40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in 's-Gravenhage, inclusief Afzonderlijke overeenkomst | BWBV0001811 | verdrag | geldend | 2006-06-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001811 | Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in 's-Gravenhage, inclusief Afzonderlijke overeenkomst |
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in 's-Gravenhage, inclusief Afzonderlijke overeenkomst
Artikel 1
In deze Overeenkomst:
a. a. wordt onder „Verdrag’’ verstaan het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973; b. b. wordt onder „Protocol’’ verstaan het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie; c. c. wordt onder „Organisatie’’ verstaan de Europese Octrooiorganisatie; d. d. wordt onder „Regering’’ verstaan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden; e. e. wordt onder „Bureau’’ verstaan het Europees Octrooibureau; f. f. wordt onder „onderdeel’’ verstaan het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage (Rijswijk); g. g. wordt onder „Verdrag van Wenen’’ verstaan het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961; h. h. wordt onder „Afzonderlijke overeenkomst’’ verstaan de Afzonderlijke overeenkomst houdende de omschrijving van inwonende gezinsleden van een personeelslid.
Artikel 2
De in artikel 2 van het Protocol bedoelde onschendbaarheid geldt voor het gehele archief, de correspondentie, documenten, manuscripten, foto’s, films, geluidsopnamen, computer- en mediagegevens, gegevensdragers en alle overige, soortgelijke materialen die aan de Organisatie toebehoren of die zij onder zich houdt, ongeacht waar deze zich bevinden en bij wie zij berusten, en voor alle daarin vervatte informatie.
Artikel 3
In geval van beslaglegging door een derde, ingevolge een beslissing van de administratieve of gerechtelijke autoriteiten, op de salarissen en emolumenten die de Organisatie aan een personeelslid verschuldigd is, doet de Organisatie afstand van de immuniteit die zij ingevolge artikel 3, eerste lid, van het Protocol geniet, tenzij zij de bevoegde autoriteiten binnen veertien dagen na de datum van kennisgeving van de beslissing mededeelt, dat zij geen afstand doet van haar immuniteit.
Artikel 4
1. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van het Protocol omvat „directe belastingen’’ alle directe rijksbelastingen en alle directe belastingen, rechten en heffingen opgelegd door een provincie, gemeente of waterschap, zulks onverminderd het bepaalde in het derde lid van genoemd artikel.
2. De Organisatie wordt op verzoek vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting voor haar motorrijtuigen die voor officiële doeleinden worden gebruikt.
Artikel 5
1.
De onderstaande belastingen en rechten worden met name geacht te vallen onder artikel 4, tweede lid, van het Protocol:
a. a. omzetbelasting op aan de Organisatie geleverde goederen of ten behoeve van haar verrichte diensten; b. b. accijnzen op goederen; c. c. overdrachtsbelasting, assurantiebelasting en beursbelasting.
2.
De in verband met geleverde goederen of verrichte diensten betaalde omzetbelasting wordt op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.
De belasting op minerale oliën zoals huisbrandolie en brandstoffen voor motorrijtuigen die de Organisatie voor officiële doeleinden nodig heeft, wordt op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.
Accijnzen betaald op voor officiële doeleinden geleverde en benodigde goederen worden op verzoek aan de Organisatie terugbetaald.
De Organisatie dient de verzoeken voor terugbetaling in binnen drie maanden na het kwartaal gedurende hetwelk betaling werd verricht voor geleverde goederen of verrichte diensten en voegt de desbetreffende documenten bij de verzoeken.
De Organisatie verbindt zich ertoe de verificatie door de bevoegde autoriteiten van de feiten waarop de vrijstelling of terugbetaling van belasting kan worden gebaseerd, te vergemakkelijken.
Er wordt geen terugbetaling verleend, indien de prijs van de geleverde goederen of de verrichte diensten niet hoger is dan 225 euro per transactie.
Artikel 6
1. Door de Organisatie op de voorwaarden vervat in artikel 4, tweede lid, van het Protocol verworven goederen mogen niet worden verkocht, weggegeven, verhuurd of op andere wijze vervreemd, tenzij de bevoegde autoriteiten vooraf daarvan in kennis zijn gesteld en de desbetreffende omzetbelasting is betaald. De te betalen belasting wordt berekend op basis van de alsdan geldende waarde van de goederen.
