehaald als: Instellingsverordening Bestuurskamer 2008.