40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening PT CO2 sectorsysteem glastuinbouw 2011 | BWBR0031205 | pbo | geldend | 2011-10-26 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031205 | Verordening PT CO2 sectorsysteem glastuinbouw 2011 |
Verordening PT CO2 sectorsysteem glastuinbouw 2011
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1:1
1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
2. In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1:1 en artikel 3:1, en de werkwijze zoals beschreven in paragraaf 3 van de Verordening PT Algemene Bepalingen 2009.
Artikel 1:2
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder:
a. a. Wet: Wet milieubeheer; b. b. Besluit: het Besluit kostenverevening reductie CO_2-emissies glastuinbouw; c. c. PT CO_2 sectorsysteem glastuinbouw: systeem van verevening van kosten verbonden aan het overschrijden van CO_2-emissies als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wet voor de in dat artikel bedoelde inrichtingen, die onder de werkingssfeer van het productschap vallen; d. d. inrichting regime A: inrichting als bedoeld in artikel 15.52 van de Wet juncto artikel 2 van het Besluit, die onder de werkingssfeer van het productschap valt; e. e. inrichting als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wet, die onder de werkingssfeer van het productschap valt en ingevolge artikel 15.52 van de Wet juncto artikel 2 van het Besluit geen inrichting regime A is; f. f. emissieaangifte: aangifte van de ondernemer van de CO_2-jaarvracht van zijn inrichting; g. g. CO_2-jaarvracht: totale CO_2-emissie van de inrichting in een kalenderjaar, uitgedrukt in ton CO_2, berekend overeenkomstig bijlage 1.
Hoofdstuk 2. Systeembeschrijving
Paragraaf 1. Registratie van ondernemingen
Artikel 2:1
1. Van de inrichtingen waarop een systeem van verevening van kosten als bedoeld in titel 15.13 van de Wet van toepassing is, registreert het productschap de relevante bedrijfsgegevens voor de uitvoering van het PT CO_2 sectorsysteem glastuinbouw.
2. Ten behoeve van de registratie stelt het productschap een formulier vast en stelt dit ter beschikking van de ondernemers die een of meerdere inrichtingen als bedoeld in titel 15.13 van de Wet drijven.
3. De ondernemer, bedoeld in het tweede lid, verstrekt de relevante bedrijfsgegevens van zijn inrichtingen aan het productschap middels het formulier, bedoeld in het tweede lid, en de daarin gevraagde bijlagen.
4. De ondernemer verstrekt de gegevens, bedoeld in het derde lid, binnen de termijn die daarvoor is gesteld in het formulier, bedoeld in het tweede lid.
5. Indien het productschap twijfelt aan de juistheid van de verstrekte gegevens, kan ze daaromtrent aan de ondernemer aanvullende vragen stellen. De ondernemer beantwoordt deze vragen binnen een termijn van 4 weken.
Artikel 2:2
1. Op basis van de gegevens die de ondernemer heeft verstrekt op het formulier en in de bijlagen bij het formulier, beoordeelt het productschap voor iedere inrichting of het een inrichting regime A of een inrichting regime B betreft.
2. De ondernemer ontvangt een overzicht van de gegevens die in het register over zijn inrichtingen zijn opgenomen.
Paragraaf 2. Emissieaangifte
Artikel 2:3
1. De ondernemer die een of meerdere inrichtingen regime A drijft of die niet heeft voldaan aan artikel 2:1, derde lid, dient jaarlijks voor 1 juli een emissieaangifte in voor elk van zijn inrichtingen, waarin de gegevens zijn vermeld die nodig zijn voor het bepalen van de CO_2-jaarvracht van de inrichting.
2. Het productschap stelt een formulier vast voor het indienen van de emissieaangifte.
3. Indien het productschap twijfelt aan de juistheid van de inhoud van de emissieaangifte, kan ze daaromtrent aan de ondernemer aanvullende vragen stellen. De ondernemer beantwoordt deze vragen binnen een termijn van 4 weken.
