rijk/pbo/verordening-kostenvergoedingen/BWBR0002617
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening kostenvergoedingen BWBR0002617 pbo geldend 1967-05-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002617 Verordening kostenvergoedingen

Verordening kostenvergoedingen

Artikel 1

1. Als reiskosten worden vergoed de door de reiziger werkelijk gemaakte kosten om langs de kortste weg van zijn woon- of verblijfplaats te komen naar zijn plaats van bestemming en terug.

2. Voor reizen in het binnenland geldt, indien gebruik wordt gemaakt van een eigen vervoermiddel, daarbij een vergoeding per kilometer, die door het bestuur wordt vastgesteld met inachtneming van het beginsel dat alleen werkelijk gemaakte kosten worden vergoed.

Artikel 2

Als verblijfkosten worden vergoed de werkelijk gemaakte kosten voor consumpties, maaltijden en overnachting, voor zover deze kosten naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk zijn gemaakt en binnen de grenzen van de redelijkheid blijven.

Artikel 3

1. De voorzitter van de Raad voor Geschillen, als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de Raad voor Geschillen, ontvangt jaarlijks een vaste vergoeding van € 1.350.

2. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van de Raad voor Geschillen, die als voorzitter van een Kamer van de Raad voor Geschillen optreden, ontvangen als vergoeding voor tijdverzuim per bijgewoonde zitting een bedrag van € 265 per dagdeel met een maximum van € 530 per dag.

3. De overige leden van de Raad voor Geschillen ontvangen als vergoeding voor tijdverzuim een bedrag van € 190 per dagdeel met een maximum van € 380 per dag.

Artikel 3a

1. De voorzitter van het examenbureau, bedoeld in artikel 74 van de Wet op de Registeraccountants, dan wel het lid van het examenbureau dat bij ontstentenis van de voorzitter als plaatsvervangend voorzitter optreedt, ontvangt als vergoeding voor tijdverzuim per bijgewoonde vergadering een bedrag van € 265 per dagdeel met een maximum van € 530 per dag.

2. De overige leden van het examenbureau ontvangen als vergoeding voor tijdverzuim per bijgewoonde vergadering een bedrag van € 190 per dagdeel met een maximum van € 380 per dag.

Artikel 4

1. De voorzitter van het curatorium, bedoeld in artikel 75 van de Wet op de Registeraccountants dan wel het lid van het curatorium dat bij ontstentenis van de voorzitter als plaatsvervangend voorzitter optreedt, ontvangt als vergoeding voor tijdverzuim per bijgewoonde vergadering een bedrag van € 265 per dagdeel met een maximum van € 530 per dag.

2. De overige leden van het curatorium ontvangen als vergoeding voor tijdverzuim per bijgewoonde vergadering een bedrag van € 190 per dagdeel met een maximum van € 380 per dag.

Artikel 5

1. Declaraties voor vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 1 en 2 moeten op een daartoe door het bestuur ter beschikking gesteld formulier bij het bestuur worden ingediend uiterlijk binnen één maand na afloop van het boekjaar van de Orde, waarin deze kosten zijn gemaakt. Bij overschrijding van deze termijn, welke naar het oordeel van het bestuur niet het gevolg is van bijzondere omstandigheden, vervalt het recht op vergoeding.

2. Het bestuur kan verlangen dat aan hem bewijsstukken worden overgelegd waaruit de juistheid van de ingediende declaratie blijkt.

Artikel 6

1. Deze verordening wordt geacht in werking te zijn getreden op 19 mei 1967.

2. Zij kan worden aangehaald onder de naam: Verordening Kostenvergoedingen.

Goedgekeurd bij beschikking van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 maart 1968, nr. 268/165/DO, Directoraat-Generaal voor Industrie en Handel. Wijzigingen laatstelijk goedgekeurd bij beschikking van de Minister van Economische Zaken d.d. 21 februari 2002, nr. ME/MW/02009318.