2. Indien de Organisatie goederen ingevoerd op de voorwaarden vervat in artikel 5 van het Protocol verkoopt, weggeeft, verhuurt of op andere wijze vervreemdt, dient zij de goederen aan te geven ten invoer en de belastingen, rechten en heffingen met betrekking tot zodanige goederen te betalen.
3. De op de aangifte ten invoer aangegeven waarde dient te zijn de waarde van de goederen op de dag van aangifte; het op de datum van aangifte van kracht zijnde tarief is van toepassing.
Artikel 7
1.
Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen:
a. a. behoeven geen tewerkstellingsvergunning te hebben; b. b. behoeven geen verblijfsvergunning te hebben en zijn niet onderworpen aan de bepalingen betreffende de registratie van vreemdelingen, mits zij in het bezit zijn van de identiteitskaart bedoeld in artikel 8; hetzelfde geldt voor hun inwonende gezinsleden; c. c. zijn niet onderworpen aan de toepassing van de voorschriften met betrekking tot de vermelding van de kerkelijke gezindte in de Nederlandse bevolkingsregisters; hetzelfde geldt voor hun inwonende gezinsleden.
2. Inwonende gezinsleden van een personeelslid van het Bureau zoals omschreven in het eerste lid van de Afzonderlijke overeenkomst behoeven voor de duur van het dienstverband van het personeelslid bij het Bureau geen tewerkstellingsvergunning te hebben.
3. De aan personeelsleden van het Bureau tijdens de periode van hun dienstverband en aan hun inwonende gezinsleden verleende rechten vervallen bij het definitieve vertrek van het personeelslid of bij het verstrijken van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 39, tweede en derde lid, van het Verdrag van Wenen, welke termijn wordt geteld vanaf de datum waarop het personeelslid zijn taak beëindigt of het gezinslid niet langer inwonend is.
4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, hebben voormalige personeelsleden van het Bureau en hun inwonende gezinsleden of voormalige inwonende gezinsleden aanspraak op verblijfsrecht in Nederland conform de Nederlandse vreemdelingenwetgeving. Voor de verkrijging van het verblijfsrecht ingevolge de Nederlandse vreemdelingenwetgeving wordt elke periode van legitiem verblijf in Nederland, als geprivilegieerd persoon of ingevolge de vreemdelingenwetgeving, opgebouwd vóór of tijdens het dienstverband van het betrokken personeelslid bij het onderdeel, in aanmerking genomen en meegeteld.
Artikel 8
1.
De Organisatie zal de Regering onverwijld in kennis stellen van:
a. a. de namen van personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen; b. b. hun aankomst en definitieve vertrek en de data waarop zij hun functie aanvangen en beëindigen; c. c. de namen en de aankomst en het definitieve vertrek van inwonende gezinsleden van een personeelslid en het feit dat iemand niet langer inwonend is; en d. d. de namen en de aankomst en het definitieve vertrek van particuliere en huisbedienden van personeelsleden van het Bureau en het feit dat zij uit hun dienstbetrekking bij het personeelslid zijn getreden.
2.
De Regering zal aan de volgende personen identiteitskaarten verstrekken:
a. a. de personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen; b. b. hun inwonende gezinsleden die niet de Nederlandse nationaliteit hebben; c. c. hun inwonende gezinsleden die de Nederlandse nationaliteit hebben, indien het Bureau aantoont dat zulks in het belang van de Organisatie noodzakelijk is; d. d. niet de Nederlandse nationaliteit en geen geldige verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezittende particuliere en huisbedienden van personeelsleden van het Bureau.
3. De door de Regering verstrekte identiteitskaarten vermelden slechts de naam, het geslacht, de geboortedatum en -plaats en de nationaliteit van de houder en zijn voorzien van een pasfoto van de houder. De kaart heeft ten doel de houder voor de Regering en haar autoriteiten te identificeren en dient de status van de houder ingevolge het Protocol en deze Overeenkomst weer te geven.
4. De Organisatie zal de op de identiteitskaart te vermelden persoonsgegevens aan de Regering ter hand stellen. De ontvangende Regeringsinstantie zal de gegevens slechts voor de toepassing van het Protocol en deze Overeenkomst aan andere Regeringsinstanties ter hand stellen. De gegevens zijn onderworpen aan de Nederlandse wetgeving inzake gegevensbescherming.