4. Indien de ondernemer niet tijdig een volledige emissieaangifte indient of indien naar het oordeel van het productschap de emissieaangifte onjuiste gegevens bevat of de beantwoording van de vragen, bedoeld in het derde lid, niet afdoende is, kan het productschap de CO_2-jaarvracht ambtshalve vaststellen en deze CO_2-jaarvracht als basis nemen voor de afrekening, bedoeld in artikel 2:7.
5. De ondernemer bewaart gedurende tenminste vijf jaren de gegevens en uitgevoerde berekeningen, die ten grondslag liggen aan de CO_2-jaarvracht van een kalenderjaar, evenals de onderliggende facturen en andere schriftelijke afleveringsbewijzen van gas, elektriciteit en warmte.
6. De voorzitter is bevoegd nadere regels te stellen betreffende de berekeningsmethode opgenomen in bijlage I voor het bepalen van de CO_2-jaarvracht.
Artikel 2:4
1. Indien een inrichting regime B in een kalenderjaar 305 ton CO_2 of meer emitteert, maakt de ondernemer die de inrichting drijft zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar melding van de CO_2-emissie bij het productschap.
2. Het productschap registreert een inrichting regime B waarvoor een melding als bedoeld in het eerste lid is gedaan, als een inrichting regime A, met ingang van het kalenderjaar, waarin de CO_2-emissie 305 ton of meer was.
Artikel 2:5
Indien uit de emissieaangifte voor een inrichting regime A blijkt dat de inrichting in een kalenderjaar minder CO_2 heeft geëmitteerd dan 305 ton, registreert het productschap de inrichting als een inrichting regime B, met ingang van het kalenderjaar waarin de CO_2-emissie kleiner was dan 305 ton.
Artikel 2:6
Indien uit de emissieaangifte of uit de ambtshalve vaststelling van de CO_2-jaarvracht voor een inrichting waarvoor de ondernemer die de inrichting drijft, niet heeft voldaan aan artikel 2:1, derde lid, blijkt dat de inrichting in een kalenderjaar:
a. a. meer CO_2 heeft geëmitteerd dan 305 ton, kan het productschap de inrichting registreren als een inrichting regime A, met ingang van het kalenderjaar waarin de CO_2-emissie 305 ton of meer was; b. b. minder CO_2 heeft geëmitteerd dan 305 ton, kan het productschap de inrichting registreren als een inrichting regime B, met ingang van het kalenderjaar waarin de CO_2-emissie kleiner was dan 305 ton.
Paragraaf 3. Afrekening
Artikel 2:7
1. Op basis van de CO_2-jaarvracht van de deelnemende inrichtingen stelt het productschap jaarlijks vast hoeveel CO_2 deze inrichtingen gezamenlijk hebben geëmitteerd en hoe dit totaal van CO_2-emissies zich verhoudt tot de voor de sector vastgestelde emissieruimte, bedoeld in artikel 15.51, derde lid, van de Wet.
2. De voorzitter is, met in achtneming van het eerste lid, bevoegd nadere regels te stellen ten aanzien van de wijze waarop de kosten van overschrijding van de emissieruimte en de kosten voor het in stand houden en het uitvoeren van het PT CO_2 sectorsysteem glastuinbouw over een kalenderjaar worden verrekend met de aan het sectorsysteem deelnemende ondernemers en hun inrichtingen.
3.
De afrekening van de kosten van overschrijding van de emissieruimte vindt plaats op basis van:
- de formule, bedoeld in artikel 3 van het Besluit;
- de kostprijs van emissierechten als gehanteerd in de handel in broeikasgasemissierechten.
Paragraaf 4. Verantwoording en handhaving
Artikel 2:8
Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede van toepassing op andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.
Artikel 2:9
1. Op overtreding van het bepaalde bij deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
2. Als bevoegd tuchtgerecht is het Tuchtgerecht Akkerbouwproductschappen aangewezen.
3. Het bestuur kan een coördinator tuchtrecht aanwijzen.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 3:1
Het bestuur kan nadere regels stellen ten behoeve van de uitvoering van het PT CO_2 sectorsysteem glastuinbouw.
Artikel 3:2
Vervallen
Artikel 3:3
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 3:4
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT CO_2 sectorsysteem glastuinbouw 2011.
Artikel 3:5
Vervallen