40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschappen, kunst en cultuur, gezondheid, welzijn en sport | BWBV0006333 | verdrag | geldend | null | https://wetten.overheid.nl/BWBV0006333 | Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschappen, kunst en cultuur, gezondheid, welzijn en sport |
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschappen, kunst en cultuur, gezondheid, welzijn en sport
Artikel 1
Ten einde de banden tussen hun landen uit te breiden en nauwer aan te halen zullen de Partijen samenwerking en de uitwisseling van kennis, ervaring en verworvenheden op het gebied van onderwijs en wetenschappen, kunst en cultuur, gezondheid, welzijn en sport bevorderen.
Artikel 2
1. In overeenstemming met de doelstellingen van dit Verdrag zullen de Partijen de totstandkoming van contacten en samenwerking tussen betrokken instellingen, organisaties en personen in beide landen bevorderen op de gebieden waarop dit Verdrag van toepassing is.
2. Bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag wordt naar behoren rekening gehouden met de autonomie van de desbetreffende instellingen en lichamen. Hun vrijheid wederzijdse betrekkingen en overeenkomsten aan te gaan en te handhaven wordt erkend, met inachtneming van de wetten en constituties van hun respectieve Staten.
Artikel 3
Met het oog op het uitbreiden en nauwer aanhalen van de banden tussen hun landen zullen de Partijen samenwerking op de diverse gebieden van onderwijs en wetenschappen, kunst en cultuur, gezondheid, welzijn en sport bevorderen. Hiertoe bevorderen de Partijen:
-
- de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, het toekennen van studiebeurzen (zowel voor academische en post-academische studies en wetenschappelijk onderzoek als voor afgestudeerden aan kunstacademies en -instellingen), uitwisseling van personen op alle niveaus van onderwijs en uitwisseling van informatie op het gebied van onderwijs;
-
- de uitbreiding van culturele betrekkingen tussen hun landen. Hiertoe moedigen zij de uitwisseling aan van bezoeken van deskundigen op het gebied van kunst en cultuur ten behoeve van studie en het houden van lezingen;
-
- samenwerking op diverse culturele gebieden die voor beide landen van belang zijn, met inbegrip van literatuur, tentoonstellingen van kunst en kunstvoorwerpen, muziek, dans, toneel, film/cinematografie, de uitwisseling van boeken en andere publicaties, samenwerking tussen kunstscholen, genootschappen van kunstenaars en schrijvers, musea, bibliotheken, archieven en andere culturele instellingen, en de uitwisseling van kennis tussen instellingen die zich bezighouden met het behoud van het cultureel erfgoed, alsmede bezoeken door delegaties en individuele deskundigen op deze gebieden;
-
- samenwerking op diverse gebieden van gezondheid, welzijn en sport, met inbegrip van de ontwikkeling van het menselijk potentieel, en de aanmoediging van rechtstreeks contact tussen de desbetreffende instellingen, niet-gouvernementele organisaties en deskundigen; en
-
- elke andere samenwerkingsvorm die de Partijen of de desbetreffende autonome instellingen in beide landen overeen kunnen komen.
Artikel 4
Met het oog op de historische banden tussen de twee landen en hun volkeren leggen de Partijen in het bijzonder het accent op de studie van de talen, literatuur, cultuur en geschiedenis van elkaars land.
Artikel 5
Aangelegenheden die verband houden met de bevordering en het onderwijs van de Nederlandse taal in Zuid-Afrika zijn overgedragen aan de Nederlandse Taalunie (NTU), een intergouvernementele organisatie die door Nederland en België in 1980 is opgericht ter bevordering van de Nederlandse taal in de ruimste zin.
Artikel 6
1. Elke Partij juicht de vestiging op haar grondgebied van culturele instellingen of vriendschapsverbonden toe in overeenstemming met haar wetten en algemeen beleid, met dien verstande dat voorafgaande aan de oprichting van een instelling uit hoofde van dit artikel toestemming van de betrokken Partij dient te zijn verkregen.
2. Met zorgvuldige inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, zullen de Partijen de totstandkoming van specifieke samenwerkingsprogramma's tussen de desbetreffende culturele instellingen en lichamen bevorderen.
Artikel 7
Alle activiteiten die ingevolge dit Verdrag worden uitgevoerd geschieden met inachtneming van de geldende wetgeving in de respectieve landen.
Artikel 8
Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag komen vertegenwoordigers van de Partijen om de drie jaar, of zoals door de Partijen is overeengekomen, bijeen. De bijeenkomsten worden afwisselend in het Koninkrijk der Nederlanden en in de Republiek Zuid-Afrika gehouden om samenwerkingsprogramma's opnieuw te bezien en om beleidsontwikkelingen met betrekking tot culturele samenwerking te bespreken.
Artikel 9
Geschillen met betrekking tot de uitlegging en uitvoering van dit Verdrag worden geregeld door middel van onderhandelingen tussen de Partijen.
Artikel 10
Dit Verdrag kan bij overeenkomst worden gewijzigd door een uitwisseling van nota's tussen de Partijen. Een wijziging wordt van kracht op de datum waarop de Partijen elkaar schriftelijk langs diplomatieke weg hebben medegedeeld dat aan hun respectieve constitutionele vereisten is voldaan.
Artikel 11
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, op de Nederlandse Antillen en op Aruba, tenzij in de in artikel 12, eerste lid, bedoelde kennisgeving anders wordt bepaald.
Artikel 12
1. Dit Verdrag treedt in werking wanneer beide Partijen elkaar schriftelijk langs diplomatieke weg ervan in kennis hebben gesteld dat aan hun respectieve constitutionele vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan. De datum van inwerkingtreding is de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving.
2. Dit Verdrag blijft van kracht zolang het niet beëindigd is ingevolge artikel 13.
Artikel 13
1. Elke Partij kan, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, langs diplomatieke weg door schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij te allen tijde dit Verdrag beëindigen. Beëindiging van dit Verdrag heeft geen invloed op programma's waarmee vóór de beëindiging van dit Verdrag een aanvang is gemaakt, tenzij de Partijen anders zijn overeengekomen.
2. Met inachtneming van de in artikel 13, eerste lid, bedoelde termijn is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van elk afzonderlijk deel van het Koninkrijk te beëindigen.