5. Elektronisch toegankelijke gegevens op de identiteitskaarten zijn beperkt tot de in het derde lid vermelde gegevens. De Regering kan evenwel nadere elektronisch toegankelijke gegevens toevoegen indien zij daartoe om redenen van openbare veiligheid een internationale verplichting heeft, voor zover dit geen afbreuk doet aan rechten ingevolge het Protocol en deze Overeenkomst. De Regering zal de Organisatie zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de uitvoering van de beoogde wijzigingen daarvan in kennis stellen.
6. De Organisatie zal de identiteitskaarten van de in het tweede lid genoemde personen onmiddellijk na beëindiging van de tewerkstelling van de betrokken personen terugzenden, met inachtneming van de in artikel 7, derde lid, gestelde redelijke termijn.
Artikel 9
1. De Voorzitter van het Bureau geniet bij bezoeken aan Nederland dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan hoofden van diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
2. Het hoofd van het onderdeel geniet dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan hoofden van diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland overeenkomstig het Verdrag van Wenen.
3. Dezelfde regelingen gelden voor hun inwonende gezinsleden.
4. Dit artikel doet geen afbreuk aan regelingen in deze Overeenkomst of het Protocol.
5. Dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland.
Artikel 10
1.
Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen,
a. a. in rang A5 en hoger, of b. b. in rang A4, mits zij langer dan twee jaar in die rang zijn geweest en een basissalaris niet lager dan A5 periodiek 1 hebben, vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin aan beide eisen is voldaan
genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan diplomatieke ambtenaren van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
2. Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, die geen bedienend personeel zijn en die niet onder het bepaalde in het eerste lid vallen, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan administratief en technisch personeel van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
3. Dezelfde regelingen gelden voor hun inwonende gezinsleden.
4. De vrijstelling van rechtsvordering geldt niet in geval van een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade die voortvloeit uit een verkeersovertreding.
5. Dit artikel doet geen afbreuk aan regelingen in deze Overeenkomst of het Protocol.
6. Dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland.
Artikel 11
1. Voor de tijdsduur van hun verblijf in Nederland is het personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen toegestaan om huisbedienden of, waar van toepassing, particuliere bedienden in dienst te hebben.
2. De in het eerste lid bedoelde huis- of particuliere bedienden behoeven geen tewerkstellingsvergunning en geen verblijfsvergunning te hebben.
Artikel 12
Bij de berekening van de belasting die verschuldigd is over inkomsten uit andere bronnen zal Nederland geen door de Organisatie verrichte betalingen in aanmerking nemen die ingevolge het Protocol zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting.
Artikel 13
Voor de tijdsduur van hun tewerkstelling is het personeelsleden van het Bureau, hun inwonende gezinsleden en hun huis- of particuliere bedienden toegestaan een Nederlands rijbewijs te verkrijgen onder overlegging van hun geldige buitenlandse rijbewijs dan wel met hun eigen, geldige buitenlandse rijbewijs te blijven rijden, mits de houder in het bezit is van een door de Regering afgegeven identiteitskaart.
Artikel 14
1.
De Regering vergemakkelijkt het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de hierna vermelde personen:
a. a. personeelsleden in actieve dienst van het Bureau en hun inwonende gezinsleden; b. b. huis- en particuliere bedienden van personeelsleden van het Bureau; c. c. deskundigen; d. d. andere, door de Organisatie voor officiële doeleinden uitgenodigde personen.
2. Visa of, indien van toepassing, meervoudige inreisvisa die de in het eerste lid bedoelde personen nodig hebben, worden kosteloos en zo spoedig mogelijk afgegeven.
3. Deze regeling laat de mogelijkheid onverlet om te verlangen dat redelijk bewijs wordt geleverd waaruit blijkt dat personen die zich beroepen op de behandeling waarin deze regeling voorziet, tot de in het eerste lid omschreven categorieën behoren.
Artikel 15
1. Personen van Nederlandse nationaliteit en personen zoals bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, genieten niet de voorrechten en immuniteiten vervat in artikel 12, eerste lid, letters (a), (e) en (f), artikel 13, artikel 14, letters (b), (e) en (g), en artikel 15, letter (c) van het Protocol, en artikel 7, eerste lid, letter (c), van deze Overeenkomst.
