rijk/pbo/verordening-uitvoering-fokkerijbesluit-2001/BWBR0012559
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit 2001 BWBR0012559 pbo geldend 2001-06-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012559 Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit 2001

Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit 2001

Artikel 1

1. Op het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn de begripsbepalingen van het Fokkerijbesluit van toepassing.

2.

In deze verordening wordt voorts verstaan onder:

1. productschap: het Productschap Vee en Vlees;
2. bestuur : het bestuur van het productschap;
3. voorzitter : de voorzitter van het productschap;
4. de betrokken commissie: de ex artikel 109 Wet op de Bedrijfsorganisatie ingestelde Commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen van het productschap en het Productschap Zuivel, dan wel de Interim- Commissie paardenhouderij van het productschap, dan wel de ex artikel 88a van de Wet op de bedrijfsorganisatie ingestelde Commissie Varkenshouderij van het productschap, dan wel de Adviescommissie schapen en geiten van het productschap.

Artikel 2

1. Verlening en intrekking van de in artikel 11, tweede lid, van het Fokkerijbesluit bedoelde erkenning en alle daarmee samenhangende werkzaamheden geschieden overeenkomstig het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

2. Voorzover de in artikel 2, eerste lid, van het Fokkerijbesluit bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap voorziet in een erkenning van organisaties die verantwoordelijk zijn voor de reglementering van het prestatieonderzoek, de fokwaardeschatting en de publicatie van de geschatte waarden van dieren, geschieden de verlening en de intrekking van deze erkenning en alle daarmee samenhangende werkzaamheden overeenkomstig het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

Artikel 3

1. Verlening en intrekking van de in artikel 11, tweede lid, van het Fokkerijbesluit en de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning, wordt opgedragen aan de voorzitter.

2. De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, worden niet uitgeoefend dan nadat de voorzitter daarover het advies van de betrokken commissies heeft ingewonnen.

Artikel 4

1.

Het verrichten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor schapen en geiten bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. het verlenen van de erkenning als fokkersorganisatie, bedoeld in artikel 7, tweede lid van het Fokkerijbesluit; c. c. de intrekking van de in de onderdelen a) en b) bedoelde erkenning op grond van artikel 5, onderscheidenlijk het bepaalde krachtens artikel 7, tweede lid van het Fokkerijbesluit; d. d. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij schapen en geiten alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;

wordt opgedragen aan de voorzitter.

2. De advisering van de voorzitter, bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op schapen en geiten, opgedragen aan de Adviescommissie schapen en geiten.

3. De Adviescommissie schapen en geiten is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.

4. De Adviescommissie schapen en geiten is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.

Artikel 5

1.

Het verrichten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor runderen en buffels bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij runderen en buffels alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;

wordt opgedragen aan de voorzitter.

2. De advisering van de voorzitter, bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op runderen en buffels, opgedragen aan de Commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen.

3. De Commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.

4. De Commissie Diergezondheid en Kwaliteit is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.

Artikel 6

1.

Het verrichten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor varkens bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij varkens alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;

wordt opgedragen aan de voorzitter.

2. De advisering van de voorzitter,bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op varkens, opgedragen aan de Commissie Varkenshouderij.

3. De Commissie varkenshouderij is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.

4. De Commissie varkenshouderij is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.

Artikel 7

1.

Het verrichten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor paardachtigen bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij paardachtigen alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning;

wordt opgedragen aan de voorzitter.

2. De advisering van de voorzitter, bedoeld in artikel 3, wordt, voorzover deze betrekking heeft op paardachtigen, opgedragen aan de Interim-Commissie paardenhouderij.

3. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd uit haar midden een subcommissie te benoemen, en hieraan één of meer externe deskundigen toe te voegen.

4. De Interim-Commissie paardenhouderij is bevoegd de advisering, zoals bedoeld in het tweede lid, op te dragen aan de in het derde lid bedoelde subcommissie.

Artikel 8

1.

Bij besluit van het bestuur, gehoord de Adviescommissie schapen en geiten, worden ter uitvoering van deze verordening nadere regels gesteld die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor schapen en geiten bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. het verlenen van de erkenning als fokkersorganisatie, bedoeld in artikel 7, tweede lid van het Fokkerijbesluit; c. c. de intrekking van de in de onderdelen a) en b) bedoelde erkenning op grond van artikel 5, onderscheidenlijk het bepaalde krachtens artikel 7, tweede lid van het Fokkerijbesluit; d. d. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij schapen en geiten alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning.

