rijk/verdrag/overeenkomst-tussen-de-regering-van-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-regerin/BWBV0002988
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs BWBV0002988 verdrag geldend 1983-03-23 https://wetten.overheid.nl/BWBV0002988 Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs

Artikel 1

In deze Overeenkomst betekent:

a. a. de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de „Landen” van de Bondsrepubliek Duitsland wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten; b. b. de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend; c. c. de uitdrukking „staatsexamen”: de onder overheidstoezicht af te leggen tussentijdse en afsluitende examens met betrekking tot een studie aan een instelling van hoger onderwijs.

Artikel 2

1. Aan overeenkomstige studies, met inbegrip van de examens en tussentijdse examens, in de Bondsrepubliek Duitsland wordt op verzoek in het Koninkrijk der Nederlanden eenzelfde waarde toegekend als daaraan in de Bondsrepubliek Duitsland werd toegekend.

2. Aan overeenkomstige studies, met inbegrip van de examens en tussentijdse examens, in het Koninkrijk der Nederlanden wordt op verzoek in de Bondsrepubliek Duitsland eenzelfde waarde toegekend als daaraan in het Koninkrijk der Nederlanden werd toegekend.

Artikel 3

Academische graden en getuigschriften, verworven door middel van „staatsexamens”, geven de houder ervan het recht ten aanzien van een voortgezette studie of een verdere studie aan instellingen van hoger onderwijs in de andere Staat, tot deze studie te worden toegelaten zonder aanvullende examens, ingeval en voor zover de houder van de academische graad respectievelijk het getuigschrift, verworven door middel van een ,,staatsexamen” in de Staat waar deze is verleend tot de voortgezette studie of verdere studie zonder aanvullend examen gerechtigd is.

Artikel 4

1. De houder van een doctorsgraad of van een academische graad, die rechtstreeks recht geeft op toelating tot promotie, heeft het recht deze graad op de wijze te voeren als deze in de Staat, waar hij werd verleend op grond van de wettelijke voorschriften mag worden gevoerd.

2. De houder van een andere academische graad heeft het recht deze op de wijze te voeren als deze in de Staat, waar hij werd verleend op grond van de wettelijke voorschriften mag worden gevoerd onder vermelding van de instelling van hoger onderwijs die die graad heeft verleend.

Artikel 5

Bij de toelating tot „staatsexamens” gelden de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde zelfde waardering en erkenning in het kader van de desbetreffende examenvoorschriften.

Artikel 6

1. Voor advies inzake alle vraagstukken, die zich ten gevolge van deze Overeenkomst voordoen, wordt een permanente commissie van deskundigen ingesteld, die bestaat uit een zestal, voor de helft door elk van beide Staten te benoemen leden. De namen van de leden worden langs diplomatieke weg ter kennis van de andere Staat gebracht.

2. De permanente commissie van deskundigen komt op verzoek van een van beide Staten bijeen. De plaats van samenkomst wordt telkens in onderling overleg vastgesteld.

Artikel 7

Deze Overeenkomst is slechts verbindend voor het Europees grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 8

Deze Overeenkomst geldt ook voor het „Land” Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een verklaring aflegt waaruit het tegendeel blijkt.

Artikel 9

Deze Overeenkomst treedt op de dag van ondertekening in werking.