2. Personeelsleden van het Bureau die de Nederlandse nationaliteit bezitten of de personeelsleden bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol, die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, wier namen, uit hoofde van hun taak, zijn opgenomen op een door de Organisatie opgestelde en door de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden goedgekeurde lijst, zijn vrijgesteld van militaire dienstplicht. Ingeval andere personen van Nederlandse nationaliteit en andere personen duurzaam verblijf houden in Nederland, worden opgeroepen voor militaire dienst, verleent de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden hun op verzoek van de Organisatie zodanig uitstel als vereist is om onderbreking van noodzakelijk werk te vermijden.
Artikel 16
De Regering erkent dat bepaalde diensten, voorzieningen en ondersteuning nodig zijn voor het naar behoren en efficiënte functioneren van het Bureau en zal zich inspannen om het Bureau bij te staan bij het bewerkstelligen en in stand houden van het naar behoren functioneren van de faciliteiten van het Bureau in Nederland.
Artikel 17
De kantoorruimten van het onderdeel in de zin van artikel 1 van het Protocol omvatten gebouwen, delen van gebouwen en daarbij behorende grond of voorzieningen, daaronder begrepen installaties en voorzieningen die aan de Organisatie in Nederland ter beschikking zijn gesteld of door haar worden onderhouden, ingenomen of gebruikt voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden. De Voorzitter van het Bureau doet de Regering een plattegrond hiervan toekomen.
Artikel 18
1. Een Gezamenlijke overlegcommissie vergemakkelijkt de uitvoering van deze Overeenkomst en kan zich via overleg tussen de desbetreffende autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie ook over andere administratieve vraagstukken buigen. De Commissie vergadert ten minste eenmaal per jaar en kan op verzoek van de Regering of de Organisatie op elk ander tijdstip bijeenkomen.
2. De Voorzitter van de Commissie wordt benoemd bij wederzijdse overeenkomst tussen de Regering en de Organisatie.
Artikel 19
Geschillen voortvloeiend uit de uitleg of toepassing van deze Overeenkomst die niet rechtstreeks tussen de partijen kunnen worden beslecht, kunnen door een der partijen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht. Artikel 23, vierde lid, en artikel 24 van het Protocol zijn van toepassing.
Artikel 20
Op verzoek van de Regering of van de Organisatie vindt overleg plaats omtrent de uitvoering of wijziging van deze Overeenkomst.
Artikel 21
Indien en voor zover de Regering in de toekomst een overeenkomst aangaat met, of haar beleid wijzigt ten aanzien van, een intergouvernementele organisatie met in deze overeenkomst of dit beleid voorwaarden die voor die organisatie gunstiger zijn dan vergelijkbare voorwaarden in deze Overeenkomst, zal op verzoek van de Organisatie overleg worden aangegaan met als doel te bespreken of dezelfde behandeling aan de Organisatie kan worden verleend.
Artikel 22
De gelijktijdig met deze Overeenkomst gesloten Afzonderlijke overeenkomst is een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst. Iedere verwijzing naar deze Overeenkomst omvat mede de Afzonderlijke overeenkomst.
Artikel 23
1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening. Zij blijft van kracht zolang het Verdrag en het Protocol van kracht blijven voor het Koninkrijk der Nederlanden.
2. Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn de Overeenkomst tussen de Europese Octrooiorganisatie en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het onderdeel van het Europees Octrooibureau in ’s-Gravenhage van 19 oktober 1977, de bij Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie gesloten overeenkomst inzake de tewerkstelling van gezinsleden van 6 april 2005 alsmede de in het licht van het Beleidskader werving en opvang van internationale organisaties van de Nederlandse Regering bij Notawisseling tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Europese Octrooiorganisatie gesloten overeenkomst van 28 november 2005 en 13 december 2005, niet langer van kracht.
3. Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Koninkrijk in Europa.
Gedaan te Den Haag op 27 juni in het jaar 2006 in twee exemplaren in de Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden,
B. R. BOT
Voor de Europese Octrooiorganisatie,
A. POMPIDOU