2.

Regels als bedoeld in het eerste lid kunnen mede betrekking hebben op:

a. a. de wijze waarop een aanvraag om een erkenning moet worden ingediend; b. b. de gegevens die bij een aanvraag om een erkenning verstrekt moeten worden; c. c. de benodigde bescheiden die een aanvraag om een erkenning moeten vergezellen; d. d. de voorwaarden waaraan door een organisatie voldaan moet worden om voor erkenning in aanmerking te komen dan wel te blijven; alsmede e. e. de gegevens die verstrekt moeten worden om te beoordelen of aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorwaarden is voldaan.

Artikel 9

1.

Bij besluit van het bestuur, gehoord de Commissie Diergezondheid en Kwaliteit Runderen, worden ter uitvoering van deze verordening nadere regels gesteld die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor runderen en buffels bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in de onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij runderen en buffels alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning.

2. Artikel 8, tweede lid, is op deze regels van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

1.

Bij besluit van het bestuur, gehoord de Commissie varkenshouderij, worden ter

uitvoering van deze verordening nadere regels gesteld die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor varkens bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in de onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij varkens alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning.

2. Artikel 8, tweede lid, is op deze regels van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11

1.

Bij besluit van het bestuur, gehoord de Interim-Commissie paardenhouderij, worden ter uitvoering van deze verordening nadere regels gesteld die noodzakelijk zijn voor:

a. a. het verlenen van de erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor paardachtigen bijhoudt op grond van artikel 3 van het Fokkerijbesluit; b. b. de intrekking van de in de onderdeel a) bedoelde erkenning op grond van artikel 5 van het Fokkerijbesluit; c. c. de uitvoering van artikel 2 van het Fokkerijbesluit, voorzover dit betrekking heeft op het prestatie-onderzoek en de beoordeling van genetische waarden bij paardachtigen alsmede het verlenen en het intrekken van de in artikel 2, tweede lid, van deze verordening bedoelde erkenning.

2. Artikel 8, tweede lid, is op deze regels van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12

1. Een organisatie die erkend wil worden als instelling die één of meer stamboeken of registers voor schapen, geiten, runderen, buffels, varkens of paardachtigen bijhoudt richt een daartoe strekkend verzoek aan de voorzitter.

2. Een organisatie die erkend wil worden als organisatie die verantwoordelijk is voor de reglementering van het prestatieonderzoek, de fokwaardeschatting en de publicatie van de geschatte waarden van dieren, richt een daartoe strekkend verzoek aan de voorzitter.

3. Een verzoek om erkenning bevat de bij de ingevolge de artikelen 8, 9, 10 dan wel 11 gestelde regels voorgeschreven gegevens en gaat vergezeld van de nodige bij deze regels aangewezen bescheiden.

Artikel 13

Een erkenning wordt verleend indien voldaan wordt aan de voorwaarden die daaromtrent gesteld zijn bij de ingevolge de artikelen 8, 9, 10 dan wel 11 gestelde regels.

Artikel 14

Een ingevolge artikel 13 verleende erkenning wordt ingetrokken:

a. a. op verzoek van de erkende instelling; of b. b. indien niet meer wordt voldaan aan de in artikel 13 bedoelde voorwaarden of dat onvoldoende gewaarborgd is dat de betrokken organisatie de in artikel 2, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van het Fokkerijbesluit bedoelde voorschriften naleeft..

Artikel 15

De bij of krachtens deze verordening voorgeschreven gegevens dienen naar waarheid te worden verstrekt. Het is verboden onjuiste gegevens te verstrekken.

Artikel 16

1. De op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens het Fokkerijbesluit verleende erkenningen, gelden als krachtens deze verordening verleende erkenningen.

2. Verzoeken om erkenning waarop ten tijde van het inwerkingtreden van deze verordening nog niet is beslist, gelden als verzoeken om erkenning in de zin van deze verordening.

Artikel 17

De Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit wordt ingetrokken.

Artikel 18

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Uitvoering Fokkerijbesluit 2001.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.