rijk/pbo/verordening-bestemmingsheffing-hotelclassificatie-bedrijfschap-horeca-en-caterin/BWBR0015271
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening bestemmingsheffing hotelclassificatie Bedrijfschap Horeca en Catering 2003 BWBR0015271 pbo geldend 2003-10-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015271 Verordening bestemmingsheffing hotelclassificatie Bedrijfschap Horeca en Catering 2003

Verordening bestemmingsheffing hotelclassificatie Bedrijfschap Horeca en Catering 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen en het toepassingsgebied

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing op ondernemers die een logiesverstrekkende onderneming drijven.

Paragraaf 2. De bestemmingsheffing

Artikel 3

1.

De heffingsplichtige is voor het jaar 2003 per logiesverstrekkende onderneming een bestemmingsheffingverschuldigd op grondslag van het aantal logieseenheden, waarover de logiesverstrekkende onderneming beschikt. Hiervoor geldt de volgende tabel:

Aantal logieseenheden Bestemmingsheffing (in € )
van Tot en met
1 - 5 70,00
6 - 10 92,00
11 - 20 114,00
21 - 50 159,00
Meer dan 50 290,00

2.

Aan de heffingsplichtige wordt een aftrek van 25% toegekend op de bestemmingsheffing, indien hij over het jaar 2002 contributie heeft betaald als lid van:

  • een organisatie van ondernemers die een of meer leden in het bestuur heeft benoemd of a. een andere ondernemersorganisatie die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

          a.
          krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfschap een taak heeft te vervullen,
    
    
          b.
          voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal Economische Raad,
    
    
          c.
          tot de werkingssfeer van het bedrijfschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is,
    
    
          d.
          met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en
    
    
          e
          haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.
    

a. a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfschap een taak heeft te vervullen, b. b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal Economische Raad, c. c. tot de werkingssfeer van het bedrijfschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is, d. d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en e e haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

Paragraaf 3. Vaststelling en oplegging van de bestemmingsheffing

Artikel 4

1. De heffingsplichtige wordt in de gelegenheid gesteld per logiesverstrekkende onderneming een opgave te doen van het aantal logieseenheden.

2. De heffingsplichtige doet de in het eerste lid bedoelde opgave binnen vier weken na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld.

Artikel 5

1. De bestemmingsheffing wordt vastgesteld na ontvangst van de in artikel vier bedoelde opgave.

2. Indien geen of een kennelijk onjuiste opgave is gedaan, wordt de bestemmingsheffing vastgesteld op basis van een schatting.

Paragraaf 4. De betaling van de bestemmingsheffing

Artikel 6

1. De heffingsplichtige voldoet de bestemmingsheffing binnen veertien dagen na dagtekening.

2. Ingeval de heffingsplichtige ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid in gebreke blijft, wordt de heffingsplichtige schriftelijk gemaand om alsnog te betalen.

3.

Bij niet tijdige betaling van de bestemmingsheffing:

a a kunnen administratieve kosten in rekening worden gebracht, welke minimaal 10 % van het openstaande bedrag bedragen, met een minimum van € 11,34. b. b. kan rente worden gevorderd over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn; c. c. kan vergoeding worden gevorderd van alle invorderingskosten.

De rente wordt berekend naar het percentage bedoeld in artikel 6:119 jo 6:120 BurgerlijkWetboek, dat geldt op de datum waarop de rente wordt gevorderd. De invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 68,07.

Paragraaf 5. Vermindering van de bestemmingsheffing

Artikel 7

In bijzondere omstandigheden kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in artikel 3, eerste lid van deze verordening.

Paragraaf 6. Mandaat

Artikel 8

1. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten, als bedoeld in artikel 5, alsmede tot het bepaalde in artikel 6, tweede en derde lid, wordt gemandateerd aan de directeur van de Stichting Beheer Horecasecretariaten.

2. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 8, alsmede tot het bepaalde in artikel 4, wordt gemandateerd aan de secretaris van het bedrijfschap.

3. De bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, mogen door de directeur van de Stichting Beheer Horecasecretariaten en de secretaris van het bedrijfschap worden ondergemandateerd.

4.

De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op bezwaarschriften tegen

a. a. door de directeur van de Stichting Beheer Horecasecretariaten in mandaat genomen besluiten of b. b. in ondermandaat genomen besluiten

wordt gemandateerd aan de secretaris van het bedrijfschap.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 april 2003.

Artikel 10

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing hotelclassificatie Bedrijfschap Horeca en Catering 2003.